Boekbespreking: "God en het gesteente. Waarover religie en wetenschap spreken en zwijgen".29/1/2025
Verschenen in POSITIEF nr. 376 – NOVEMBER 2007
Bij Davidsfonds/Leuven, "voor outer en heerd", verscheen een boek van de hand van de natuurkundige, cultuurfilosoof en theoloog Gerard Bodifée met bovenstaande raadselachtige titel. Bij aandachtige lezing blijkt de eigenlijke boodschap van dit werk "een ander evangelie" te zijn: "het evangelie volgens Gerard". We overlopen hier summier de principiële gedachtegangen. Wie de algemene strekking van "dit evangelie" wil nagaan, raden we aan eerst het besluit, de "Epiloog", te lezen. Daarin luidt het: "Op de vraag hoe de wereld ontstaan is, moet een wetenschappelijk antwoord gegeven worden, geen religieus. Op de vraag of God bestaat, moet een religieus antwoord gegeven worden, geen wetenschappelijk." Deze absolute scheiding tussen God en de wereld, tussen de Schepper en Zijn Schepping is een dualisme dat in G.B.'s boek van het begin tot het einde met klem verkondigd wordt. Met "Wetenschap" bedoelt de schrijver de fysica, of de zogenaamde "Exacte Wetenschappen". Volgens deze wetenschappen "bestaat" God blijkbaar niet. En "het ik" is alleen een lichaam dat in eigen kracht - of door het fatale toeval? - op weg is naar wat hij noemt "het volle bestaan". Voor het geloof in "een god" zijn er welbepaald mythes, sprookjes, verhaaltjes nodig; geen wetenschap. De Bijbel, ook wel "het woord Gods" genoemd, is een mythe, naast alle andere mythes. Om meer te weten over "God en het ik" raadpleegde G.B. liever de oeroude mythes van Perzië en India, dan wel de Bijbel. Mythes brengen één of meer boodschappen waarin een gelovige - volgens G.B. - wil geloven, omdat hij ervoor voelt en er, hoe dan ook, op vertrouwt dat wat erin staat "goed" is, of toch "gedeeltelijk goed". Daarom is de wetenschappelijk te benaderen wereld - wat een gelovige de schepping noemt - goed, en bijgevolg "verricht" zij ook noodzakelijk het goede. Volgens de "wetenschappelijke" boodschap van G.B. evolueerde het gesteente van dode planetenmaterie, via een plantaardige en daarna een dierlijk leven, tot een rationeel, moreel en religieus menselijk leven! De verdere rol van de mens bestaat hierin: ertoe te komen om geleidelijk alles (wetenschappelijk) te begrijpen en (op grond daarvan) geleidelijk alles te volbrengen wat nog onvolbracht is. "Die weg is de langzame opgang naar God, het volle bestaan, en de ultieme bestemming van alles wat bestaat," aldus volgens Gerards persoonlijke mythe. Maar: wat is "het volle bestaan", en wat betekent voor de exacte wetenschappen overigens de term "goed"? Hoewel G.B.'s persoonlijke religieuze mythe moeilijk wetenschappelijk te benaderen is, willen wij toch een bescheiden poging ertoe wagen in ons artikel. Ze roept inderdaad een hele reeks wetenschappelijke en religieuze vragen op, die wij hier aan de lezers voorleggen. Hoe verklaart G.B. dat de wereld, beginnend met de Big Bang en dode stof, in de loop van miljoenen of miljarden jaren fataal in opgang is naar God, daar die blijkbaar nooit - althans volgens G.B. - in tussenkomt of er iets mee te maken heeft? Is dat niet de antieke ketterij van de Zelfredding van de mens: de onmogelijke opdracht die wel gepredikt wordt door alle religieuze mythes, maar helemaal niet door Gods Woord, de Bijbel? En is het niet tegelijkertijd de ketterij van het Fatalisme? Het religieus geloof van G.B. is bovendien dat de wetenschappelijke ambitie van de mens, de rusteloze zoektocht naar de kennis van de wetenschappelijke waarheid, uitgerekend tot "het volle bestaan" leiden zal. Maar dit noemt men normaal, in religieuze taal: de oeroude gevaarlijke ketterij van het gnosticisme, d.i. weer de zelfredding van de mens, maar nu welbepaald door gnosis, d.w.z. door opeenstapeling van kennis. Het woord (of de term?) "geloof" waarmee de eerste hoofdstukken van dit boek te kampen hebben, wordt vreemd genoeg op twee verschillende manieren gebruikt. Het "geloof" van een wetenschapper, zoals G.B. er een is, wordt enerzijds aangewend om 1 ° een rationeel begrijpen en 2° een rationalistisch vertrouwen in de Wetenschap uit te drukken. Anderzijds wordt met "geloof hechten aan het verhaal van een mythe-verteller" hier alleen bedoeld: "het op irrationele wijze iets voor echt waar aannemen, wat slechts sprookjesstof is". Zo is het, volgens G.B., ook gesteld met "het geloof in de Bijbel". Het wordt duidelijk dat G.B. hierbij vooral het scheppingsverhaal in het bijbelboek Genesis op het oog heeft, en daarmee dan te kennen geeft dat het hele bijbelse scheppingsverhaal slechts één van de vele antieke mythes is. Dit aangezien de wereld - het heelal met al wat erin is en de aarde met alles wat erop is - alléén langs exact-wetenschappelijke weg geleidelijk verklaarbaar wordt. Het erge van deze stelling is natuurlijk dat er ook geen Schepper meer is in wiens bestaan en ontferming de zwakke mens nog kan geloven, of op wie de gelovige mens concreet iedere dag zijn vertrouwen stellen mag ... Daarmee wordt in feite tegelijk het katholiek Geloof in Gods koninklijke heerschappij, of "het Rijk Gods", op losse schroeven gezet. En zo vervalt uiteraard het geloof in het Kruis-Offer, de Verrijzenis en het Eeuwig Leven. Ja, zo wordt heel het Apostolisch Credo netjes opgeruimd en naar het rijk van de fabeltjes verwezen. God en al het goddelijke is nog een kwestie van gevoel (G.B.). En wie het niét voelt, ja, die heeft pech. (O.B.) Verslagen over zogenaamde miraculeuze feiten zijn volgens G.B. allemaal vrome verhaaltjes - zoiets als parabels - waarin dus vaak nog een of andere geestelijke boodschap schuilt. De wetten van de natuur echter - hoewel ze nog in hun formulering kunnen evolueren - zijn "absoluut vaste regels". Voorgewende uitzonderingen op deze vaste regels - wonderen of mirakels - behoren uiteraard tot het domein van de mythe. Zelfs God kan niet meer tegen deze natuurlijke wetten ingaan; Hij heeft ze immers zelf niet geschapen. "Mirakels zijn er alleen voor wie ze ziet," dixit G.B. Daarmee had trouwens de zogenaamde "Verlichting", twee eeuwen geleden al, voorgoed afgerekend. Die brak door tijdens de Franse Revolutie en bracht onmiddellijk goede vruchten voort, ondanks alle daarmee gepaard gaande wandaden en moordpartijen. De vrijheid van de kinderen Gods werd sindsdien vervangen door het atheïstisch liberalisme; daarna werd de christelijke naastenliefde nog door het atheïstisch socialisme vervangen en ten slotte maakte de evenwaardigheid voor God van elke mens op Aarde plaats voor ... een atheïstisch communisme. Dat alles steunde natuurlijk op inspiratie vanwege de godin Rede en op de wetenschappelijke ketterij van het rationalisme. Veel beroemde verdedigers van de Verlichting en het "humanisticisme" zijn ontzettend vindingrijk. Ze vinden zelfs wetenschappelijke bewijzen waar ze niet te vinden zijn. Helaas, waar er wél te vinden zijn, vinden ze die echter niet. De evolutie - van soort tot soort! - wordt hier bijgevolg verheven tot ontegensprekelijke wetenschappelijke leer, terwijl het bijbels scheppingsverhaal vol zit met onwetenschappelijke details. Ook G.B. heeft er enkele ontdekt. Wat voor onze menselijke logica de juiste volgorde in tijd en ruimte is, werd hier blijkbaar met de voeten getreden. Of hoeft God zich dan niet meer aan de menselijke logica te onderwerpen? Let wel, wat op het gebied van de exacte wetenschappen voor absolute waarheid moest doorgaan, wordt door exacte-wetenschappers toch nog vaak onder elkaar fel betwist. Neem bijvoorbeeld de theorie van de Big Bang. Er zijn op een bepaald moment veel bekende wetenschappelijke aanhangers ervan opgedoken. En G.B. is daar ook een van, want ze steunt zijn mythe van "God en het gesteente". Alle leven op aarde nam, na de Big Bang, een aanvang door "een verbinding van helium met waterstof" ... Waarom dan eigenlijk nog zoveel discussies daaromheen? - Is het soms omdat de Big Bang eigenlijk wetenschappelijk bewijst dat het heelal - de schepping - wel degelijk een begin heeft gekend? En moet die waarheid wellicht - juist omdat de Bijbel hetzelfde zegt! - weer absoluut tegengesproken worden door nog wat beter ingelichte verlichte geleerden? In de Bijbel is het wel de Schepper die in het begin sprak: "Er zij licht!" Welnu "licht" is in de Bijbel een goed Hebreeuws woord om datgene uit te drukken wat de exacte wetenschappen vandaag "energie" noemen. God liet alles beginnen met energie! En dààruit sproot al "het gesteente" voort dat wij nu materie, aarde, zon, ons zonnestelsel, onze melkweg, de andromeda-nevel en ontelbare andere galaxieën noemen. Kortom: het heelal, het universum, had inderdaad een begin! (O.B.) Ja, maar nu zijn er geleerden die van "de evolutie van gesteente tot mens" spreken. In de Exacte Wetenschappen is namelijk alles mogelijk, als dat "alles" maar in de loop van miljoenen of miljarden jaren gebeurd is, en als de miljoenen mutaties die hiervoor nodig waren, telkens nog net de nodige tijd daartoe kregen, meent ook G.B. Desnoods ging er aan onze Big Bang een Big Bang vooraf die vele heelallen produceerde ... En nu produceerde alléén "ons heelal" ... de mens. Toevallig of fataal? Waarom stond de auteur van Psalm 8 toch reeds in zo'n grote bewondering voor de pracht van onze sterrenhemel, die och arme! in zijn tijd voor het blote oog nauwelijks 4000 à 5000 sterren omvatte ... "Als ik Uw hemelen zie, het werk van Uw vingeren: de maan en de sterren die Gij daar stelde, wat is dan nog de mens dat Gij acht op hem slaat? En nochtans, Gij gaf hem een haast goddelijke staat!" Het is zonder enige twijfel een grote historische waarheid dat dankzij de evolutie van de Exacte Wetenschappen ook de techniek enorm geëvolueerd is de laatste tienduizend jaar. Naar men zegt doodde Kaïn zijn broer nog met een ezelskaakbeen. Na hem gebruikte de mens daarvoor een vuiststeen of bijl, een schuttersboog of katapult, dolken en sabels, geweren en kanonnen ... In de XXe eeuw gebruikte men daarvoor al een eerste, pas ontworpen bescheiden atoomwapentje. Maar kort daarop vond men de waterstofbommen uit, waarmee men, indien gewenst, grote oppervlakken van onze planeet onbewoonbaar kan maken. Heel zeker was de bedoeling van alle uitvinders, vele eeuwen lang, daarmee hun eigen volk of zelfs de hele mensheid te dienen. Maar tot een volmaakte wereld hebben deze uitvindingen natuurlijk nog niet geleid ... Volgens G.B. wel tot "een goede" en zelfs "een betere wereld". Toch neemt, naast ongehoorde rijkdom van een minderheid, de armoede in de wereld steeds maar toe. Er zijn al verschillende wetenschappelijke oplossingen tegen te veel bevolkings-explosies gevonden. De grote vraag is echter nog of alle volkeren der Aarde dit alles ook moreel verantwoord zullen vinden, of dat ze daartoe massaal hun toevlucht zullen willen of zullen kunnen nemen. Ook hier lopen de discussies onder verlichte en minder verlichte geleerden hoog op. Kan de ethiek - of de moraal? - wel gezag uitoefenen, als de autoriteit die de ethische regels oplegt, niet ver verheven boven menselijke keuzes staat? Hoe kan de Ethiek van het Humanisticisme gezag hebben als het uitgerekend de - al of niet gemanipuleerde - politieke meerderheid is die overal mag bepalen wat "ethisch goed" of wat "ethisch slecht" is? Niettemin besluit G.B. in zijn boek dat evolutie altijd "goed" is: "Zo opent zich de weg naar meer eenheid en volheid van bestaan." (sic!) Dat Jezus Messias de Weg, de Waarheid en het Leven ("het Volle Bestaan"!) is, en dat Hij de Heilige Geest zendt voor een geestelijke wedergeboorte van de mens, komt in dit boek van G.B. natuurlijk nergens aan bod. Jezus' naam wordt alleen genoemd in verband met één betwist mirakel, één van de meer dan honderd die Hij verricht heeft. En verder wordt nog in één zinnetje een algemene bemerking over de ware aard van al Jezus' "wetenschappelijk-onmogelijke mirakels" vermeld. Die zijn dus niet te onderscheiden van Jezus' ruim honderdvijftig parabels en gelijkenissen, eveneens met zinvolle en heel concrete nuttige boodschappen ... Jezus' Kruis-Offer, Verrijzenis, Hemelvaart en Wederkomst worden uiteraard weggeredeneerd. Het zijn niet eens "trefwoorden" in G.B. 's lange lijst! Het wereldbekende archeologisch document, de lijkwade van de Verrezen Heer, wordt door de meeste exacte-wetenschappers liefst als vervalsing betiteld, ondanks ernstige studies van duizenden bekende wetenschappers die de historiciteit ervan bewijzen, stuk voor stuk. Of wordt dat negatieve standpunt wellicht ingenomen omdat deze wonderbare Doek al te nauwkeurig naar de historiciteit van de lijdensverhalen en naar het wonder van Jezus' lichamelijke Verrijzenis verwijst? (O.B.) Dat de mens ("het ik") een drie-eenheid is van lichaam, psyche en geest heeft G.B. blijkbaar niet ontdekt in de door hem geraadpleegde antieke Aziatische filosofische geschriften. Bij hem ook geen woord over bidden, zelfs niet over het Gebed des Heren, het gebed tot Onze hemelse Vader! Het gebed waarmee Jezus de mens leert dat héél het leven - in zijn levensnoodzakelijke aspecten - religieus is, en toch geen mythe: 1 ° de heiliging van Gods Persoon (Religie), 2° het Rijk Gods en zijn Gerechtigheid (Moraal), 3° Gods Wil in Schoonheid en in Waarheid (Kunst en Wetenschap), 4 ° eerlijke Verdeling van het Brood op Aarde (Economie), 5° Universele Liefde in de mensenmaatschappij (Sociaal leven), 6° Macht over lage instincten (Weerbaarheid) en 7° Bevrijding uit de macht van de vorst van de algehele wanorde (Politiek). Zeven categorische imperatieven voor een gezonde cultuur, ten bate van elke persoon en van al de mensengemeenschappen. En dat bovendien nog in de juiste volgorde van belangrijkheid! Kan het nog concreter, nog realistischer, nog rationeler? Welke filosoof heeft ooit ergens, lang voor of na Jezus, een zo eenvoudig en sereen gebed aangeleerd? Zouden dan de zeven idealen die daaraan beantwoorden, Heiligheid, Goedheid, Schoonheid en Waarheid, Nuttigheid, Liefde, Moed, Orde en Harmonie, door de mens zelf bedacht zijn? (O.B.) De mooie hypothese van het ID, het Intelligent Design, die het waagt de hele planmatige - niet fataal of toevallig? - evolutie van ons universum naar het volle bestaan toe (naar God toe?) te verklaren, wordt natuurlijk door de meest verlichte geleerden "met hand en tand" tegengesproken. Hoe kan dan een ernstige natuurkundige en theoloog als G.B. toch nog geloven dat de hele wereld, het hele mensdom zelfs, bewust naar één god - naar Die van de Bijbel? - evolueert, als het bestaan van God niet eens wetenschappelijk te bewijzen is? Als Jezus gedurende zijn driejarig openbaar leven slechts zorgde voor sprookjes met een boodschap? Of is het dan geen mythe dat, in de loop van honderd miljoen of miljarden jaren, de tijdsduur voor alle ingrijpende mutaties telkens net voldoende was om miljoenen heel toevallige evolutie-stadia van soort tot soort mogelijk te maken? Altijd hoger op, eerst nog naar het fenomeen "mens" en tenslotte naar het fenomeen "god" ("de theos")! Exact-wetenschappers en G.B. incluis, geloven dat echter nog, hoewel geen enkel geval van mutatie van de ene soort naar de andere soort ooit wetenschappelijk bewezen werd, of herhaalbaar is. Met de gezonde Logica wordt in dit "evangelie volgens Gerard" eigenlijk wel heel weinig rekening gehouden. En is de Logica dan geen eerbiedwaardige wetenschap? Of is het woord van Jezus, gericht tot de Sadducese schriftgeleerden van zijn tijd - die ook niet in "de mythe" van de verrijzenis wilden geloven - toepasselijk op sommige theologen van onze tijd (Mc. 12, 24)? "Zijn jullie, theologen, niet op een dwaalspoor, juist omdat jullie noch de Schrift (de Logos!), noch de Kracht van God (de Theos!) kennen?" Oktaaf Boie, Lic. Germ. Filologie, Lic. Oosteuropese Taalkunde & Geschiedenis Noorweegse Kaai 41, 8000 Brugge Comments are closed.
|