• Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht
THOMAS MORE GENOOTSCHAP
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht

Archief Positief

Op deze pagina worden artikels aangeboden uit tijdschrift POSITIEF sinds 1969

Ecclesiologie & Marialogie: Maria & de Kerk

29/1/2025

 
Verschenen in POSITIEF nr. 382 – MEI 2008

​Het is een merkwaardig fenomeen dat wie hier het ene afwijst of van weinig belang acht, ook het andere zal verwaarlozen. Nu is het wel waar dat de Heer Jezus, of zijn evangelisten, noch het woord Ecclesiologie, noch het woord Marialogie ooit hebben gebruikt. Maar deze termen en de lading die ze dekken, behoren tot de sfeer waar Jezus, volgens de apostel Johannes, naar verwijst met de woorden: “Nog veel heb Ik jullie (apostelen) te zeggen, maar jullie kunnen het nu niet verwerken. Wanneer Hij echter komt, de Geest van de waarheid, zal Hij je tot de volle Waarheid brengen. Hij zal niet uit zichzelf spreken, maar spreken al wat Hij hoort, en jullie de komende dingen aankondigen! “ (Joh. 16,12-13) 
 
Uiteraard golden deze woorden niet alleen voor de Twaalf, maar evenzeer voor al hun opvolgers in de Kerk in de eerste eeuwen van de kerkgeschiedenis, ook later en nu; ja, tot het einde der tijden. 
 
Van degenen die van Jezus' Kerk zeggen: "Het is maar een menselijk instituut..." kan men moeilijk aannemen dat zij aandachtig naar de Geest van de Waarheid hebben geluisterd. Jezus zelf zei toch dat de Kerk zijn Lichaam was, toen Hij sprak van de Tempel van zijn Lichaam. (Joh.2,21) En wie de Kerk vervolgen, vervolgen zij in feite niet de Heer zelf? (Hand. 9,4) En is Paulus niet duidelijk genoeg als hij schrijft: "Jullie, gelovigen, zijn het Lichaam van Christus!"? (1 Kor.12,27) 
 
Bij het ontvangen van het sacrament van het heilig Doopsel wordt de mens zelf levende bouwsteen van die Tempel van de Heilige Geest. Gods Geest komt wonen in de gelovige en zijn (of haar) wedergeboorte kan vanuit Hem een aanvang nemen. (Joh.3,5) Daarom is een van de meest zinvolle gebeden van de christen, het gebed om méér van Gods Geest. (Lk.11, 13)* Wie dit gebed niet kennen of het vergeten te bidden, kunnen moeilijk verwachten dat de Heilige Geest hen mettertijd tot de volle Waarheid brengen zal. Daarom moest ook de hele Kerkgemeenschap worden geleid en lering ontvangen van betrouwbare mensen, in grote mate door de Heilige Geest geïnspireerd. En dit gebeurde, eeuwenlang, door bijbelgetrouwe theologen die de Ecclesiologie, en in de marge daarvan de Marialogie, hebben uitgebouwd tot wat ze nu zijn en wat ze allebei kunnen betekenen voor alle ontvankelijke mensen. 
 
In de Christologie gaat de Ecclesiologie (de wetenschap over de Kerk en Christus) steeds hand in hand met de Marialogie (de wetenschap over de Moeder van de Heer). Voor "gelovigen" volgens wie de Kerk slechts "een menselijk instituut" lijkt, is ook Maria niet meer dan een doodgewone joodse vrouw, "toevallig" de moeder van Jezus ... En voor wie Maria "één zondares onder de velen" was, is ook de Ene Katholieke en Apostolische Kerk meestal een overbodige luxe ... 
 
Jezus bad bij zijn laatste afscheidsrede tot zijn hemelse Vader:
 “Vader, bewaar hen in Uw Naam, hen die Gij Mij gegeven hebt. (Joh.17,11) 
Niet voor hen alleen bid Ik U, maar ook voor al diegenen die door hun verkondiging tot geloof in Mij zullen komen, opdat zij allen één mogen zijn, zoals Gij, Vader, in Mij en ik in U. Dat ook zij in Ons mogen zijn, opdat de wereld gelove, dat Gij Mij gezonden hebt.(Joh.17;20-21) 
Ik heb hun de heerlijkheid gegeven, die Gij Mij geschonken hebt, opdat zij één zijn, zoals Wij één zijn: Ik in hen, en Gij in Mij. Opdat zij volmaakt één zijn en de wereld zal erkennen dat Gij Mij gezonden hebt, en hen net zo lief hebt gehad, als Gij Mij hebt liefgehad! “(Joh.17,22-23) 
 
Dit vurig gebed uit de mond van de Heer Jezus werd zozeer miskend, de eeuwen door - zelfs vanwege kerkmensen - dat de Ene Apostolische Kerk geleidelijk in vele kerken en denominaties is uiteengevallen. En dat heeft uiteraard ertoe geleid dat de wereld van andersgelovigen moeilijk tot Geloof in de Heer Jezus is te brengen ... En dat die wereld nog steeds niet kan geloven dat Jezus van God de Vader is uitgegaan en dus zelf God is! Niet te verwonderen dat lauwe gelovigen tenslotte niet meer in Jezus' Kerk, maar veeleer in "de wereld en al haar pomperijen" gaan geloven. 
 
De Heer Jezus bad verder dat de Liefde, waarmee de Vader Hém had liefgehad ook in Zijn Kerk zou mogen zijn en dat Hij daarmee Zélf in al diegenen zou tronen die de Kerk waarlijk toebehoren. (Joh. 17,26) Dat legt de vinger op een erge wonde: de ware oorzaak van het ongeloof en de afvalligheid van zovelen in het Westen, vooral in onze tijd, zijn allerlei vormen van liefdeloosheid vanwege mensen die beweren dat ze gelovig zijn; helaas ook van kerken jegens elkaar. 
 
Waarom is de Grieks-orthodoxe Kerk dan toch sinds 1054 haar eigen weg gegaan en is ze na een aantal eeuwen voor een groot deel in de handen gevallen van een wereld die noch de Heer Jezus, noch zijn moeder kennen, erkennen of eren? Men, kan echter niet zeggen dat de Grieks-orthodoxen de maagd Maria niet vereerden, integendeel. Onze oudste Mariafeesten ontstonden alle in het Oosten! Maar de grote betekenis van Maria - speciaal voor de Ene, Katholieke en Apostolische Kerk - hebben de orthodoxen blijkbaar nooit ten volle begrepen. Tussen de orthodoxe patriarchaten is er slechts een erg losse band. De Armeense kerk hebben ze - tijdens de genocide in Turkije - deerlijk in de steek gelaten ... 
 
Ook de hervormer Luther had veel eerbied voor Maria en schreef lovend over haar Magnificat. Hij had vooral grote bewondering voor haar kennis van de Bijbel. Maar van inzicht in de waarde van de Marialogie voor het welzijn van Jezus' Kerk was er bij hem geen sprake ... De reformator Calvijn deed het niet veel beter. Zo was het niet te verwonderen dat al spoedig de afgescheiden kerken weinig deden om de eenheid, waar de Heer Jezus die laatste avond nog zo dringend om gebeden had, enigszins te herstellen. Ze vielen zelfs verder en verder in ontelbare denominaties uiteen. Velen van hen spreken nu vergoelijkend van "Gods éne onzichtbare Kerk"! Inderdaad onzichtbaar voor de wereld, d.w.z. voor ‘mensen die God zo heeft liefgehad’... (Joh.3, 16) En dit alles ondanks hun grondige kennis van Jezus' dringend gebed in het Johannes-Evangelie! En ondanks de ontroerende en veelzeggende tekst van het alom gekende Duitse Jezuslied: "Für unsere Lieblosigkeit gab Er seine Liebe!" 
 
De stichting van "de Wereldraad van kerken" was een edele poging met als doel - helaas buiten de Mariologie om - de eenheid in Christus weer te bevorderen, maar faalde voortdurend juist op christologisch vlak. 
 
Heeft juist de Marialogie de kerken niet nog verder uit elkaar gedreven? Kan de Marialogie het oprecht verlangen van vele gelovigen en kerken naar één-zijn in Christus dan echt nog bevorderen? 
 
De kern van de Marialogie is het feit dat zij, naar Gods Wil, de enige bruid was van de hemelse Bruidegom, d.w.z. van Gods Heilige Geest. Johannes de Doper en Jozef waren slechts de vrienden van de Bruidegom. Alleen Hij die de ene bruid heeft, is waarlijk de Bruidegom! (Joh. 3,29) Maria - als de door God daartoe uitverkoren vrouwe - heeft haar Zoon Jezus aan de wereld geschonken; net zo moet ook de voor iedereen zichtbare Kerk op haar beurt de Heer in de wereld aanwezig stellen, heel concreet. Dat grote voorrecht was echter in feite noch voor Maria, noch voor de Kerk, een recht op algemene erkenning en voorspoed. Niemand heeft als zij onder de liefdeloosheid geleden waarmee haar Zoon werd bejegend: bij zijn geboorte, tijdens zijn openbaar optreden, tot op het kruis en, na het Kruisoffer ... nog tot op onze dagen. Door alles heen is zij - als prototype van de bijna over de hele planeet Aarde vervolgde Lijdende Kerk! - ons moedig voorgegaan, en is zij haar Zoon en Zijn Kerk trouw gebleven. 
 
Het is een veeg teken als de Persoon van de Heer Jezus - Zoon van Zijn en van onze Vader - voor de Kerk, door misverstand of onverstand, in zekere zin is "zoekgeraakt". Als de Kerk niet meer beseft dat de Heer alleen dáár terug te vinden is, waar de Naam van onze Vader, onze Schepper, samen wordt geheiligd en verheerlijkt. Als de Kerk niet - zoals Maria en solidair met haar! - in verleden, heden en toekomst op zoek gaat naar de ware oorzaken van zo'n enorm gemis. Hoe kan de Kerk in het Westen, diep in een donker dal verdoold, de Heer nog terugvinden als ze daarbij niet meer wil worden begeleid door de uitverkoren moeder van onze Heer? Door háár die zei: "Doet maar alles wat Hij jullie zeggen zal!"; en het natuurlijk zélf ook deed. Door háár die tegen de engel des Heren zei: "Mij geschiede naar Gods wil". 
 
Kan Maria daarbij een bemiddelende rol spelen? De enige Middelaar tussen God en de mensen is toch Jezus Messias? Is er soms nog een middelares nodig? 
 
De Kerk - d.w.z. alle oprechte gelovigen, zonder één uitzondering! - moet steeds een bemiddelende rol spelen tussen haar Hoofd, Jezus Messias, en de ongelovige wereld om waarlijk nog "de Weg" naar de Redder der wereld te mogen heten. Ook hierin moest Maria voor alle gelovigen een voorbeeld zijn. Zij wees altijd mensen in nood naar haar Zoon; en ze doet dat nog steeds. Zalig zijn de mensen die, zoals zij, hun leven lang geloofd en datgene hebben waargemaakt waartoe ze van Godswege werden uitgenodigd. 
 
Ook de apostel Paulus wist dat hij door "de dwaasheid van de prediking" enkelen kon redden (1 Kor. 1,21 & 9,22). Judas, de broer van de apostel Jakobus, schreef in zijn Brief (v.23): Ontfermt u over wie twijfelen, en redt anderen door hen aan het vuur te ontrukken. Jezus Messias formuleerde het zo: "Zoals de Vader Mij (als Redder) zond, zo zend Ik ook jullie!" (Joh. 17, 18) Moet bijgevolg "Gered om te redden!", niet de leuze van alle christenen, van héél de Kerk zijn? 
 
Waarom geraakte Maria dan reeds in de Jonge Kerk zo ver op de achtergrond?" vragen sommigen zich af. 
 
Wie zouden de Persoon van de Heer Jezus beter hebben gekend: de evangelisten of zijn moeder? Degenen die 3 jaar met de Heer op pad zijn gegaan, of Maria die 30 jaar lang dagelijks in nauw contact met haar Zoon door het leven is gegaan? Zij was en bleef inderdaad, als vrouw in een joodse samenleving, een bescheiden figuur op de achtergrond. Maar was het niet juist om haar nederigheid dat God haar heeft uitverkoren en zo verhoogd? 
 
Wat precies haar rol is geweest in de samenstelling van de eerste drie Evangelieversies, horen we nauwelijks. (Luc. 2,19 & 51) En wat de zangeres van het Magnificat tezamen met de evangelist Johannes - nog 40 jaar lang, en met de Heer in hun midden (Mt.18,20) - hebben besproken en overwogen, dat blijft voorlopig nog haar geheim. Typisch is het evenwel dat men in de Marialogie telkens weer naar het Johannes-Evangelie moet verwijzen! 
 
De Herbreeënbrief (7, 11-17) beklemtoont dat met Jezus Messias, er een nieuwe Hoogste Offeraar (Gr. "Hiërea"; Hebr. "Kohen") over Gods Huis is aangetreden, ditmaal naar de Orde van Melchisedech. Niet meer uit het geslacht van Aäron, maar uit de stam van Juda. Jezus Messias is het die in Zijn Kerk al zijn volgelingen tot offeraars (Gr. "hiëreis"; Hebr. "kohanim") en tot koningen voor hun God heeft aangesteld. (1 Petr. 2,5 & 9) Hieruit volgt dat ook Maria, als eerste volgelinge haar zoon, inderdaad de titels van offeraarster en koninginmag dragen. En wellicht met méér reden dan de andere leden van de Kerk, omdat zij, eveneens hierin, beeld is van Jezus' Kerk, een Kerk van koninklijke offeraars. (Rom.5, 17; Apk.1,6) 
 
De Katholieke Kerk heeft altijd Maria en Johannes, staande bij het kruis, als symbolen beschouwd van haarzelf. Zij waren immers de laatste volgelingen die, goed zichtbaar voor een vijandige wereld, nog van hun trouw voor de Redder der wereld durfden te getuigen. Bij die bijzondere gelegenheid werd Maria door haar Zoon tot "moeder van Johannes de evangelist" benoemd; en daarmee in feite tot geestelijke moeder van al de andere trouwe zonen en dochters van de Heer. 
 
Is tenslotte niet persoonlijk op Maria toepasselijk wat de apostel Paulus over de Kerk zegt: “Hebt elkaar lief zoals Christus de Kerk heeft liefgehad, en Zich voor haar heeft prijsgegeven om haar te heiligen en om haar, in al haar luister, bij Zich te nemen, zodat ze zonder enige vlek of rimpel zal zijn, heilig en zuiver!” (Ef.5,27)? 
 
Het was waarlijk haar eigen verdienste niet dat Maria, als Begenadigde en Onbevlekte, na haar verscheiden, lichamelijk ten hemel werd opgenomen door de Heer, en nu de hoge plaats bekleedt die onze hemelse Vader voor haar bestemd had. Ook dáárin is zij weer velen voorgegaan, want dat zal eenmaal in de eindtijd gebeuren met alle nog levende leden van de Kerk:
 “Eerst zullen de doden die in Christus zijn, verrijzen.
 Daarna zullen wij die nog in leven zijn, tegelijk met hen,
 in een oogwenk in de lucht worden meegevoerd,
 de Heer tegemoet!” (1Thess.4,17) 
 
Niets heeft Maria ooit kunnen scheiden van de Liefde van Christus, ondanks alle vernederingen, verdachtmakingen en aanslagen op haar eer vanwege ongelovigen, Joden zowel als niet-Joden. In dit alles is zij - dankzij Hem die haar liefhad! - méér dan overwinnaar gebleven. Zoals trouwens alle andere oprechte volgelingen van haar Zoon die - door Hem, mét Hem en in Hem! - hebben gezegevierd over "het beest en zijn Antichrist". (Rom.8,37 & Apk.15,2) 
 
Oktaaf Boie, 
Lic. Germ. Filologie, Lic. Oosteuropese Taalkunde & Geschiedenis 
Noorweegse Kaai 41, 8000 Brugge

Comments are closed.
    Overzicht Artikels
Powered by Create your own unique website with customizable templates.
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht