• Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht
THOMAS MORE GENOOTSCHAP
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht

Archief Positief

Op deze pagina worden artikels aangeboden uit tijdschrift POSITIEF sinds 1969

De Jood Paulus van Tarsus, getuige en bloedgetuige voor zijn Messias, Jezus de Heer

29/1/2025

 
Verschenen in POSITIEF nr. 389 – FEBRUARI 2009

​Uit het Lukas' boek "Handelingen van Apostelen" weten we dat de rabbijn Saul dacht dat hij alle getuigen (Gr. "martyroi “) van de Heer Jezus op bloedige wijze moest vervolgen. Het eerste slachtoffer dat, ten gevolge van Sauls grote ijver voor de Torah, stierf als martelaar, was een van de zeven door de apostelen aangestelde diakenen, Stefanus genaamd. Hij werd, zes jaar na Jezus' kruisdood en opstanding gestenigd, helemaal volgens de voorschriften van de Joodse Wet, althans zo meenden het Sanhedrin en Saul. Dat deze door de Heilige Geest bezielde man niet de enige was in wiens dood Saul een rol speelde, blijkt tweemaal uit Paulus' eigen bekentenissen: Ik heb de Weg van Jezus Messias ten dode toe vervolgd. .. " (Hand.22,4 & 26, 11) Zijn slecht voorbeeld werd helaas door vele andere fanatieke Joden gevolgd. 
 
Maar toen de Verrezen Heer hem voor Damaskus ontmoette en zei: Ik ben Jezus, dien jij vervolgt! Waarom vervolg jij Mij? besefte Saul inderdaad dat hij niet alleen "de Weg van Jezus", d.w.z. de pas door Jezus gestichte Jonge Kerk, maar Gods Gezalfde, de aan Israël en aan heel de mensheid beloofde Messias, bloedig had vervolgd ... En dat hij als een van die bloeddorstige Joodse voorvaderen was geworden, die in de lange geschiedenis van Israël de meeste profeten van Jahweh-Adonaï hadden vervolgd ... 
 
De Heer zelf had het evenwel beslist: Die man is mijn uitverkoren werktuig om mijn Naam uit te dragen, én onder heidense volken en hun koningen, én onder de kinderen lsraëls. Ik zal hem laten zien, hoeveel hij om mijn Naam moet lijden! (Hand.9,15-16) 
 
Van vervolger van Jezus en Zijn Kerk werd Saul toen op slag een moedige getuige van Jezus, reeds te Damaskus en in het aanpalend Arabia Felix. Maar het zou hem beslist zijn leven hebben gekost, als de Joden en de Syrische overheid hem daar hadden kunnen arresteren. Ze zouden hem gevankelijk naar Jeruzalem hebben overgebracht ... Alle stadspoorten van Damaskus werden op bevel van de overheid bewaakt. Maar met de hulp van enkele volgelingen van de Heer ontsnapte hij nog net op tijd over de stadsmuur heen, in een mand! 
 
Terug te Jeruzalem begon hij ook dáár overal vrijmoedig voor de Messias Jezus te getuigen, wat de Jonge Kerk natuurlijk heel spoedig in grote moeilijkheden met de Joodse overheid bracht. Weer verscheen de Heer hem en zei: Haast je om uit Jeruzalem te vertrekken, want ze zullen geen getuigenis van jou over Mij aannemen! Ga, Ik zal jou immers zenden, ver weg naar de heidense volken! (Hand. 22, 18 & 21) 
 
In Tarsus teruggekeerd zal Paulus ook daar in de synagogen hebben getuigd, want hij wilde absoluut al zijn stamgenoten voor het Evangelie winnen. Door Barnabas naar Antiochië in Syrië uitgenodigd trachtte hij Joden en niet-Joden, als volgelingen van de Heer, met elkaar te verzoenen. Maar in de synagogen van deze stad, en later weer in Judea en Jeruzalem, werd zijn getuigenis voor de gekruisigde Messias helemaal niet in dank afgenomen. Alles samen liep hij in die jaren vanwege de Joodse overheden vijfmaal de veroordeling tot de "40 min één stokslagen" op; de zwaarste Joodse bestraffing na de steniging. 
 
Toch vonden ook niet-Joden, in Syrië en Klein-Azië, het nodig hem driemaal te veroordelen tot het gebruikelijk aantal knuppelslagen. Te Lystra werd hij zelfs, op een aanklacht van Joden uit lkonium en Antiochië, in de stad gestenigd. In de mening dat hij dood was, sleepten de beulen hem tot buiten de stadspoort, tot prooi voor de roofvogels. Hij overleefde de steniging, want de Heer had nog verdere plannen met zijn apostel. En daartoe behoorden een hele reeks gevaarlijke reizen over zee. 
 
De Romeinse graanschepen en de Griekse handelsschepen volgden in de Middellandse Zee, voor alle veiligheid, de kust en ze zeilden van havenstad tot havenstad en van eiland tot eiland. Alleen de Romeinse schepen waren betrekkelijk zeewaardig en voeren geregeld van Italië en Rome naar Egypte of vandaar terug naar Rome. Allesbehalve veilig waren de kleinere schepen. Driemaal leden de schepen, waarmee Paulus naar Klein-Azië en Griekenland voer, schipbreuk. Een keer was het zo erg dat hij een dag en een nacht op wrakhout bleef rondzwalken, vooraleer hij door de bemanning van een ander schip werd opgepikt. 
 
In een visioen door een Makedonische man naar Europa geroepen, stak hij samen met de Jood Silvanus over en kwam in de Romeinse stad Filippi aan. Daar hadden Joden sinds een paar jaren eigenlijk geen toegang meer. Door inwoners verraden werden ze allebei op bevel van de lictoren ten bloede toe met knuppels bewerkt Ook uit de andere Makedonische steden werd Paulus opgejaagd nadat de Joden het volk tegen hem hadden opgehitst. 
 
Hij nam de wijk naar Athene, maar ook hier werd hij al spoedig voor de rechtbank gedaagd om zich te verantwoorden ... De apostel maakte van die gelegenheid gebruik om voor de Verrezen Heer te getuigen. Hier liep het dus voor hem nog goed af. Te Korinthe kreeg Paulus, ondanks veel gestook van de Joden, de kans om twee jaar lang het Evangelie te prediken, nadat de proconsul Gallio de Joden, die hem aanklaagden, uit de rechtbank had weggejaagd. 
 
Overgevaren naar Efeze, de stad van de godin Artemis, kon hij hier veel mensen tot de Heer leiden. Maar de zilversmeden zagen hun winstmarges lelijk dalen, omdat er in die tijd veel minder Artemistempeltjes gekocht werden. Ze lokten een volksoproer uit, en gelukkig maar dat men Paulus er kon van weerhouden, zich persoonlijk in het theater te vertonen. Eens werd hij echter te Efeze op een late avond door onbekenden overvallen en bijna afgeslacht. Paulus verwijst ernaar in niet mis te verstane bewoordingen: Wat baat het mij dat ik in Efeze, menselijk gesproken, met wilde beesten heb gevochten, als doden toch niet worden opgewekt? (1 Kor.15,32) Wie geeft immers zijn leven prijs, als met de dood alles uit is? 
 
Efeze zou voor Evangelie-predikers nog lang een heel gevaarlijke stad blijven. 
 
In Korinthe beraamden de Joden tenslotte een aanslag op Paulus' leven juist toen hij van plan was van hieruit naar Syrië over te varen om dan vandaar naar Jeruzalem verder te reizen. Maar Paulus wist incognito weg te geraken uit de stad om dan, via Makedonië, naar de haven van Troas over te steken. Met een afgehuurd schip de gevaarlijke stad Efeze vermijdend bereikte hij met zijn reisgezellen veilig de haven van Milete. En zo kwamen zij enkele weken later behouden in de stad Jeruzalem aan met de aanzienlijke bedragen van de Grote Collecte voor de armen van de Moederkerk. 
 
Jammer genoeg hadden Joodse mannen uit Efeze die voor het pelgrimsfeest naar Jeruzalem waren gereisd, Paulus in de Tempel gezien. Ze wisten een volksoploop tegen hem uit te lokken. Het scheelde weinig of de Joden hadden hem in de Voorhof gelyncht. Op het nippertje wist de bevelhebber van de Romeinse cohort hem levend aan hun handen te ontrukken, maar hij sloot Paulus voorlopig op in de Antoniaburcht. De Sadduceeën brachten daarop voortdurend allerlei valse beschuldigingen tegen hem in. Toen dat echter niets uithaalde, besloten ze hem tijdens het overbrengen van de burcht naar het Sanhedrin - zogezegd voor een ondervraging - door 40 samenzweerders te laten overvallen en af te maken ... De gemene list lekte uit en vroeg in de morgen zond de Romeinse bevelhebber Paulus, begeleid door een machtige escorte naar Caesarea, de residentiestad van procurator Felix. Daar verscheen de Heer 's nachts aan zijn apostel en zei: Houd goede moed! Want zoals jij voor mijn Zaak getuigd hebt in Jeruzalem, zo zal je dat ook in Rome moeten doen. (Hand.23, 11) 
 
Pas twee jaar later werd de oneerlijke, op het geld van de Collecte beluste procurator Felix afgezet en kwam Festus als procurator naar Caesarea. Nu pas kon Paulus, als Romeins burger, een beroep doen op de keizer en werd hij door Festus onder strenge bewaking naar Rome gestuurd. Die reis werd juist de aanleiding voor Paulus' vierde schipbreuk, de ergste! Het graanschip waarmee hij als gevangene naar Rome werd gestuurd, kwam in een wekenlang razende storm terecht. Dit had nog eens het einde van zijn loopbaan als evangelist kunnen betekenen, was het niet dat de Heer hem nog verder wilde gebruiken. Lukas heeft, als medepassagier, de hele bewogen reis en de stranding van het wrak in een baai van het eiland Malta tot in de details beschreven. Te Rome werd Paulus nu twee jaar lang, tot in het jaar 63, in huisarrest vastgehouden. 
 
Maar het reizen over land was eigenlijk niet veel veiliger dan het reizen over zee. Van alle zijden loerden op reizigers grote gevaren: de moeizame tocht door woestijnen, het oversteken van rivieren, rovers die wisten dat eenzame reizigers over geld beschikten, in de steden zakkenrollers of betaalde overvallers. Ja, gevaren niet alleen vanwege niet-Joden, ook valse joodse broeders hadden het op zijn leven gemunt. En Paulus was inderdaad bijna altijd op reis, te voet doorheen vele delen van het Romeinse Rijk. In die tijd bracht dat reizen nog ontzettend veel ongemakken met zich mee: hij leed vaak honger zonder ergens aan eten te geraken; in de hete maanden werd hij dikwijls gekweld door een geweldige dorst; in de wintermaanden en vooral in het bergland van Anatolië had hij telkens veel koude te verduren, zonder voldoende kleding ... Om nog niet eens te spreken van de vele slapeloze nachten. 
 
In al de steden waar hij langs kwam, bracht hij de Blijde Boodschap of bezocht hij de vroeger door hem gestichte gemeenten. Helaas ook dát baarde hem soms grote zorgen en veel leed, want niet overal ging het daar op geloofsgebied aan toe, zoals hij dat gewenst had: Niemand is zwak, of ik ben het ook. Niemand komt ten val, of het grijpt me in de ziel ... Het was immers geen overdrijving toen Paulus, als getuige van Christus, in zijn Tweede Brief aan de Korinthiërs (11,23b) schreef over joodse schijnapostelen die overal zijn persoonlijke roeping en apostelschap in twijfel trokken en hem publiekelijk lasterden. Hij mocht echter met recht en reden reageren: Ik heb harder gezwoegd, ik heb langer gevangen gezeten en ik had veel meer slagen te verduren, en daarbij zelfs doodsgevaren zonder tal ... 
 
Tot overmaat van ramp werd hij jarenlang geplaagd door een pijnlijke oogkwaal die hem bij alles, vooral bij het schrijven van zijn brieven, erg hinderde en dikwijls een reden tot gemene spot was voor zijn vijanden. (Gal.4,15 & 6,11; 2Kor.12,7) 
 
Tijdens zijn tweejarig huisarrest te Rome trachtte Paulus nu, geketend in zijn huurwoning, door verwijzing naar Mozes en de profeten en met uiteenzettingen over de Koninklijke Heerschappij van God, herhaaldelijk de talrijke joodse gemeenten aldaar te winnen voor hun Messias. Tevergeefs! In de Romeinen brief (9, 1) schrijft hij: In mijn hart is grote droefheid en een pijn die niet ophoudt ... Bijna al zijn broeders en stamverwanten blijven hun Messias afwijzen; sommigen stellen zich zelfs op als zijn ergste vijanden. 
 
Uit zijn Romeinse gevangenschap ontslagen en na een lange reis met Crescens door Zuid-Gallië en Spanje, wilde Paulus toch weer naar het Oosten. Daar kreeg hij erg genoeg allerlei onzin over Jezus Messias te horen vanwege een bepaalde groep Jodenchristenen. Ze hadden "een ander evangelie" laten schrijven: het zogenaamde evangelie volgens de Hebreeën ... Jezus was niet opgestaan uit de doden; hij was slechts "een engel" geweest; zijn leer stond ver beneden de leer van Mozes en Aäron; tempeloffers en reinigingsoffers bleven nodig, en hogepriesters waren de enige middelaars tussen God en de mensen; Joden werden gered door werken, door aalmoezen en het vermijden van zogenaamd onreine spijzen enz. enz... Paulus hoorde, tot zijn diep leedwezen, dat veel volgelingen van de Heer Jezus, onder invloed van die ketterse judaïstische leerstellingen, dreigden afvallig te worden en zowaar het contact met de Kerk van Jezus Messias begonnen te mijden. Overal ging Paulus heen om alles weer recht te zetten. Hij waagde zich zelfs weer in het geheim naar de stad Efeze. Maar o wee ... daar liep het mis. Hij werd door aanhangers van de godin Artemis verraden en door de Romeinse overheid in hechtenis genomen. Weer kon hij zich, op grond van zijn Romeins burgerschap, op de keizer beroepen. Onder zware controle werd hij vervolgens naar Rome overgebracht en daar aan een streng gevangenisregime onderworpen. Hij voorzag nu het ergste. Aan Timotheüs schrijft hij: Wat mij betreft, mijn bloed wordt weldra geplengd; het uur van mijn heengaan is nabij. Ik heb de goede strijd gestreden, de wedloop voleind. Nu wacht mij de krans der Gerechtigheid! (2Tim.4,6-8) 
 
Maar gelukkig voor hem was keizer Nero juist in die tijd al te druk in de weer met zijn eigen zaken om zich nu nog met "de zaak Paulus" te kunnen inlaten. Hij zou immers reeds voor het aanbreken van de winter voor een maandenlange kunst- en athletiek-tournee naar Griekenland vertrekken. Zonder twijfel zou hij daar, als keizer, overal grote triomfen binnenhalen! Zo kreeg Paulus onverwacht een half jaar uitstel van executie. Hij schrijft aan Timotheüs: Ik werd verlost uit de muil van de leeuw! (2 Tim.4, 17) Keizer Nero had ondertussen te Rome door tal van politieke moorden veel vijanden gekregen, in leger en senaat. Paulus kon denken: misschien wordt hij weldra door hen op een of andere manier voorgoed uitgeschakeld. Aan zijn trouwe vrienden te Filippi schrijft hij dat nog niet alles verloren is: Of ik nu leven moet of sterven, voor mij is leven Christus, en sterven ... winst! Maar blijf ik leven, dan wacht mij nog vruchtbare arbeid! (Fil.1,20-22) 
 
De winter 66-67 gaat langzaam voorbij; de lente is al gevorderd. De vijandige stemming te Rome en in de provincies tegen de keizer nam, tijdens zijn afwezigheid, erge vormen aan. Maar keizer Nero reist triomfantelijk terug naar Italië, zijn wagens volgeladen met trofeeën en lauwerkransen. Hij is niet bewust van wat hem boven het hoofd hangt. .. 
 
Als de zaak van de leider van de christenen - die, naar men beweerde, een groot deel van Rome in de vlammen deden opgaan - aan Nero wordt voorgelegd, is Paulus' lot bezegeld. Als Romeins burger wordt hij niet gekruisigd, maar te Rome buiten de muren onthoofd. Zo was zijn heilige taak als uitverkoren getuige en vaak als bloedgetuige van Jezus Messias, definitief ten einde. Hem wachtte nu inderdaad de krans der Gerechtigheid bij de Heer! 
 
Te Rome in het nauw gedreven, pleegde keizer Nero in het jaar 68 zelfmoord. Als verpersoonlijking van de Antichrist zou hij de geschiedenis ingaan. 
 
Oktaaf Boie, 
Lic. Germ. Filologie, Lic. Oosteuropese Taalkunde & Geschiedenis 
Noorweegse Kaai 41, 8000 Brugge

Comments are closed.
    Overzicht Artikels
Powered by Create your own unique website with customizable templates.
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht