• Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht
THOMAS MORE GENOOTSCHAP
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht

Archief Positief

Op deze pagina worden artikels aangeboden uit tijdschrift POSITIEF sinds 1969

Bisdom Hasselt : 50 jaar onderweg (deel 1)

1/3/2018

 
Verschenen in POSITIEF nr. 469 – FEBRUARI 2017

VAN VERLEDEN NAAR TOEKOMST
 
Dat na het beëindigen van het Tweede Vaticaans Concilie het verlangen steeds groter werd bij de Limburgse bevolking om een eigen bisdom te mogen vormen, zal wel niemand verwonderen: het concilie opende daarvoor de poort (Kerk dichtbij de mensen). Op 31 mei 1967 werd dit werkelijkheid. Op 13 juni 1967 werd Mgr. J.M. Heuschen door paus Paulus VI benoemd tot eerste bisschop van het bisdom Hasselt, waar hij in de SintQuintinuskathedraal op 8 juli daaropvolgend werd geïnstalleerd. Voordien was hij hulpbisschop van Luik, maar met residentie te Hasselt. De jaren 1962-1965 waren voor hem bijzonder druk. Te Rome assisteerde hij Mgr. G. Philips, secretaris van de Commissie voor Geloofsleer, terwijl hijzelf nauw betrokken was bij het voorbereiden en opstellen van de Constituties 'Lumen Gentium', 'Dei Verbum' en 'Gaudium et Spes'. Het was een periode van zware arbeid en meermaals grote stress. Pater Tromp schreef in zijn eindrapport: 'Mgr. Heuschen heeft een immense hoeveelheid werk verzet'.
Niet te verwonderen dat het bisdom Hasselt ontstaan is en uitgebouwd werd naar het concept van Vaticanum Il en mag beschouwd worden als een kind of een product van dit concilie. In zijn eerste brief als bisschop schreef Mgr. Heuschen aan de Limburgse gelovigen: 'Het bisdom Hasselt zal op een eigen wijze de Kerk onder de mensen moeten tegenwoordig stellen als een waarachtige gemeenschap van leven en van liefde, en zo uitgroeien tot een sprekend voorbeeld van haar verscheidenheid in eenheid'.
Ondertussen heeft dit bisdom reeds 50 jaar werking achter de rug. Een jubileumjaar dus! En dit zal gevierd worden met heel wat festiviteiten en initiatieven. Dit hoort natuurlijk te gebeuren, toch zou het goed zijn ook een moment in te bouwen van bezinning, reflectie of van evaluatie: waar staan we en hoe moet het verder met de Kerk, met de pastoraal en het beleid van het bisdom?
Op een moralistisch verhaal of een klaagzang over onze tijd en de achteruitgang van de Kerk en het geloof zit niemand te wachten. Wel op hoopvolle perspectieven, nieuwe zuurstof en impulsen voor een authentieke en vitale Kerk. Een Kerk die leeft en getuigt vanuit het woord en de geest van Jezus Christus.
 
'Aggiornamento' van Vaticanum Il (1962-1965)
 
Drie maanden na zijn verkiezing tot paus kondigde Johannes XXIII het houden van een oecumenisch concilie aan. Hij wilde met alle bisschoppen een 'aggiornamento' van de Kerk. De Kerk had nood aan wat frisse lucht. Te veel was de Kerk vastgeroest in een starre leer en structuur en verworden tot een 'klerikaal instituut'. De bisschopsstaf was meer een scepter van macht dan een herdersstaf, de bisschopsmijter een mijter van eigen status en aanzien dan een verwijzing naar de verhevenheid en eerbiedwaardigheid van God. Te veel aandacht ging naar het zichtbare, het uiterlijke, de schittering, de pracht en de praal. Vandaar het citaat van de Franse schrijver Maurice Chapelan: 'Je moet de kerk uitgaan om de hemel te kunnen zien!'
De aanpak en zorg van de Kerk diende meer pastoraal te zijn dan dogmatisch (bezig met de leer). Ook het gesprek met de andere christelijke belijdenissen en wereldreligies diende verder te gaan. Maar voor alles moest er een andere invulling komen van het begrip 'Kerk'. In de vroegere Mechelse catechismus stond de vraag (nr. 106) 'wat is de heilige Kerk?'. Het antwoord hebben velen nog van buiten geleerd: 'De heilige Kerk is de zichtbare en bovennatuurlijke maatschappij van de gelovigen, die door Jezus Christus werd gesticht om Zijn werk van verlossing en zaligmaking onder de mensen voort te zetten'. Niemand van ons denkt eraan om nog op die manier de Kerk te omschrijven. De nieuwe formulering, die werd aangebracht door het concilie, luidt: 'De Kerk is een gemeenschap van gelovigen in Jezus Christus, het volk van God onderweg in de geschiedenis, een sacrament van heil in de wereld'.
De nadruk kwam minder te liggen op de hiërarchische structuur en meer op de medeverantwoordelijkheid van elke gedoopte mens. Naast het ambtelijk en hiërarchisch priesterschap plaatste men het algemeen priesterschap van de gelovigen in het volle licht. Men stapte af van een 'piramidale Kerk' met bovenaan de paus, dan de bisschoppen en de priesters, en tenslotte de gelovigen. Het concilie sprak over de Kerk als 'volk van God' en zag haar dus allereerst als gemeenschap van christenen.
Zodoende heeft het de weg geopend voor een herontdekking van de verscheidenheid van ambten en bedieningen in de Kerk en werd ook het diaconaat, waarover sprake in het Nieuwe Testament en in de eerste eeuwen van de Kerk, als zelfstandig ambt opnieuw in ere hersteld. Momenteel zijn er in het bisdom Hasselt zo'n 80-tal permanente diakens ingeschakeld voor het parochiewerk. Ook 'parochieassistenten' vormen sinds enige tijd een nieuw gegeven binnen de Vlaamse Kerk. In 1997 is een eerste groep van een tiental kandidaten gestart met hun opleiding in het bisdom Hasselt. Nu zijn er een 25-tal voltijds of deeltijds werkzaam. Men koos duidelijk voor meer inspraak en grotere betrokkenheid van onderuit, en dus ook van de gelovigen of het Kerkvolk. De sterke macht van Rome werd afgezwakt ten gunste van de bisschoppenconferenties. Op het niveau van de bisdommen kwamen allerhande adviesorganen tot stand - pastorale raden, priesterraden en bisschopsraden - op weg naar een meer democratische Kerk. Op parochiaal vlak werden de leken meer betrokken bij het kerkgebeuren langs parochieraden of parochieteams en door een grotere inbreng bij de vormgeving van de liturgie, de aanpak van de catechese en de organisatie van de diaconie. Opvallend was ook de liturgische vernieuwing, vooral wat betreft de viering van de heilige Eucharistie. Zonder veel uitleg verdween het Latijn, evenals het gregoriaans, en werd voortaan de volkstaal gehanteerd. En de dienst werd voorgegaan door de priester met zijn gelaat naar de gelovigen gekeerd.
De periode dat de Kerk in hoofdzaak een Westeuropese Kerk was, was eveneens voorbij. Het gesprek met de andere kerken, op het concilie aanwezig, kwam op gang. Er werden geen veroordelingen meer uitgesproken, maar eerste stappen gezet naar meer toenadering. Verder wilde men zijn oog richten op wat in de wereld gebeurde. De christenen werden uitgenodigd de tekenen van de tijd te lezen en zich meer te engageren om zo in de wereld heil tot stand te brengen. Aan de nieuwe vragen van een nieuwe tijd konden nieuwe structuren en een nieuw beleid worden gekoppeld. Het bisdom Hasselt had het voordeel te kunnen starten in deze periode zonder het gewicht van het verleden en zonder administratieve erfenis. Zo werd vanaf het begin een zeer gecentraliseerd pastoraal beleid gevoerd, waarbij alle geledingen en instanties ingeschakeld werden in eenzelfde jaarwerking en -programma. Een eenheidspastoraal, die bijvoorbeeld tijdens de vastentijd zeer sterk tot uiting kwam.
 
De balans opmaken
 
Vaticanum Il kunnen we omschrijven als een mijlpaal in de Kerkgeschiedenis. De bevroren grond van de 'instellingen' is gaan ontdooien onder de warmte van de Geest. De vernieuwde Kerkvisie werd de voedingsbodem, waarop allerlei vormen van reële verantwoordelijkheid zouden groeien.
Velen herinneren zich nog hoe het er in de Kerk aan toeging in de zestiger jaren. Alles wat in de parochie gebeurde, ieder initiatief, elke activiteit ging uit van de pastoor. Hij was hiervoor vrijgesteld, hij bezat bevoegdheid en wijding, overzicht en verantwoordelijkheid. Hij was ook 'duivel-doet-al': organisator, raadgever, bouwheer, administrator, verbindingsman, predikant, voorganger in de liturgie enz. Kon hij op bepaalde gebieden rekenen op de steun van hulpvaardige leken, op het religieuze terrein was hij in ieder geval een eenzame solist.
Hierin kwam na het concilie plots verandering. Voor de pastoraal kon de priester voortaan rekenen op heel wat medewerking. Velen voelden zich aangesproken en gingen enthousiast aan de slag als lector, gebedsleider of als lid van de werkgroep liturgie voor het verzorgen van gezinsvieringen en jongerenvieringen. Anderen engageerden zich in ziekenzorg, schoolpastoraal of als pastoraal verantwoordelijke in de socio-culturele organisaties. Vooral de catechese rond de sacramenten kon verder worden uitgebouwd: de voorbereiding van doopsel, eerste communie, vormsel, kerkelijk huwelijk en ziekenzalving. Vormingscursussen werden ingelegd en allerlei samenkomsten voor verdieping en herbronning. De gelovigen werden mondiger en zochten mee hoe het geloof kon geformuleerd en beleefd worden. De bijbel was niet langer een gesloten boek, maar kon gelezen en bestudeerd worden door ieder.
Wat vroeger in de Kerk een 'gedweeë kudde' was, is nu een gemeenschap geworden waar het accent ligt op medeverantwoordelijkheid. Heel wat vrijwillig(st)ers stellen hun tijd en talenten ter beschikking voor de kerkopbouw ter plaatse. De priester is nu eerder de animator of de bezieler van al diegenen, die zich engageren in de pastoraal. Het beeld van de Kerk onderging alzo een hele metamorfose ...
Maar tegelijk is ook de plaats van Kerk en geloof in de samenleving de jongste decennia drastisch gewijzigd. Van een cultuur, waarvan het christendom zowat de overkoepelende levensbeschouwing was, zijn we geëvolueerd naar een pluralistische en seculiere samenleving. In die nieuwe situatie zijn christendom en Kerk (veel) kleiner en bescheidener geworden.
Men is op vandaag niet meer 'geboren en getogen' katholiek. Meer dan vroeger gaat het om een bewuste en persoonlijke keuze. Waar men tevoren meteen boven de doopvont werd gehouden, kiest men nu op zekere leeftijd zelf of men al dan niet bij een Kerk wil horen. Wie toetreedt wenst er veelal ook actief bij betrokken te worden. Meer dan over een 'kwantitatieve Kerk' kunnen wij alzo spreken van een 'kwalitatieve Kerk', die aan de mensen van onze generatie een zoveel duidelijker gezicht geeft. De groep is wel kleiner geworden, maar nieuwe christenen (leken, gezinnen, jongeren) hebben opnieuw de basis van het evangelie ontdekt. Zij vinden elkaar in gebed (ook in de Eucharistie), in het beleven van de liefde, van rechtvaardigheid, van de vrede, van de bekommernis voor de hele wereld. Velen willen zich inzetten voor de armen in onze samenleving, de eenzamen, de zieken, de mindervaliden, de migranten.
Toch bleef men de Kerk altijd nauwlettend in het vizier houden wat betreft haar optreden en stellingnamen. Ook ontstond er een groeiende polarisatie tussen hen, voor wie de hervormingen te traag en niet ingrijpend genoeg gebeurden, en een hardnekkige tegenbeweging die deze hervormingen bemoeilijkten of probeerden te verhinderen.
De Kerk kreeg het soms hard te verduren. Heel wat kritiek ging over haar heen. Overdreven schuldgevoel en niet verwerkte frustraties blijven zelfs nu nog steeds nawerken. 'Wat heeft men ons niet allemaal wijsgemaakt', zo zegt men dan.
Het komt er echter op aan dat wij ons nooit laten leiden door ergernis of destructief te werk gaan tegenover de Kerk. Alle binnenkerkelijke kritiek moet liefdevol zijn, wijs en opbouwend.
Belangrijk vooral is dat wij blijven houden van de Kerk. Wij belijden immers als christen dat we geloven in 'de heilige Kerk', in Degene die Zijn heilswerk doorheen de Kerk van zwakke en zondige mensen verderzet. Hij blijft 'de Hoeksteen of de Sluitsteen van het bouwwerk' (Ef.2,20-22) of 'het Hoofd van het lichaam' (Ef.',15-16) dat de Kerk is. Daarom moeten wij onze verantwoordelijkheid blijven opnemen en gelukkig zijn 'er bij te horen' in een soort van mystieke familierelatie.
 
Olav Vandebril, priester. 


Comments are closed.
    Overzicht Artikels
Powered by Create your own unique website with customizable templates.
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht