• Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht
THOMAS MORE GENOOTSCHAP
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht

Positief
​4de kwartaal 2025

Positief November 2025

18/4/2026

0 Opmerkingen

 

Afgiftekantoor: 9100 SINT-NIKLAAS 1 / P 409816
​UITGAVE VAN HET THOMAS MORE-GENOOTSCHAP PRO FIDE ET ECCLESIA POSITIEF VERSCHIJNT MAANDELIJKS november 2025 - Nr. 556 (niet in de vakantiemaanden juli en augustus INHOUD Paus Leo XIV De Paus spreekt tot u ...................................................................................... 321 J.J.Bénitez Crematie en Verrijzenis: Een Theologische Reflectie ...................................... 324 Dr Luc Kiebooms Vruchtbaarheid en de crisis in de sociale zekerheid ........................................ 330 Alfred Driessen De heilige Drie-eenheid. De liefdevolle overgave van de drie goddelijke personen ............................... 341 Een bekeerling als pelgrim naar God Het charisma van de gewijde liefde ................................................................ 355 Al onze uitgaven richten zich tot de leden van de Katholieke Kerk en tot wie er wil toebehoren of er belangstelling voor heeft. Redactie- en administratieadres: Lionel Nagels, Kardinaal Cardijnstraat 64 bus 2, 2840 Terhagen-Rumst, telefoon 03 888 01 52. Postbank: IBAN BE83 0001 0553 7515 BIC GEBABEBB T.M.G., Kardinaal Cardijnstraat 64 bus 2 2840 Terhagen-Rumst. website: https://thmore.weebly.com Wat kost een abonnement op “Positief”? Jaargang 2025 België Andere landen van Europa gewoon ab. euro 37,00 euro 40,00 steunab. euro 45,00 euro 45,00 ereab. euro 65,00 euro 65,00 luchtpostab. euro 40,00 losse nummers: euro 6,00 Betaling langs postbank IBAN BE83 0001 0553 7515 van T.M.G., Kardinaal Cardijnstraat 64 bus 2, B 2840 Terhagen-Rumst. Verantwoordelijke uitgever: Lionel Nagels, Kardinaal Cardijnstraat 64 bus 2, 2840 Rumst Thomas More-genootschap v.z.w. Leuven BVBA DRUKKERIJ ROOM 321 De Paus spreekt tot u Het geloof op aarde ondersteunt de hoop op de hemel. Homelie tijdens de Heilige Mis, 19 oktober 2025, 29e zondag door het jaar, Jaar C waaronder heiligverklaring van 7 zaligen op het Sint Pietersplein Laten we onze overdenking beginnen met de vraag waarmee het zojuist verkondigde Evangelie wordt afgesloten: “Maar: zal de Mensenzoon bij zijn komst het geloof op aarde vinden?” (Le. 18,8).. Deze vraag onthult ons wat het meest kostbaar is in de ogen van de Heer: geloof, namelijk de band van liefde tussen God en de mens. Vandaag hebben we zeven getuigen voor ons, de nieuwe heiligen, die met Gods genade de lamp van het geloof brandend hielden. Sterker nog, zij werden zelf lampen die het licht van Christus konden verspreiden. Als we kijken naar de grote materiële, culturele, wetenschappelijke en artistieke schatten, schittert het geloof niet omdat deze goederen ondergewaardeerd moeten worden, maar omdat ze zonder geloof hun betekenis verliezen. Onze relatie met God is van het grootste belang omdat Hij aan het begin van de tijd alle dingen uit het niets heeft geschapen en aan het einde van de tijd sterfelijke wezens uit het niets zal redden. Een wereld zonder geloof zou dus bevolkt worden door kinderen die zonder Vader leven, dat wil zeggen door wezens zonder verlossing. Daarom vraagt Jezus, de mensgeworden Zoon van God, naar het geloof: als het uit de wereld zou verdwijnen, wat zou er dan gebeuren? Hemel en aarde zouden blijven zoals voorheen, maar er zou geen hoop meer zijn in onze harten; ieders vrijheid zou verslagen worden door de dood; ons verlangen naar leven zou vervagen in het niets. Zonder geloof in God kunnen we niet hopen op verlossing. De vraag van Jezus kan ons verontrusten, maar alleen als we vergeten dat het Jezus zelf is die deze vraag stelt. De woorden van de Heer zijn in feite altijd het “Evangelie”, de vreugdevolle verkondiging van verlossing. Deze verlossing is het geschenk van eeuwig leven dat we ontvangen van de Vader, door de Zoon, in de kracht van de Heilige Geest. Beste vrienden, dit is precies waarom Christus tot zijn leerlingen spreekt over de “noodzaak om altijd te bidden en de moed niet te verliezen” (Le. 18,1).. Zoals we nooit moe worden van ademhalen, 322 zo moeten we ook nooit moe worden van bidden! Zoals ademhalen het leven van het lichaam in stand houdt, zo houdt gebed het leven van de ziel in stand: geloof komt in feite tot uitdrukking in gebed, en authentiek gebed leeft van geloof. Jezus laat ons dit verband zien met een gelijkenis: een rechter blijft doof voor de dringende verzoeken van een weduwe, wier volharding hem er uiteindelijk toe brengt om te handelen. Op het eerste gezicht wordt zo’n volharding voor ons een prachtig voorbeeld van hoop, vooral in tijden van beproeving en tegenspoed. Toch vormen het doorzettingsvermogen van de vrouw en de rechter, die aarzelend handelt, het toneel voor een provocerende vraag van Jezus: Zal God, de goede Vader, “geen recht verschaffen aan zijn uitverkorenen die dag en nacht tot Hem roepen” (Le. 18,7).. Laten we deze woorden in ons hart laten resoneren: de Heer vraagt ons of we geloven dat God een rechtvaardige rechter is voor iedereen. De Zoon vraagt ons of we geloven dat de Vader altijd ons welzijn en het heil van ieder mens wil. In dit opzicht testen twee verleidingen ons geloof: de eerste put kracht uit het schandaal van het kwaad, waardoor we denken dat God de kreten van de onderdrukten niet hoort en geen medelijden heeft met de onschuldigen die lijden. De tweede verleiding is de bewering dat God moet handelen zoals wij dat willen: het gebed maakt dan plaats voor een opdracht aan God, om Hem te leren hoe Hij rechtvaardig en effectief kan zijn. Jezus, de volmaakte getuige van kinderlijk vertrouwen, bevrijdt ons van beide verleidingen. Hij is de onschuldige die, vooral tijdens zijn lijdensweg, zo bidt: “Vader, uw wil geschiede”. (Lc 22,42)- De Meester geeft ons dezelfde woorden in het Onze Vader. Laten we niet vergeten dat wat er ook met ons gebeurt, Jezus zichzelf als Zoon aan de Vader heeft toevertrouwd. Daarom zijn we broeders en zusters in zijn naam, zodat we kunnen uitroepen: “Heilige Vader, machtige eeuwige God, om recht te doen aan uw heerlijkheid, om heil en genezing te vinden zullen wij u danken, altijd en overal door Christus onze Heer”. Het gebed van de Kerk herinnert ons eraan dat God aan iedereen gerechtigheid schenkt door zijn leven voor iedereen te geven. Dus als we tot de Heer roepen: “Waar bent U?”, laten we dan deze aanroeping omzetten in een gebed en dan zullen we herkennen dat God aanwezig is waar de onschuldigen lijden. Het kruis van Christus 323 openbaart Gods rechtvaardigheid en Gods rechtvaardigheid is vergeving. Hij ziet het kwaad en verlost het door het op zich te nemen. Als wij “gekruisigd” worden door pijn en geweld, door haat en oorlog, dan is Christus daar al, aan het kruis voor ons en met ons. Er is geen schreeuw die God niet troost; er is geen traan die ver van zijn hart is. De Heer luistert naar ons, omarmt ons zoals we zijn en transformeert ons zoals Hij is. Zij die Gods barmhartigheid afwijzen, blijven echter onbekwaam tot barmhartigheid jegens hun naaste. Wie vrede niet als geschenk verwelkomt, zal niet weten hoe hij vrede moet geven. Beste vrienden, we begrijpen nu dat Jezus’ vragen een krachtige uitnodiging zijn tot hoop en actie: als de Mensenzoon komt, zal Hij dan geloof vinden in Gods voorzienigheid? Sterker nog, het is dit geloof dat onze toewijding aan gerechtigheid in stand houdt, juist omdat we geloven dat God de wereld redt uit liefde, en ons bevrijdt van fatalisme. Als we de noodkreten van mensen in moeilijkheden horen, laten we ons dan afvragen of wij getuigen zijn van de liefde van de Vader, zoals Christus dat was voor iedereen? Hij is de nederige die de arrogante tot bekering roept, de rechtvaardige die ons rechtvaardig maakt. Dit alles zien we in het leven van de nieuwe heiligen: zij zijn geen helden of voorvechters van een of ander ideaal, maar authentieke mannen en vrouwen. Deze trouwe vrienden van Christus zijn martelaren voor hun geloof, zoals bisschop lgnazio Choukrallah Maloyan en catechist Peter To Rot; het zijn evangelisatoren en missionarissen, zoals zuster Maria Troncatti; het zijn charismatische stichters, zoals zuster Vincenza Maria Poloni en zuster Maria del Monte Carmelo Rendiles Martf nez; met hun hart brandend van toewijding zijn ze weldoeners van de mensheid, zoals Bartolo Longo en José Gregorio Hernández Cisneros. Moge hun voorspraak ons bijstaan in onze beproevingen en hun voorbeeld ons inspireren in onze gezamenlijke roeping tot heiligheid. Laten we op onze weg naar dit doel zonder ophouden bidden en doorgaan met wat we geleerd hebben en vast geloven (2,Tim 3,14) Het geloof op aarde ondersteunt zo de hoop op de hemel. Paus Leo XIV Pauselijke geschriften - Homilieën 2025, Libreria Editrice Vaticana / Stg. lnterKer SRKK Vert. uit het Italiaans 324 Crematie en Verrijzenis: Een Theologische Reflectie Inleiding In onze hedendaagse samenleving neemt het aantal crematies drastisch toe. Waar crematie vroeger vooral werd geassocieerd met oosterse culturen, kiest nu in sommige westerse landen meer dan 60% van de bevolking voor deze vorm van uitvaart. Deze verschuiving roept fundamentele vragen op voor gelovigen: staat crematie op gespannen voet met het christelijk geloof in de verrijzenis? Kan een lichaam dat tot as is herleid nog opstaan op de laatste dag? Deze tekst verkent deze prangende vragen vanuit bijbels, theologisch en praktisch perspectief. De Realiteit van Moderne Crematie Bij crematie wordt het menselijk lichaam blootgesteld aan extreme temperaturen tussen 800 en 1000 graden Celsius. In dit intense vuur ondergaat het lichaam een radicale transformatie: weefsels klonteren samen, organen schrompelen en verdampen letterlijk in de vlammen. Na ongeveer drie uur blijven slechts enkele fragmenten van beenderen over, die vervolgens worden vermalen tot fijn poeder. Deze as, verzameld in een urn, vertoont geen enkele gelijkenis meer met het organisme dat decennia lang heeft geleefd, geliefd en geleden. Dit proces staat in schril contrast met de uitgebreide riten die duizenden jaren hebben bestaan. In nauwelijks twee generaties tijd is de wijze van begraven ingrijpend gewijzigd op een manier die niemand zich kon voorstellen. Voor veel ouderen die als kind alleen traditionele begrafenissen kenden, wekt deze snelle verandering twijfel en vragen op over de verrijzenis. Waarom de Verschuiving naar Crematie? De redenen voor de populariteit van crematie zijn voornamelijk praktisch en financieel van aard. Een traditionele begrafenis met kist, grafconcessie, balseming, ceremonie, bloemen en grafsteen kan voor een gemiddeld gezin enkele duizenden euro's kosten. Bij financiële tegenslag kunnen deze kosten ondragelijk worden. Crematie 325 biedt een concreet en minder duur alternatief dat sneller en minder arbeidsintensief is. Daarnaast worden milieu-argumenten aangevoerd: minder ruimte nodig, geen betonnen graven, geen langdurig onderhoud van grasvelden. In stedelijke gebieden waar ruimte beperkt is, speelt dit aspect een belangrijke rol. Ook de veranderde familiestructuren dragen bij aan de keuze voor crematie. Families leven niet meer op dezelfde plaats en zijn geografisch verspreid. De as kan gemakkelijk worden verplaatst, verdeeld of verstrooid op betekenisvolle plaatsen. De cultuur van het rouwen is fundamenteel gewijzigd. Uitvaarten moeten sneller verlopen, zonder uitgebreide plechtigheden. Regelmatige bezoeken aan het kerkhof behoren steeds minder tot de routine. We leven in een gemeenschap die de dood niet meer verdraagt en deze discreet, bijna onzichtbaar behandelt. In deze nieuwe tijdsgeest is crematie de norm geworden. Wat Zegt de Bijbel over Crematie? Het eerste dat opvalt bij bijbels onderzoek is een opmerkelijk stilzwijgen: geen enkele tekst verbiedt expliciet de crematie. Er staat geen bevel tegen, geen wetsvoorschrift, het ontbreekt op de stenen tafels die op de Sinaï werden gegeven. Deze stilte is echter dubbelzinnig, want we vinden ook nergens een goedkeuring. Geen enkele patriarch of profeet werd gecremeerd als teken van eerbetoon. Van Genesis tot Apocalyps is er steeds sprake van ter aarde bestelling, waarbij lichamen in de aarde worden gelegd, omgeven met kleding en zalven, bewaard in grotten of op begraafplaatsen. Wanneer vuur in verband met een lichaam wordt vermeld, is dit nooit een symbool van vrede maar steeds van veroordeling. Vlammen vertegenwoordigen niet rust maar straf, zuivering door vernietiging. In Jozua 7 lezen we het verhaal van Achan, die Gods bevel overtrad bij de verovering van Jericho. Zijn straf was verschrikkelijk: eerst steniging, daarna verbranding. Het vuur was geen liefdesdaad maar een teken van schuld en schande. Een ander voorbeeld vinden we in 1 Samuel 31, waar de lichamen van Saul en zijn zonen worden verbrand door mannen uit Jabes in Gilead. Dit gebeurde echter niet als eerbetoon, maar uit praktische noodzaak: de lichamen waren verminkt, tentoongesteld en in ontbin326 ding. Toch werden na de verbranding de beenderen meegenomen om deze te begraven onder het geboomte van Jabes, als een laatste vorm van respect en een teken dat zelfs in wanhoop het begraven de ultieme eerbetoon blijft. In 2 Koningen lezen we hoe koning Josia het gebeente van heidense priesters liet verbranden op de altaren die ze hadden geprofaneerd. Ook hier is vuur geen symbool van respect maar van misprijzen en veroordeling, waarbij de vlammen de altaren tot vervloekte plaatsen transformeren. Vuur als Bijbels Symbool In de bijbelse literatuur heeft vuur overwegend een negatieve betekenis wanneer het het lot van de mens betreft. Het is een instrument van goddelijk oordeel, een teken van veroordeling. Sodom en Gomorra, waar vuur en zwavel uit de hemel neerdaalden, symboliseren geen reiniging maar totale vernietiging. De vuuroven in de Apocalyps staat symbool voor het lot van hen die weerstand hebben geboden aan Gods stem. Vuur kan wel de betekenis van zuivering hebben, zoals metaal in de smeltoven waar goud wordt gezuiverd. Maar zelfs dan gaat het om een gewelddadige transformatie, een verlies. Er bestaat ook een ander soort vuur: de goddelijke aanwezigheid. Mozes zag dit in de brandende braambos, Elia riep vuur uit de hemel als teken van Gods aanvaarding van het offer. Hier wordt vuur een instrument van communicatie met het heilige, niet van vernietiging. Het Lichaam als Heilig Vanaf de eerste bladzijden van de Bijbel wordt het lichaam voorgesteld als iets heiligs, een kunstwerk door God direct gemodelleerd. In Genesis lezen we hoe God de mens vorm geeft uit het stof van de aarde en hem de levensadem in de neus blaast. Het is deze levensadem die materie tot leven omvormt. In dit gebaar is de mensheid geboren in de eenheid van aarde en geest, van stof en eeuwige levensadem. Daarom wordt in de bijbelse visie het lichaam nooit achteloos behandeld. Het is broos maar geheiligd. Wanneer God tegen Adam zegt "stof zijt ge en tot stof keert ge terug", verkondigt Hij geen ver327 oordeling maar een eeuwige waarheid. Het lichaam moet terugkeren naar de aarde waaruit het is ontstaan. Deze woorden drukken geen wanhoop uit maar tonen het sluiten van de cirkel van de schepping. Begraven als Daad van Geloof In Genesis 23 treurt Abraham over Sarah en zoekt geen snelle of economische oplossing. Hij aanvaardt geen terrein dat zomaar wordt geschonken, maar gaat een lange onderhandeling aan met de Hetieten om de grot bij Mamre voor 400 sikkel zilver te kopen. Voor Abraham is het begraven van zijn vrouw een spirituele daad, een getuigenis dat deze stof eens zal herleven. Het is niet zomaar een daad van liefde, maar een profetie. In Deuteronomium stelt God zelf een verbazend principe van medelijden in: zelfs een geëxecuteerde die aan de boom hangt mag daar 's nachts niet blijven hangen maar moet worden afgenomen en begraven. Waarom? Zelfs de schuldige bewaart de goddelijke afdruk. Het respect voor het lichaam is niet alleen voor heiligen, maar een recht van ieder mens. Het beeld van God schittert in iedereen. De Begrafenis van Jezus Na zijn kruisdood wordt het lichaam van Gods Zoon niet verlaten, weggeworpen of gecremeerd. Hij wordt van het kruis afgenomen, gewikkeld in een witte lijkwade, gezalfd en in een nieuw graf neergelegd. Jozef van Arimathea biedt zijn eigen graf aan als teken van eerbied en geloof. Dit piëteitsvol handelen staat symbool voor de hoop op de eeuwigheid. De dood is geen vernietiging maar een doortocht. Het lichaam, aan de aarde toevertrouwd, wacht daar op de verrijzenis zoals een graankorrel die onder de oppervlakte slaapt tot de dag dat nieuw leven opstaat. Het begraven maakt integraal deel uit van de boodschap van het evangelie: "gestorven en begraven, opgestaan de derde dag". Hierin is het hele christelijk geloof samengevat. Belet Crematie de Verrijzenis? De cruciale vraag blijft: kan een lichaam dat tot as is herleid nog verrijzen? Dooft de vlam de hoop? Het antwoord ligt in Gods almacht. In 1 Korintiërs 15 schrijft Paulus dat wat in vergankelijkheid is gezaaid in onvergankelijkheid zal opstaan. We verrijzen spiritueel, zoals een 328 graankorrel in de grond verdwijnt en een boom of bloem eruit geboren wordt. Het lichaam transformeert zich, het is geen eenvoudige terugkeer. De verrijzenis hangt niet af van de integriteit van ons lichaam, maar van Gods kracht. Hij heeft de mens uit stof geschapen en geest gegeven. Als God uit het niets de mens heeft geschapen, waarom kunnen we dan niet aannemen dat Hij in staat is het leven terug te schenken aan hen die tot as zijn herleid, verbrand, in zee gestrooid of op de weide verstrooid? God laat niets van wat Hij schept verloren gaan. Vele christenen in de eerste eeuw hadden geen graf. Ze werden verscheurd door wilde dieren, in zee geworpen of levend verbrand tijdens vervolgingen. Ze hadden geen enkel teken, graf of kruis, maar toch bleef hun vlam van de hoop bestaan. Hun verrijzen steunt op hun geloof, niet op hun begraven zijn. Christus zal ons arm lichaam herscheppen om dit gelijkvormig te maken met zijn verheerlijkt lichaam. Het Standpunt van de Kerk Van de 18e tot de 19e eeuw ontstonden lekenbewegingen die expliciet niet in de verrijzenis wilden geloven, en crematie werd een symbool van het geloof tarten. Daarom verzette de kerk zich tegen crematie. In 1963 nam Paulus VI stelling in deze kwestie, en in 2016 verscheen het document "Ad resurgendum cum Christo". De kerk staat crematie nu toe maar met voorwaarden: geen uitstrooiing van de as, geen meenemen naar huis, maar bewaring op een columbarium op een plaats die gewijd is. De verrijzenis mag niet worden ontkend. Het gaat erom hoe wij tegenover dat lichaam staan: met liefde en respect. Het lichaam is de tempel van de Heilige Geest, vrijgekocht aan een hoge prijs, het bloed van Jezus Christus. Conclusie Crematie belet de verrijzenis niet. God die ons het eeuwig leven belooft wordt door niets weerhouden: niet door vuur, niet door tijd, niet door stof. Ons geloof in de verrijzenis berust op Zijn uitspraak: "Ik ben de verrijzenis en het leven". Alle lichamen ondergaan het lot om tot stof terug te keren. De materie lost zich op, maar wat we zijn lost 329 niet op. Het is wat God van ons herinnert, de eeuwige vonk van de ziel, het onsterfelijke dat bewaard wordt. Toch blijft begraven een dieper teken van geloof in de verrijzenis. Het is respect voor de tempel waarin het goddelijke het menselijke heeft ontmoet. Het afscheid vergt rituelen om de vrede van het hart terug te vinden. Het gebed bij het graf is belangrijk, we kunnen er vrij tranen storten. Liefde wordt getransformeerd in herinnering. Bij crematie, zonder een vaste plaats, dreigt het vergeten sneller in te treden. De dood vergt liefde en waardigheid. De herinnering is niet eenvoudige nostalgie, het is liefde die over de dood verder gaat, het bewijs dat er iemand was die bestaan heeft. Hoe we die herinnering bewaren blijft belangrijk, of we nu kiezen voor begraven of crematie. Want uiteindelijk draait het niet om wat God kan doen - Hij kan alles - maar om hoe wij met eerbied en geloof omgaan met het leven dat Hij ons heeft geschonken. synthese van 'Vérité Dérange', J.J.Bénitez op youtube.com/watch? (v=NulQ51ZjJT4) geraadpleegd 2/11/2025 Bewening Christi: De dag is over en voorbij. De dingen /zijn aan elkaar gelijk en zonder kleuren./Dood en verdriet en dood moeten gebeuren,/ een keten van ineengevlochten ringen De zachste handen die bestaan bewegen/als veren aan zijn voorhoofd en zijn armen/iets anders dan Hem koesteren en verwarmen/kunnen ze niet, zijn doodskou komt hen tegen bij het schilderij van Rubes Museum Antwerpen en Cummzer Galery of Art, Jacksonville, USA door Anton Van Wilderode, "Verzamelde gedichten' pag 289) 330 Vruchtbaarheid en de crisis in de sociale zekerheid De Italiaanse president Meloni: “Vrouwen zijn niet vrij als ze moeten kiezen tussen kinderen en werk. Het moederschap is niet te koop en de baarmoeder is niet te huur” (20230513 – conferentie Rome met Paus Franciscus). Biologisch kunnen we enkel vaststellen dat seksualiteit met voortplanting te maken heeft. Alles wijst immers in die richting: de geslachtelijke voortplanting met een man en een vrouw, waarbij een zaadcel en een eicel samenkomen om nieuw leven, een kind te laten ontstaan. Dit nieuwe trio noemen we met een in onze taal uniek woord: gezin. Soms zegt men ‘kerngezin’, maar in feite is dit een pleonasme, wellicht ingevoerd vanuit andere talen die dit woord niet kennen en het moeten stellen met ‘family’, ‘famille’, ‘famiglia’ en dan ook spreken van ‘famille nucléaire’, gewoon ‘gezin‘dus. Paus Franciscus en Paus Leo hebben beide een dringende oproep gedaan om het geboortecijfer op te krikken. Zij doen een oproep dat gezinnen weer kinderen (meervoud) zouden verwelkomen. Ze worden vervoegd door de premier bij de opening van academisch jaar aan de RUGent. Hij stelt dat “als we niets doen de welvaartstaat gaat instorten tijdens het leven van de aanwezige studenten”. Het groeiend aantal gepensioneerden, de 500 000 chronisch zieken en de tewerkstellingsproblemen met de vele werklozen zorgen ervoor dat het systeem dreigt in te storten. Ofwel moeten we de welvaart vergroten, ofwel de sociale zekerheidszuilen afbouwen. Anders storten deze vanzelf in. Het probleem is niet nieuw. Pensioenen waren voorzien voor een bevolking die gemiddeld 65 jaar werd, vandaag is dat gemiddelde 85 jaar, dus 20 jaar meer. De enige reden waarom het systeem desondanks functioneert, is, zegt hij, de verhoogde productiviteit doorheen de jaren. We konden met minder volk meer welvaart produceren. Daarop toont de premier de demografische gegevens en vergelijkt de bevolkingspiramide 1910 met 2025. De piramide staat nu op zijn kop met een veel te smalle basis om alle ouderen te verzorgen. In 1990 nog vier werkenden, maar als alles op zijn beloop blijft, vallen we binnen afzienbare tijd op 2 werkenden per pensioentrekker. 331 Hoe is dat zover kunnen komen? De demografische ommekeer kan worden afgelezen uit de piramide van 1980 waarbij de geboorten toenamen na wereldoorlog I en II. Vooral na de laatste was er een sterke stijging gedurende 20 jaar maar deze breekt af vanaf de jaren 1965-1970 De afname zet zich in en blijft tot heden voortduren. In alle voorstellen van de premier die hij voor de studenten bespreekt wordt op dit gegeven niet ingegaan. Op het ogenblik dat de sociale zekerheid in België werd ontwikkeld – dus na 1945 – was iedereen het erover eens dat via het huwelijk het gezin beschermd moest worden. Dat was het basismodel, het gezin als hoeksteen van de samenleving. Een agnostische meerderheid in het parlement had overspel als een misdaad in de strafwet voorzien sedert 1867. Het gezin zou anders op losse schroeven komen te staan, en daardoor wordt de maatschappij ondergraven. Historisch was het christelijk huwelijk een vrij engagement van een man en een vrouw die na een voldoende periode van overleg (verloving) mekaars geluk en hun leven wilden delen in goede en kwade dagen. Dit voortaan onontbindbaar huwelijk was bedoeld om beide partners tot volle bloei van hun mens zijn te laten komen, op verantwoorde wijze hun vruchtbaarheid te beleven en om van de Schepper kinderen te ontvangen en groot te brengen. Het bood aan beide partners en hun kinderen een garantie van harmonische ontplooiing, duurzaamheid en bescherming. De Verlichting en de Franse revolutie zorgden voor een scheiding van Kerk en Staat, waarbij de Staat het klassieke huwelijk ‘als contract’ overnam. Het werd een verplichting om eerst een contractueel huwelijk aan te gaan, alvorens eventueel kerkelijk te mogen trouwen. Er was en is dus geen absolute tegenstelling tussen een kerkelijk en een burgerlijk huwelijk. De wet was duidelijk en streng het huwelijk werd steeds door de wet beschermd. Dit werd anders na 1992 wanneer echtscheiding met onderlinge toestemming werd voorzien en overspel quasi uit het maatschappelijk beeld verdween. Seksueel intiem zijn kan nu met gelijk wie, gelijk wanneer; gelijk hoe, indien wordt ingestemd of toegestemd. 332 Babyboom generatie Keren we terug naar de piramide 1980. Voor de babyboomgeneratie was dankzij de aangepaste sociale zekerheid, het gezinsinkomen met het één verdienmodel nog voldoende, zelfs om een woning te verwerven. De gezinspolitiek voor grote gezinnen bood support naargelang het kinderaantal. Moeders waren niet verplicht te gaan werken om het gezin te onderhouden en konden makkelijker zorgen. Meestal was zij het die zorgde voor ondersteuning van schoolgaande kinderen, voor haar echtgenoot – na een vermoeiende werkdag, toen nog in een 6-dagenweek (althans tot zaterdagmiddag) – of/en voor de bejaarde ouders. Dit is een schets van de welvaartstaat. De emancipatie lokte echter vrouwen in grote getallen naar de arbeidsmarkt hoewel er geen arbeidsplaatsen voorzien waren. De instroom veroorzaakte toenemende productie van gelijkgestelde dagen, eufemisme voor werkloze dagen, in plaats van gewerkte dagen, het idee van de twee pensioenen werd de regel. De adequate medische contraceptie verving het verantwoord ouderschap, de financiering ter ondersteuning van het gezin volgde de welvaart niet, in tegendeel werd dat geld gebruikt om andere budgetten aan te vullen omdat het kindertal drastisch afnam. De voorziene ‘premie moeder aan de aard’ bijvoorbeeld, werd dode letter omdat de minister die het Koninklijk Besluit daarvoor moest voorbereiden het project niet genegen was. Dit kwam dan ook niet tot stand, en zo was er maar één keuze, het arbeidsproces. Kinderen krijgen werd een groot vraagteken en het gezin van de tweeverdieners met één kind of zonder kinderen de regel. De grote gezinnen bleven en blijven in de kou staan, de twee pensioenen die in het repartitiestelsel door de werkende moeten betaald worden, bestelen de kinderen die in een groot gezin zijn opgegroeid – waar de moeder haar opdracht vervulde – en die normaliter voor hun moeder zouden zorgen. Zij krijgt nu geen pensioen, want een toekomst voor de oude dag voor het moederschap en de ermee verborgen zorgen is in onze sociale zekerheid niet voorzien. Uiteindelijk wordt het stelsel onbetaalbaar, doorgeschoven naar de volgende generaties. De verhoogde productiviteit, die tot in het recent verleden de stijgende kosten voor de sociale zekerheid gedeeltelijk kon onderbouwen, is stilgevallen. Werkeloosheid, langdurig ziekte en mismatch tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt veroorzaken enorme kosten in de sociale zekerheid, samen met een levensverwachting die van de 333 oorspronkelijke 65 jaar nu 85 jaar is geworden. Door onzorgvuldige budgettaire uitgaven het laatste decennium is de schuldenberg onoverzichtelijk geworden en stelt de premier dat drastische maatregelen niet kunnen uitblijven. We zijn terug in een crisis nog erger dan deze na de oliecrisis van 1973-74 begin tachtiger jaren. Inderdaad maar het gezin is de vergeten pijler in alle voorstellen. Gezin vandaag Vandaag zijn het gezin en het huwelijk dynamischer geworden, met een verschuiving van het traditionele kerngezin naar meer diverse samenlevingsvormen, zoals relaties op basis van occasionele seks met diverse partners, koppels zonder kinderen of alleenstaande ouders (BOM of BAM*). Vaak ook gaan koppels bijvoorbeeld pas trouwen als er al kinderen zijn. Het keerpunt in de wet was in feite 1992 met de invoering van de schuldeloze echtscheiding met wederzijdse toestemming. Het burgerlijk huwelijk werd beschouwd als een contract dat ook eenvoudig kon worden verbroken. Steeds sterker komt de romantische liefde centraal te staan, vooral gebaseerd op gevoelens die mettertijd dus kunnen verdwijnen, waardoor ook de relatie kan worden verbroken. De individuele autonomie van de partners komt nu centraal te staan en daarmee de individuele ontplooiing. Maar in feite wordt het seks met wederzijds goedvinden met gelijk wie, gelijk waar en gelijk wanneer. Indien een kind zich aanmeldt zal het abortuscentrum ‘helpen’. Door de wettelijke erkenning van andere samenlevingsvormen valt de bescherming van het gezin als zodanig weg. Er is immers geen enkel (bv. fiscaal) voordeel meer om te huwen. Dat het huwelijk en de echtelijke liefde onder druk zou komen te staan is duidelijk uiteengezet in 1968 in de encycliek Humanae Vitae van H. Paus Paulus VI. Het werd nogmaals bevestigd door de Exhortatie Familiaris consortio (1981) na de synode voor het gezin door H. Paus Johannes Paulus II en de Catechismus van de Katholieke Kerk (1992) en nogmaals in zijn encycliek Veritatis Splendor (1993). Dat buitenechtelijke betrekkingen de regel zouden worden en de geboorten zouden ineenstorten was niet voorzien. Abortus wordt wereldwijd door belangengroepen en emancipatiebewegingen als een recht gepropageerd, in Frankrijk reeds in de grondwet verankerd. Abortus leidt er in ons land toe dat in plaats van 20.000 geboorten meer, die nodig zijn en die minister 334 Dehaene voorzag in zijn beleidsnota van april 1987, er door de abortuswet (1990) 20.000 abortussen werden gepleegd. Beleidsoptie april 1987 (Beleidsnota van de minister van sociale zaken demografische evolutie en sociale zekerheid, april 1987 (pag 82-85)) Laat ons enkele ideeën citeren uit de beleidsoptie: “2.1. De politiek is niet bij machte rechtstreeks in te grijpen op de nataliteit of de mortaliteit. Het beleid heeft daarenboven niet tot opdracht één of ander gezinsmodel noch een of ander professioneel model op te dringen. Wel is het de taak van de overheid een klimaat te scheppen waarbij de bevolkingsontwikkeling overeenstemt met de aspiraties van de bevolking zelf, en waarbij een solidariteit blijft bestaan tussen de generaties onderling.” Dehaene laat dus in feite het gezin los als pijler en unieke basis van de maatschappij ten voordele van een vrijblijvend model van allerhande relatievormen. Deze solidariteit werd vroeger (nb1945-1965) ‘spontaan’ georganiseerd op micro-vlak, namelijk binnen de families zelf. Kinderen hebben, betekende niet alleen een sociale rijkdom, maar ook waarborg voor de bestaanszekerheid van de ouders en eventuele andere familieleden. Dit ‘ruimere’ familiebegrip versmalde in de loop de jaren naar de kleine gezinskern, en het waarborgen van de bestaanszekerheid werd geleidelijk en vooral na de tweede wereldoorlog overgedragen aan de welvaartstaat. De micro-solidariteit binnen het gezin werd vervangen door een macro-solidariteit op het niveau van de gemeenschap. Het hoofdinstrument van deze macro-solidariteit werd de sociale zekerheid, gefinancierd door de actieve generatie ten behoeve van de nog-niet en de niet-meer actieve generaties. Hoe kinderen ‘hebben’ kon gerealiseerd worden, is niet duidelijk, want: “Het ‘nut’ van het hebben van kinderen wordt uitsluitend individueel geëvalueerd en nooit collectief.” Maar “voldoende kinderen is nodig.” De leefbaarheid van het stelsel op lange termijn kan maar als er “minstens een stationair bevolkingsmodel” bestaat en daarvoor zijn er in (en vanaf) 1987, 20.000 meer kinderen nodig dan er geboren worden. Het document waarschuwt “dat dit waarschijnlijk NIET gaat gebeuren” en dat dus “maatregelen dienen genomen te 335 worden op het niveau van het systeem zelf. Een tussenweg is er niet” De huidige begrotingscrisis was dus toen al helder voorspeld. De 20.000 abortussen per jaar – intussen dus 700.000 kinderen in de moederschoot gedood – versterken dit geboortetekort en vervullen de voorspelling. Collectief verarmingsproces Het document stelt verder dat men “het hoofd in het zand kan stoppen… zoals bij het collectief verarmingsproces na de crisis van 1974” en wijst erop dat werkloosheid en pensionering beiden de kosten van de sociale zekerheid doen verhogen maar de inkomsten ondergraven. Op dat ogenblik (1987) stromen de ‘babyboomers’ van de zestigerjaren in het arbeidsproces, waarbij het aantal arbeidsplaatsen spijtig genoeg in de privésector vermindert en de demografische evolutie werklozen met gelijkgestelde dagen voortbrengt. Deze krijgen op het einde wel hun pensioen, maar hebben niet bijgedragen noch door arbeid noch door zorg voor kinderen (meervoud) en wegen nu samen met de sterke toename van de levensverwachting op het budget. Het document waarschuwt in 1987 voor het doorschuiven van ondragelijke lasten naar de volgende generatie actieven die met een dubbele last worden geconfronteerd. Hoe de geboorten opkrikken? De financiële ondersteuning alleen – kindergeld en belastingvermindering – lijkt niet voldoende maar wel noodzakelijk om de levensstandaard zoveel mogelijk op pijl te houden, zegt de nota. Deze aanbeveling werd spijtig genoeg niet ingevuld en de jonge gezinnen stellen kinderen uit of blijven kinderloos omdat met twee moeten gaan werken nodig is om rond te komen. Dit is in tegenstelling met het document dat stelt: “2.2.3. De keuze voor het hebben van kinderen is geen pecuniaire keuze en de daling van de gezinsdimensie heeft andere en diepere oorzaken dan enkel de invloed van kinderen op de financiële situatie van het gezin. … Uit verschillende onderzoeken blijkt dat, waar 20 jaar geleden (nb: dus 336 zestiger jaren) de meeste gezinnen meer kinderen hadden dan ze wel ‘wensten’ (excess fertility), thans een aanzienlijk aantal vrouwen niet het aantal kinderen bereiken dat ze wensen, dat dus het verwachte aantal beduidend beneden het gewenste ligt (deficit fertility).” Er wordt in het document niet gesproken over de effectieve hormooncontraceptie, de pil, die systematisch het geboortetekort doet toenemen. Ook niet over het stemmen van de abortuswet in 1990. Dit gaat samen met het ontbinden of niet tot stand komen van het gezin, zodat vrouwen inderdaad geen zekerheid meer hebben op een harmonieus gezin met kinderen. Veranderd gezinsmodel is de dieperliggende oorzaak. “Deze drempelvrees wordt wellicht mede beïnvloed door ‘de meerkosten’ van een groter gezin, maar zeker ook door het moeilijker of onmogelijk worden om voltijdse buitenshuis arbeid te combineren met de opvoeding van meerdere kinderen. De keuze m.b.t het aantal kinderen heeft derhalve zowel financiële als emancipatorische remmen.” Inderdaad het buitenhuis werken geeft dikwijls aanleiding tot spanningen binnen de gezinscontext omdat er geen goede harmonie tot stand komt wegens een conflictmodel door ieders apart inkomen versus een consensusmodel. Daarop worden voorstellen voor een verbeterd kindvriendelijk klimaat geformuleerd: “2.2.4. Naast een verbetering van de financiële situatie van gezinnen met kinderen via kinderbijslag en fiscale voordelen, bij voorkeur selectief naar de gezinnen met 3 kinderen en meer, dient de aandacht van de overheid vooral te gaan naar de mogelijkheid om beroepstaken en gezinstaken meer harmonieus te kunnen combineren.” Er worden dan volgende bijkomende maatregelen voorgesteld: loopbaanonderbreking, deeltijdse arbeid, rechten op sociale zekerheid dienen proportioneel en onbeperkt in de tijd te worden voorzien. Voor wie thuis wil blijven voor de opvoeding van de kinderen moet ‘thuisarbeid’ erkend worden. Het invoeren van het principe van de splitting met décumul en belastingaanpassing wordt aanbevolen in een belastinghervorming. Dan volgt speciale ondersteuning voor alleenstaande moeders met kind na echtscheiding, en de opvangcentra en gezinshulp. 337 Uiteindelijk is dit alles onvoldoende uitgewerkt omdat de klemtoon bleef liggen, niet op harmonieuze gezinnen, maar op de emancipatie en tewerkstelling van de vrouw en een inkomen onafhankelijk van de man. Het huwelijk als instelling, die voor de persoonlijke ontplooiing van beiden harmonieus zou moeten zorgen, wordt niet (meer) erkend. Alleen tewerkstelling geldt als alleenzaligmakend voor de vrouw die tegenover haar man wordt geplaatst. Een gezin met kinderen wordt in de armoede geduwd door totaal onvoldoende maatregelen die grote gezinnen een aanvaardbare levensstandaard moeten verzekeren. Nog steeds is er voor vrouwen geen tijd en geen erkenning van het moederzijn. Alleen Wouter Beke heeft het idee van de 1000 dagen die nodig zijn om een kind harmonieus op te nemen in het gezin, gelanceerd, maar werd onmiddellijk door de progressieve emancipatiebeweging teruggefloten. Intussen benadeelt het huidig kinderbijslagsysteem de grote gezinnen ten koste van een model met één kind. De belastingen zijn niet verder aangepast. Het aantal echtscheidingen, ongehuwd samenwonen, en alleenstaande moeders BAM en BOM* neemt steeds meer toe, samen met de werkloosheid. Indien daar maatregelen worden genomen kampen we met de langdurig zieken. Het aantal effectief economische arbeidsplaatsen stagneert of neemt af wegens te hoge kosten van de sociale zekerheidsbijdragen. De zorg voor kinderen en ouderen is onbetaalbaar geworden. Bart De Wever waarschuwt de studenten voor een catastrofale toekomst indien we alles op zijn beloop laten, maar spreekt spijtig genoeg alleen over ‘productiviteit’ maar met geen woord over hoe gezinnen met kinderen uit de discriminatie helpen. Hij spreekt zelfs met geen woord over gezinnen. Alle aandacht gaat nog steeds naar vermeende discriminatie voor al wat geen gezin is, homohuwelijken en diverse alleenstaande ouders met meestal één kind. Het huwelijk is weggedeemsterd, overspel bestaat niet meer, alles wordt individueel gewaardeerd. In tegenstelling tot een harmonieuze ontplooiing binnen een stabiel huwelijk door God gezegend en waar vruchtbaarheid op verantwoorde wijze in dialoog beleefd wordt zonder contraceptie, wordt een conflictmodel van buitenshuis werken de regel en het drama gezinsontbinding met kinderen die als het ware “wezen zijn met ouders in leven” (Paus Franciscus). “Wie geen moeilijke beslissingen kan nemen, zei De Wever in Gent, is niet capabel te besturen”, maar behalve over productiviteit is er niets gezegd over het scheppen van een waar gezinsklimaat en 338 verwelkomen van het project kinderen met een engagement van hun vader en moeder, jawel ook van hun vader. Ouders moeten in onderlinge dialoog niet alleen de realisatie van hun vruchtbaarheid harmonieus afstemmen maar ook het noodzakelijk twintig jaar lange engagement tegenover hun kinderen die God hen schenkt. Indien men vandaag een harmoinieuze werkelijke gezinspolitiek zou voorstellen, waarbij de moeder ten volle voor het moederschap wordt gerespecteerd en de vader, gehuwd met zijn geliefde, zijn opdracht in harmoinie vervult, is er een basis voor herstel en continuïteit van ons sociaal zekerheidssysteem. Indien niet en het model van na 1987 of nog erger wordt voortgezet – en het ziet er naar uit dat dat gaat gebeuren – dan gaat het rampscenario met grote waarschijnlijkheid zich voltrekken. Moge God ons daarvoor behoeden. Dr Luc Kiebooms Voorzitter 20251112 * BAM bewust alleenstaande moeder, BOM Bewust ongehuwde moeder *(pag 82-85) Beleidsnota van de minister van sociale zaken demografische evolutie en sociale zekerheid) april 1987) Aanvullende nota: wegens de budgettaire actualiteit hier een reactie op artikel in de Tijd (18 nov 2025) van Thomas De Jonckheere advocaat dat een nieuw belastingvoorstel formuleert. Hij verdedigt ‘eerlijke belastingen’: “ De fiscale wetgeving moet neutraal zijn, ongeacht de gezinsvorm.” De advocaat specialist in belastingen spreekt niet over kinderen en kinderlasten, maar behoort tot de ideologie die voorspeld werd met name dat het “gezin” geen hoeksteen meer is van de maatschappij. Hij stelt:” De fiscale wetgeving moet neutraal zijn, ongeachte de gezinsvorm. Het huwelijksquotiënt bevoordeelt éénverdieners in een huwelijk en discrimineert alleenstaande, feitelijk samenwonenden en tweeverdieners. Een onmiddellijke afschaffing zonder overgangsregeling levert jaarlijks 1 miljard € open herstelt de gelijkheid tussen huishoudens.” 339 Als reactie werd volgende aan de redactie gestuurd: Het aantal huwelijken daalt elk jaar, het aantal echtscheidingen neemt toe, de keuze niet te huwen is toch een vrije keuze. Het huwelijk - waarbij twee zich ‘solidair’ verklaren in goede en kwade dagen én als het om een man en een vrouw gaat, solidair de inspanning voor kinderen (investering van 20 jaar!!) tot een goed einde trachten te brengen - werd millennia lang als hoeksteen van de maatschappij beschermd. Wanneer een huwelijk zijn economische inkomsten en zijn zorgtaken in harmonieus overleg dagelijks (365 dagen en nachten) tot een goed einde brengen, lijkt dit statistisch de beste formule voor de noodzakelijke kinderen. De bekommernis van Bart De Wever op het Openingscollege Politicologie 2025 Ugent. In het hele betoog in de Tijd verdwijnt nadat het huwelijk opgeheven is, de noodzakelijke infrastructuur om kinderen (meervoud) harmonieus te laten groeien. De sociale zekerheid, waar het toch allemaal om te doen is, mag niet kapseizen, daarvoor stelde in Beleidsoptie april 1987 (Beleidsnota van de minister van sociale zaken demografische evolutie en sociale zekerheid, april 1987 (pag 82-85)) dat er 20.000 kinderen meer zouden moeten geboren worden. Dit is dus niet gebeurd, het achterstel is intussen 740.000 kinderen! In het betoog van De Jonckheere ontbreekt het verdisconteren van het moederschap. Alleen het huwelijksquotiënt is verre van voldoende. Moeders moeten moeder kunnen zijn, volgens Wouter Beke 1000 dagen, zeer zeker. Dus geef hun pensioenrechten voor elk kind 1000 dagen. De kindergelden opnieuw progressief maken zodat wie meerdere kinderen heeft niet tot armoede gedwongen wordt. Bijstand voor gezinnen met kinderen in het verwerven van een aangepaste woonst. Dus een ware gezinspolitiek zodat de discriminatie van de keuze voor een gezin wordt omgebogen in een aansporing tot het gezin met kinderen. Anders gaan deze er niet komen en zadelen we onze (klein en achterklein-kinderen met een rampscenario op. De keuze om te huwen is het blijvend engagement van beiden tegenover elkaar EN de kinderen. De Jonkheere zou voorstellen kunnen formuleren hoe vaders mee verantwoordelijk kunnen zijn voor de kinderen die ze verwekt hebben in die in samenleven-vormen die hij opsomt. Ook in allerhande echte of andere ‘alleenstaande’ gezinnen wordt de keuze bepaald door twee volwassenen die zich seksueel engageren. Duizenden jaren was het huwelijk de formule tegenover 340 de vrouw (hoe dan ook moeder!) en kinderen die recht op zorg en correcte opvoeding hebben. Nu wordt dit zelfs als ‘discriminatie’ genoemd wanneer het huwelijk een habbekrats tegemoetkoming krijgt. De Wever moet niet klagen over demografisch deficit dat de Sociale zekerheid doet instorten en hoe coherent het belastingsbetoog van De Jonckheere ook is, zonder duidelijke ‘gezinspolitiek’ en coherent voorstel om het huwelijk met kinderen te promoten zal het doem-scenario van De Wever zich voltrekken. En hij stelt dit voor de studenten die hij toespreekt, ‘binnen hun generatie’! Luc.Kiebooms Lied van Gods heiligheid (Apok.15,3-4) Gij alleen zijt heilig. Groot en wonderbaar zijn uw daden, Heer God, Albeheerser. Rechtvaardig en waarachtig zijn uw wegen, O Koning der eeuwen. Wie zou U, Heer, niet vrezen en uw Naam niet verheerlijken? Want Gij alleen zijt heilig. En alle volken zullen komen en U aanbidden, Omdat uw gerechte oordelen openbaar zijn geworden. Loflied voor God Het heil en de eer en de macht Komen toe aan onze God, Want waarachtig en rechtvaardig zijn zijn oordelen. Looft onze God, al zijn dienaren, gij die Hem vreest, gij kleinen en groten. De Heer onze God, de Albeheerser, heeft zijn koningschap aanvaard. Laat ons blij zijn en juichen en Hem de eer geven. De tijd is gekomen voor de bruiloft van het lam En zijn bruid heeft zich reeds getooid. Uit het Avondgebed van de Kerk op Zondag Ezechiëls lied van genade (Ez.36,24-26) Ik zal mijn geest in u storten, zodat ge mijn wegen gaat, Ik haal u tussen de volkeren weg, Ik roep u uit alle landen. Ik breng u terug naar uw eigen land en was u met zuiver water. Van al uw vlekken reinig ik u, van al uw onzuivere goden. Ik geef u van nu af een ander hart, een nieuwe geest in uw lichaam. Uw hart van steen neem Ik weg uit uw borst schenk u een hart van vlees. Ik zal mijn geest in u storten. 341 De heilige Drie-eenheid. De liefdevolle overgave van de drie goddelijke personen Inleiding Kortgeleden was ik getuige van de eerste poging van een kleuter om het maken van het kruisteken van zijn vader te imiteren. De kleine werd meegenomen naar een heilige Mis en zag in het begin het kruisteken van de priester en de andere aanwezigen. Het ging hem nog niet zo gemakkelijk af en waarschijnlijk zal hij niet beseffen dat daarbij de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest wordt aangeroepen. Pas later zal hij begrijpen dat het om de drie goddelijke personen gaat die het goddelijk wezen uitmaken. Het behoort tot het innerlijke rijpingsproces van de christen om steeds die-per in het mysterie van de drie goddelijke personen door te dringen. De heilige paus Johannes Paulus II heeft vanaf het begin van zijn pontificaat hieraan bijzondere aandacht willen besteden. Aan ieder van de drie personen heeft hij een encycliek gewijd: De Verlosser van de mens (de Zoon)1; De goddelijke barmhartigheid (de Vader)2 en Die Heer is en het leven geeft (de heilige Geest)3. Later nodigde hij in zijn brief Tertio millenio adveniente4 alle christenen uit om drie ja-ren aan de directe voorbereiding op het jubeljaar van de 2000e geboortedag van de verlosser te besteden. In deze drie jaren stonden de drie goddelijke personen afzonderlijk centraal: in 1997 God de Zoon, in 1998 God de Heilige Geest en in 1999 God de Vader. Voor het jaar 2000 wenste hij dat dit zou zijn als “een unieke, ononderbroken lofzang op de Drie-eenheid”. Hierdoor wordt door het hoogste kerkelijk gezag bevestigd dat de omgang met de drie personen van de heilige Drie-eenheid afzonderlijk niet het van enkele uitverkoren dankzij hun doopsel uitverkorenen en daarmee zeldzame zielen is. Alle christenen zijn dankzij hun doopsel tot heiligheid geroepen6. En wat is heiligheid anders dan deelhebben aan het intra-trinitaire leven van God? Hoe krijgen wij toegang tot de Heilige Drie-eenheid? Alleen door de openbaring die ons door de Zoon werd gedaan. Deze openbaring vinden wij in de H. Schrift en de traditie die ons door het leerambt van de Kerk worden voorgehouden. Een bijzondere plaats neemt daarbij in de traditie de geloofsbelijdenis Qui-cumque in, die soms aan de H. Athanasius wordt toegeschreven. In eenvoudige en dui342 delijke bewoordingen worden hierin de mysteries van de heilige Drie-eenheid en de menswording weergegeven. Een bron zijn verder de woorden en geschriften van de mensen die een bijzonder diepe omgang met de drie-ene God hadden: de heiligen. Paus Johannes Paulus II schrijft hierover: “wij worden niet alleen erg geholpen door het theologisch onderzoek maar ook door die grote erfenis die de ‘geleefde theologie’ van de heiligen is”7. Een bijzondere toegang door de goddelijke mysteries wordt ons ook door de kunst geboden. Ook de kunstenaar is op zijn manier op weg naar de waarheid en weet die aan de andere via zijn kunst over te brengen: waarheden en realiteiten die niet of zeer moeilijk toegankelijk zijn via de redenering en die niet in woorden kunnen worden uit-gedrukt. In het vervolg zal van al deze bronnen gebruik gemaakt worden om, in een persoonlijke selectie, het mooie en verblijdende van dit mysterie aan te duiden, het grootste en mooiste wat wij mensen kunnen kennen. Om tot een beter inzicht van het mysterie van de heilige Drie-eenheid te komen wordt er voortdurend gebruikt gemaakt van filosofische begrippen. Het begrip ‘persoon’, bijvoorbeeld, behoort tot de filosofische vaktaal en is daar-mee abstract en in zekere zin afstandelijk. Het krijgt misschien meer inhoud en warmte als wij beseffen dat wij een persoon met ‘jij’ of ‘u’ kunnen aanspreken. Het is voor een eenvoudige gelovige evenmin als voor een filosoof of theoloog te begrijpen hoe drie volwaardige personen één wezen kunnen zijn. Het gaat echter niet tegen onze logica in, alleen wij kunnen het ons niet voorstellen. De Russische iconografie heeft in dit opzicht een bijzondere prestatie geleverd die ons verder kan helpen. Wereldberoemd zijn de oude afbeeldingen uit het klooster van de heilige Drie-eenheid met als bekendste die van Andrej Roebljof (begin 15e eeuw): men ziet er drie jonge, engelachtige personen rond een tafel zitten. De gezichten zijn van een verheven sereniteit. Het zijn niet drie van elkaar losstaande personen, duidelijk is er een relatie van luisteren en communicatie tussen elkaar. Onwillekeurig komt de gedachte op, wat zou ik graag bij dit drietal aanwezig zijn en door hen in vertrouwen worden genomen. Hoe mooi zou het zijn naar hun gesprekken te luisteren in dit eeuwige nu. Hun gesprekken die alle mysteries van de ongeschapen en geschapen realiteit bevatten. De iconograaf laat zien dat onze God niet een abstract wezen is; Hij is — misschien wat gewaagd gezegd — een gezin met drie personen bij wie wij gaarne zouden willen vertoeven. 343 Als kind al hebben sommigen van ons in de catechismus kunnen lezen dat God volmaakt gelukkig is. Hij is oorsprong van alles wat is, Hij is van niemand en niets afhankelijk. Pas als wij de drie goddelijke Personen afzonderlijk be-schouwen ontdekken wij dat dit geluk gebaseerd is op een volmaakte overgave in Liefde. En wat ons schepselen betreft zien wij dat de onoverkomelijke kloof tussen Schepper en schepsel op een wonderbaarlijke wijze door dezelfde Liefde overbrugd is. In het vervolg zal daarom na het beschouwen van de heilige Drie-eenheid in zijn geheel de aandacht uitgaan naar de drie goddelijke personen afzonderlijk. Er wordt getracht te laten zien hoe ieder van de drie goddelijke personen een volledige overgave aan het goddelijk Wezen kent. Daarna volgt een paragraaf waarin een poging gedaan wordt de goddelijke logica van het heilig kruis — het menselijk lijden - inzichtelijk te maken. Van de Drie-eenheid van de aarde naar de Drie-eenheid van de hemel God als gezin. Als wij het over een gezin van heilige en volmaakte personen heb-ben, komt onmiddellijk de gedachte op aan het gezin van Nazareth: Jezus, Maria en Jozef. De heilige Jozef-maria Escrivià gebruikte de omgekeerde weg. Vaak sprak hij juist over de Drie-eenheid van de aarde om zijn geestelijke kinderen de weg naar de hemelse Drie-eenheid te wijzen. “Kijken jullie eens in wat voor een omgeving Christus geboren wordt. Alles herinnert ons aan deze onvoorwaardelijke overgave: Jozef [...] zet zijn eer op het spel, de serene voortgang van zijn werk, de rust van de toekomst. Heel zijn bestaan is een onmiddellijke beschikbaarheid voor dat wat God verlangt. Maria verschijnt als ‘de dienstmaagd van de Heer’ (Luc. 1,38) die met haar fiat haar gehele existentie omvormt in een onderwerping aan het goddelijke plan van de verlossing. En Jezus? Het is voldoende te zeggen dat onze God zich als een kind toont; de Schepper van alle dingen verschijnt in de luiers van een klein schepsel, opdat wij geen twijfel mogen hebben dat hij waarlijk God en waarlijk Mens is’’8. Is het nu te gedurfd te zeggen dat wij juist in de Drie-eenheid van de hemel ook deze onvoorwaardelijke overgave vinden? Hoe kunnen wij ons met ons menselijk verstand voorstellen dat drie volmaakte personen in alle handelingen die naar buiten gericht zijn volmaakt één zijn? Als dit van buiten zou zijn opgelegd, of door één van de drie aan de andere twee, dan zou het voor ons verstand begrijpelijk zijn, alleen dan waren de drie personen niet aan elkaar gelijk en zouden zij 344 niet het goddelijk Wezen kunnen uitmaken. De enige kracht die drie personen dezelfde wil kan laten hebben zonder dat deze personen hun waardigheid verliezen is de liefde. Hoe groot moet niet de liefde binnen de heilige Drie-eenheid zijn als alle drie personen almachtig en in alles gelijk zijn en toch naar buiten handelend als één God optreden. De liefde is zo groot dat deze met het goddelijk Wezen wordt geïdentificeerd: want God is liefde9. Is het uit liefde handelen nu hetzelfde als overgave? Met andere woorden, als liefde uit twee personen een eenheid maakt (zoals dit geldt voor een verliefd stel) of uit drie personen één goddelijk Wezen, is dan noodzakelijkerwijs ook een echte overgave in het spel? Als er twee, zoals men zegt, vlinders in hun buik hebben, gaat dan niet alles vanzelf? Is dan niet alles gemakkelijk? Men moet hier goed opletten dat men niet in een bepaalde manier van redeneren valt die wat de theoretische oorsprong betreft al bij Kant te vinden is: ‘alles wat moreel goed is, zou moeite moeten kosten’. Degene die bemint wil het goede voor de beminde, niet omdat dat het meest moeilijke is, maar omdat hij zich met zijn beste vermogen niets beters voor de beminde kan voorstellen. Hierin bestaat de overgave van de beminnende dat hij/zij zorgvuldig met alle vermogens onderzoekt wat het beste is, en dit beste daarnaar met al zijn/haar krachten tracht te verwezenlijken. Het moge duidelijke zijn dat de goddelijke wijsheid en alwetendheid geen twijfel overhoudt over wat het goede is, omdat dit zich identificeert met het goddelijk zijn dat op zijn beurt volmaakt één is. De goddelijke liefde brengt alle drie de goddelijke personen ertoe dit goede met de goddelijke almacht te verwezenlijken: de handelingen naar buiten toe worden daarom door alle drie goddelijke personen gemeenschappelijk verricht. Een overgave in liefde zal bij ons mensen in het algemeen samengaan met offers. En bij de goddelijke personen? Ook hier vinden wij offer zoals wij straks proberen inzichtelijk te maken. Op dit moment moge het voldoende zijn op een menselijke manier te redeneren dat de eenheid van het goddelijk Wezen maakt, dat dit ieder zich eenzijdig te profileren of zijn persoonlijkheid te ontwikkelen in de weg staat. Maar offer en overgave staan niet in tegenstelling tot het geluk. Zo heeft Augustinus met een buitengewone scherpte kunnen formuleren: “Bij het hetgeen wij beminnen is er ofwel geen moeite en inspanning, of wij beminnen die inspanning juist”10. Met andere woorden, waar liefde bij betrokken is, daar heerst noodzakelijk het geluk. Bij vele heiligen en mystici vinden wij dezelfde ervaring dat juist wat de mensen een kruis 345 noemen voor hen een bron van enorme vreugde is. Paus Johannes II geeft in zijn encycliek Novo millenio ineunte een treffend citaat van de heilige Theresia van Liseux: “In de Hof van Olijven werd onze Heer gezegend met alle vreugde van de Drie-eenheid, maar toch was zijn sterven niet minder gruwelijk. Het is een mysterie, maar ik verzeker je dat ik, op basis van hetgeen ik zelf voel, daarvan iets kan begrijpen”11. Ik geloof één God de almachtige Vader In het algemeen hebben wij mensen moeite om te delen, altijd is er de zorg dat de andere bevoordeeld wordt en wij tekortkomen. In de vader-zoon (of algemeen ouder-kind) relatie lijkt dit anders te zijn, misschien omdat de zoon niet meer gezien wordt als een ander maar een tweede, verjongde uitvoering van jezelf. Maar feitelijk gezien betekent vader-zijn zich aan een ander te geven in een overgave die uiteindelijke alles kan omvatten. God Vader, de eerste Persoon van de heilige Drie-eenheid verwekt vóór alle tijden Zijn eniggeboren Zoon en geeft Hem alles, want de Zoon is één in wezen met de Vader: “Want zoals de Vader in Zichzelf het leven heeft, zo gaf Hij ook aan den Zoon het leven in Zichzelf te hebben”12. De gave van God Vader aan zijn Zoon is zo radicaal, dat er geen eerder of later, meer of minder in de heilige Drievuldigheid te vinden is, alle drie personen zijn even eeuwig en even gelijk13. In de wiskunde wordt vaak een bepaalde manier van redeneren gebruikt waarmee men de gelijkheid van twee verzamelingen kan aantonen. Als men kan laten zien dat ieder element van de ene verzameling ook in de andere verschijnt (en omgekeerd), dan moeten de twee verzamelingen aan elkaar gelijk zijn. In de afscheidsrede die door de evangelist Johannes wordt weergegeven, lijkt Jezus deze redenering toe te passen: “Alles wat de Vader heeft, is het mijne”14. Er is geen verschil naar buiten tussen Vader en Zoon: de Vader is God en de Zoon is God, en toch zijn er niet twee goden maar slechts één God. De derde Persoon van de heilige Drie-eenheid, de heilige Geest, komt voort uit de Vader en de Zoon. Hij is de liefdesband tussen Vader en Zoon. Deze Liefde is zo sterk dat deze met het goddelijk Wezen wordt geïdentificeerd. Als wij de zojuist gebruikte wiskundige redenering ook op de relatie God de Vader en God de Heilige Geest toepassen, kunnen wij zeggen: in God de Vader is er niets wat niet liefde is. Of positief geformuleerd: het enig motief van handelen van God Vader is liefde (hetzelfde kunnen wij natuurlijk ook van God de Zoon zeggen). Liefde betekent echter overgave, omdat de liefde al346 tijd ertoe brengt bij keuzes tussen alternatieven het beste voor de ander te doen, en dat ten koste van alles. Het door liefde ingegeven verlangen van God de Vader naar kinderen die in zijn geluk konden delen door aan zijn goddelijke natuur deel te hebben15, vond zijn vervulling in de schepping van de mens en - na de zondeval - in de verlossing van de mens. Het is duidelijk dat het offer van de Zoon van God aan het kruis een offer was, maar het geloof leert ons dat Jezus alleen als mens heeft geleden en is gestorven. Wij kunnen ons afvragen in hoever de verlossing de heilige Drie-eenheid heeft geraakt, m.a.w. kunnen wij van een offer van God de Vader spreken? In de iconografie van de genadestoel beeldt de kunstenaar God de Vader af met op zijn knieën Zijn Zoon als gekruisigde, het motief is vergelijkbaar met een Piëta, nu is het echter niet de moeder maar de Vader die vol smart naar de wonden van de gekruisigde kijkt. Om meer te kunnen begrijpen wat menselijk gesproken in het hart van de Vader omgaat als Hij aan Zijn Zoon de gehoorzaamheid tot aan het kruis vraagt, zal men het best naar de evangelies kunnen kijken. In de twee grote openbaringen bij het doopsel van de Heer en op de Thabor verklaart God Vader steeds opnieuw: “Gij zijt mijn welbeminde Zoon”16 en “Dit is mijn geliefde Zoon”17. Dit “agapetos” (beminde) was zo kenmerkend voor Jezus dat het als een naam van Jezus werd gebruikt. Wij vinden dit bij voorbeeld bij Paulus in de brief aan de Efeziërs waarin hij met een lofzang op God de Vader begint “waarmee Hij ons begenadigd heeft in de beminde”18. Als wij nu de parabel van de slechte wijngaardeniers lezen (Lc. 20,9- 16), waarin tegen alle rechtvaardigheid en redelijkheid in de wijngaardeniers ieder aandeel van de opbrengst aan de eigenaar onthouden, dan zien we de redenering van de eigenaar: “Wat zal ik doen? Ik zal mijn geliefde zoon sturen; misschien dat zij voor hem ontzag zullen hebben’’19. Met de toevoeging ‘geliefde’ wordt duidelijk dat er een diepe affectieve band tussen de vader en zoon van de parabel bestaat die veel dieper gaat dan een zuiver zakelijke afhandeling van een conflict met wanbetalers. Tegelijk wordt hiermee de sleutel voor deze parabel gegeven: de ‘geliefde’ (agapetos), is ook hier weer de Zoon van God zelf, en de vader is God de Vader die het meest waardevolle inzet om tot een oplossing van het conflict te komen. Deze parabel eindigt als profetie voor wat later op de Calvarieberg zou gebeuren: de zoon wordt door de wijngaardeniers gedood. 347 In het Oude Testament vinden wij historische gebeurtenissen die als voorafbeeldingen staan voor een realiteit die pas in het Nieuwe Testament vervuld zou worden. Het lam dat bij de uittocht uit Egypte werd geofferd een voorafbeelding van Christus, het Lam Gods. Een op het eerste gezicht onbegrijpelijk gebeuren in het leven van Abraham geeft ons een ongekend diep inzicht in de liefde van God de Vader voor ons mensen en het offer dat dit voor Hem betekent. Wij lezen in Genesis dat Abraham op de proef werd gesteld: er werd een offer van hem gevraagd: niet een huisdier of vruchten van de aarde, maar een mens. En deze mens was zijn zoon waarop hij al zijn hoop had gezet. De schrijver geeft de woorden van God als volgt weer: “Neem Isaäk, uw enigen zoon, dien ge liefhebt, ga naar het land van de Moria, en offer hem daar als brandoffer”20 op een van de bergen, die Ik u aanwijs. Ook hier weer vinden wij de expliciete vermelding van de liefde van Abraham vader voor zijn zoon: “die ge liefhebt”. God achtte de intentie van Abraham voldoende en stuurt een engel om de voltrekking van het offer tegen te houden. De liefde van de heilige Drie-eenheid eist meer van de Vader; er was geen engel die op Calvarie mocht ingrijpen. Wij kunnen ons geen voorstelling van God maken; ons verstand is hiervoor zeker niet voldoende. Maar laten wij ingaan op de woorden van Christus die ons laten binnendringen in het goddelijk mysterie. Op het verzoek van Filippus, “Toon ons de Vader”21, antwoordt Jezus met een liefdevol verwijt en geeft als uitleg: “Wie Mij heeft gezien, heeft de Vader gezien”22. Wij zien de geboorte van Jezus (hierboven eerder vermeld), wij zien de 12-jarige jongen in de tempel, wij zien Jezus prediken, wonderen doen en 15 jaar leven als een arbeider, de zoon van de timmerman. Vooral zien wij Jezus lijden, aan het kruis sterven en op de paasmorgen verrijzen. In al deze scènes hebben wij Christus gezien en daarmee ook de Vader. En in één Heer, Jezus Christus In het voorgaande hebben wij getracht meer inzicht te verkrijgen in de grootheid van de liefde van God de Vader, die Hem ertoe brengt vóór alle eeuwigheid zijn eniggeboren Zoon te verwekken, en in Hem de mens te scheppen en te verheffen tot aangenomen kinderen. Nu gaan wij de blik richten op de Zoon, het eeuwige Woord van de Vader, “God uit God, licht uit licht, ware God uit de ware God”23, die “voor ons, mensen, en omwille van ons heil uit de hemel is neergedaald” 24. Wij weten op welke manier en in welke gedaante God het 348 meest geschikt achtte om uit de hemel neer te dalen: “En het Woord is vlees geworden”25 en verschijnt voor ons als een kind in luiers in de armen van zijn moeder, de onbevlekte maagd Maria. Vanaf dit ogenblik is er een persoon, tegelijk “volkomen God en volkomen mens”26. Deze persoon, onze Heer Jezus Christus, “werd voor ons gekruisigd, Hij heeft geleden onder Pontius Pilatus en is begraven”27. Het is niet moeilijk aan te tonen dat de Godmens Jezus Christus een volledige overgave in liefde aan de wil van God Vader beleefde. Paulus vat het samen in de beroemde passage in de brief aan de Filippenzen: “Hij heeft zich vernederd door gehoorzaam te worden tot de dood, ja, tot de dood aan het kruis”28. Als wij nu verder willen indringen in de gebeurtenissen van de Calvarieberg komen vragen in ons op die het mysterie van de tweede persoon van de heilige Drie-eenheid raken. Wie heeft er geleden en wie is er gestorven? God is volmaakt gelukkig en kan niet sterven. Het antwoord is natuurlijk de persoon Jezus Christus. Maar alleen zijn mensheid kon lijden en sterven. En de godheid van onze verlosser? Laten wij opnieuw kijken naar wat Paulus zegt, enkele regels voor het zojuist geciteerde stuk: “Hij die bestond in goddelijke majesteit heeft zich niet willen vastklampen aan de gelijkheid met God: Hij heeft zich van zichzelf ontdaan en het bestaan van een slaaf aangenomen. Hij is aan de mensen gelijk geworden”29. Het subject van de kenosis, het zich ontdoen, is niet de mens Jezus Christus, maar de tweede Persoon van de Heilige Drie-eenheid. In zijn bekend werk “De Heer” tracht Romano Guardini in een passage het onzegbare van de kenosis toegankelijk te maken. “Wanneer wij over de ‘prijs der Verlossing’ (1Pet. 1,18-19) spreken, denken wij meestal aan de mens Jezus; aan zijn menselijk hart, zijn lichaam, zijn ziel en alles, wat de Verlossing Hem gekost heeft. [...] Onze Verlossing was voor God niet iets dat Hij met een gebaar van Hemzelf niet rakende inwilliging heeft volbracht. Hij heeft haar op geheel andere wijze ernstig genomen. Paulus geeft ons daarvan een vermoeden, wanneer hij spreekt over de `Kenosis’, de ‘vernedering’, het ‘ontdoen’, de ‘vernietiging’. Want dan spreekt hij niet over de mens Jezus, maar over de Logos; over het geheimzinnige besluit van God om Zichzelf te ontledigen ‘door de gestalte aan te nemen van een slaaf’ (Fil. 2,7)”30. Dezelfde volheid van liefde die wij in het hart van God de Vader aantroffen en die Hem ertoe bracht zijn beminde Zoon te offeren, zien wij werkzaam in de Zoon. Ook in Hem is er niets dat niet uit liefde 349 voortkomt. In de volle vrijheid der liefde31 ontdoet Hij zich van “Gods gestalte en gelijkenis”32 en zegt bij zijn intreden in de wereld: “Offers noch gaven hebt Gij gewild, maar een lichaam hebt Gij Mij bereid. Brand- en zoenoffers behaagden u niet, toen zei Ik: Zie, Ik kom! In de boekrol staat van Mij geschreven, dat ik uw wil volbreng, o God”33. De liefde van de Zoon van God tot ons mensen gaat verder, het was Hern, zoals niet genoeg ons mensen door Zijn lijden en dood te verlossen. Hij verlangde voor altijd bij ons te zijn in de heilige Eucharistie, “geheim van geloof en liefde”34 de heilige Jozefmaria het uitdrukte. In de gedaante van brood is Christus in het tabernakel, met zijn lichaam en bloed, met Zijn ziel en godheid”. Het is niet alleen de heilige mensheid van de Heer die op de liefde van ons mensen wacht, die soms vergeten wordt door de onverschilligheid van ons mensen, en soms zelf beledigd en onteerd wordt. Het is de hele persoon van Jezus Christus met zijn mensheid en godheid. Welk een overgave van de tweede persoon van de heilige Drie-eenheid die zich weerloos aan ons mensen overlevert alleen om bij ons te kunnen zijn. Het verlangen aanwezig te kunnen zijn bij de relatief weinigen die in liefdevolle aanbidding bij hem willen vertoeven is zo groot dat het risico van onverschilligheid, belediging en heiligschennis niet telt. De Liefde van God de Vader houdt evenmin rekening met dit risico: in de heilige hostie biedt hij ons het meest kostbaarste aan, namelijk Zijn beminde Zoon. Ik geloof in de Heilige Geest, die Heer is en het leven geeft De derde persoon van de Heilige Drie-eenheid is de heilige Geest, de Geest van God de Vader maar evenzo de Geest van God de Zoon. “Hij komt voort uit de Vader en de Zoon”36. Hij is vuur, gave, degene die leven geeft, de gezondene, de helper. Het lijkt voor ons moeilijk toegang te vinden tot de persoon van de heilige Geest. Vader en zoon zijn voor ons begrippen die vanaf onze eerste kindsheid worden gevormd. Voor God de heilige Geest vinden wij abstracte begrippen: vuur, gave of algemene benamingen van een persoon zoals helper, gezondene, degene die leven geeft. Misschien heeft dit ertoe geleid dat Hij voor ons “de grote Onbekende” is, zoals de heilige Jozefmaria hem vaak noemde. Een oppervlakkige lezing van de heilige Schrift laat ons Hem wellicht zien als iemand die een ondergeschikte rol vervult. Hij wordt gezonden, zoals Jezus ons verteld in de afscheidsrede: “Maar de Helper, de heilige Geest, die de Vader zal zenden in mijn naam, Hij zal u alles leren en alles in herinnering brengen, wat Ik u heb gezegd”37. 350 Hij is met name in de oerkerk actief (het boek van de Handelingen) om vanaf het Pinkstergebeuren de opbouw van de Kerk mogelijk te maken. Dankzij Zijn inwerking in de apostelen en de andere eerste christenen wordt in steeds meer plaatsen en harten lof gebracht aan God de Vader en zijn eniggeboren Zoon. Als wij dieper in het mysterie van de heilige Geest duiken, begrijpen wij misschien dat gezonden worden, helper zijn, of trouw de woorden van anderen in herinnering brengen, een taak is die niet te gering is voor een persoon van heilige Drie-eenheid. De Heilige Geest is het goddelijk liefdesvuur, dat geen behoefte heeft om de eigen Persoon te profileren, maar de aandacht richt op de Vader: “God heeft de Geest van zijn Zoon in onze harten gezonden, en Deze roept: Abba Vader!”38 en op de Zoon: “Daarom maak ik u bekend ... dat niemand zeggen kan ‘Heer Jezus’, dan door de Heiligen Geest”39. Net zoals bij God de Vader en God de Zoon vinden wij bij de heilige Geest als kenmerk, deze liefdevolle overgave aan de andere twee personen en aan het Goddelijk wezen. Lucas, die ons de mooiste parabels van de Heer heeft opgeschreven helpt ons verder om meer van de heilige Geest te begrijpen. Jezus heeft zojuist het Onzevader aan de leerlingen geleerd en vertelt dan de parabel van de man die omwille van late gasten drie broden wil lenen bij zijn vriend. Dankzij het blijven aandringen, en niet zo zeer omwille van de vriendschap, verkrijgt die man de broden. Jezus brengt dan als afsluiting het vergelijk hoe aardse vaders op de verlangens van hun kinderen ingaan en hoe de hemelse Vader dit doet. “Welke vader is er onder u, die aan zijn zoon een steen zal geven, als hij om brood vraagt? Als gij dan, aan uw kinderen goede gaven weet te schenken, hoewel gij slecht zijt, hoeveel te meer zal dan de hemelse Vader de Heilige Geest geven aan wie Hem erom vragen!”40. De argumentatie is duidelijk: als kinderen iets aan hun vader vragen verkrijgen zij het verlangde. De menselijke vaders, die in vergelijking met de goddelijke Vader slecht zijn, geven wat zij kunnen, de hemelse Vader geeft met nog meer zekerheid het beste wat Hij in zijn almacht kan geven: namelijk de heilige Geest. De aardse vaders geven een gave die deel uitmaakt van hun bezittingen, of een deel van hun hart. God de Vader geeft de derde Persoon van de heilige Drie-eenheid, de ongeschapen Gave, die even gelijk is aan de Vader en de Zoon. Met de boven reeds tweemaal gebruikte ‘wiskundige’ redenering kunnen wij zeggen dat alles wat de Vader heeft ook aan 351 de Heilige Geest toebehoort, en dat deze onvoorstelbare Gave toekomt aan de kinderen Gods die erom vragen. De Heilige Geest is het liefdesvuur in de heilige Drie-eenheid. Hij is het die ervoor zorgt dat de enige motivatie van de goddelijke personen liefde is. En liefde betekent, zoals wij boven hebben gezien, het best mogelijke te doen, desnoods ten koste van alles. Als de H. Geest in de zielen van de kinderen van God aanwezig is, zal al Zijn streven erop gericht zijn, hun op de eniggeboren Zoon van de Vader te doen lijken. Hij zal hun daarom in dezelfde logica van de liefde onderwijzen, om namelijk in ieder ogenblik dat te laten doen wat het beste voor God en de medemens is. Met de genade van de H. Geest zal de ziel in staat zijn, zichzelf te vergeten en iedere kleine ingeving op te volgen. Er bestaat een eenvoudig boekje, een echte parel, geschreven door een naaister aan het eind van de 19e eeuw. In dit boek spreekt deze vrouw over de derde Persoon van de Heilige Drie-eenheid met een autoriteit die alleen de directe omgang met God kan geven. Haar belangrijkste gedachte werkt zij in enkele pagina’s uit waarin zij de doodstrijd van Christus aan het kruis beschrijft. Zij laat ons Christus zien lijden en in zekere zin worstelen met God de Vader. “Overweeg de toestand van Jezus’ allerheiligste ziel toen zij die verlatenheid gewaarwerd. Tot dat ogenblik had Hij geen klacht geuit ondanks alles wat Hij had moeten lijden; maar nu klaagde Hij ‘Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?’ Kijk aandachtig naar Jezus en begrijp welk een reusachtige prijs Hij moet betalen. Wat Hij voor ons wil verkrijgen was die gave die alle andere te boven gaat; maar voordat Hem die gave wordt geschonken, moet Hij een lijden doorstaan dat al het andere lijden overtreft. Denk dus na over de prijs die Jezus moest betalen om van God voor ons de heilige Geest te verkrijgen!”41. Het verband tussen de instorting van de H. Geest in de zielen van ons mensen en dood van Christus wordt ook in de beknopte woorden van de heilige Jozefmaria uitgedrukt: “De heilige Geest is vrucht van het kruis”42. De laatste zin waarmee de H. Schrift het menselijke lijden van Christus beschrijft, “Hij boog het hoofd, en gaf de geest43”, bevat een zeker niet toevallige dubbelzinnigheid: Hij gaf de geest, d.w.z. de overgave van de Godmens is tot het uiterste gegaan, tot aan de dood aan het kruis (Fil. 2,8); ziel en lichaam zijn nu van elkaar gescheiden. Maar juist hierdoor gaf Hij de Geest. Dit extreme bewijs van liefde was in zekere zin nodig om de Geest van God, die Liefde is, te kunnen zenden aan ons mensen. 352 Mogen wij nog dieper gaan? Is deze overgave van de Godmens aan het kruis niet een zeker teken van de overgave van de tweede Persoon van de Heilige Drie-eenheid aan de Vader? Is het oorsprong zijn in de intratrinitaire relaties van de Goddelijke personen niet op de een of ander manier gekoppeld aan de kenosis, de ontlediging van de tweede Persoon? Opnieuw kunnen wij een overgave en vruchtbaarheid vermoeden van de Personen van de Heilige Drie-eenheid, die alle menselijke voorstellingen te boven gaat en waarvan de dood aan het kruis van de Godmens een zekere afspiegeling in de tijd is. De dood aan het kruis is daarom niet alleen een zoenoffer voor de gevallen mensheid maar kan ook gezien worden als de machtige openbaring van de grootsheid van de goddelijke liefde. De wetenschap van het kruis In de poging het christelijk geloof inzichtelijk te maken wordt er soms een redenering gebruikt die zeker juist is, maar misschien niet de hele diepte van het goddelijk handelen bevat. Het gaat om de vraag waarom er lijden is en waarom God de zonde toestaat. De redenering begint met de vaststelling dat God schepselen wil hebben die als vrije personen op zijn liefde kunnen ingaan, niet als robots of in het beste geval als schoothondjes. En vrijheid brengt met zich mee het misbruik ervan, d.w.z. de ongehoorzaamheid en zonde. Om dit probleem op te lossen is de Zoon van God mens geworden, heeft Hij voor ons geleden en is gestorven. Het lijkt alsof — menselijk gesproken — God de `schoonheidsfout’ in de schepping gaat repareren met het lijden van Zijn Zoon. Het lijden en het kruis is daarmee gereduceerd tot een noodzakelijk kwaad, dat de Zoon van God, en daarmee wij mensen, met geduld moeten dragen om uiteindelijk voor altijd gelukkig te mogen zijn. Zou de eeuwige Vader Zijn mensgeworden Zoon juist niet die weg laten gaan die het meest direct tot het geluk leidt? Jezus zelf zegt na de verrijzenis tot de leerlingen van Emmas: “Moest de Messias dit alles niet lijden om in zijn glorie binnen te gaan?”44. Het is opmerkelijk dat Jezus hier een verband legt tussen het lijden en de glorie van de Messias. Het immense geluk van de heilige Drie-eenheid kan alleen via een volledige overgave worden bereikt, alleen in de volheid van liefde. Christus zelf geeft de volheid aan van deze liefde: “Niemand heeft groter liefde dan hij, die zijn leven geeft voor zijn vrienden”45. Alfred Driessen 353 Alfred Driessen (1949) studeerde natuurkunde in Keulen, Bonn en Amsterdam. Na zijn promotie over quantum solids (1972) en een korte periode als postdoc, werkte hij als docent en later als hoogleraar aan de Universiteit Twente op het gebied van optische microsystemen. Na zijn emeritaat richt hij zich op filosofische aspecten van de moderne wetenschappen, waaronder ook de relatie tussen wetenschap en religie. 1 H. Johannes Paulus II, Encycliek Redemptor Hominis, 4-3-1979. 2 H. Johannes Paulus II, Encycliek Dives in Misericordia, 30-11-1980. 3 H. Johannes Paul. II, Encycliek Dominum et Vivicantem, 18-5- 1986. 4 H. Johannes Paul. II, Apostolische Brief Tertio millenio adveniente, 10-11-1994. 5 H. Johannes Paul. II, Bul Incarnationis Mysterium, 3: AAS 91 (1999), 132. 6 Zie Tweede Vaticaans Oecumenisch Concilie, Dogmatische Constitutie over de Kerk Lumen gentium, 5. 7 H. Johannes Paulus II, Apostolische Brief Novo millenio ineunte, 6-1-2001, nr. 27. 8 H. Jozefmaria, Brief 14-2-1974 9 1Joh. 4, 8. 10 H. Augustinus, De bono viduitatis, 21, 26: “In eo quod amatur, aut non laboratur, aut et labor amatur”. 11 H. ‘Theresia van Lisieux, Laatste gesprekken, Geel schrift (6-7- 1897): Ouvres Complètes (Parijs, 1996), p. 1025). 12 Joh. 5,26. 13 Zie Quicumque: Et in hac Trinitate nihil prins aut posterins, nihil maius aut minus: totae tres personae coaeterna sibi sunt et coaequales”. 14 Joh. 15,15. 15 Zie 2Petr. 1,4. 16 Le. 3,22. 17 Mt. 17,5. 18 Ef. 1,6. 19 Lc. 20,13. 20 Gen. 22,2. 21 Joh. 14.8. 22 Joh. 14,9. 23 Geloofsbelijdenis van Nicea-Constantinopel: “Deum de Deo, lu354 men de lumine, Deum verum de Deo vero”. 24 Geloofsbelijdenis van Nicea-Constantinopel, “qui propter nos homines et propter nostram salutem descendit de caelo”. 25 Joh. 1,14. 26 Quicumque (Appendix): “perfectus Deus, perfectus homo”. 27 Geloofsbelijdenis van Nicea-Constantinopel, “Crucifixus etiam pro nobis sub Pontio Pilato; passus et sepultus est”. 28 Fil. 2,8. 29 Fil. 2,6-7. 30 Romano Guardini, De Heer, Spectrum, 1954, pp. 464-465. 31 H. Jozefmaria, Kruisweg, De Boog 1983, 10e statie. 32 Vgl. Fil. 2,7. 33 Hebr. 10,5-7. 34 H. Jozefmaria, Als Christus nu langskomt, nr. 83. 35 Catechismus van de Katholieke Kerk, nr. 1374. 36 Geloofsbelijdenis van Nicea-Constantinopel. 37 Joh. 14,26. 38 Gal. 4,6. 39 1Kor. 12,3. 40 Luc. 11,11-13. 41 F.J. del Valle, Kom Heilige Geest, overweging bij de derde dag, De Boog. 42 1-1. Jozermaria, De Smidse, nr. 759, De Boog. 43 Joh. 19,30. 44 Luc. 24,26. 45 Joh. 15,13. Vreugdelied van Jesaja (Jes.66,10-14) Verheugt u met Jeruzalem» en juicht, gij die haar lief hebt: Weest blij en jubelt om die stad, waarover gJJ nu treurt. Gij zult uw honger stillen aan haar moederborst, haar lieflijke pracht zal u verrukken. Ik zend haar vrede en geluk in brede stromen, de eer der volken als een beek die overloopt. Haar zuigelingen worden op de heup gedragen, haar kinderen vertroeteld op de knie. Zoals een moeder troost zal ik u troosten en in Jeruzalem zal er weer vreugde zijn Ge zult het zien, uw hart zal zich verblijden, 355 Het charisma van de gewijde liefde Deze bezinning over het celibaat dateert van 1974, geschreven door een bekeerling die van dan af aangesproken door de tekst van Mattheus 19 over de betekenis van het “ongehuwd zijn omwille van het Rijk der Hemelen”, ook zo is gaan leven en dit zoals de monialen beschouwd als de beleving van de Evangelische raad. Welke naam we het ook geven: celibaat ter wille van het Rijk der hemelen, of kuisheid in plechtige belofte uitgesproken, (beloofde of gezworen kuisheid), of een staat van maagdelijkheid, of beter nog ‘gewijde liefde’, het is hetzelfde levensmysterie dat aldus wordt aangeduid en beleefd. En dit levensmysterie, dat de menselijke krachten te boven gaat, is alleen het werk van de Geest die, doorheen het geloof in de mens, het ‘vlees’ (zoals Paulus dat in zijn brieven schrijft) transfigureert als het ware en bevrucht, zonder het te vernietigen, maar het te overtreffen. Dit werk van de Geest, die alles wat Hij aanraakt zuivert en heiligt, is daarom een toewijding, als het ware een afdruk van God, die in de mens zijn ‘vlees’ geprent staat, als teken van toebehoren en totale zelfgave aan God alleen (1). Het is daarom een teken voor alle mensen, dat zowel de onaantastbare, onvergankelijke heiligheid van de levende God als de miraculeuze kracht van Zijn Woord openbaart, zowel als dat zij die tot Hem naderen de extreme zuiverheid moeten weerspiegelen waarmee zij stralen ondanks hun wezen. (2 ). En dit teken zondert de mens af, op grond van een keuze van de GEEST, met het oog op een te volbrengen taak (3) die de krachten van de mens en de horizonten van het VLEES te boven gaat. Het is de aankondiging tegelijkertijd met al het begin van het komende koninkrijk, waar, in het vuur van de GEEST, alle mensen maagdelijk (als engelen; Math 22,30) zullen zijn. Het is daarom een profetische roeping die in de kiem het hele mysterie van de toekomstige tijden bevat, en die vóór het Uur de volledige voltooiing in de GEEST bewerkstelligt van wat God pas bij de eerste schepping begon (4). En daarom is de staat van maagdelijkheid nauw verbonden met het mysterie van de HEILIGE GEEST 356 Want men kan de wegen van de GEEST, die alle dingen transfigureert, alleen betreden door het VLEES te overstijgen, zij het zonder het VLEES te ontkennen. (Het mysterie van Elias) Maar deze genade wordt alleen gegeven aan hen die haar kunnen begrijpen en die uit vrije wil en definitief afstand doen van de werken van het VLEES, om toe te staan dat alleen de werken van de GEEST in hen volbracht worden (5). Daarom is deze genade een charisma, zeer zeker het edelste van alle en dat op een dag gedeeld zal worden met alle mensen van alle tijden, bij de opstanding van het VLEES, onder de scheppende adem van de GEEST. Het is dan dat deze gave voor alle mensen een bron van vruchtbare vreugde en onaantastbare jeugd zal zijn, die een diepe gemeenschap van intimiteit en liefde zal vestigen, in de zuiverheid van de GEEST, tussen elk van de leden van het lichaam van de Mens-God. Maar in deze huidige tijd (1974!) wordt dit charisma ervaren als een offerande van lofprijzing en een offer, (een offer van liefde en opoffering) hoewel celibaat in de eerste plaats niet gebaseerd is op verzaken aan, maar wel op een levenskeuze. Want hij die “als maagd” leeft, man of vrouw, doet geen afstand van de menselijke liefde in zijn hart. Maar integendeel, hij heeft beloofd al de tederheid van zijn vleselijke hart, en deze immense behoefte om lief te hebben of bemind te worden die uit de diepte ervan opstijgt, te reserveren voor één enkel wezen, uniek in de wereld, dat waarachtig Mens is en tegelijk waarachtig God. Het is daarom een eeuwige en heilige verbintenis die zulk een man of vrouw, in de integriteit van hun ‘zijn in het VLEES’ met de Ander verenigt, met Hem van wie gezegd wordt: “Zie de Mens!” (6) Dit mysterie is zeer groot en God is de Auteur ervan! En Hij schept er behagen in Zijn genade te laten zegevieren, zelfs waar Hij alleen maar ellende en menselijke zwakheid aantreft. Het is een mysterie van de schepping waaruit nieuw Leven voor de eeuwigheid voortkomt, wonderbaarlijk en SPIRITUEEL en dat zich verspreidt door het hele kerkelijke lichaam! Daarom moet het (menselijk) wezen dat aan de God-Mens gegeven is, maagd zijn, of opnieuw maagd herworden, om zijn levenskrachten te reserveren voor Hem alleen die hem geschapen heeft en voor wie hij gemaakt is! 357 Als dus de maagdelijkheid het teken is van een totale verbondenheid en van een gave aan Christus, van zijn persoon en zijn leven, is het dan niet normaal en, naar het schijnt, noodzakelijk dat de priester, wiens hele leven gewijd is aan de dienst van het Evangelie en de Eucharistie, zelf deelneemt aan dit mysterie van genade? En dit is precies wat Christus verlangt van allen die hun leven uitsluitend willen wijden aan de verkondiging van het Evangelie en de komst van zijn koninkrijk. Want is het niet in de eerste plaats door hun levensstaat, en eerder dan door hun woorden, dat deze verkondiging moet plaatsvinden en dat het koninkrijk van God zal komen? (7) En nemen niet allen die het Heilige naderen, op de een of andere manier deel aan zijn stralende heiligheid? Welnu, is er iets heiliger in de Kerk dan het eucharistisch· Lichaam van Christus (8), zijn sacramenteel Lichaam? En zijn er ook woorden die charismatischer zijn dan de woorden van het Evangelie en de woorden van de sacramenten? Met het eucharistisch lichaam wordt Christus aangeduid in de totaliteit van zijn sacramenteel mysterie, dat wil zeggen tegelijkertijd zijn historische lichaam, zijn sacramenteel lichaam en zijn kerkelijk lichaam, waarvan de Eucharistie de bron is. Inderdaad is de kelk die het bloed van Christus omvat niet God toegewijd door dit feit zelf, wanneer er zelfs geen enkele zegening over deze kelk werd uitgesproken? Zou men het aandurven hem daarna profaan te gebruiken, zonder het risico te lopen op hetzelfde moment de vervloeking door God over zich te roepen? (9)(Daniel 5) Nu wordt de priester, door roeping en genade, geleid om de woorden uit te spreken die allen die hem naderen heiligen, en zo voor hen de deuren van het koninkrijk openen, net zoals hij de woorden moet uitspreken die het brood en de wijn van het altaar heiligen, en ze daardoor omvormen tot het Lichaam en Bloed van de Heer. En deze heiligheid, die aldus door de priester heengaat, kan niet anders dan zijn hele persoon weerspiegelen, daardoor wort hij gewijd met een bijzondere genade gemekt met een teken, zowel in de ogen van God als in de ogen van de mensen. Is de mens die de heiligheid van God in zich draagt, niet juist door dit feit geheiligd, zelfs als deze mens een zondaar blijft? Zelfs als de priester geen heilige is, in de canonieke of liturgische zin van het 358 woord, is hij dat ten minste en volledig in de sacramentele en Bijbelse zin. Zoals het met Mozes was, en met alle profeten en met allen die tot de levende God naderden, komt er iets van God in deze mens terug, waardoor hij voor altijd getekend blijft (10). Maar er is nog meer! Want door zo iemand als priester aan te stellen, heeft God met hem een definitief verbond gesloten dat niets van Gods kant kan verbreken, zelfs niet als die man er ontrouw aan zou zijn. (11) Dit verbond is in feite niet afhankelijk van de mens, maar van de kracht van God die van die man een ‘priester voor altijd’ maakt. Zodat deze man, of hij het nu wil of niet, voor altijd getekend blijft door het zegel van de HEILIGE GEEST. Dit gaat zover dat ook als hij een afvallige of een meineedpleger was, blijft deze priester een priester en behoudt hij de verbazingwekkende machten die hij over het lichaam van Christus heeft, intact, zelfs als hij de perverse bedoeling had deze machten tegen God te keren Want het is een constitutief Woord dat over hem werd uitgesproken. En dit scheppende Woord bereikte hem niet alleen in zijn sociale bestaan of zijn wijzen van bestaan, wat we nog steeds het existentiële vlak noemen, maar op het niveau van het plots ontstaan van zijn wezen, wat we het ontologische vlak noemen. Op dit fundamentele niveau is het een soort tweede schepping die in de man tot stand komt, net zoals tijdens de doop of het sacrament van de Geest, zij het in die weliswaar op een minder radicale manier. Het is dus op het niveau van de scheppingsgebeurtenis, in de daad zelf die hem tot mens maakt, dat hij voor altijd getekend wordt van een onuitwisbaar en voorlopig onzichtbaar teken. En dit is wat het woord karakter aanduidt, namelijk de afdruk van Gods hand op de mens. En deze afdruk verandert het hele wezen van de mens tot in de wortel zelf en beïnvloedt op een diepgaande en onomkeerbare manier zijn hele aardse en eeuwige bestemming. Het is daarom met goede reden dat deze man tot priester wordt verklaard voor tijd en eeuwigheid. En dit sacramentele karakter maakt de priester tot een volledig apart wezen, voortaan gescheiden van de wereld, hoewel hij in de wereld blijft, juist om die te redden en de heerschappij van Christus te bewerkstelligen (11). Want de wereld is op zichzelf een dubbelzinnige werkelijkheid. Er is inderdaad een wereld waarvan Satan de vorst is (12) en die niet tot het koninkrijk van Christus behoort (13). 359 Het is niet van deze wereld waarover we hier spreken. Maar er is een wereld die Gods werk is, hoewel hij Hem nog niet kent, en die bestemd is om het koninkrijk van zijn Zoon te worden. Dit is de wereld waar het over gaat. Nu kan de wereld alleen gered worden door het mysterie van de calvarieberg, Golgotha. Want Christus moet heersen eerst als mens en door het kruis, om op een dag in God te heersen door zijn verrijzenis. Na dus het hele menselijke bestaan gedeeld te hebben, tot en met lijden en dood, wilde Christus toch bewust in de staat van maagdelijkheid blijven. Hij had een ware ‘moeder’, maar Hij wilde geen ‘echtgenote’, in de zin die de mensen in dat woord begrijpen. Zeker niet vanwege iemand die onwaardig is en die de de huwelijksdaden zou bezoedelen! Want de liefde tussen man en vrouw, zoals God het gewild heeft, is het hoogtepunt van de schepping, zoals het ook de natuurlijke weg is waarlangs Gods liefde voor de mensheid zich aan ons openbaart. En is het bovendien niet door het huwelijk dat de schepping vandaag de dag zijn vorm krijgt? En is niet ieder van ons geboren uit deze menselijke liefde? Het huwelijk is daarom waarlijk iets heiligs, dat de Kerk tot sacrament heeft verheven. Maar Christus wilde zich uitsluitend volledig toewijden aan de liefde voor zijn Vader, om die zelf te beleven en aan de mensen te openbaren (14). Is het dan niet normaal dat zij die zich, uit genade en persoonlijke keuze, zich in goede en kwade dagen aan de persoon van Jezus en zijn Evangelie toewijden, dezelfde paden bewandelen als hun Heer en Meester, waarvan zij werkelijk de meest geliefde vrienden zijn (Joh. 15,15). Zo doen zij afstand van alle aardse vreugden, zelfs de meest legitieme, om alleen de vreugden van de HEILIGE GEEST te smaken? Dat dit de menselijke mogelijkheden te boven gaat? Wat is daar verrassend aan? Het plan van de eeuwige maagdelijkheid plaatst de mens boven het VLEES in het mysterie van de GEEST, om in het hart van de mensheid het ware LEVEN te verwekken, dat bovennatuurlijk is! Als het dus soms pijnlijk is om in deze levensstaat te blijven en het geloof op de proef stelt, en des te meer als dit van een wonder (mira360 kel) afhangt, laat men dan eenvoudigweg bedenken dat wat onmogelijk is voor de mens, altijd mogelijk is voor God! (15) Het onvergelijkelijke mysterie van de Maagd Maria, Moeder van God, heeft ons vooraf het teken gegeven, samen én van de mogelijkheid van maagdelijkheid én van de verbazingwekkende vruchtbaarheid ervan. Deze voorbestemde Vrouw, die echtgenote en moeder was, bleef toch maagd in de integriteit van haar vlees. Want niets is onmogelijk bij God. Gezegend zijn daarom zij die tot het einde toe geloofd hebben in de wondere kracht van het Woord van God! Want van alle charisma’s hebben zij het meest kostbare ontvangen! En door de broosheid van hun VLEES wordt het verbazingwekkende mysterie van de GEEST volledig vervuld! Een bekeerling als pelgrim naar God (naam en adres aan de redactie bekend) 1) vgl. Gen. 17 en Lev.12:3. 2) vgl. Ex. 34:29-35; Deut. 5:23-31. 3) vgl. Hand. 13:1-3. 4) vgl. Gen. 17; Lev. 12:3 5) vgl. Mat. 19:11-12; 1 Kor. 7:7. 6) vgl. Joh. 19:5. 7) vgl. Mt 8:18-22; 19:11-12; Marcus 10:28-30; Luk 9:57-62; 18:28- 30. 8) vgl. Het eucharistisch lichaam duidt Christus aan in de totaliteit van zijn mysterie, dat wil zeggen tegelijkertijd: zijn historische lichaam, zijn sacramentele lichaam en zijn kerkelijk lichaam, waarvan de eucharistie de bron is. Zie In het vuur en de Geest, 9) Daniel 5 10) (gen32,25-33; exodus , 34,29+35; 2Re? 2,1-18; Isala 6,1 Jeremia 1 Handelingen 9,1-19) 11) exodus28-41; 29,1-35; 40,12-15; Leviticus 8,1-36; Ecclesiasticus 45,15 (of 19) 12) vgl. Joh. 17:6, 1, 14-18. 13) vgl. In. 14:30. 14) vgl. Joh. 18:36-37. 15) vgl. Joh. 17 16) vgl. Gen. 18:14; Luc. 1 :37; 18:27. Ook na uw overlijden kan u nog uw medewerking verlenen aan ons apostolaatswerk: u kan bv. legaat toekennen aan ons genootschap, waardoor wij in de mogelijkheid zijn om via uw steun onze ondernemingen te financieren. Het volstaat in uw testament te vermelden: “ik legateer... aan het Thomas More-genootschap vzw. Kard. Cardijnstraat 64 bus 2 te 2840 Terhagen-Rumst.” U kan ook uw notaris raadplegen terzake. Bij voorbaat dank. Sommige lezers vragen ons proefnummers om beschikbaar te leggen bij de uitgangen van de kerk, waar soms andere brochures of tijdschriften worden aangeboden. Wij kunnen op uw vraag zulke proefnummers toezenden, maar u mag die daar enkel deponeren na afspraak met de verantwoordelijke. Gelijkaardig wordt ons tijdschrift gelegd in de wachtkamers van ziekenhuizen en andere instellingen. Dit tijdschrift wordt u toegezonden omdat u abonnee bent of interesse hebt betoond. Indien u geen aanvraag hebt gemaakt is dit een vrijblijvend proefnummer en kunt u desgewenst een abonnement nemen. Wij bewaren geen gegevens van de bestemmelingen tenzij uitsluitend naam en adres voor de verzending langs de post. Wij kopen noch verkopen adressen. Op uw vraag wordt uw naam en adres geschrapt en volgen er geen zendingen meer. U kan de zending ook weigeren. Denk eraan om een abonnement te schenken. Bij uw storting: geef duidelijk naam en adres op. Het is een nuttig geschenk!

0 Opmerkingen

Je opmerking wordt geplaatst nadat deze is goedgekeurd.


Laat een antwoord achter.

    RSS-feed

Powered by Create your own unique website with customizable templates.
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht