• Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht
THOMAS MORE GENOOTSCHAP
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht

Archief Positief

Op deze pagina worden artikels aangeboden uit tijdschrift POSITIEF sinds 1969

Het prille Begin van de Mariaverering. Alles begon met God!

29/1/2025

 
Verschenen in POSITIEF nr. 375 – OKTOBER 2007

​God had van alle eeuwigheid een Heilsplan voorzien om het in zonde gevallen mensdom een kans tot redding te geven. In dit Heilsplan was het zo dat God de Vader, in de volheid der tijden, Zijn Zoon Mens zou laten worden om onder de mensen zijn Blijde Boodschap te brengen. Een Boodschap van Eeuwig Heil, hier op Aarde beginnend en eeuwig voortdurend in het hiernamaals. Deze Mens, een drievoudig Gezalfde (Hebr. Masjach d.i. Messias), zou optreden tegelijk als de Profeet bij uitstek, als de Hoogste Offeraar en als de Ware Koning. In dat Plan was er uiteraard een vrouw nodig uit wie deze Messias zou kunnen geboren worden. God wilde daarvoor soeverein een Joods meisje uitverkiezen. Deze unieke uitverkorene moest, om in lijfelijk contact te kunnen treden met God de Zoon, smetteloos zijn van bij de ontvangenis in de schoot van haar moeder, die in de overlevering Hannah genoemd werd. En, wat God wilde, dat gebeurde! 
 
Maria moet iets van die uitverkiezing reeds in haar jeugd hebben ervaren: 
God had een groots plan met haar leven. Haar ouders en ook de mensen uit haar omgeving zullen dat wel hebben opgemerkt. Haar verloving - als kind reeds en door de wederzijdse ouders wel te verstaan! - met Jozef, een man uit het koninklijk geslacht van David, wijst daar voldoende op. Maar Maria dacht er persoonlijk anders over: zijzelf erkende geen echtgenoot. De Heer was en bleef voor haar de enige ware Bruidegom. 
 
De boodschap van de engel Gabriël dat zij het was die door God werd geroepen om de moeder van de langverwachte Messias te worden, was in feite reeds de eerste eerbetuiging: 
           Verheug je, Begenadigde, de Heer is met jou! 
           Je zult zwanger worden en een Zoon ter wereld brengen
           die Zoon van de Allerhoogste zal genoemd worden. 
           En, aan zijn koningschap zal geen einde komen! 
 
Wat een eretitel: Begenadigde! "Begenadigde" betekende niets anders dan dat zij, al bij voorbaat, gevrijwaard werd van de smet van de Erfzonde. (vgl. Efese 1,6) Door de Heilige Geest geleid schreef Paulus aan de Romeinen (8,30):
             Die Hij heeft voorbestemd, heeft Hij ook geroepen; 
             die Hij riep, heeft Hij gerechtvaardigd
             en die Hij rechtvaardigde, heeft Hij ook verheerlijkt! 
 
Meer dan op wie ook was dit geïnspireerd woord letterlijk toepasselijk op Maria: zij werd door God verheerlijkt, en haar nicht Elisabeth, geïnspireerd door de Heilige Geest, besefte dat. 
 
Het meisje vraagt zich natuurlijk af. Hoe kan, zonder de tussenkomst van een menselijke bruidegom, de Messias toch uit mij geboren worden? Maar de engel stelt haar gerust: 
 
     De Heilige Geest zal over jou komen 
     en de kracht van de Allerhoogste zal je overschaduwen.
     Daarom zal jouw Kind Zoon van God genoemd worden! 
     Voor God is immers niets onmogelijk. 
 
En Maria, die reeds als jonge vrouw de Bijbel goed kende en, zoals alle Joden in die tijd, de nabije komst van de Messias verwachtte, begreep wat die goddelijke uitnodiging van de Engel des Heren betekende. Daarom antwoordde ze met volle overtuiging: 
        Zie de dienstmaagd van de Heer; mij geschiede naar uw woord.
 
Maria, hoewel zelf geen Aronitische, was verwant met een Aronitisch echtpaar uit Judea: Zacharjah en Elisabeth. Ze reisde daarom met spoed naar Judea om hun het grote nieuws te melden en zich, samen met haar nicht Elisabeth, te verheugen over hun beider uitzonderlijk moederschap. 
 
Zodra Elisabeth Maria's groet hoorde, voelde ze het kind in haar opspringen. En vervuld met de Heilige Geest riep ze uit: 
      Gezegend ben jij boven alle vrouwen, 
      en gezegend is de Vrucht in je moederschoot! 
      Waaraan heb ik dit grote voorrecht te danken 
      dat de moeder van mijn Heer - mijn Kyrios! - tot mij komt? 
 
En haar begroeting gaat over in een gebed: 
      Zalig is zij die geloofd heeft dat in vervulling zal gaan, 
      wat haar vanwege de Heer aangezegd is! (Lk. 1,41- 45) 
 
Maar ook Maria wordt daarop vervuld met de Heilige Geest en zingt haar Magnificat uit in bewoordingen die zij goed genoeg kent uit "het Boek der Psalmen". Haar eigen Zoon, die haar Redder is, zal de Redder zijn van Israël, ja van heel het Mensdom: 
         Zie, voortaan zal elke menselijke generatie mij zalig prijzen, 
          want de Heilige en Almachtige deed aan mij Zijn grote werken!
          (Lk. 1,48-49) 
 
Zacharjah, de man van Elisabeth, met de Heilige Geest vervuld, had begrepen dat met de geboorte van zijn zoon Johannes, de komst van de Messias heel nabij zou zijn. Door het bezoek van Maria wist hij dat zijn eigen zoon nu welbepaald voor Maria's Zoon zou uitgaan om voor Hem, als langverwachte Messias, de weg te banen. 
 
Bij de geboorte van de Heer Jezus waren de eersten die Maria en Jozef in de grot ontmoetten, een groepje eenvoudige herders. Dezen maakten nadien het grote nieuws overal onder het volk bekend: de Messias is geboren, gewoon uit een jonge joodse vrouw! De tweede groep in de reeks getuigen van de geboorte waren de wijzen uit het Oosten. (Waarschijnlijk uit Irak, waar veel Joden nog sinds de Babylonische ballingschap achtergebleven waren.) Zo kregen rijk en arm de kans om van de komst van de langverwachte Messias te getuigen. 
 
De evangelist Mattheüs gebruikt verder bij zijn relaas steeds de woorden: het Kind met zijn moeder, het Kind en zijn moeder! Hieruit blijkt duidelijk dat niet alleen Jozef, Zacharjah en Elisabeth maar ook de evangelist, zoveel jaren later, grote eerbied tonen voor de moeder van de Messias. Het kan ook niet anders of hij , Mattheüs zal persoonlijk door Maria op de hoogte zijn gesteld van de historische feiten die zich - toen reeds meer dan 65 jaar geleden! - rond Jezus' geboorte en kort daarna hadden voorgedaan. Ook de evangelist Lukas is bijzonder goed door Maria op de hoogte gebracht hoe alles in Nazareth en Bethlehem in zijn werk is gegaan. Hij vindt het nodig tweemaal te verklaren dat Maria alle woorden bijhield en de diepere betekenis ervan steeds weer overwoog. Ja, tot op de dag dat Lukas haar te Jeruzalem ontmoette, zestig jaren later! (Lk.2, 19 en 2,5 1) Men mag daarom gerust zeggen 'dat de eerste twee hoofdstukken zowel van het Evangelie volgens Mattheüs als van dat volgens Lukas, te danken zijn aan het door Maria persoonlijk uitgebracht gedetailleerd verslag. 
 
Wat dan verder de rol van Maria is geweest in het ontstaan van het zogenaamde Johannes- evangelie zullen we wel nooit te weten komen. Waar Maria echter na de kruisdood van haar Zoon haar intrek nam ten huize van de evangelist Johannes, zal de dagelijkse dialoog van beide door de Heilige Geest bezielde mensen, wel niet zonder invloed geweest zijn op de belangrijke gedachtegangen verwerkt in dit Bijbelboek! 
 
Typisch voor het Johannes-evangelie is bijvoorbeeld het verhaal over de bruiloft te Kana. De wijn raakt voortijdig op ... De ouders gaan met hun probleem niet naar Jezus, maar naar zijn moeder. Op de mededeling van Maria dat er geen wijn meer is, zorgt de Heer Jezus voor een enorme hoeveelheid allerbeste wijn. Waarlijk een Wijn-wonder dat niet moet onderdoen voor het Brood-wonder: voorafbeeldingen van de heilige Eucharistie! 
 
Jammer genoeg hebben de meeste vertalingen van dit gebeuren, Jezus onbeschofte woorden in de mond gelegd: "Vrouw, is dat soms jouw zaak ... ?" Of erger nog: "Vrouw, wat heb ik met jou te maken!" Dit was later voor ongelovigen een reden om te zeggen dat Jezus niet eens zijn moeder ... eerde. Maar de hier in het Grieks letterlijk vertaalde typische Hebreeuwse zegswijze komt herhaaldelijk voor in de Bijbel. En overal is ze het best te vertalen met: "Wat wil je toch van mij (of: van ons)?" Jezus wilde haar laten voelen, dat aan zijn openbaar optreden enorme consequenties zouden verbonden zijn, voor hen beiden. "Moeder, wat wil u toch van Mij? Weet u wel dat zodra Mijn uur gekomen is, ook voor u een uiterst pijnlijke tijd zal aanbreken?" (Joh.2,4) 
 
Uit het gebruik van deze zegswijze blijkt helemaal niet dat de Heer geen eerbied had voor zijn moeder. Integendeel! Hij weet dat ook haar eigen ziel menigmaal als door een zwaard zal worden doorboord, vanaf het moment dat Hij in de openbaarheid zal gaan optreden ... Immers als een Teken ...dat overal zal worden tegengesproken (Lk.2,34-35). Jezus wist maar al te goed wat de onverschilligheid, de verwerping, de laster, de haat van de geestelijke overheden, het ongeloof van de massa's en ten slotte nog zijn kruisdood voor zijn lieve moeder zouden betekenen! 
 
Ja, onze moderne vertalingen van feiten die zich 2000 jaar geleden voordeden in een totaal andere cultuur en denkwereld, lopen vaak mank. Een ander typisch voorbeeld is de plaats waar staat dat zijn bezorgde verwanten Hem kwamen opzoeken te Kafarnaüm, soms vertaald met: "Zij zeiden dat Hij niet bij zijn zinnen was ... "
 (Mc.3,21). De vertaling "Zij zeiden ... " deed sommigen beweren dat het Jezus' broers en zijn moeder waren die zoiets dachten en zeiden! 
 
De juiste vertaling is echter "Men zei ... " En wie er nu precies met die "men" bedoeld werden, kan men lezen in de zin die volgt: met name de schriftgeleerden, speciaal uit Jeruzalem overgekomen, en sommige Farizeeën (Mc.3,22 & par.). Zij lasterden daarmee niet alleen Jezus maar, veel erger nog, Gods Heilige Geest. 
 
Ook de woorden door Jezus uitgesproken toen zijn moeder en broers Hem wilden spreken, worden vaak verkeerd geïnterpreteerd: "Wie zijn mijn moeder en broeders? Zij die het woord horen en ernaar handelen, zij zijn mijn moeder en mijn broeders!" (Lk. 8,21 & par.) Maar de Heer Jezus bedoelde hier: "Mijn broers en mijn moeder zijn zij die, net zoals mijn moeder, geloven en de Wil van mijn hemelse Vader volbrengen!" Daarmee verwees Jezus niet alleen naar zijn moeder, maar tegelijk reeds naar Zijn Kerk, onze Moederkerk, waarvan Maria in vele opzichten het prototype is. 
 
Parallel met deze uitspraak luidt het antwoord van Jezus op de uitroep van de vrouw uit het volk: "Zalig de schoot die U gedragen heeft en de borsten die U hebben gevoed!" En zijn antwoord: "Zeker, zalig zijn ook allen te noemen die - zoals mijn moeder - naar het woord van God luisteren en het in hun leven ook waarmaken!" (Lk. 11, 27-28) Door deze passage ziet men bovendien dat de joodse volksvrouwen Jezus' moeder Maria toen reeds grote verering toedroegen. 
 
(Waar is die mooie tijd dat in ons land bij een priesterwijding of bij de thuiskomst van hun missionaris heel het dorp aan het feesten ging? - Is dit niet een goede tip voor onze moderne Katholieke Vrouwenverenigingen?) 
 
Dat de gekruisigde Jezus bezorgd was om het lot van zijn moeder, een verweesd achterblijvende weduwe in een vijandige wereld, bewijst zijn kruiswoord: "Vrouw, ziedaar uw zoon!" En van dat ogenblik af nam de apostel Johannes haar bij zich in huis. (Volgens de overlevering is deze apostel voor Jezus' moeder blijven zorgdragen tot haar opneming ten hemel, waar zij voor eeuwig verenigd werd met haar Zoon.) 
 
Hierbij denken we aan Jezus' belofte Zijn Kerk niet verweesd achter te zullen laten, maar de Heilige Geest te zenden, als zijn plaatsvervanger! (Joh. 14,25-27) 
 
Niet te verwonderen dan dat Maria onder de Galileïsche vrouwen, te Jeruzalem kort voor Pinksteren, door Lukas apart werd genoemd, samen met de elf apostelen. Ze waren in de bovenzaal van het Laatste Avondmaal eensgezind blijven bidden in afwachting van de komst van de Heilige Geest. 
 
In de bewaard gebleven "Tweede Brief van Johannes" richt deze apostel - die zich presbyter noemt onder de vele presbyters - zich tot "De uitverkoren Vrouwe, die hij waarachtig liefheeft. En niet alleen ik, voegt hij er uitdrukkelijk aan toe, maar allen die de Waarheid hebben erkend!" D.w.z. de hele Jonge Kerk heeft haar lief! Is liefhebben in zekere zin niet veel méér dan alleen maar vereren! 
 
Verderop luidt het: "En nu bid ik u, Vrouwe ... en het is (zoals u wel weet!) geen nieuw gebod, maar het gebod dat wij van het begin af (van uw Zoon!) hebben meegekregen: Laten wij elkander liefhebben!" 
 
De brief besluit: "Ik heb u nog veel mee te delen, maar doe het niet schriftelijk. Ik hoop weer bij u te komen om alles persoonlijk te kunnen delen met u, opdat onze blijdschap volkomen zij!" (vers 12) 
 
In die tijd waren verre reizen, vooral per schip, inderdaad niet zonder risico's. Jammer genoeg heeft Johannes er niet aan toegevoegd dat die uitverkoren Vrouwe welbepaald Maria heette 'en dat "haar kinderen" de trouwe gelovigen waren te Efese, in de Romeinse provincie Asia en wellicht nog ver daarbuiten. 
 
Nu weten we dat er, tientallen jaren tevoren, onder het kruis op Golgotha drie Maria's stonden: Jezus' moeder, Maria van Klopas, de zuster van Jezus' moeder en Maria van Magdala. Deze "Tweede Brief van Johannes" eindigt met het overbrengen van de groeten "vanwege de kinderen van Maria 's uitverkoren zuster"(vers 13)! Hij was bij deze gelovigen -- blijkbaar ver van Efese verwijderd -- eens op pastoraal bezoek. Maria's zuster zelf was, toen deze brief geschreven werd, reeds niet meer in leven. 
 
In Johannes' boek Apokalyps (d.i. Openbaring; 12,5-6) is er duidelijk genoeg sprake van Maria en haar Zoon: 
     En zij baarde een Kind, een Zoon, 
     Die alle volken zal weiden met een ijzeren staf. 
     En haar Kind werd ijlings weggevoerd naar God en Zijn troon.
     En de vrouw vluchtte naar de woestijn, 
     waar zij een plaats heeft van Godswege bereid, 
     om daar gespijzigd te worden. (Apok.12,5-6)
Maar tegelijk krijgt men de indruk dat hier sprake is van Jezus Christus en Zijn Kerk, waarvan Maria, volgens Johannes, inderdaad het prototype is. 
 
Een betrouwbare overlevering vertelt dat Johannes en Maria, na de vlucht uit Jeruzalem en het Joodse Land, in de jaren 68-70, hun intrek namen in een huisje te Efese. Efese was de stad van de moedergodin Artemis die daar in de maand mei met grote heidense feestelijkheden gevierd werd. Op geestelijk gebied dus een woestijn, het domein van de Satan ... Keizer Constantijn deed in 313 de Katholieke Kerk als tweede staatsreligie erkennen naast de religie van de heidenen. Geen wonder dat de christenen te Efese - en straks op veel andere plaatsen! - op hun beurt Maria, de moeder van de Heer, begonnen te vieren, eveneens in de maand mei! Toen dan eindelijk keizer Gratianus in 381 de Katholieke Moederkerk tot de enige toegelaten staatsreligie uitriep, konden deze vieringen ongestoord verder gaan, voortaan zelfs over heel het uitgestrekte Romeinse Rijk! Het is inderdaad bekend dat in Efese, reeds voor het jaar 500, jaarlijks verschillende Mariafeesten werden gevierd. 
 
De Jonge Kerk had helaas, door het verwoed werken van de Antichrist, af te rekenen met tweeërlei gevaren: enerzijds christenvervolgingen en regelrechte kerkvervolgingen, en anderzijds tal van ketterijen die de kerkelijke kringen trachtten binnen te dringen, en de Kerk te gronde wilden richten. 
 
"Was Jezus wel waarlijk Mens?!" - Paulus beklemtoont daarop in zijn "Brief aan de Galaten", dat God Zijn Zoon zond, geboren uit een vrouw, geboren onder de wet... (Gal.4,4) "Was Jezus wel waarlijk God?!" - Paulus moest naderhand in zijn "Brief aan de Romeinen" (10,9) weer sterk bevestigen: "Als jullie mond belijdt dat Jezus de Heer (de Kyrios!) is ... zullen jullie gered worden!" En in zijn Eerste Brief aan de Korintiërs (12, 4) had hij al verzekerd: "Niemand is in staat te zeggen 'Jezus is God (de Kyrios!) tenzij door de Heilige Geest." 
 
De verering van Jezus' moeder, de volksdevotie tot de moeder Gods, nam steeds concreter vormen aan naarmate de apostolische vaders, in de Leer van de Katholieke Kerk (of - de Ecclesiologie) Maria meer en meer begonnen te zien als een beeld van de Kerk van Christus. Zoals Adam en Eva door hun zondeval, in plaats van vader en moeder der levenden, "vader en moeder der verlorenen" werden, zo werd de Heer Jezus de Redder en de Nieuwe Adam. En daaruit volgde dan dat Maria, de moeder van de Redder, volgens sommige apostolische vaders, de nieuwe Eva, "De moeder der levenden" was. De apostel Paulus had reeds aan de Romeinen (5, 14-15) geschreven dat Adam het beeld was van de Mens die nog komen moest. De fout van een mens bracht allen de dood, maar aan allen schonk God de gave van zijn genade, door de ene Mens Jezus Christus. Zoals door de gehoorzaamheid van een mens, Adam, allen zondaars werden, zo zullen door de gehoorzaamheid van Eén allen gerechtvaardigd worden! (Vgl. 1 Kor. 15,22) 
 
Ditzelfde principe werd door de apostolische vaders verder uitgewerkt en vaak ook op Maria betrokken. Enkele frappante voorbeelden: Ignatius van Antiochië, vanaf 69 bisschop van Antiochië, doodgemarteld te Rome kort na 107. In zijn Brief ''Efese" (7,2) getuigt hij: "De éne Christus is tegelijk God en Mens. Hij is werkelijk de Mensgeworden Zoon van God. Hij mocht zich God noemen omdat Hij "geboren was" uit God; en Hij mocht zich "de Zoon des Mensen" noemen, omdat Hij geboren werd uit een mens, Maria." 
 
Justinus Martyr. Hij werd geboren in het Samaritaanse Sichem en kwam rond 130 tot geloof in Jezus als "het Woord van God". In Rome stichtte hij een school voor christenen en heidenen met als doel, met behulp van de filosofie, het christelijk geloof te verdedigen. Hij stierf te Rome rond 165 als martelaar. Hij was de eerste die een leer over Maria ontwierp als zijnde de nieuwe Eva, naast Jezus, de Nieuwe Adam ("Dialoog met de Jood Tryfori", 100). Daarmee werd op bescheiden wijze de theologische rol die de Mariologie zou gaan spelen in het geheel van de ecclesiologie, reeds enigszins voorbereid. 
 
Ireneus, afkomstig uit Klein-Azië en leerling van Polycarpus - die zelf een leerling was van de evangelist Johannes! - werd naar Gallië gestuurd en te Lyon tot het bisschopsambt verheven rond het jaar 178. Hij verklaarde dat Jezus Christus tegenover Adam, de stamvader van de in zonde gevallen mensheid, de nieuwe Stamvader is van de verloste Mensheid. Ook stelde hij het volgende: "onder Christus, als de Nieuwe Adam, is Maria de nieuwe Eva". Zoals de oude Eva oorzaak was van onze dood, zo is de Nieuwe Eva oorzaak geworden van ons Heil. (Adv. Haer. 111, 22,4; V, 19 & Dem. 33) En, zoals Adam geschapen werd uit "de maagdelijke aarde van voor de zondeval", zo werd Christus geboren uit de reine maagd Maria door de Heilige Geest. (1 b. 111, 21, 10) Doordat Maria het leven heeft geschonken aan Christus, heeft zij onrechtstreeks het leven geschonken aan allen die "in Christus" zijn. Aan de Kerk! Hippolytus van Rome (in 235 gestorven als martelaar) schreef in zijn theologisch werk "De Antechristo, 4 & 8" dat Gods Woord heilig vlees aangenomen heeft uit de heilige Maagd. En zoals de Ark des Verbonds vervaardigd werd van onbederfelijk hout, is ook Christus voortgekomen uit de reine heilige maagd Maria, onder de inwerking van de Heilige Geest. Alexander, bisschop van Alexandrië vanaf 312, gebruikte in zijn tijd al voor Maria de term "Theotokos", d.i. de moeder Gods en uit zijn teksten blijkt dat hij deze term toen reeds beschouwde als algemeen bekend. 
 
De grote theoloog Origenes (+ in 253/4) spreekt over de dubbele geboorte van Jezus Messias en noemt Maria eveneens de "Theotokos". Volgens hem zegt de Heer aan elke christen - zoals eens voor Johannes - tot Zijn moeder: "Ziedaar uw zoon (uw dochter)!" 
 
Epifanius van Salamis, kerkvader, geboren ca. 315. Tegen de ketters die de menselijke natuur van Jezus verwerpen beklemtoont hij de term "Theotokos" voor Maria (d.i. "zij die, als reine maagd, God baarde") en noemt haar "Moeder der levenden". Hij beschouwt haar terecht als mede-overwinnares in Christus. (Vgl. Paulus' uitspraak in Rom. 8,37: "Maar in al deze dingen zijn wij, gelovigen, méér dan overwinnaars door Hem, die ons heeft liefgehad!") 
 
Wel meent hij te moeten stelling nemen tegen gelovigen die haar - in zijn tijd reeds! - als een soort godin begonnen te vereren en zelfs te ... aanbidden. "Men vereert Maria, maar men aanbidt de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Niemand mag Maria aanbidden!" (Panarion 78, 11 en 24; 79,4 en 7) 
 
Ook Ambrosius, vanaf 374 bisschop van Milaan, hoewel een groot vereerder van Maria, waarschuwt in zijn Mariologie ernstig voor overdrijvingen: "Maria is (zoals elke christen) Tempel van de Heilige Geest, maar niet de God van die Tempel. Aanbid dus alleen Hem die (als God) in de Tempel aan het werk is!" (Over de Heilige Geest, 111, 11,80) 
 
Waar verder de Kerk in haar Apostolische Geloofsbelijdenis al heel vroeg, in "de Twaalf Artikelen", het Katholiek Geloof samenvatte, moest elke doopleerling bevestigen dat de Heer Jezus was geboren uit de maagd Maria. Bij het Doopsel, van hem of haar, werd naderhand verwacht dat dit feit hierbij openlijk beleden werd. 
 
Let wel! Men mag de Mariologie niet verwarren met de "Devotie tot Maria". Die toewijding is normaal onder het gelovige volk meegegroeid naargelang de theologen in de Mariologie meer en meer de typische plaats van Maria in de Ecclesiologie probeerden te bepalen. In de theologische geschriften van apostolische vaders en latere kerkvaders werd uiteraard over een Maria-cultus weinig of niets geschreven ... Maar uit bepaalde apocriefe geschriften blijkt heel duidelijk dat in de IIe en IIIe eeuw, onder de bekeerlingen reeds een grote vraag bestond naar nog "veel meer gedetailleerde kennis" over het dagelijkse leven van Maria. En die vraag werd - door voor ons overigens totaal onbekend gebleven schrijvers - beantwoord door middel van niet langer op de Bijbel gefundeerde, maar wel heel vrome Maria-legenden! Deze getuigen ervoor dat in de eerste eeuwen, onder het gewone kerkvolk, de spontane populaire devotie voor Jezus' moeder bleef voortleven. Die zou gestadig aangroeien en zelfs al heel gauw overal in de kunst en in de populaire liturgie een plaatsje veroveren. 
 
Oktaaf Boie, 
Lic. Germ. Filologie, Lic. Oosteuropese Taalkunde & Geschiedenis 
Noorweegse Kaai 41, 8000 Brugge 
 
Nota: wie meer uitvoerige mariale teksten van de hand van de kerkvaders wil lezen, kan ze vinden in het boek van de bekende theologe uit Zeist, Martie Dieperink. "De Bijbel in het licht van de oude kerkvaders"

Opmerkingen zijn gesloten.
    Overzicht Artikels
Powered by Create your own unique website with customizable templates.
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht