• Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht
THOMAS MORE GENOOTSCHAP
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht

Archief Positief

Op deze pagina worden artikels aangeboden uit tijdschrift POSITIEF sinds 1969

Geloofsgetuigenissen of Heilsmysteries die aan de apostel Paulus door de heilige Geest geopenbaard werden en door hem voor ons onthuld worden

29/1/2025

 
Verschenen in POSITIEF nr. 387 – DECEMBER 2008

De Bijbelse Leer over ons katholiek Geloof is enerzijds heel eenvoudig: geloven is gewoon "de Heer uw God en al uw medemensen liefhebben". God is één en al Liefde; uiteraard verlangt Hij naar wederliefde. En het is toch niet moeilijk om de Liefde Zelf lief te hebben? Maar anderzijds is het een Leer die van God komt en daarom ook oneindig rijk is aan aspecten die noodzakelijk boven de menselijke rede (ratio) uitgaan. Het kost ons vaak moeite om onze God in zijn handelwijze met de mensen te begrijpen ... Maar wie Hem liefheeft, is vol vertrouwen dat God het beste voorheeft met elke mens, met zijn Kerk, met de hele mensheid, ja met heel zijn Schepping. 
 
Het Geloof in God de Almachtige, de Schepper van hemel en Aarde - en alles wat dat omvat! - moet dus wel voor de menselijke rede veel geheimenissen (Gr. "mystèria'') opleveren. God, de almachtige Schepper, ISimmers niet, zoals het beperkte schepsel "mens" is. Nu heeft de heilige Geest aan de apostel Paulus een reeks van die geheimenissen willen onthullen. Verklaring ervan heeft de apostel Paulus mondeling, maar ook in vele van zijn bewaard gebleven Brieven schriftelijk proberen te verwoorden. 
 
Het is voor ons vandaag de dag hoognodig dit allemaal duidelijk in het licht te stellen, nu een aantal rationalisten binnen de Kerk zich meer en meer roekeloos tegen de mysteriën van het joods en het christelijk Geloof beginnen af te zetten. Juist dat Geloof dat aan de cultuur van het Westen - ondanks eeuwenlange tegenwerkingen van de Antichrist - anderhalf millennium lang grote persoonlijkheden opleverde, en onze landen enorm rijk heeft gemaakt aan hoogstaande cultuurgoederen. 
 
Hoewel deze Brieven tweeduizend jaar oud zijn, blijken ze uiterst actueel. Vooral sinds in West-Europa alle schroom voor geestelijke waarden, alle respect voor menselijke normen - en vaak zelfs alle normaal fatsoen! - aan het wegebben zijn bij vele "leiders" van het volk in hun invloedrijke communicatiemedia ... 
 
We bespreken hier bondig Paulus' inzicht in deze grote Heilsgeheimen in de volgorde waarin zijn "Brieven" in de canon van de Bijbel opgenomen werden. 
 
De "Brief aan de Romeinen" was bestemd zowel voor de vele joden gevestigd in de wereldstad Rome, als voor alle niet-joodse, pas uit het heidendom bekeerde Jezusgelovigen aldaar. De apostel Paulus moet zich hier als messiaanse jood verantwoorden tegenover de erg kritische joden omdat hij nu te Rome de Leer komt doorgeven van een joodse Messias die in Israël door de joodse leiders zelf verworpen werd, en daar door de Romeinse overheid, als een soort misdadiger, gekruisigd werd. Voor de ongelovigen in het Romeinse Rijk was de Leer of de Boodschap van "die Jood" één grote dwaasheid; maar voor de meeste joden een bron van eeuwenlange ... ergernis. Prachtig is het wat Paulus schrijft over mensen, joden en niet-joden, die zich - dankzij zijn bediening en het beheer over de Geloofsmysteriën - hebben laten leiden door de heilige Geest en daardoor "kinderen Gods" geworden zijn. Ja, ze mogen God voortaan toespreken met de term "Abba, lieve Vader". Door het Kruis-Offer van God de Zoon werden ze immers over heel de lijn verzoend met God de Vader! En als Gods kinderen werden zij vanzelf mede-erfgenamen van Jezus Christus; vaak nog delend in Zijn lijden, maar ten slotte delend in Zijn eeuwige verheerlijking bij de Vader. (Rom.8, 16-17) 
 
In drie opeenvolgende hoofdstukken (Rom. 9-10-11) tracht Paulus de joden nog uit te leggen hoe er tijdelijk een verharding over lsraëls leiders gekomen is, omdat de meesten van hen er onbekend mee waren dat enorm veel passages uit hun "TeNaCH" (d.i. het Oud Testament) welbepaald naar Jezus Messias en het Nieuw Testament verwijzen. Daarom moest de apostel hier duidelijk spreken van de Messiasgeheimenis van Verlossing en Genade, wat eeuwenlang voor het jodendom verborgen gebleven was, hoewel het overal in de Bijbel terug te vinden is. Nu was het door de heilige Geest aan de apostel Paulus, als messiasgelovige jood, geopenbaard, en van die allerbelangrijkste Waarheid wilde hij alle mensen, joden en niet-joden, overtuigen. Tegelijk moest hij echter aan de niet-joden duidelijk maken waarom juist de grote meerderheid van de joden voorlopig niét in hun grote Profeet, Jezus Messias, konden of wilden geloven. Hij schrijft: Die verharding van Israël zai slechts duren totdat ook de massa van de niet-Joodse volken (in het Koninkrijk Gods) is binnengegaan. En pas dààrna is het, dat heel (de rest van) Israël uiteindelijk zal gered worden' (Rom.11,25-26) 
 
Zijn Brief eindigt met een lofprijzing van de oneindige wijsheid van God. Dat liet hij nog voorafgaan door een laatste verwijzing naar de onthulling van het grote Geloofsmysterie van Genade en eeuwig Heil in de Messias Jezus. Krachtens Paulus' opdracht vanwege de Eeuwige kon hij dat, aan de hand van de oude profetische joodse geschriften en nu door deze Brief, rechtstreeks meedelen aan alle Joden en tegelijk aan vele mensen uit niet-joodse volken, hier in Rome en overal elders. (Rom16,25-27) 
 
In zijn "Eerste Brief aan de Korinthiërs" legt Paulus uit hoe Gods Heilsplan getuigt van de voor velen nog verborgen Wijsheid van God de Vader: Zijn eeuwig Wilsbesluit om gelovigen door het Verzoenend Kruis-Offer van Zijn Zoon, Jezus Messias, voor eeuwig te laten delen in Zijn goddelijke Heerlijkheid, op grond van liefdevolle Genade-verlening. Deze Genade is bestemd voor mensen die weliswaar beseffen dat ze zondaars zijn, en op verre na niet beantwoorden aan de bekende uitnodigingen tot heiligheid van Jezus' Bergrede. Maar die, ter wille van hun daadwerkelijk Geloof in Jezus, van hun vaste Hoop en vooral van de gave van de Liefde door God vrijgesproken worden van schuld en zo gerechtvaardigd tot Hem kunnen naderen. (1Kor. 13,1-13)
 
Voor eeuwig? Ook in het hiernamaals? - Ja, zeker! 
Hoe dát kan, is eveneens een groot mysterie! Maar Paulus, als beheerder van Gods grote geheimenissen, mocht voor zijn lezers en toehoorders onthullen dat de overleden gelovigen - eenmaal uit hun sterfelijk en vergankelijk lichaam bevrijd - door de liefdevolle God met een onsterfelijk en onvergankelijk lichaam zullen worden bekleed. En God zal hen zo, als overwinnaars, met de grote Overwinnaar doen opstaan in heerlijkheid. (1 Kor.4, 1 & 15,51-57) 
 
"De Brief aan de Efeziërs" en de geheimenis van de Oude en de Nieuwe Mens. 
 
Dit is een ander, heel belangrijk onderwerp. Het gaat om een keuze die de gelovige in de heidense Antieke Wereld al heeft moeten maken, maar die opvallend actueel is geworden voor het Westen in onze XXle eeuw. Die keuze is het welke bepaalt of een mens zal deelhebben aan de eeuwige Heerlijkheid van de Zoon bij Zijn hemelse Vader ... of niét! Een verkeerde keuze roept helaas straf en toorn af over hen die weerspannig de Waarheid van God Zelf verwerpen en in plaats daarvan de leugenachtige weg der ongerechtigheid niet alleen bewandelen, maar hem zelfs koesteren en aan andere mensen willen opdringen ... Reeds in dit leven zorgt die verwerping meestal bij velen voor kwelling en rampen, zowel voor henzelf als voor hun omgeving en voor de wereld waarin we leven. Wie wind zaait, zal noodzakelijk storm oogsten ... Maar vaak veel spoediger dan ongelovigen denken, leidt dat tot hun levenseinde, en daarmee onvermijdelijk tot een ontmoeting met hun Schepper voor een, niets minder dan rechtvaardig Eind-Oordeel. 
Het moet iets vreselijks zijn (om als een in opstandigheid gestorven schepsel) in de handen te vallen van de (oneindig rechtvaardige Schepper en) levende God ... zegt de Hebreeënbrief (14,31). 
 
Zolang de materie en het aardse lichaam heel het bestaan van de oude, nog onbekeerde mens (als erfgenaam van de gevallen Adam!) bepaalde, werden zijn daden telkens weer beheerst door zondige begeerten die slechts winst opleverden vóór de dood ... In zijn waanwijsheid vereert en dient deze "oude mens" steeds weer het geschapene in plaats van zijn Schepper. Hij blijft verduisterd in zijn verstand en vervreemd van het Leven met God, naar Wiens beeld en gelijkenis hij nochtans oorspronkelijk was geschapen. In de oude mens heerst op geloofsgebied grote onwetendheid, mede onder invloed van het obscurantisme vanwege verblinde mensen naar wie hij heel graag luistert. Zo waant hij door middel van "onfeilbare" wetenschappen (sciëntisme) en "louter menselijke" kennis (gnosticisme) alles te weten wat nodig is om gelukkig te zijn en om "een betere wereld" op te bouwen ... Er moet echt een wonder gebeuren om de verharding en verstoktheid van zijn hart nog te kunnen wegnemen. Dáárvan kon Paulus overigens zelf meespreken! 
 
Aangetast in het geweten kiest de oude mens liever voor vrijzinnigheid, en denkt dan dat dit de ware vrijheid van denken en handelen is. Hij wil gretig uit alles winst slaan, zelfs uit allerlei immorele praktijken: ontucht, driften, onkuisheid, lage begeerten, hebzucht en afgoderij; beschimping, gramschap, wraak, leugen, laster, enz. ... Maar, pas op, wie immoreel onrecht doet of toelaat, krijgt vroeg of laat, van nature uit, zijn onrecht terug toegespeeld! 
 
De oude mens in onze moderne tijd heeft geen besef meer van zonde. Zelfs de woorden "zonde en berouw" kent hij niet meer; laat staan het Biechtsacrament... En dát terwijl hij, vaak ondanks veel goede wil, toch in zoveel opzichten en bij zoveel gelegenheden - hetzij door roekeloze daden, hetzij door nalatigheid - zonde op zonde tegen zijn Schepper begaat. 
 
De "nieuwe mens", met zijn door de heilige Geest levendgemaakte geest dient God in het nieuwe leven van de geest. Op die wijze wordt hij ook in zijn psychisch leven gehoorzaam, en dáármee kan hij ook het lichaamen zijn begeerten in bedwang houden. Want wie in Christus werd gerechtvaardigd, is een nieuwe schepping, wedergeboren en verzegeld met de heilige Geest. En dáár gaat het juist om in het Geloof! Hij heeft de oude mens afgelegd en is voorgoed afgestapt van zijn vroegere levenswandel, die immers te gronde gaat aan zijn eigen bedrieglijke begeerten ... (Ef.4,22-30) 
 
De nieuwe mens groeit naar het beeld van zijn Heiland. Zijn "oude mens" is nu met Christus gekruisigd! En zo is dan aan zijn vroeger ledig bestaan - in de zonde en in de slavernij van Gods vijand - een einde gekomen. Dan behoort de nieuwe mens niet meer aan zichzelf toe, maar aan Hém die de dood heeft overwonnen. Verbonden met Jezus zal hij altijd trachten te leven naar het beeld van zijn Schepper; kan hij vrucht dragen voor God en tracht hij nu reeds de Heer Jezus te volgen in Zijn overwinningsleven. 
 
Nog een ander uiterst belangrijk mysterie dat aan Paulus werd geopenbaard door de heilige Geest, raakt de apostel aan in deze "Brief aan de Efeziërs". (5,29-32) Christus is het Hoofd van de Ene Kerk, die Jezus' Lichaam is. Een Kerk waar voor God geen onderscheid meer is tussen Jood en niet-Jood. Hij is met haar verbonden als de Bruidegom met Zijn Bruid. En dit wordt, volgens Gods Heilsplan met de mensen, telkens weer voorafgebeeld door het Sacrament van het Huwelijk: eens verbonden, verder onscheidbaar! (Ef.1,22 & 5,23-29 & Kol.1,18) 
 
Maar ach, Paulus weet natuurlijk wel dat "de oude mens" zo vaak weer probeert de overhand te krijgen, ook in het leven van een oprechte gelovige. De mens is daardoor voortdurend in een strijd gewikkeld. Het is een goede strijd - maar soms een harde strijd! - die in de Kracht van de Heilige Geest moet gevoerd worden, en die op veel punten het hele leven lang verder gaat. Paulus' bekentenis in de "Brief aan de Filippenzen" (3, 10-14), geschreven nog kort voor zijn onthoofding te Rome door keizer Nero, luidt: Ik wil Christus kennen; ik wil de kracht van Zijn Opstanding ervaren en de gemeenschap met Zijn lijden; ik wil steeds méér op Hem gelijken om eens te mogen komen tot de opstanding uit de doden. Niet dat ik het al bereikt heb! Ik ben nog niet volmaakt. ... Maar ik streef er vurig naar om het te grijpen, gegrepen als ik ben door Christus Jezus. Nee, broeders en zusters, ik beeld me niet in, er al te zijn ... Alleen dit: vergetend wat achter mij ligt, mij uitstrekkend naar wat voor me ligt, storm ik af op het Doel: de prijs van Gods hemelse roeping! (Fil.3, 10-14) 
 
"De Brief aan de Kolossenzen" 
 
Een ander mysterie werd hierin onthuld, namelijk dat het Woord Gods nu eindelijk tot héél het mensdom is gekomen in zijn volheid, in Jezus Christus! Na de eerste volgelingen van Jezus, de messiaanse Joden, krijgen nu ook de niet-Joden daarmee inzicht in de Messias-geheimenis: de Liefde-Boodschap en de betekenis van Jezus' verzoenend Kruis-Offer, waaraan zij nu allen samen mogen en kunnen deelnemen tijdens de Eucharistische Vieringen, als offeraars! (Gr. hiëreis; 1 Petr.2,9) 
 
Weg met alle waardeloze en bedrieglijke heilstheorieën: allerlei menselijke bedenksels, die aan planeten of aan geheimzinnige machten "goddelijke" kracht toeschrijven en voorgesteld worden als "middelaars" en zelfs als beheerders van ... het lot der mensen. 
 
Na hun vroegere vervreemding van hun levensdoel - toen nog ver verwijderd van de Ware Leer door een ongeestelijke gezindheid en door dwaze inbeeldingen - mogen de jonge gelovigen voortaan de verklaring van het grote mysterie van een God, die de Liefde zelf is, leren kennen. Ze worden weer verzoend met hun hemelse Vader en kunnen voor Hem verschijnen, zonder blaam of smet. 
 
Ook hier heeft Paulus het over de nieuwe mens: Maakt radicaal een einde aan immorele praktijken. Deze dingen roepen Gods toorn af. Jullie hebben zich indertijd eveneens hieraan overgegeven en in deze zonden geleefd. Maar nu moeten jullie dat alles afzweren. Weg met toorn, gramschap, leugen, laster en beschimping... Legt de oude mens af met al zijn zinloze gedragingen en overkleedt je met de nieuwe mens, die op weg is naar het ware inzicht, zich steeds weer vernieuwend naar het beeld van zijn Schepper! (Kol.3,5-10) 
 
Paulus beschrijft in deze Brief de doelstellingen van de nieuwe mens als volgt: 
Beoefent, als Gods heilige en geliefde uitverkorenen, steeds tedere ontferming, goedheid, deemoed, zachtheid en geduld. Verdraagt elkaar en vergeeft elkaar. Zoals de Heer jullie vergeven heeft, zo moeten ook jullie aan anderen vergiffenis schenken. De vrede van Christus zij in jullie hart; daartoe zijn jullie immers geroepen als trouwe leden van één Lichaam, Christus' Kerk. Het Woord van Christus moge in zijn volle rijkdom onder jullie wonen. Leert en vermaant elkaar met alle wijsheid. En al wat jullie doen in woord of werk, doet alles in de Naam van Jezus de Heer, de Vader dankend door Hem! (Kol.3, 12-17) 
 
"De 2de Brief aan de Thessalonicenzen"
 
Nog een andere geheimenis welke aan Paulus werd geopenbaard, was die betreffende het sluw en geheimzinnig optreden van de Antichrist. Het was al vanaf het allereerste begin van Jezus' openbaar leven in werking getreden, op alle fronten. In welke andere religie voorspelt de stichter zelf dat zijn trouwe volgelingen te allen tijde en over heel de wereld, zonder enige reden, zullen gehaat en bloedig worden vervolgd? (Joh.15,20 & 17, 14; 2Tim.3, 12) 
 
Zo heimelijk werkt de Antichrist dat de grote meerderheid van de mensen - ja soms christenen en zelfs ... bisschoppen - niet eens merken dat hij de Kerk aan het afbreken is, en zij hem zowaar nog hun steun toezeggen. Velen kunnen tegenwoordig geen onderscheid meer maken tussen wat van de Heer komt, en wát van zijn vijand ... Blijkbaar omdat ze niet om "de Geestesgave van Onderscheiding" hebben leren bidden; of omdat ze niet hebben geluisterd naar diegenen die deze belangrijke Geestesgave wél hebben ontvangen. 
 
Die "zoon des verderfs", de wetteloze, zal verder blijven werken om in alle landen het Heilswerk van Jezus Messias te verhinderen en, zo mogelijk, daar waar Jezus' Blijde Boodschap reeds ingang heeft gevonden, alles weer ongedaan te maken ... Daarom zien veel gelovigen reeds uit naar de dag van de glorierijke Wederkomst van de Heer! Maar die Grote Dag zal pas komen, nadat de afvalligheid binnen de Kerk is doorgebroken en de Antichrist in volle openbaarheid optreedt, zodat hij zelfs in de tempel zal willen zetelen om "als god" vereerd te worden. 
 
Zo schrijft Paulus (2Thess.2,7-10): Het geheim der goddeloosheid doet zijn werking al gevoelen, alleen moet eerst Degene die hem nu nog tegenhoudt (de heilige Geest!) zich terugtrekken. Dan zal de goddeloze zich echt in het openbaar vertonen. Zijn komst zal steunen op de kracht van de Satan, en zal vergezeld gaan van wonderen, tekenen en allerlei lokmiddelen ... Ja, van alle mogelijke misdadige verleidingen, bestemd voor hen die verloren willen gaan, omdat ze zich hebben afgesloten voor de liefde tot de Waarheid, die hen had kunnen redden ...
 
Maar onze Heer is getrouw. Hij zal zijn volgelingen blijven bemoedigen en behoeden voor de Boze - althans als ze niet moede worden van het goede te doen - en dat tot op de Dag van zijn Wederkomst waarmee het definitieve einde van de wereldwijde heerschappij van de Antichrist aangebroken is. 
 
"De 1 ste Brief aan Timotheüs" 
 
Hierin drukt Paulus zijn trouwe vriend Timotheüs op het hart om (als bisschop) alleen die mannen tot diakenen en priesters (Gr. "presbyteroi") te wijden die het Heilsmysterie van het Geloof - én van de godsvrucht, wat er uiteraard mee samengaat! - trouw gebleven zijn en het eerlijk weten door te geven. (1Tim.3,9) Waarheden die door Christus' Kerk hoog in het vaandel worden gedragen, het oude Credo van de Kerk, die pijler en grondslag is van de Waarheid!
Paulus schrijft (1Tim.3, 15-16): 
"Ongetwijfeld is dit het grote Heilsmysterie van onze godsdienst! God werd geopenbaard in menselijke gedaante 
(de Menswording van God de Zoon!); 
Hij is gerechtvaardigd door de neerdaling van de Heilige Geest 
(bij de Doop door Johannes in de Jordaan); 
en is verschenen aan engelen (die Hem dienden) 
(na de veertigdaagse vasten in de Woestijn van Juda): 
Hij werd verkondigd onder de volken (zowel Joden als niet-Joden) 
(door apostelen en leerlingen in Zijn dienst geroepen). 
Wereldwijd kwamen mensen tot Geloof in Hem; 
(en in zijn Blijde Boodschap en in zijn Liefde-Offer!). 
En Hij werd opgenomen in heerlijkheid! 
(ten hemel gevaren 40 dagen na Pasen van het jaar 30)." 
 
* * *
 
Het Grieks woord "mystèrion, mystèria" komt 20 maal voor in de Brieven van de apostel Paulus. In de Nederlandse vertalingen vervaagt dit belangrijk begrip meestal vanwege het door elkaar gebruik van omschrijvingen met termen als "geheimenissen, geheimen, mysteriën" of nog andere. Toch gaat het hierbij telkens weer juist om de meest essentiële christelijke Geloofswaarheden, die tegenwoordig in de westerse wereld, onder invloed van taaie ketterijen zoals het rationalisme en het individualisme, geloochend of zelfs heftig worden bestreden. Het betreft Heilsgegevens die in het praktisch leven van elke christen en van de hele Kerk een grote rol horen te spelen. Tot meerdere eer en glorie van God! 
 
Oktaaf Boie, 
Lic. Germ. Filologie, Lic. Oosteuropese Taalkunde & Geschiedenis 
Noorweegse Kaai 41, 8000 Brugge

Comments are closed.
    Overzicht Artikels
Powered by Create your own unique website with customizable templates.
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht