• Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht
THOMAS MORE GENOOTSCHAP
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht

Archief Positief

Op deze pagina worden artikels aangeboden uit tijdschrift POSITIEF sinds 1969

De Messiaanse Jood Paulus en zijn confrontatie met "het Judaïsme" van zijn tijdgenoten

29/1/2025

 
Verschenen in POSITIEF nr. 390 – MAART 2009

​De Stichter van de Katholieke Kerk, Jezus van Nazareth, de Zoon van de Jodin Maria, was dus van rechtswege een Jood. Hij was, als Pleegzoon van Jozef, de man van Maria, een Hebreeër, uit de stam van Juda en stamde af uit het geslacht van David. Al Jezus' volgelingen, de 12 apostelen en de 70 leerlingen, waren Joden. Ook de rabbijn Saul, die zich later met de nieuwe naam Paulus liet noemen, was een Jood: d.w.z. een Hebreeër of Israëliet uit de stam van vader Jakobs jongste zoon, Benjamin. De Heer Jezus verwees, als Messias (Gr. "Christos"; voortdurend naar de voorspellingen en de vele voorafbeeldingen uit het Oud Testament (Hebr. "TeNaCH “) om aan te tonen dat Hij inderdaad de daarin lang beloofde, goddelijke Messias was. Dat met zijn komst en met Hem persoonlijk de Koninklijke Heerschappij van JaHWeH - meestal het Rijk Gods genoemd - op Aarde een werkelijkheid was geworden. Wie niet alleen de minimale "Tien Geboden" onderhield, maar vooral, in alle eerlijkheid, probeerde van de vele maximale "Uitnodigingen van de Bergrede" toch iets terecht te brengen in zijn leven, mocht zich werkelijk volgeling van Hem noemen. En daardoor konden gelovigen reeds in principe deelhebben aan Jezus' Heerlijkheid bij de Vader. 
 
Paulus was een door Jezus Messias persoonlijk geroepen apostel; speciaal uitverkoren om op een erg verwaarloosd aspect van het eeuwenoud Judaïsme de klemtoon te leggen; en dat uiteraard ook in zijn eigen leven waar te maken. Tussen alle volkeren der Aarde had JaHWeH-Adonaï - door de roeping van Abraham, van lzaak en van Jakob - eerst de Hebreeën, vervolgens de Israëlieten en tenslotte de Joden uitgekozen met één groots doel. De ware goddelijke bedoeling van deze uitverkiezing was namelijk dat de Joden de enige ware Godsdienst zouden voorbereiden en prediken die, van Godswege, voor alle volkeren zou gelden. Uiteindelijk zou het Nieuw Verbond in Jezus' Bloed alleen deze Godsdienst tot stand brengen en dienen tot redding van heel het mensdom uit zijn zondige staat. Door de zonde van Adam leefden immers alle mensen onder de toorn van God, zowel het Joodse volk als alle andere volkeren. Alle volken geloofden daarom dat ze, op een of andere manier, offers moesten brengen om boze geesten uit te bannen, of afgoden met zich te verzoenen ... Alleen het Joodse volk werd door de ene ware God uitverkoren om aan alle andere volkeren te tonen hoe men zich reeds bij voorbaat met Hem kon verzoenen, in afwachting van de komst van de Joodse Messias, de Redder der wereld. God wilde immers, van in den beginne, dat alle mensen Hem eensgezind zouden dienen als één Nieuw Volk - dat zowel Joden als niet-Joden omvat! - door één Nieuw Verbond, bezegeld in het Offer van zijn Zoon. Want een verbond vanwege God moest, volgens de Bijbel, onvermijdelijk gepaard gaan met het storten van bloed. (Hebr.9,22) 
 
Méér dan welk ander boek van het Nieuwe Testament ook, zouden Paulus' Brieven en zijn prediking de universaliteit van Jezus' Blijde Boodschap verkondigen. Het groot probleem hierbij was dat hij dan tegelijk het eeuwenoude traditionalisme van het alléén op de Joodse natie afgestemd Judaïsme, moest doorbreken. Dit wil zeggen: die Joodse eis dat alle mensen Joden moesten zijn of althans "Jodengenoten" moesten worden, om door God gered te kunnen worden; om voortaan voor God gerechtigd te kunnen leven en de eeuwige heerlijkheid te beërven. Maar de toenmalige Schriftgeleerden en rabbijnen lazen hun TeNaCH blijkbaar vaak met grote blinde vlekken in de ogen. Teksten zoals hieronder volgen, speelden in de tijd van Paulus praktisch geen rol meer in hun religie en in hun geloofsleven: 
 
"In Abrahams Zaad zullen alle volken der Aarde gezegend worden!" (Gen. 22,18 & 28,14) 
"Verheugt u, niet-Joodse volken, tezamen met Mijn volk!" (Dt.32,43) 
"Boodschapt onder de volken JaHWeH-Adonaï's grote daden (Ps. 9, 12) 
"Vanuit alle grenzen der Aarde zal men het gedenken, en zij zullen zich bekeren tot de Heer. 
Alle stammen der niet-Joodse volkeren buigen zich voor U neer. Want aan de Heer komt de Koninklijke Heerschappij toe. 
Hij alleen is de Heerser over alle volkeren!" (Ps. 21,28-29)
"Samen geschaard rond Hèm is de adel der volken, als één Volk dat behoort tot Abrahams God." (Ps. 4 7, 10) 
"Alle volken zullen opgaan om U, hun Schepper, te aanbidden; zij geven allen Uw Naam de eer." (Ps. 86,9) 
"Looft de Heer, roept Zijn Naam; verkondigt onder de volken zijn grote daden." (Ps.105, 1) 
 
Ook in de boekrol Jesajah komt die opdracht herhaalde malen voor. Hier volgen enkele citaten: 
"JaHWeH-Adonaï richt voor alle volken een Feestmaal aan!" (25,6)
 "God sprak: voor U, mijn Dienstknecht, is het te gering alléén Jakobs stammen op te richten. 
Ik stel U aan om een Licht te zijn voor de volken; mijn Heil moet reiken tot de uiteinden der Aarde!" (49,6) 
"Zie, Hèm had ik tot Getuige voor de volken aangesteld. 
Zie, een Volk dat jullie niet kenden, komt naar u toe!" (55,5) 
"De volken zullen uw Heil zien, alle koningen uw glorie!" (62,2) 
"(De Joden), zij zullen Mijn heerlijkheid onder de volken verkondigen." (66,19) 
 
En zo ook weer bij de andere Joodse profeten, de grote zowel als de kleine: 
"Van het uiteinde der Aarde komen de volken naar U toef" (Jer.16, 19)
 "Als Ik het volk Israël eenmaal teruggebracht heb uit de landen waarover ze verspreid zijn, zal Ik door hen aan de volken tonen, dat Ik de Heilige ben! (Ez.28,25) 
"En de volken stromen naar Hem toe; de vele naties gaan op weg en zeggen: 
laten we opgaan naar het Huis van Jakobs God, dan zal Hij ons zijn wegen wijzen." (Micha 4, 1-2) 
"Juich, dochter Sion, uw Koning komt, Hij rijdt op een ezel. Hij kondigt vrede af onder de volken; dan zal Zijn koninklijke heerschappij voorgoed doorbreken, van de rivier tot de verste grenzen der Aarde!" (Zach. 9,9-10) 
 
Daarom juist had Jezus Messias bij zijn afscheid, voor zijn hemelvaart, al zijn volgelingen de opdracht gegeven: Gaat dus, en maakt alle volken tot mijn volgelingen! (Mt.28, 19) 
En Lukas (2,31) citeert de geïnspireerde woorden van de oude Jood Simeon over het Messiaskind: Mijn ogen hebben thans Uw Heil aanschouwd, dat Gij voor alle volken hebt bereid: een Licht dat voor de niet-Joodse volken straalt, een glorie voor Uw volk, Israël! 
De evangelist citeert ook de woorden van de verrezen Heer Jezus {Lk.24,46): Zo staat er geschreven, dat de Messias moest lijden en op de derde dag verrijzen uit de doden. En dat in Zijn Naam bekering en vergeving van zonden moet gepredikt worden onder alle volken!
 
***
 
Paulus werd vanwege de Heer speciaal uitgezonden om deze geïnspireerde en door de joodse geestelijke overheden verwaarloosde heilige teksten nieuw leven in te blazen. Maar ingaan tegen een vastgeroeste traditie van een volk valt meestal niet mee! Waar hij ook maar enkele Joden en Jodengenoten in de synagogen wist te winnen voor zijn boodschap, kwam er helaas van andere Joden onmiddellijk heftige tegenstand. En dat niet alleen vanwege de streng-orthodoxe Joden; zelfs bepaalde groepen pasbekeerde Jodenchristenen uit Jeruzalem, die zich Hebreeën noemden reisden de apostel overal achterna om zijn boodschap over de universaliteit van Gods Woord tegen te spreken. De stellingen van deze judaïzanten kwamen duidelijk genoeg hierop neer: het Judaïsme gaat ver uit boven het Evangelie zoals dat gepredikt wordt door Paulus. De kerkelijke beslissingen vastgelegd op het Apostelconcilie van de jaren 48/49 in Jeruzalem betekenen in feite een verraad aan het eeuwenoud erfgoed van het Judaïsme ... 
 
Maar let wel, Paulus was helemaal niet tegen de oeroude Joodse tradities en de besnijdenis op zich; die bleven gelden ook voor Messiaanse Joden zoals hij. Hijzelf bleef trouw aan de Joodse gebruiken, maar tegelijk ook aan de uitspraken van het Apostelconcilie te Jeruzalem: "Niet-Joden moeten niet eerst Jood worden om ware volgelingen van Jezus Messias te kunnen zijn." Zijn jonge vriend en medearbeider in het dienstwerk van de Heer, Timotheüs, zoon van een Jodin, ontving onder Paulus' toezicht de besnijdenis. Anderzijds werd zijn niet-Joodse Griekse medewerker, Titus, niet besneden, al bracht dat voor Paulus in de dagelijkse omgang met wetgetrouwe Joden nog zoveel problemen met zich mee! Immers, vrome Joden - die overigens trouw vasthielden aan de wetten van het Judaïsme - werden door hun Schriftgeleerden als onreinen beschouwd als ze even met niet-Joden omgang gehad hadden. En zeker en vast als ze het huis van niet-Joden waren binnengegaan of samen met hen aan tafel geweest waren ... Ja, samen met niet-Joden Eucharistie vieren en samen met hen een liefdemaal nuttigen zou dan, volgens diezelfde strenge stelregel, alle messiaanse Joden zogenaamd "onrein" maken! 
 
Paulus zelf somt in zijn "Brief aan de Romeinen (15,9)" en zijn "Tweede Brief aan de Korintiërs" nog een reeks Schriftplaatsen op om de messiaanse Joden en de niet-Joodse volgelingen van de Heer ervan te overtuigen dat ze, ondanks alle verscheidenheid, slechts één Volk Gods, de éne Kerk van Messias Jezus, moesten vormen: Maar de Tempel van de levende God, dat zijn wij; God heeft het zelf gezegd! (2 Kor.6, 16) 
 
Hij betreurde het dat de joodse overheden bleven beweren dat "volgens zijn theologie" de rol van Israël als volk en daarmee die van het Judaïsme als godsdienst uitgespeeld zou zijn. Dat de Kerk van Jezus Messias in de plaats moest komen van het joodse Volk. Dat Paulus, als afvallige Joodse rabbijn, een volledige breuk veroorzaakte tussen de Joodse volgelingen van Jezus en het orthodoxe Judaïsme. Dat hij zelfs de basis wilde leggen voor een heidense kerk, waarvan "de bijgelovige leerstellingen" de plaats zouden innemen van de enige ware godsdienst, dit wil zeggen van het voorvaderlijk Judaïsme met zijn 613 belangrijke levensregels. Dat het Rijk Gods daarna spoedig in de plaats zou moeten komen van het Romeinse Rijk, en een machtige opgestane Jezus van Nazareth in de plaats van de keizer. Dat de heilige Torah, het Heilige Wetboek van JaHWeH-Adonaï - steeds volgens "de valse interpretatie van de woorden van Jezus door die Paulus" - dan voorbijgestreefd zou zijn en afgeschaft moest worden ... Ja, dat het Verbond van JaHWeH-Adonaï met Israël nu al voorgoed overgegaan was in de handen van die Kerk van Christus ... Enz. 
 
Deze valse beweringen van Joden en judaïzanten sprak Paulus overduidelijk tegen in zijn "Brief aan de Romeinen" met een in het lang en het breed uitgewerkte lezing over de blijvende waarde en de toekomstige rol van het Judaïsme. (Rom. 9-10-11) De talrijke Joden woonachtig in de stad Rome zouden van hieruit dit belangrijk stuk in al de synagogen, verspreid over heel het Romeinse Rijk en aan alle Joodse reizigers kunnen doorgeven! 
 
Dat Paulus zijn stamgenoten bleef eren en liefhebben blijkt uit diezelfde Brief (9,4-5), waar hij schrijft: "Immers zij zijn Israëlieten; aan hén behoort de aanneming tot zonen en dochters, de heerlijkheid, de verbonden, de Torah, de eredienst en de beloften! Van hén zijn de aartsvaders en uit hén komt de Messias voort naar zijn afstamming. JaHWeH-Adona;; die verheven is boven alles, zij gezegend tot in eeuwigheid! Amen." 
 
Ook eerbied voor de overheden predikt de apostel in deze Brief: Wie zich tegen het gezag verzet, verzet zich tegen Gods verordening; en wie dit doen roepen een vonnis over zich af ... De overheid is een werktuig van God! (Rom.13, 1-2) En dat gold natuurlijk ook voor zijn houding tegenover eerlijke Joodse wetgeleerden en rabbijnen. 
 
Neen, God had het Joodse volk zeker niet verstoten! Maar Paulus besefte wel dat zijn Boodschap van een - uitgerekend door Israëls tussenkomst. .. - gekruisigde Messias bij de grote meerderheid van de Joden noodzakelijk overal grote ergernis moest verwekken. Ook de verzekering dat de ten hemel gevaren Jezus van Nazareth op Aarde zou terugkomen als Messias, ditmaal in heerlijkheid, klonk in Joodse oren hoogst ongeloofwaardig ... Maar ondanks alles rekende Paulus erop dat althans een kleine rest van het volk Israël de Verlossende Boodschap en het Nieuw Verbond in Messias Jezus zou aannemen en verder doorgeven. In afwachting dan van de redding van héél Israël, eens dat velen uit de niet-Joodse volken, naar de wil van de goddelijke Voorzienigheid, de Heer Jezus zouden hebben aanvaard als hun Messias. (Rom.11,26-27) 
 
Helemaal in overeenstemming met het Plan van God, verwoord in de Boeken van Mozes en de andere profeten en in alle synagogen geregeld voorgelezen, verzekerde Paulus dat de komst van de Messias Jezus - eerst in nederigheid, maar daarna ook in heerlijkheid! - op ontelbare plaatsen van de TeNaCH voorspeld en reeds vooraf uitgebeeld was. Dat het Kruisoffer en de Opstanding van Jezus Messias de hele mensheid, en dáármee ook het joodse Volk, zou redden uit hun zondige staat veroorzaakt door Adam en de erfzonde. Dat juist in de persoon van de Heer Jezus alle Messias-voorafbeeldingen in de Torah totaal in vervulling waren gegaan. Dat het Heil inderdaad "uit de Joden" was, maar dan welbepaald uit de Jood Jezus van Nazareth! En dat dit het Heil van alle volken betekende - ook van het joodse volk! - namelijk te worden gered op grond van het bloedig Kruis-Offer van Jezus Messias, door het door Hem ingestelde Sacrament van de Doop en door het volgen van de Heer Jezus in een daadwerkelijk Geloof en met een onvoorwaardelijke Liefde. Alles in de kracht van de Heilige Geest! 
 
De reactie van de Joodse overheden - van een aantal Farizeeën, maar hoofdzakelijk vanwege de fanatieke mannen behorend tot de Romeinsgezinde offeraarskaste van de Sadduceeën - was en bleef de onmiddellijke uitroeiing van alle Joodse volgelingen van "die zogenaamde rabbi Jesjoe", zo mogelijk in heel het Romeinse Rijk. Jezus' volgelingen wilden immers, steeds volgens hen, de heilige Torah voorgoed vervallen verklaren. Maar deze machtige kaste van Tempel-offeraars geloofde zélf niet eens in de opstanding van de doden; zij dachten alleen aan een goed leven hier op Aarde ... Ze vreesden daarom dat "die goddeloze theologie" - verkondigd door "die Man daar" - erop gericht was ook hun Tempeldienst af te schaffen. En dààrvan was natuurlijk hun eigen welvaart, ja heel hun bestaan zelf als kaste, totaal afhankelijk. Daarom reageerden ze ook zo fanatiek tegen alle messiaanse Joden. Ze vormden de meerderheid in het Grote Sanhedrin en konden daar hun wil doordrukken, soms nog bijgestaan door enkele Farizeeën. 
 
Zo werd in het jaar 36 over de door de Heilige Geest bezielde messiaanse Jood Stefanus (en anderen?) het doodvonnis door steniging geveld. In het jaar 42 werd Johannes' broer Jakobus met hun medeweten door Herodes Agrippa gedood. Simon Petrus ontsnapte in 43 nog, door een wonder, aan de handen van Agrippa. Dat kostte aan 16 cipiers het leven; maar reeds in het jaar 44 stierf hij zelf aan een acute appendicitis. In het jaar 58 ontkwam Paulus te Jeruzalem ternauwernood aan een lynchpartij in "de Voorhof der Niet-Joden". In het jaar 60 beraamden ze nog eens een aanslag op zijn leven te Jeruzalem, maar de gewaarschuwde Romeinse bevelhebber bracht hem net bijtijds in veilige bewaring naar Caesarea over. In het jaar 62 werd de messiaanse Jood Jakobus, "de broeder des Heren", die nochtans alle joodse wetten en levensregels heel trouw naleefde, door hen veroordeeld tot de steniging. En zo ging dat maar door ... 
 
Een oude Joodse traditie verklaarde dat een Sanhedrin dat in korte tijd twee doodvonnissen na elkaar uitsprak, "een bloeddorstig Sanhedrin" mocht worden genoemd. 
 
(De Sadduceeën beseften in die tijd natuurlijk nog niet dat juist het verwerpen van Jezus Messias' Liefde boodschap een afschuwelijke ramp over hun hoofden zou doen neerkomen. Want door diezelfde zeloten - met wie ze, in het jaar 30, voor de rechterstoel van Pontius Pilatus eendrachtig geroepen hadden: "Laat (de zeloot) Barabbas vrij; kruisig die Jezus!" - werden ze, ongeveer veertig jaar later, tijdens de eerste grote Joodse opstand tegen Rome, in de jaren 67-70, te Jeruzalem allen tot de laatste man uitgemoord. Van Sadduceeën is er nadien in de Joodse Geschiedenis geen sprake meer ... ) 
 
Paulus bleef ondanks alle tegenwerking en vervolging, ondanks de uiterst zware bestraffing met de "40 - 1 stokslagen" die hij in de loop van zijn evangelisatie-reizen tenminste viermaal in synagogen moest ondergaan, zich steeds eerst met de Liefde boodschap van zijn Messias tot zijn stamgenoten richten. In al de steden waar hij kwam - van in het Joodse Land, Syrië, Anatolië, Griekenland en Italië, tot in Gallië en Spanje toe! - bracht hij eerst in alle synagogen steeds dezelfde Blijde Vredesboodschap! Maar de oogst bleef klein: alleen in Berea (Macedonië) onderzochten de Joden in de boekrollen van hun TeNaCH of de leer die Paulus overal bracht, wel op het Woord Gods steunde en of het dus de moeite waard was om aangehoord te worden. 
 
We weten niet of Paulus en Crescens tijdens hun reis door Gallië en Spanje, in de jaren 63-64, nog Joden hebben kunnen winnen voor hun Messias. Evenmin of hij bij zijn gevangenneming te Efeze, in het jaar 65, weer door Joodse stamgenoten verraden werd, en zo in zijn tweede en laatste Romeinse gevangenschap geraakte ... Maar ondanks alle tegenwerking, vijandschap en vele aanslagen bleef Paulus nog steeds een overtuigde Jood, maar dan wel een Messiasgelovige Jood! Trouw aan de universele goddelijke opdrachten in de Torah en de profeten; trouw bovenal aan zijn Heer en Meester, Jezus Messias, en trouw aan Jezus' Kerk. (Vgl. Joh.13,13) 
 
* * *
 
In de jaren 71- 73 werden duizenden zeloten gekruisigd en honderden pleegden zelfmoord om daaraan te ontkomen... De lijdensgeschiedenis van de Joden in veel landen is nog lang niet ten einde. Maar hoeveel holocausten het Joodse volk had kunnen vermijden, indien ze de Vredesboodschap van hun Messias Jezus hadden aangenomen, is niet te tellen! 
 
Toen men aan de Israëlische afgevaardigden in de Knesset, hun parlement, vroeg of ze het proces om Jezus eventueel niet zouden kunnen herzien, antwoordden ze: "Wij beschikken niet meer over de nodige bewijsstukken en getuigen." 
 
De hedendaagse snelgroeiende groep Messiasgelovige Joden in Israël en Amerika hebben voor henzelf al het proces ten gunste van Jezus Messias herzien. 
 
Oktaaf Boie, 
Lic. Germ. Filologie, Lic. Oosteuropese Taalkunde & Geschiedenis 
Noorweegse Kaai 41, 8000 Brugge

Comments are closed.
    Overzicht Artikels
Powered by Create your own unique website with customizable templates.
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht