• Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht
THOMAS MORE GENOOTSCHAP
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht

Archief Positief

Op deze pagina worden artikels aangeboden uit tijdschrift POSITIEF sinds 1969

Maria, het typisch beeld van de katholieke Heilige Kerk

31/1/2025

 
Verschenen in POSITIEF nr. 442 – MEI 2014

​De Aankondiging door de engel Gabriel 
 
Maria was al van in de moederschoot door God begenadigd. De Vulgaat vertaalt het als "Door Genade ten volle (Mens)". Zij was dus zoals de Schepper oorspronkelijk de Mens bedoeld had. Zo heeft Hij dat thans weer voor alle gelovigen, d.i. voor heel de Heilige Kerk, volbracht door het Kruis-Offer van onze Messias. Maria moest aan ons - door de Wil Gods! - uit vrije wil, Jezus Messias geven, en dat moet de Heilige Kerk evenzo. 
 
Zij werd geboren in de jaren 23/22 voor onze christelijke tijdrekening. Zij was dus al ongeveer 18 jaar toen de engel Gabriel aan haar verscheen. Hij is het die aan deze jonge maagd de schitterende boodschap bracht dat zij moeder kon worden van de duizenden jaren lang verwachte Messias, die de Zoon van de Allerhoogste genoemd zou worden. "Hij zal de troon van zijn voorvader David bestijgen, en als Koning heersen over het volk van Israël," luidde het. Maria was opgetogen: zij zou nu de wens van miljoenen vurige bidders mogen helpen vervullen. Aan de engel vroeg ze alleen maar: "Hoe moet dat gebeuren, want ik beken geen man?" De engel verklaarde: "De Kracht van de Allerhoogste zal over jou neerdalen en je Kind zal daarom niet alleen jouw Zoon, maar ook de Zoon van God zijn!" Haar antwoord is wat alle oprechte gelovigen haar sindsdien mogen nazeggen: "Mij geschiede naar uw woord!" In het Sacrament van de Doop daalt de Heilige Geest neer over allen die willen behoren tot de Heilige Kerk, en door het Heilig Vormsel geeft Hij kracht aan wie er blijvend om bidden. 
 
Dit alles gebeurde in het jaar 6 voor Chr. in de zesde joodse maand. Niet te verwonderen dat Maria daarna, nog voor Pasen, zo spoedig mogelijk - natuurlijk tezamen met andere Nazarener pelgrims - de verre reis ondernam naar Judea. Ze wilde namelijk aan haar oudere nicht Elisabeth het grote nieuws brengen. Elisabeth was al bijna zes maanden zwanger van een zoon met wie de Heer een heel bijzonder plan had. Toen zij nu de groet van Maria hoorde, werd ze vervuld met de Heilige Geest. Ze jubelde het uit: "Jij bent de meest gezegende vrouw, boven alle andere vrouwen!" En ze noemde haar jonge nicht "de Moeder van mijn Heer"1 Dat was Maria's correcte door de Heilige Geest ingegeven naam, want zij was toen al meer dan een week zwanger van de Jezus. En het is deze mooie naam die zij meer dan duizendvijfhonderd jaar draagt bij alle christenen die sindsdien om hààr voorspraak bij de Heer willen bidden. Elisabeth voegde er nog aan toe: "Gelukkig is zij die geloofd heeft, dat de woorden van de Heer, die zij bij monde van de engel Gabriel gehoord heeft, in vervulling moeten gaan." Dat waren toch wel erg ongelooflijke en wonderbare voorspellingen. Maar hoe kan het anders? Alle woorden en profetieën van God zullen immers in vervulling gaan! Althans als alle gelovigen die ze horen - héél de Heilige Kerk, net zoals Maria - nog vast willen geloven dat een "Ja!" van God altijd in vervulling gaat. 
 
Wie was Maria? 
 
Maria was nog een jonge vrouw, maar ze kende heel goed de meest essentiële waarheden van de Bijbel, zoals duidelijk blijkt uit haar Credo, dat meestal "het Magnificat" wordt genoemd. God, onze Schepper en onze Redder, wil dat wij Hem loven en danken voor zijn grote gunsten. En dat ook wij allen jubelen om al het mooie dat de Heer met het leven van haar - en trouwens met dat van alle gelovige mensen, welbepaald met heel Zijn Heilige Kerk - bedoeld heeft. En wie dàt werkelijk willen doen, zijn inderdaad gelukkig te prijzen! God wil grootse werken doen met het leven van alle mensen, met Christus' Kerk, zoals Hij dat eenmaal met Maria gedaan heeft. Zij zong: "De nederigen overlaadt Hij met rijke gaven, maar de hoogmoedige spotters zullen daar, met ledige handen, vernederd blijven staan ... " Zouden zij soms liever met ledige handen de eeuwigheid willen ingaan? Onze hemelse Vader is heilig en barmhartig; en Hij blijft dat tot in Eindtijd! Dat is het juist wat Hij, niet alleen aan Maria beloofd heeft, die de Bruid van de Heilige Geest is. Neen! aan heel de katholieke Heilige Kerk - en trouwens ook aan elke mens, aan het hele mensdom. En dàt met een belofte "in goede en kwade dagen" als bij een "Huwelijk" van een hoog heilige God met een Kerk van gewone gelovige christenen. 
 
Maria bleef nog tot Pinksteren bij haar nicht, en reisde dan met de Nazarener pelgrims naar Nazareth terug. Johannes de Doper was nog net niet geboren, maar ze had het al wat ouder geworden echtpaar toch bijgestaan tijdens twee lastige maanden van die late zwangerschap. 
 
De Geboorte van de Messias te Bethlehem 
 
Maria en Jozef besloten nu te gehoorzamen aan het bevel van keizer Augustus dat alle mensen die eigenaars waren, zich ergens moesten laten inschrijven met het oog op rechtvaardige belastingen. Jozef, als afstammeling en erfgenaam van koning David, wilde zich voorgoed te Bethlehem, de stad van David, laten inschrijven. Hij ondernam de verre reis met zijn zwangere vrouw, maar vond te Bethlehem voor Maria geen geschikte plaats in het pelgrimshuis. De geboorte was al heel dichtbij. Zwangere vrouwen zochten vaak een eenzaam plaatsje op, in een van de grotten buiten de stad. Dààr, in een stal, werd ook de Zoon Gods geboren! Maria wond haar goddelijk Kind in doeken en legde Hem in een met hooi gevulde kribbe. 
 
Enkele herders bewaakten 's nachts, in de buurt van het stadje, de schapen die speciaal uitverkoren waren voor het Joodse Paasfeest te Jeruzalem. Die zouden straks als paaslammeren in de Tempel ritueel geslacht worden. Zo waren deze herders de eersten die in het open veld door engelen uitgenodigd werden om Jozef, Maria en het pasgeboren Kindje te gaan welkom heten. Een jaar later kwamen er ook wijze Joden uit het verre Babylonië met kostbare geschenken naar het huis dat Jozef ondertussen al in Bethlehem gebouwd had. Want ook die wijzen geloofden vast dat hier de Messias geboren was. De Gezalfde namelijk die door Jahweh geroepen was om Koning van Israël en Redder van alle verdrukte mensen te worden. Jezus werd inderdaad als echt Mens geboren ter wille van Zijn moeder Maria - en ter wille van alle mensen die, net zoals zij, het Heilig Woord geloofden, de hele Heilige Kerk dus - tot Gods kinderen en daarmee tot Jezus' erfgenamen te maken. 
 
Besnijdenis en Loskoop van het Jezuskind 
 
Het Kindje werd de achtste dag besneden. Dat is een heel pijnlijke medische en bloedige ingreep die alle mannelijke baby's in het Judaïsme moeten ondergaan. Maar bij de pasgeboren Jezus was dat reeds een duidelijke verwijzing naar het bloedige Kruis-Offer dat Hij, onze Verlosser, in onze plaats zou brengen op Golgotha, voor kleine en zelfs voor grote zondaars. Daarna gingen Jozef en Maria het Wichtje dat 40 dagen oud was aan de Heer aanbieden in de Tempel te Jeruzalem. Volgens het Judaïsme moesten de ouders dan hun eerstgeboren zoontje loskopen uit de persoonlijke eredienst aan Jahweh door middel van een offer, als losprijs. Dat was voor het goddelijk Kind Jezus natuurlijk helemaal niet nodig, maar zo luidde het in de Torah ... Voor niet-Joden geldt deze ceremonie zeker niet. 
 
Daar kwamen nu twee mensen, door de Heilige Geest geleid, de ouders begroeten. Een oudere man, Simeon, die al zijn leven lang de in de Schrift beloofde Messias verwachtte, moest nu speciaal dáárvoor naar de Tempel komen. Hij herkende in dit Kind onmiddellijk de Messias en sprak twee ernstige profetieën uit. "Deze door God Gezalfde zal een Teken zijn voor alle naties, maar tegelijk een Teken van tegenspraak ... En ook door jouw ziel, moedertje, zal heel vaak een zwaard gaan!" Dat laatste zou, helaas voor Jozef en Maria, veel eerder gebeuren dan zij beiden het verwacht hadden. 
 
De Kindermoord te Bethlehem 
 
Een Koning die niet uit de Herodesfamilie stamde, kon onmogelijk bij de machtige koning Herodes - die nog slechts zou regeren tot 4 v.Chr. - welkom zijn. Die oude vorst was eigenlijk een ldumeeër, een wrede heiden. Hij zou nu alles doen om deze ongevraagde Koningszoon uit de weg te ruimen. Van de wijzen uit het Oosten had hij vernomen dat het Kind nu ongeveer één jaar oud moest zijn. Daarom liet hij door zijn soldaten alle Bethlehemse jongentjes onder de twee jaar zo gauw mogelijk ... afslachten. Gelukkig was Jozef nog op tijd in een droom door een engel gewaarschuwd, Midden in de nacht was hij, met vrouw en Kind, weggevlucht naar de nabije Egyptische grens. Toen Maria een tijd later in Egypte van de moord op al die jongentjes hoorde, was dat de eerste maal dat er als een zwaard door haar ziel heenging: zoveel onschuldige slachtoffertjes ter wille van haar Zoon? Simeon had het voorspeld: de ongelovige wereld, in dienst van de Antichrist, zou de Messias niet ontzien en Hem zo spoedig mogelijk proberen uit te schakelen ... Daarom durfde Jozef niet meer naar Bethlehem terug te keren. Dat nu ook heden ten dage zoveel onschuldige christenen opgejaagd, verdreven en zelfs vermoord worden, alleen maar omdat zij de Liefdevolle Heer Jezus liefhebben, is ook voor heel de Heilige Kerk een bron van groot verdriet. Jozef en Maria zelf waren heel gevoelige en bezorgde ouders. Dat bewijst de passage hoe ze drie dagen lang met spanning en hartzeer moesten zoeken naar hun twaalfjarige Jezus, die in de Tempel achtergebleven was. 
 
Het Openbaar Optreden van de Messias 
 
Het optreden van Jezus was, drie jaren lang, voor Maria één lange aaneenschakeling van heel vreugdevolle, maar ook van pijnlijke gebeurtenissen. Ze moest haar Zoon loslaten ... Het begon al met die 40 dagen bidden en vasten van haar Jezus, ergens in de verlaten steenwoestijn van Efraïm. En het werd later nog erger te Nazareth, waar Jezus toch vaak in de synagoge uit de boekrollen had mogen voorlezen. Toen Hij de bekende lezing van Jesaja 62, verzen 1 en 2, over de komst van de Messias op Zichzelf toepaste, werden sommigen van deze keiharde Galileïsche zeloten woest. Ze zouden Hem voor de ogen van zijn geschrokken moeder vermoord hebben, als enkele stoere kerels Hem niet beschermend omringd hadden. Jezus verhuisde van dan af liever naar de stad Kafarnaüm. Vele ongelovigen bleven Hem toen - en tot op de huidige dag - met de spotnaam "de Nazarener" vereren ... En dàt terwijl Hij eigenlijk een Nazoreeër was, d.i., "de persoonlijke eigendom van Jahweh". En om Jezus te treffen werd trouwens ook Maria, door vijanden van haar Zoon, als hoertje van een onbekende Romeinse soldaat gedoodverfd ... Daarmee lasterden ze niet alleen háár, maar ook haar Zoon en Zijn Heilige Kerk. "Vanwaar Deze is, weten wij niet. .. " zeiden de beleidslieden smalend, en daarmee lasterden ze zelfs de Heilige Geest. (Mt.12,31; Joh.9,29) 
 
Maria hoorde met bange voorgevoelens hoe Jezus soms duizenden mensen rond zich verzamelde en overal de Blijde Boodschap van Vrede en Liefde verkondigde, jammer genoeg in een liefdeloze wereld. Als Messias deed Hij wel veel goede werken, maar juist door de machtige beleidslieden werd Zijn Leer telkens weer tegengesproken. Zijn moeder kon familieleden overtuigen om Hem te gaan waarschuwen voor het grote gevaar dat Hij - en misschien ook zij allen - daarmee liepen. De Romeinse stadhouder Pilatus en de tetrarch Herodes-Antipas konden fataal ingrijpen! 
 
Reeds het eerste jaar van het openbaar leven van haar Zoon besloten de machtige Sadduceeën - "de Cohanim", mannen die de Joodse Tempeldienst en tegelijk het Rechtswezen in handen hadden - Hem aan te pakken. Tenslotte waren er ook een aantal Farizeeën die Hem aan de Romeinse stadhouder of aan de wrede Herodes-Antipas wilden uitleveren. Eén van de Twaalf werkte dààraan mee, uit gemeen geldbejag. En dàt na drie jaar nauw contact met de Heer Jezus en met de elf medeapostelen ... 
 
Maria was in die spannende dagen, nog voor Pasen van het jaar 30, naar Jeruzalem meegereisd. Ze zal misschien nog gedacht hebben: "Mijn Zoon zal hier nu eindelijk wel moeten tonen dat Hij waarlijk de Messias en de Overwinnaar is!" Maar o wee! de beleidslieden verkozen, voor de nog aarzelende stadhouder Pilatus, uiteindelijk de moordenaar Barabbas boven de Vorst van de Vrede, Jezus Messias stierf aan een kruis! Alles leek verloren ... Maar de profetie van Jesaja 53 moest in vervulling gaan. Het Wonder van de lichamelijke Verrijzenis en de getuigenissen. 
 
Hoe Maria reageerde, toen ze vernam dat haar Jezus verrezen was, weten we helaas niet. En of Hij aan haar verschenen is en met haar gepraat heeft, evenmin. Zij was echter zonder twijfel één van die 500 getuigen van Jezus' Opstanding en Hemelvaart. En ze mocht later nog heel lang voor Hem getuigen. Ze was, als weduwe, door haar Zoon veilig aan de zorgen van Johannes, de apostel van de goddelijke Liefde, toevertrouwd. Deze evangelist heeft de meeste verschijningen van de Verrezen Heer van dichtbij meegemaakt en Maria vaak daarmee kunnen bemoedigen. Vooral als zij telkens weer met pijn aan die akelige lijdensweek terugdacht. Als Moeder genoot ze daarnaast verder, veel meer aan al de anderen, van zovele mooie herinneringen. Ze dacht terug aan de jeugd van haar Jezus, tot in de kleinste details. Ze kon erover vertellen aan allen die het wilden horen en ervan genieten. Ook over wat er op de jaarlijkse drie grote joodse Feesten door Jezus verkondigd werd, en hoe alles hier naar Hem verwees, heeft zij naaien met grote blijdschap mogen overwegen. 
 
Mattheüs kon haar nog tientallen jaren later daarover persoonlijk te Jeruzalem raadplegen voor zijn speciale aan de Joden gerichte Evangelische Boodschap. En ook Lukas, in het Joodse Land verblijvend van het jaar 58 tot 60, kon haar vaak bezoeken en zijn reeds uitgebreide Evangelieversie met haar getuigenissen aanvullen. Wie anders had bijvoorbeeld de prille jeugd van Jezus en van Johannes de Doper met zoveel rake details kunnen beschrijven? 
 
Niet alleen Mattheüs en Lukas stelden er veel van op schrift. Ook ten huize van Johannes, met wie Maria nog een veertigtal jaren mocht samenwonen, konden zij beiden over Jezus' Blijde Boodschap mediteren en hun Geloof uitdragen. Johannes heeft jarenlang gelegenheid gehad met haar te bidden en na te denken over de diepere betekenis van de woorden en de werken van de Heer. Daarvan is uiteraard veel in het Johannes-Evangelie terechtgekomen: bijv. de boodschap van Johannes de Doper, de bruiloft te Kana, de eerste Tempelreiniging, de Wedergeboorte vanuit de Heilige Geest, het ongeloof van Jezus' familieleden, de betekenis van gelijkenissen en parabels, het Levend Brood dat uit de hemel neerdaalt, en in het jaar 30 de blijde intocht in Jeruzalem met Palmzondag, de intieme verhouding van de Mensenzoon met zijn hemelse Vader, de voortdurende nabijheid van de Heilige Geest, de bespotting van haar Zoon door hoogmoedige tegenstrevers, en dan heel die smartelijke lijdensweek, die zij en Johannes meemaakten als ooggetuigen, tot onder het kruis, en tenslotte de Overwinning op de vorst van de wereld! 
 
Maar daartoe behoorde ook het wonder van het ledige graf: de derde dag verrezen met een verheerlijkt Lichaam! Petrus en Johannes overhandigden, na hun haastig bezoek aan het lege graf, die ledige lijkwade van Jozef van Arimathea ter bewaring aan Maria, de moeder van Marcus en beheerder van het grote pelgrimshuis te Jeruzalem. Dat was immers het tastbare bewijs van Jezus' lichamelijke opstanding! En dan volgde nog - in de dienst van de vele trouwe volgelingen van haar Zoon - de aanstelling door de Verrezen Heer van Simon Petrus tot herder van Jezus' geliefde kleine Kudde. Wat dan het prille begin was van de langzaam maar steeds groeiende Heilige Kerk. 
 
Het verblijf van Maria te Efeze en haar Tenhemelopneming 
 
De zogenaamde "Tweede Brief van Johannes" maakt ons tenslotte nog, heel in het kort, met Maria's verblijf te Efeze bekend. Die brief is gericht aan "de Uitverkoren Vrouwe", - "de Eklekta Kyria", d.i. de Moeder van de Kyrios! - en aan "haar kinderen". Dit wil zeggen aan de leden van de Kerk te Efeze, maar nu ook aan al "Gods kinderen" over heel de Aarde verspreid! Die moedige Johannes was toen blijkbaar juist op een heel gevaarlijke reis in het reeds erg rumoerige Galilea van de zeloten. Wellicht deed hij dat als welwillende reactie op Maria's smeekbede: "Hoe gaat het daar nu met de zonen van mijn overleden schoonzus, Maria van Klopas?" Haar zoon, Jacobus, "de broeder des Heren", werd reeds in 62 gestenigd op last van de hogepriester ... "Maar hoe maken het dan zijn drie broers: Jozef en Judas, en vooral Simon bar Klopas, de nieuwe patriarch te Jeruzalem?" Allen stonden ze daar, in het gevaarlijke Joodse Land, aan het hoofd van kleine christenkerken. Ze werden voortdurend door de zeloten bedreigd, omdat ze nog steeds niet met hen wilden meedoen in de voorbereiding van de grote opstand tegen Rome. Johannes durft daar blijkbaar niet veel over te schrijven, maar hij belooft alles bij zijn terugkeer te Efeze uitvoerig te zullen vertellen. Ondertussen maakt hijzelf zich erg bezorgd over wat er tijdens zijn lange afwezigheid te Efeze gebeurd is ... Verleiders waren gekomen die de komst van Jezus Messias "in het vlees", als echt Mens dus en als bloedeigen Zoon van Maria, botweg ... loochenden. Ze spraken Jezus' Leer op belangrijke punten tegen. Hierbij richt Johannes zich ook rechtstreeks tot Maria: "Nu bid ik u, Vrouwe, wij moeten als gelovigen elkaar liefhebben, maar die verleiders horen zeker niet bij ons ... Ze zijn geen gelovigen, eerder "antichristen" ... Ze blijven helemaal niet bij de ware Leer over de Messias. U en de andere kerkleden moeten alle contact met hen vermijden. Hier mag de Liefde zeker geen rol meer spelen." Tot slot belooft Johannes nu spoedig van zijn verre reis terug te keren naar Efeze. Aan de Kyria en al de anderen belooft hij het gelukkig toch nog goede nieuws te brengen. Wellicht van de tijdige uitwijking van al de gelovigen uit het gevaarlijke Galilea en Judea in het jaar 66, naar Pella in de veilige Dekapolis? Hij zal het hun wel mondeling vertellen. "Dan zal onze vreugde volkomen zijn!" besluit hij. Maria was toen al een negentigjarige vrouw; zij werd enkele jaren nadien met verheerlijkt lichaam ten hemel opgenomen. Dààrheen dus waar ook wij allen, als trouwe leden van Christus' Heilige Kerk, weten opgenomen te zullen worden: eveneens met een verheerlijkt lichaam, met een onsterfelijke ziel en met een onvergankelijke, levende geest! 
 
Maria's Einddoel en de Eindbestemming van de Heilige Kerk 
 
De zwangere Maria is negen maanden letterlijk "de Tempel van de Heilige Geest" geweest; nu is ze dat geestelijk. Ook wij mogen, als leden van de Heilige Kerk, op onze beurt verder de bouwstenen zijn van die grote geestelijke Tempel (2Kor.6,16; 1Petr.2,5), het Mystiek Lichaam, waarvan haar Zoon het Hoofd is. Deze Kerk is het toch, die vanaf het begin de reële aanwezigheid van Jezus in de Eucharistie - eveneens door de neerdaling van de Heilige Geest! - als "Heilig Misoffer" bedient. Onze Heilige Kerk is immers waarlijk één grote "Gemeenschap van Offeraars". (Hebr. Cohanim, Lat. Sacerdotes! 1 Petrus, 2: 5 en 9) Ze zal, juist dààrom, nooit mogen ophouden het Verlossend Kruis-Offer van Jezus - samen met haar eigen bescheiden offers - aan onze hemelse Vader aan te bieden. Ook hierin is Moeder Maria dus een typisch voorbeeld voor allen die behoren tot "de Gemeenschap der Heiligen", en die daarom niet alleen "Gods kinderen", maar ook "Maria's kinderen" mogen zijn. Want van haar goddelijke Zoon toch is het Koninkrijk; van haar enige Bruidegom - en Die van heel de Kerk - is de Kracht; maar van onze hemelse Vader is de, voor elke gelovige bestemde, Eeuwige Heerlijkheid! 
 
Oktaaf Boie, 
Lic. Germ. Filologie, Lic. Oosteuropese Taalkunde & Geschiedenis 
Noorweegse Kaai 41, 8000 Brugge.  


Opmerkingen zijn gesloten.
    Overzicht Artikels
Powered by Create your own unique website with customizable templates.
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht