• Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht
THOMAS MORE GENOOTSCHAP
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht

Archief Positief

Op deze pagina worden artikels aangeboden uit tijdschrift POSITIEF sinds 1969

Paulus' strijd voor het Behoud van de Eenheid binnen de Ene Apostolische Kerk

29/1/2025

 
Verschenen in POSITIEF nr. 386 – NOVEMBER 2008

​In zijn afscheid van de apostelen, tijdens het Laatste Avondmaal, bad de Heer Jezus tot Zijn hemelse Vader: Bewaar hen, Vader, opdat zij één mogen zijn, zoals Wij één zijn: Ik in hen en Gij in Mij. Opdat zij volmaakt één zijn, zodat de wereld zal erkennen, dat Gij Mij gezonden hebt, en hen hebt liefgehad zoals Gij Mij hebt liefgehad! (Joh.17, 11 & 22) Jezus wist immers dat er valse profeten zouden opstaan in Zijn Kerk om, door de sluwe Antichrist geïnspireerd, verdeeldheid te zaaien, en zelfs vijandschap en haat te prediken. Daarom beloofde Hij dat de Heilige Geest altijd bij Zijn Kerk zou blijven om Zijn Leer, en de correcte interpretatie ervan, ongeschonden te helpen handhaven. 
 
En het leek, in het begin althans, dat de Jezusgelovigen te Jeruzalem dat goed begrepen hadden, want in het boek "Handelingen" schrijft Lukas ten overvloede, dat de volgelingen van Messias Jezus zich ernstig toelegden op de Leer van de apostelen (de Woorddienst!), vervolgens gemeenschappelijk Eucharistie vierden (de Offerdienst!) en hun samenkomsten besloten met de daarbij passende gebeden. Ja, dat ze één waren van hart, en één van ziel! (Hand.2,42 & 4,32) 
 
En toch zou men uiteindelijk moeten vaststellen dat in de tweeduizendjarige Geschiedenis van de Kerk, alle eeuwen door, gewone leden maar ook priesters en bisschoppen zich geroepen zouden voelen om de eenheid van de Ene Apostolische Kerk aan te tasten en, zo mogelijk, te verbreken. Het hielp blijkbaar niet dat de Heer Jezus gewaarschuwd had: Hoe kan een koninkrijk, dat in zichzelf verdeeld is, nog staande blijven? 
 
De tweedracht begon al spoedig te Jeruzalem ergerlijke spanningen op te wekken tussen de Hebreeuwssprekende en Griekssprekende Jodenchristenen, mannen die zich Hebreeën en Hellenisten noemden. Alles om geld natuurlijk! En kort daarna waren er al kerkleden die de Heilige Geest op financieel gebied dachten te kunnen bedriegen ... Niet veel later moest Petrus zichzelf gaan verdedigen tegen streng-conservatieve Jodenchristenen, gewoon omdat hij, als Jood, in het huis van niet-Joden was binnengegaan en zelfs met hen ... gegeten had! 
 
Nog erger zou het worden toen de kerkvervolger rabbi Saul van Tarsus plotseling de Heer op zijn weg naar Damascus ontmoette, het geloof in de Leer van de apostelen aannam en in de tempel te Jeruzalem vrijmoedig Jezus Messias ging verkondigen. Onophoudelijk lokte hij daardoor discussies met de Hellenisten uit. Dat stichtte erge onrust in de Jonge Kerk, want de felle Hellenisten vatten zelfs het plan op om "deze verrader" te vermoorden. De apostelen gaven Saul toen maar liefst de goede raad in zijn eigen stad Tarsus te gaan evangeliseren ... En inderdaad, in een visioen bevestigde de Heer Jezus dit kerkelijk besluit met de woorden: Ga, want Ik zal u zenden, ver weg, naar de heidense volkeren! 
 
Ja, de Heer Jezus had het, lang van tevoren, voorspeld dat gelovigen uit de Joden en die uit de niet-Joden ooit eens één Kudde zouden worden onder één herder! (Joh.10, 16) 
 
Dit werd al gedeeltelijk waar toen de Cypriotische Messiaanse Jood, Barnabas, de door Jezus Messias persoonlijk geroepen apostel Saul uitnodigde om uit Tarsus over te komen naar de Syrische grootstad Antiochië waar veel Joden te midden van de talrijke niet-Joodse bevolking woonden. Van beide groepen waren daar al grote groepen mensen tot geloof in Jezus Messias gekomen. Helaas de strenge judaïzanten onder de Jodenchristenen beweerden nu hardnekkig dat de niet-Joden die Jezus Messias wilden volgen, zich eerst nog tot het Judaïsme moesten bekeren om gered te worden. Saul, die ondertussen reeds de Latijnse naam Paulus had aangenomen, wist door de Heilige Geest dat dit zeker niet de Leer van Jezus was! Hij liet dat te Jeruzalem, in het Eerste Concilie of Kerkvergadering, door de leiders van Jezus' Kerk - apostelen en priesters - officieel bevestigen. Een duidelijke encycliek werd naar Antiochië en elders met betrouwbare kerkleiders meegezonden. Ze luidde als volgt: Sommigen van de gelovigen te Jeruzalem hebben onder jullie verwarring gezaaid door een ongegronde leer omtrent het Geloof te verkondigen, zonder dat zij daartoe enige kerkelijke opdracht van ons hadden ontvangen! 
Hieruit bleek voor het eerst hoe belangrijk het was voor de eendracht en de eenheid van Jezus' Kerk, dat er toch een centraal gezag bestond dat de correcte betekenis van Jezus' Woorden uit de Blijde Boodschap voorgoed kon vastleggen. Zo begon hier reeds iets, wat men later "de Kerkelijke Traditie" zou noemen. 
 
Het opduiken van verschillende schisma's, onder een aantal groepen Jodenchristenen, bewees daarop onmiddellijk hoe noodzakelijk die beslissing van de Eerste Kerkvergadering wel was. Het werden sekten die heel spoedig elkaar op veel punten tegenspraken en heftig gingen bestrijden. Ze wilden beslist geen contact meer onderhouden met de Katholieke Kerk, noch te Jeruzalem, noch in Antiochië. Gelukkig waren er toch nog veel Jodenchristenen die, ondanks alles, trouw bleven aan de Jonge Kerk. Ze noemden zich "Nazareners" (Hebr. "Notsrim") naar de naam die Romeinen en Joden aan Jezus Messias gegeven hadden: "ha-Notsri". Want op het kruis van Golgotha had er in het Hebreeuws gestaan: "Jesjoeah ha-Notsri, w-Melech ha-Jehoedim".(d.i. INRI) In deze aanklacht herkenden veel Joden, vrienden zowel als vijanden, de naam van JaHWeH! 
 
Dit was dus de eerste grote struikelblok in de Jonge Kerk die, door het doortastend optreden van de apostel Paulus, uit de weg werd geruimd! Er zouden er nog veel andere volgen ... 
 
Op zijn reizen doorheen Klein-Azië (nu Turkije) en later in Griekenland hadden Paulus en zijn gezellen in veel steden, in de kracht van de Heilige Geest, tal van christengemeenten gesticht, die alle bestonden uit Joden en niet-Joden. Paulus verkondigde het overal: Er is geen verschil tussen Jood en niet-Jood. Zij hebben allen dezelfde Heer. Door de Doop zijn wij allen één Lichaam geworden en allen zijn we gevormd door één Heilige Geest! (Rom. 10:12 & 12:5; 1Kor.12,13; Gal.3,28 & vele andere) 
 
Dat was echter een doorn in het oog van de fanatieke judaïzanten uit Jeruzalem. Ze kwamen overal, ook in de Romeinse provincies, verwarring stichten. Hoe kon Paulus nu al hun valse leerstellingen toch op zovele plaatsen tegelijk gaan bestrijden? 
 
De Heilige Geest gaf hem de goede raad "brieven" te schrijven, waarin hij de officiële mondelinge Leer van de Kerk en de traditionele kerkelijke uitleg bij Jezus' Blijde Boodschap in goede orde en schriftelijk kon uiteenzetten. Let wel: er bestond voorlopig slechts een mondelinge Traditie; want alleen de "Uitspraken van Jezus" (dit waren de in het Hebreeuws geschreven "Logia" van Mattheüs) en het Griekse "Evangelie volgens Marcus" waren in die tijd al op perkament in omloop. 
 
Paulus' allereerste brieven waren bestemd voor de jonge Griekse gelovigen te Thessaloniki en elders in Macedonië. Daarin moest hij ze al onmiddellijk dringend aansporen toch de onderlinge vrede te bewaren en de Heilige Geest niet uit te doven ... 
Veel ernstiger was het gesteld met de gelovigen in Galatië. Daar hadden de judaïzanten al enorm succes gekend met hun valse theorieën ... Paulus ging nu de misleide gelovigen hard te lijf: O domme Galaten, wie heeft jullie toch zo kunnen omtoveren? Hebben jullie soms de Heilige Geest ontvangen door de Torah te volbrengen? Of niet veeleer door te geloven in Jezus' Zoenoffer op Golgotha! Of waren jullie wèl met de Geest begonnen, maar eindigden jullie met te luisteren naar de sluwe verzoekingen van de oude onbekeerde mens, in jullie?
 
(Gelukkig, uit de latere Geschiedenis van de Katholieke Kerk blijkt dat de Galaten Paulus' les toen wel heel goed begrepen hadden. Vgl. Gal.3, 1-3) 
 
In Korinthe was het eveneens erg gesteld met de jonge kerkgemeenschap. Verschillende kleinmenselijke kliekjes bestreden elkaar heftig: Paulinisten, Apollonisten, Kefaïsten, en zelfs ... "Christoïsten". Weer moet Paulus hard optreden: Is Christus soms in stukken verdeeld? Zeg eens: zijn wij, kerkleiders, het dan die de Kerk gebouwd hebben? Of is het Gods Bouwwerk? (1 Kor.3,9) Helaas, ook veel lelijke ondeugden vierden er hoogtij; en alom heerste er onder hen liefdeloosheid. Maar het ergste was nog dat ze Jezus' Heilig Misoffer onteerden door daarnaast te eten van de oeroude heidense offermaaltijden, waarmee ze natuurlijk in gemeenschap traden met de boze geesten ... 
 
Paulus bevestigt hier de mondeling doorgegeven kerkelijke Traditie door weer schriftelijk vast te leggen wat hem door de apostelen en evangelisten werd overgeleverd. (1 Kor.11,23-27) Dat de Heer Jezus in de nacht waarin Hij overgeleverd werd, ongedesemd brood en verdunde wijn genomen had, en dat deze twee offergaven - door de overschaduwing van Zijn Heilige Geest - in wezen Zijn Lichaam en Zijn Bloed werden. Jezus had daarbij gezegd: Doet dit, elke keer, tot Mijn gedachtenis! Bijgevolg: niét iets anders, alleen dit! Paulus waarschuwt hen in deze Eerste Brief uitdrukkelijk zich toch niet aan het Lichaam en het Bloed van de Heer Jezus te bezondigen door af te wijken van de door de apostelen zelf overgeleverde Traditie. Nog op veel andere punten moest hij verschillende van deze trotse Griekse gelovigen corrigeren. - Volgden ze wel de regels van de Blijde Boodschap op, zoals Paulus die verkondigd had? Was Christus dan niet gestorven voor onze zonden, opgestaan in heerlijkheid en daarna lichamelijk verschenen aan honderden gelovigen? Gaf Zijn verrijzenis ons niet de volle zekerheid van de opstanding in heerlijkheid, die eens aan alle overleden gelovigen te beurt zou vallen? 
 
De Korintiërs gaven zich echter niet zo gauw gewonnen: Paulus moest nog een Tweede Brief schrijven om hun duidelijk te maken dat het Oud Verbond slechts een voorafbeelding was van het ware altijddurend Nieuw Verbond in Jezus' Bloed! Dat niet iedereen zich zomaar, op eigen houtje, geestesgaven kon toe-eigenen en profeet spelen. Dat alles, in de Kerk en in de gelovigen, te danken is aan Gods Genade! Dat hij zeker niet de eer voor zichzelf zocht ... Dat het hem niet te doen was om geld ... Dat zijn macht niet van hemzelf kwam, maar stamde uit de Heilige Geest. Ja, dat in alles de verzoening en, eerst en vooral, de liefde moet primeren! 
 
Pas bij Paulus' derde bezoek aan Korinthe - welbewust samen met een tiental andere bezielde kerkleiders! - werd daar eindelijk voorgoed orde op zaken gesteld. 
 
(Volgens de overlevering zouden het juist de Korinthiërs geweest zijn die alle Paulusbrieven verzamelden en ze zo veilig voor het nageslacht en voor de Bijbel bewaarden.) 
 
Ook in zijn "Brieven aan de Efeziërs en de Colossenzen" moest Paulus weer op de kerkelijke eendracht de klemtoon leggen: Beijvert u de eenheid des Geestes te behouden. Want alle gelovigen hebben één Heer, één Geloof, één Doop en één God en Vader, Die is boven allen, mèt allen en in allen. Ook hier moest hij de gelovigen uit alle macht uitnodigen om hun vele, vanuit het heidendom en "de oude mens" overgeleverde ondeugden te bestrijden. Hij moest ze bovendien heel ernstig waarschuwen: tegen de waardeloze op de Griekse Filosofie of op de Oosterse Astrologie gebaseerde theorieën, tegen allerlei onchristelijke heidense bedenksels en tegen het toegeven aan de verleidingen van de zeven hoofdzonden ... (Ef.4,23-31; Kol.3, 7-13) 
 
In zijn persoonlijke "Brieven aan Timotheüs en Titus" legde Paulus de Waarheid van de kerkelijke - reeds geschreven of nog mondelinge - Traditie vast door deze twee kerkleiders officieel de opdracht te geven hun eigen gezag alleen aan betrouwbare, gewijde priesters ("presbyteroi") en straks aan bisschoppen ("episkopoi") over te dragen. Want alleen waar de volle Waarheid wordt gepredikt, kan de Eendracht en de Eenheid van de Kerk van Jezus Christus worden gehandhaafd! 
 
Voor de belangrijke "Brief aan de Hebreeën" (dit waren talrijke Hebreeuwssprekende Jodenchristenen) werkte Paulus wel samen met een heel joods team kerkleiders, maar zélf bleef hij liefst op de achtergrond. De uitgesproken bedoeling ervan was immers om voor deze twijfelende Jodenchristenen - die op veel essentiële geloofspunten weer dreigden naar het oorspronkelijk Judaïsme over te hellen - de Persoon, de Leer en het Kruis-Offer van de enige volmaakte Hoogste Offeraar, Jezus Messias, weer in het middelpunt van Gods eeuwige Heilsgeschiedenis met heel de mensheid te plaatsen! Om hen zo, tegelijk, én met hun grote geloofshelden uit de joodse voorgeschiedenis, én samen met de gelovigen uit de Jonge Kerk trouw te doen blijven aan de Blijde Boodschap van Jezus Messias. 
 
Deze prachtige Brief zou jammer genoeg - door het stoken van de Antichrist - helemaal niets uitwerken bij de meesten van deze afgedwaalde Jodenchristenen. Ze hadden ondertussen immers al "een ander evangelie" opgesteld: "het evangelie volgens de Hebreeën". Daarin werd Jezus - de volmaakte Hoogste Offeraar en onze Enige Middelaar bij Zijn hemelse Vader! - gereduceerd tot "een engel", of tot een gewone joodse profeet of rabbijn, die ver beneden Mozes en Aäron moest worden gesteld. Op reine spijzen, honderden menselijke wetten en riten moest men, volgens hen, nog steeds steunen om ... gered te worden. Maar Gods Genade-aanbod in Jezus Messias werd door de meesten van de Hebreeën als ergerlijk bijgeloof afgewezen ... 
 
Een uiterst ernstige waarschuwing werd nu tot deze volgelingen van de judaïzanten gericht: 
Wanneer mensen eenmaal het licht hebben gezien (het Doopsel hebben ontvangen), van de hemelse Gave hebben geproefd (de Heilige Eucharistie hebben gevierd) en deelgenoot geworden zijn van de Heilige Geest(door het Heilig Vormsel) ... 
Wanneer zij Gods Woord en de Krachten der toekomstige wereld hebben ervaren en, na dit alles, afvallig worden ... kunnen zij onmogelijk weer tot bekering gebracht worden. Immers, op hun manier hebben zij (die afvalligen!) de Zoon van God opnieuw gekruisigd en aan de bespotting prijsgegeven... (Hebr. 6,4-6) 
 
Eerst was Paulus voor hen nog de grote vijand; later wezen ze ook Simon Petrus af en tenslotte verspreidden ze allerlei ketterse ideeën omtrent de Persoon van Jezus Messias. (Na een tweetal eeuwen verdween ook deze sekte, en hun vervalst "evangelie" samen met hen.) 
 
Was de Jood Paulus van Tarsus dan antisemitisch of anti-joods? - Alleen zij die Lukas' boek "Handelingen" en de "Brieven" van Paulus nièt gelezen hebben, kunnen zoiets beweren! Heel zijn leven heeft hij zich ingezet om zijn broeders, stamgenoten en vroegere geloofsgenoten, te overtuigen dat hij hen liefhad, en dat hij bereid was alles te doen om hen alsnog voor de Blijde Boodschap van Jezus Messias te winnen! In drie hoofdstukken van zijn "Brief aan de Romeinen" (9,10 en11) hemelt hij de roeping van het Joods Godsvolk op. Hij gaat zover hierbij te schrijven: 
In mijn hart is grote droefheid en een pijn die niet ophoudt.  .. Waarlijk, ik zou wensen zèlf verloren te gaan en voor eeuwig van Christus gescheiden te zijn, als ik dààrmee nog mijn broeders en stamverwanten kon helpen!(Rom.9, 1-3) 
 
Men kan niet zeggen dat de apostel Paulus door volgeling van de Heer Jezus te worden, geen Jood meer was of wilde zijn. Hij was en bleef een Messiaanse Jood. Heel zijn leven lang heeft hij de essentiële wetten van het Oud Testament, de Torah, onderhouden, de heilige Sabbat geëerbiedigd, vrome pelgrimstochten naar Jeruzalem ondernomen, Joodse geloften op zich genomen en vervuld, de besnijdenis voor Joden nooit afgewezen, zijn Joodse medewerker Timotheüs laten besnijden, zich altijd en overal met de Blijde Boodschap eerst tot de joodse synagogen gericht en de gelijkwaardigheid voor God zowel van Jood als van niet-Jood gepredikt. Om dan van zijn Grote Collecte voor de armen te Jeruzalem nog niet te spreken! 
 
* * *
Het is in elk geval niet door te luisteren naar Paulus' woorden dat latere kerkvaders zich vaak negatief hebben uitgelaten tegen Joden en tegen vele van hun religieuze gebruiken. De niet altijd eerlijke reacties van orthodoxe Joden en van judaïzanten - tijdens de eerste drie eeuwen van de Geschiedenis van de Kerk! - waardoor ze veel trouwe volgelingen van de Heer Jezus als martelaren aan de Romeinse Justitie uitleverden, kan dat misschien verklaren. 
 
Oktaaf Boie, 
Lic. Germ. Filologie, Lic. Oosteuropese Taalkunde & Geschiedenis 
Noorweegse Kaai 41, 8000 Brugge

Opmerkingen zijn gesloten.
    Overzicht Artikels
Powered by Create your own unique website with customizable templates.
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht