• Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht
THOMAS MORE GENOOTSCHAP
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht

Positief
​4de kwartaal 2025

Ausloos Hans-Lemmelin Benedicte-Jezus Zoon van David-Nl

19/4/2026

 

Ausloos Hans-Lemmelin Benedicte-Jezus Zoon van David-Nl                (uit UCL: Théology)
Jezus, de Messias: zoon van David
Hoewel verre van exhaustief toont dit bescheiden overzicht niettemin aan dat de hoop op een 'Messias’, een bevrijder aangesteld en gezonden door God en die voortkomt uit het 'huis' van David, levend was in de tijd van het ontstaan van het Christendom. Deze 'Messiaanse' tendensen hebben op hun beurt de interpretatie beinvloed van bepaalde oudtestarnentische teksten, zoals Psalmen 2 en 72, waar deze in hun oorspronkelijke vorrn niet per se of zelfs helemaal niet messiaans waren. Het is in elk geval in deze context dat men de nauwe band kan duiden, die er gemaakt is tussen koning David en Jezus, die beleden wordt als de Messias.
Pag 8 III. Jezus, de Messias: zoon van David
ln het derde deel van deze bijdrage, waarin we ons precies zullen richten op de voorstelling van Jezus als de 'davidische ' Christus of Messias, onderscheiden we twee bewegingen.
Eerst zullen we ons concentreren op een aantal nieuwtestarnentische perikopen waarin de naam van David - als archetype van de Messias - op expliciete wijze genoemd wordt.
Vervolgens focussen we op perikopen die veeleer impliciet refereren aan het personage van David. In deze benadering wordt evenwel geen uitsluitsel geboden over de vraag naar het Messiaanse zelfbewustzijn van Jezus noch over deze betreffende de voorstelling van Jezus als Messias als zodanig. Wat hier en nu aan de orde is, is de band tussen Jezus, de persoon van David en zijn verkondiging als Messias.
Pag 9:  dus via zijn 'vader' Jozef. In Mt 1,20 noemt de engel Jozef ook zelf een "zoon van David", en ook Lucas geeft aan dat Jozef behoort tot "de familie van David" (Lc 1, 27 of tot 'de familie en de afstarnming van David' (Lc 2 ,4).
Ook het koninklijke aspect wordt benadrukt, en dit in Lucas (1,32), die verhaalt dat de engel Gabriel aankondigt dat God "hem [Jezus] de troon van zijn vader David zal schenken". Zacharias die het kind Jezus aanschouwt in Lc 1,69, zegent de Heer omdat hij "een reddende kracht verwekt heeft in het huis van David, zijn dienaar", In het kindheidsevangelie van Lucas, wordt de stad Bethlehem op twee plaatsen de 'stad van David' genoemd. Waar Lucas vertelt dat keizer Augustus een volkstelling wil houden, vermeldt hij dat "ook Jozef optrok uit de stad Nazareth in Galilea naar de stad van David, Betlehem geheten" (Lc 2,4). En bij de geboorte van Jezus spreekt de engel de herders aan met de volgende woorden: "Heden is u een redder geboren, Christus de Heer, in de stad van David' (Lc 2,11).
 
ln het evangelie van Johannes is er slechts één vers dat de naam van David vernoemt. Ook dat vers komt voor in de context van de vraag naar de oorsprong van Jezus, die verkondigd wordt als de Messias. Onder de mensen die over Jezus hebben horen spreken, stellen somrnigen zich de volgende vraag: "Komt de Messias soms uit Galilea? Heeft de Schrift niet gezegd dat de Messias komen zal uit het geslacht van David, en uit Betlehem, het dorp waar David woonde'?
 
(Marcus) of aan de Schriftgeleerden (in Lucas) bijna identiek : "Hoe kan men beweren dat de Messias een zoon van David is?"
Om reacties uit te lokken citeert Jezus hier Psalm 110,1 (in de versie van de Septuaginta) , een psalm die "David zelf' (Mt 22,43 en Mc 12 ,36 specifieren overigens dat hij gemspireerd was door de Heilige Geest) gezegd heeft: Hoe kan de Messias, die door David « rnijn Heer» genoemd wordt, tegelijkertijd zijn zoon zijn? Geen van de drie evangelisten verhaalt de reactie van de toehoorders, behalve Mattheus die vermeldt dat "niemand hem daarop antwoord kon geven"
 
Uit deze beknopte voorstelling mag blijken dat talrijke nieuwtestamentische perikopen een expliciete link leggen tussen Jezus, verkondigd als de Messias aan de ene kant, en David, koning van Israel, aan de andere kant. David is, in de Joodse receptiegeschiedenis tijdens de Tweede Ternpelperiode, duidelijk het archetype geworden van de belofte van de komst van een eschatologische Messias. Door Jezus met David te verbinden, verkondigen de nieuwtestamentische auteurs aldus hun gelovige overtuiging dat Hij de vervulling is van deze Messiasverwachting, die sterk leefde in hun tijd.
 
2. Jezus en David: impliciete referenties
ln Lucas, daarentegen, komt de naam van David niet voor in de passage over de intrede in Jeruzalem.
Daar zegent men “de koning die komt in de naam van de Heer" (Lc 19 ,38). Hoewel David niet wordt vermeld hier, past de voorstelling van Jezus als koning duidelijk in de lijn van de verwachting van een koninklijke messias, die juist resulteert uit de 'belofte' gedaan aan David, zoals dat overigens ook het geval is in andere teksten die Jezus als zodanig voorstellen. In dit verband kan verwezen worden aan het geboorteverhaal, waarin de wijzen aan Herodes vragen waar zij "de koning van de Joden" (Mt 2,2) kunnen vinden en waarvan ze "de ster in het Oosten" gezien hebben. Het gaat hier om een verwijzing naar Numeri 24,17 die, zoals we eerder zagen, in Qumran duidelijk geïnterpreteerd werd als een rnessiaans symbool. Jezus wordt ook 'koning' genoemd op diverse plaatsen in het Passieverhaal (Mt 27, 37 ; Mc 15 ,9 en 26).
 
Tot slot, en opnieuw de Psalmen citerend, hebben de nieuwtestamentische auteurs Jezus duidelijk willen voorstellen als de eschatologische Messias, eveneens in de lijn van David, en dit vanuit een tweevoudig perspectief. Vooreerst lijkt Jezus die een "Psalm van David' reciteert zelf de plaats van David in te nemen. De woorden die hij op het kruis uitspreekt zijn in dit verband veelzeggend. In Lc 23 ,46 ( « In Uw Handen. beveel ik mijn geest ») citeert Jezus Ps 31,6, een psalm die - naar zijn titel - een "Psalm van David" is. In de parallelle passage in Mattheus 27, 46, richt Jezus zich tot God met de woorden « Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten"; een citaat van Ps 22,2, eveneens een Psalm van David.
Niettemin, de voorstelling van Jezus als "Zoon van David" en als "vervulling" van deze geïnterpreteerde profetische belofte, irnpliceert niet dat de oudtestarnentische teksten zelf rnoeten gelezen worden als 'voorspellingen' of 'profetieen' die 'vervuld zijn' in Jezus. Het zijn veeleer de nieuwtestamentische auteurs - of rnisschien zelfs Jezus zelf al - die het concept van een Messias die uit het geslacht van David stamt, op Jezus toegepast hebben, om gelovig te verkondigen dat hij de Christus is, de Messias, hij die verwacht werd in het Jodendom van de Tweede Tempelperiode.


Comments are closed.

    RSS-feed

Powered by Create your own unique website with customizable templates.
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht