• Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht
THOMAS MORE GENOOTSCHAP
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht

Archief Positief

Op deze pagina worden artikels aangeboden uit tijdschrift POSITIEF sinds 1969

Bidden met heel ons wezen

29/1/2025

 
Verschenen in POSITIEF nr. 374 – SEPTEMBER 2007

​De mens is door de Schepper, de Drie-Ene God van de Bijbel, geschapen naar zijn beeld en gelijkenis. Zoals God in zijn diepste wezen een Drie-eenheid is, zo is ook de mens een drie-eenheid: en wel van lichaam, ziel (psyche) en geest. Bidden met heel ons wezen betekent dat we bidden met onze geest, met heel onze psyche en ook met ons lichaam. 
 
Bidden is een van de belangrijkste functies van de gelovige mens. Men vergelijkt het soms met "ademhalen". Wie niet voldoende ademt, mist de nodige zuurstof, takelt af en sterft. Geloof zonder gebed leidt tot het verzwakken of verflauwen van het Geloof; en tenslotte zelfs tot twijfel en ongeloof. Daarom is "Bidden met heel ons wezen" - met geest, psyche en lichaam - voor een gelovige broodnodig. 
 
Een probleem hierbij is wel dat we, tijdens onze opvoeding, weinig inzicht meegekregen hebben in het verschil tussen enerzijds het begrip "geest" en anderzijds het begrip "ziel". In katholieke kringen sprak men wel over "de ziel" als van een onstoffelijk element dat tijdens het leven het stoffelijk lichaam vergezelt en, bij het afsterven van het lichaam, voor eeuwig bij de Heer opgenomen wordt of zal worden. Deze opvatting is het gevolg van het feit dat onze vroege theologen sterk beïnvloed werden door het dualisme van de Griekse filosofie. Denk maar aan Plato's boek "Over de Onsterfelijkheid van de Ziel"! 
 
Maar in het Oude Testament is er tientallen malen sprake zowel van de geest, als van de psyche en van het lichaam. De mens verschilt in hoofdzaak van het dier doordat hij geschapen werd met een "levende geest", in hem gebracht door Gods Heilige Geest. Door de erfzonde werd de menselijke geest echter verduisterd. De Bijbel spreekt hier zelfs van "een dode geest" (Rom. 5, 17 & 6, 13) ... Vanuit zijn eigen psyche of rede (ratio) alléén kwam de mens er niet meer toe inzicht te krijgen in de heerlijke levenssfeer van de Hof van Eden waarin de mens nog verkeerd had voor de zondeval ... Zelfs hoogstaande mensen, zoals de Griek Plato bijvoorbeeld, wisten niets meer over het bestaan van de menselijke geest in bijbelse zin. En in de filosofie van de rationalist Descartes was God slechts een "deus ex machina". 
 
Door de zondeval kwam de mens immers in een heel andere leefwereld terecht. Welbepaald in een toestand waar de psyche van de mens ongemerkt de rol van de onstoffelijke geest overnam. Alleen de mensen tot wie God - uit liefde en ontferming - gesproken had en bleef spreken, en die naar Hem luisterden, werden door Gods Geest geïnspireerd. Zij waren het ook die ons, in de loop der eeuwen, de kostbare oudtestamentische en nieuwtestamentische teksten bezorgden. 
 
Gods Geest bracht de dode menselijk geest van deze mensen weer tot leven! (Rom. 7, 6 & 8, 9-10) Alleen bij de gelovige mens kon men dus nog spreken van een levende geest. De ongelovige mens, die in eigen kracht, het raadsel van het leven trachtte te ontraadselen, bleef stilstaan bij de psyche of bij de menselijke ratio. Vandaar de algemeen aanvaarde, heidense bepaling: "de mens is een met rede begaafd dier (animal rationalis?)" De ratio, die alleen redeneert vanuit de psyche, loochent gewoon het bestaan zelf van "de menselijke geest" en, met nog meer reden, het bestaan van de Heilige Geest, en zelfs van God. Getuige hiervan is het religieus maar antichristelijk "geloof in de Rede", het modern Rationalisme ... 
 
Alleen de gelovige, begaafd met een door de Heilige Geest levend gemaakte geest, weet vanuit de Bijbel wat het betekent: 
- dat God heilig is en rechtvaardig; en dat Hij ons uitnodigt tot heiliging en heiligheid; 
- dat God de Schepper is van al het schone en het ware, buiten en in de mens; 
- dat het God is die het leven van de mens mogelijk gemaakt heeft op de planeet Aarde; 
- dat God alles uit liefde doet voor de mens, en vanzelfsprekend ook wederliefde verwacht; 
- dat God almachtig is, maar niettemin de mens als vrij wezen geschapen heeft; 
- dat God aan alle mensen de volle vrijheid geeft om te kiezen: voor Hem of tegen Hem; 
- dat God bekommerd is om de Harmonie en de Orde, in de schepping en in de mens, en 
- dat Gods Heilige Geest wil dat de dode geest van elke mens weer een levende geest wordt! 
 
Dit zal een ongelovige, een rationalist, natuurlijk tegenspreken, over heel de lijn! Een gedoopte echter, die deze essentiële waarheden uiteraard ten volle beaamt, weet op grond dáárvan dat hij of zij een levendmakende geest heeft en dat Gods Geest in hem of in haar woont!" "Niemand kan zeggen dat Jezus God (Kyrios!) is, tenzij degene die spreekt door de Heilige Geest (en dus een levende geest heeft)!" (1 Kor. 12,3b) 
Bidden met de geest betekent dat we God de eer geven die Hem alleen toekomt. 
 
* * * 
 
Dat de menselijke psyche een grote rol speelt in het leven van een gelovige, blijkt reeds uit de teksten van het Oud Testament. Het wordt in het Nieuw Testament ook driemaal bevestigd door de Heer Jezus na de vraag van een wetgeleerde: "Wat moet ik doen om het eeuwig leven te verwerven?" 
"Gij zult de Heer uw God liefhebben: 
met geheel uw hart (met heel het gevoelsleven), 
met geheel uw verstand (met heel het denkleven), 
met geheel uw ziel (met heel het wilsleven en het streven) 
en uit al uw krachten (met heel het dadenleven)! 
En uw naaste als uzelf." 
(Deut. 6, 5 & Lev. 19, 18 en Mt. 23, 37; Mc. 12, 30, 33 en Lk. 10, 27) 
 
Jammer genoeg, op psychisch gebied is de mens, als gevolg van de erfzonde, ver afgeweken van de hoge orde die God bij het scheppen voorzien had. De harmonie tussen gevoelsleven, denkleven, wilsleven en dadenleven van de mens is, in deze lage levensstaat, grondig verstoord. Zoals de apostel Paulus in zijn Brief aan de Romeinen getuigt:
"Ik ben vleselijk, een slaaf, 
verkocht aan de vorst van de zonde ...
 Ik begrijp mijn eigen daden niet: 
immers ik doe niét wat ik wil, 
maar doe wél wat ik eigenlijk verafschuw ... 
Ik doe niet het goede, dat ik wil, 
maar wel het kwade, dat ik niét wil.
En als ik doe, wat ik eigenlijk niét wil,
ben ik niet meer de handelende persoon,
 maar de zonde, die in mij woont ... 
- Wie zal mij redden van dit bestaan ten dode? 
- God zij gedankt, door Jezus Christus, onze Heer!" 
(Romeinen 7, 15-24)
 
Dichtbij de Heer leven betekent: bewust streven naar de psychische harmonie, die volmaakt aanwezig is in Jezus Christus, en in Hem alleen. En dit op alle gebieden van het leven! Dat vergt noodzakelijk innerlijke strijd: offer, versterving, boete, onthechting en gebed. We weten dat daarbij Gods Geest - die in ons woont en in ons bidt - ons ook helpt en ons steeds de voldoende kracht wil geven om te overwinnen. Hiervoor heeft de Heer ons bovendien de zichtbare tekenen van de Zeven Sacramenten gegeven, die tegelijk de actieve krachtbronnen zijn welke heel ons godsdienstig leven bepalen of kunnen bepalen, inwendig en uitwendig! 
 
* * *
 
Maar de mens heeft ook een lichaam. Het zou je reinste huichelarij zijn als de gelovige met zijn lichaam niet metterdaad wilde bevestigen, wat hij of zij reeds psychisch en in de geest ervaren heeft. Met het lichaam treden we immers - overal voor ons Geloof getuigend - naar buiten toe. De mens leeft niet voor zichzelf alleen. Gelovige mensen vormen biddende gemeenschappen: gezinnen, families, parochies, de grote gelovige gemeenschap die we "de Kerk" noemen. Daarnaast is er dan nog "de wereld", d.w.z. de mensen tussen wie we toevallig leven. We leven en streven als gelovigen, zeker niet alleen op geestelijk en psychisch gebied; maar ook op sociaal, lichamelijk en concreet materieel vlak. 
 
Bij het bidden speelde traditioneel zowel de individuele, als de gemeenschappelijke gebedshouding een grote rol. Daarom sprak men van ingetogen bidden, in stilte of luidop bidden, met ongedekt of gedekt hoofd bidden, tijdens de Eucharistieviering met de priester meebidden en meezingen, op de borst kloppen bij de schuldbelijdenis, met gebogen hoofd, staande of eerbiedig geknield bidden, met gevouwen handen bidden, met gesloten of overdekte ogen bidden en overwegen, bidden met een gebedenboek of met de Bijbel in de hand ... In de kerk? - Ja, maar ook in het gezin! 
 
Daarom speelde ook het kruisteken - d.w.z. alles doen "in de Naam van de Vader, van de Zoon en van de Heilige Geest!" - in het dagelijks leven van de vorige generaties, van 's morgens tot 's avonds, een inspirerende rol. Bij het opstaan en het slapengaan, bij het zich wassen en het zich verschonen, bij het aansnijden van het dagelijks brood, voor het eten en na het eten (ook in restaurants!), vooraleer het huis te verlaten, bij het betreden of verlaten van de kerk, tijdens de H. Mis voor de lezing van het Evangelie (een kruisje op het voorhoofd, op de mond, op het hart en ... waarom niet op de hand?), verder bij de toediening van de Sacramenten, voor elk gebed en ná het bidden, bij het zegenen van je partner, van je kinderen en van je kleinkinderen, bij ziektes en zelfs bij het sterven ... - Kan dat nu niet meer? 
 
* * *
 
Christenen staan vaak in bewondering voor de uiterlijke beleving van "het geloof" van mensen in andere religies. Meestal toch vol toewijding lijkt het, maar dan aan goden of aan geesten die wij ... afgoden noemen. Wij willen wel geloven dat deze uiterlijke houdingen ook iets van hun innerlijke beleving uitstralen. Inwendig zegt een stem in ons dan heel vaak: "Dat zouden wij ook moeten doen. Zo hoort het eigenlijk als je echt in de ware liefdevolle God gelooft!" 
 
Bidden met heel uw wezen: met uw geest, met uw psyche en welbepaald ook met het lichaam ... gebeurt dat in onze kringen nu minder en minder? Of helemaal niet meer? Zo eindigt de apostel Paulus zijn eerste Brief aan de Thessalonicenzen (5, 23): 
"De God van de vrede, Hij moge u heiligen, geheel en al. 
Heel uw wezen, geest, ziel en lichaam, moge ongerept bewaard zijn
bij de wederkomst van onze Heer Jezus Christus!" 
 
"Gaat en getuigt!" zei de Heer Jezus bij het afscheid nemen van zijn volgelingen. Bidden met héél uw wezen, in de kracht van de Heilige Geest, is inderdaad de eerste stap en de belangrijkste vorm van voorbereiding om straks overal voor Hém en voor Zijn Blijde Boodschap te gaan getuigen. 
 
Oktaaf Boie, 
Lic. Germ. Filologie, Lic. Oosteuropese Taalkunde & Geschiedenis 
Noorweegse Kaai 41, 8000 Brugge

Comments are closed.
    Overzicht Artikels
Powered by Create your own unique website with customizable templates.
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht