• Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht
THOMAS MORE GENOOTSCHAP
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht

Archief Positief

Op deze pagina worden artikels aangeboden uit tijdschrift POSITIEF sinds 1969

De pausen en het gezin (deel 1)

1/3/2018

 
Verschenen in POSITIEF nr. 468 – JANUARI 2017

​van "Casti connubii " tot "Familiaris consortio" Deel 1
 
Sinds enkele decennia heeft het christelijke denken - met name via het onderricht van de pausen Pius XI, Pius XII, Paulus VI, Johannes Paulus Il en Benedictus XVI - de theologische, spirituele en tevens antropologische dimensie van de menselijke liefde als nooit tevoren uitgediept. Wanneer de Kerk vandaag ertoe aangezet wordt haar reflectie op de natuurlijke dimensie van de menselijke liefde te ontwikkelen, dan is het juist vanwege een diepe leemte die de laatste twee generaties kenmerkt, onbekwaam als zij vaak zijn om vanzelf een helder antwoord te geven op de fundamentele vragen van het bestaan, zoals die van de liefde. De Kerk doet op dat gebied wat geen enkele instelling in staat is te doen. Terecht werd opgemerkt dat, met de catecheses van Johannes Paulus Il over de menselijke liefde in de periode 1974-1984, de Kerk het belangrijkste corpus dat ooit over deze materie is geschreven, aan de wereld aanbood; het was een aanvulling op een aantal pogingen van christelijke schrijvers zoals Dietrich van Hildebrand in zijn meesterlijke summa Das Wesen der Liebe.
Wanneer men de documenten van het leergezag sinds nagenoeg een eeuw in hun geheel overloopt, stelt men vast dat het sacramentele mysterie van het huwelijk, en dus van het gezin, daarin minder sterk beklemtoond wordt, terwijl de antropologische dimensie van de liefde meer naar voren komt. De actuele context, waarin een bepaalde reductieve visie op huwelijk en gezin overweegt, vraagt des te dringender dat de schoonheid van Gods bedoeling met de menselijke liefde in het licht wordt gesteld. De huidige culturele situatie werkt een vervalste visie op het gezinsleven in de hand, zodat het nuttig zal zijn enkele specifieke elementen uit de leerstellige inbreng na de apostolische aansporing Familiaris consortio kort te vermelden.
 
1. Rond de encycliek "Casti connubii "van paus Pius XI
 
1.1 Verre voorbereiding: de erfenis van Trente
 
De drie eeuwen voorafgaand aan het magisterium van Pius XI hebben de leer over het huwelijkssacrament doorgegeven zoals die was vastgelegd door het Concilie van Trente, terwijl er tegelijkertijd een brede theologische discussie op gang kwam over de vraag omtrent de relatie tussen contract en sacrament.
Om de nieuwheid en het belang van de bijdrage van Pius XI goed te verstaan, moeten we de kern voor ogen houden van wat Trente over het onderwerp heeft gezegd. Tijdens de sessie, over de sacramenten, hadden de concilievaders herhaald dat het huwelijk wel degelijk een sacrament was door Christus ingesteld, en dus onder de zeven sacramenten moest worden gerekend, zoals het Concilie van Florence al een eeuw voordien had verklaard (1). Als sacrament schenkt het genade ex opere operato. Het Concilie van Trente ontwikkelde vervolgens de leerstellige aspecten in de inleidende tekst (doctrina) voorafgaand aan de twaalf canones. De eerste canon bevestigt het sacramentele karakter van het huwelijk in tegenstelling tot de opvatting van de reformatie, volgens welke het een louter natuurlijke institutie was in de verbintenis tussen een man en een vrouw. Het sacramentele karakter impliceert dat het huwelijk door Christus is ingesteld en genade schenkt. In feite waren deze waarheden verankerd in het geloof van het christenvolk dat, tot de reformatorische crisis, altijd al had aangenomen dat het huwelijk concreet de bron was van de noodzakelijke genade opdat gehuwden een heilig leven zouden kunnen leiden. De relatie tussen de huwelijksband en de verhouding tussen Christus en de Kerk was ten volle verwerkt, men betwijfelde niet dat het sacramenteel teken in het ja-woord zelf van de huwenden bestond. De volgende canones handelen over de monogamie (c. 2), de diverse huwelijksbeletselen (c. 3 en 4) en vooral de onverbreekbaarheid van het huwelijk (c. 5). Het fundamentele probleem van de reformatoren, vanwege hun pessimistische kijk die de menselijke natuur als corrupt beschouwde, was hun bereidheid om meerdere legitieme motieven voor de echtscheiding te aanvaarden. Een volgende canon gaat over de kwestie van de echtbreuk: de huwelijksband kan niet verbroken worden door het overspel van een der partners en geen van beiden kan, in die hypothese, een nieuwe verbintenis aangaan zolang zijn partner in leven is. Zo niet pleegt hij echtbreuk. De formulering vermijdt een veroordeling van de Grieken, die een tweede huwelijk toelieten in geval van echtbreuk. Deze keuze voor een zekere mildheid biJ de afkondiging van de onverbreekbaarheid van het huwelijk was bedoeld om Venetië en haar gezanten te ontzien, die met een aanzienlijke Griekse populatie in de Dogenstad hadden af te rekenen. Tijdens de synode van 2014 over het gezin hebben sommigen gemeend op deze tolerante pastorale praxis te kunnen steunen om een uitzondering op de onverbreekbaarheid te verantwoorden. Ten slotte regelt Trente de kwestie van de geheime huwelijken, een ware plaag in het middeleeuwse Europa. Om geldig te zijn is het huwelijk voortaan aan formele voorwaarden onderworpen, waaronder de aanwezigheid van gekwalificeerde getuigen op het moment van het wederzijdse jawoord. Het contract wordt een plechtige daad.
 
Met het Concilie van Trente wordt de christenen de wapenrusting van het geloof van de Kerk voor het huwelijkssacrament aangereikt. Leo XIII en Pius XI, de twee pausen van de moderniteit, zullen het tridentijnse doctrinele corpus opnemen en versterken. Nochtans mogen wij de vier eeuwen die Trente van Casti connubii scheiden, niet als een rimpelloze tussentijd zien. De spanningen die de institutie van het huwelijk zullen markeren, wortelen in de culturele en politieke stromingen die de maatschappij beroeren, vooral dan de regalistische theorieën en de secularistische stroming die zich vanuit de revolutionaire ideologie en het verwante laïcisme verspreidt. De regalistische thesen waaraan men het gallicanisme kan koppelen, beogen in wezen een bevoegdheid van de staat met betrekking tot het contract te claimen, evenwel zonder het sacrament en de bevoegdheid van de Kerk met betrekking tot de sacramentele economie te loochenen. Men komt er geleidelijk toe, onder invloed van de thesen van Melchior Cano, die onder theologen opgang maken, contract en sacrament van elkaar te scheiden. De juristen willen de rechten van de Kerk inzake huwelijk inperken ten gunste van het koninklijk gezag. Uiteindelijk zal men stellen dat de materie van het sacrament het burgerlijke huwelijk is. Christus, volgens deze auteurs, is helemaal niet geïnteresseerd in het contract en heeft niets veranderd aan de natuurlijke verbintenis tussen de gehuwden.
 
Het denken dat uit de Franse Revolutie is voortgekomen, zal verdergaan in de richting van een absolute scheiding tussen contract en sacrament, die aan de oorsprong staat van wat het burgerlijk huwelijk is geworden zoals wij dat kennen. Het was een onverbiddelijke evolutie. De School van het Natuurrecht, door Grotius gesticht, bevestigde een natuurrecht, onafhankelijk van het al dan niet bestaan van God. De Openbaring is niet langer een bron van rechtskennis. De menselijke liefde kan niet onderworpen worden aan goddelijke wetten; de onverbreekbaarheid wordt gezien als geweld ten aanzien van personen. Echtscheiding is een natuurlijke daad als de liefde tussen de huwelijkspartners ontbreekt. De kerkelijke discipline wordt beschreven als barbaars en wreed, in de woorden die Voltaire in zijn Dictionnaire Philosophique (2) gebruikt. Het is dus begrijpelijk dat het pauselijk magisterium uit die periode zich concentreerde op de leer van de onafscheidelijke band tussen contract en sacrament en op de bevoegdheid van de Kerk over het huwelijk van gedoopten om reden van de goddelijke instelling van dit sacrament (3). De encycliek Arcanum divinae sapientiae van Leo XIII dient hier speciaal vermeld omdat twee van haar uitspraken in Vaticanum Il opnieuw aandacht kregen:
 
Christus heeft de oorspronkelijke waardigheid van de mens hersteld; het huwelijk is een vindplaats van heiliging voor de gehuwden. Het huwelijk is aan de zorg van de Kerk toevertrouwd, die een evenwichtige samenwerking met de burgerlijke overheid wenst. Om een dergelijk akkoord te bereiken, doet de paus een beroep op de verantwoordelijkheid van herders en gelovigen opdat het levende depositum in het leven van de gedoopten bewaard zou blijven. Het is interessant vast te stellen dat het machtsmisbruik vanwege de burgerlijke overheid in dit domein gelijke tred houdt met de laksheid van de gelovigen. Tenslotte kunnen we nog aanmerken dat het Wetboek van kerkelijk recht van 1917, dat van toepassing was tot 1983, de datum waarop de nieuwe Codex werd ingevoerd, de juridische aspecten van deze leer door middel van precieze normen heeft geregeld die het geheel van de uitspraken van het magisterium tijdens de twee voorgaande eeuwen uitdrukten.
 
1.2 "Casti connubii "van Pius XI
 
De encycliek Casti connubii (31 december 1930) vormde het hoogtepunt van het magisterium van Pius XI. Tijdens zijn pontificaat had deze paus op het politieke en sociale vlak met diverse stromingen af te rekenen die het atheïsme aanhingen. Naast het communisme in Sovjet-Rusland, had Europa ook te maken met de fascistische ideologie in Italië en het nationaalsocialisme in Duitsland. Ook meer gematigde stromingen waren door een laïcistische visie op de maatschappij aangevreten. In deze algemene context wilde Pius XI een christelijke levensopvatting over de plaats van de mens in de maatschappij opnieuw aan de wereld aanbieden. Hij deed het in soms vergeten documenten die Casti connubii vooraf gingen: Ubi arcano (1922) dat de katholieke actie bevorderde, en Quas primas (1925) waarbij het feest van Christus-koning werd ingesteld. De herwaardering van het gezin was fundamenteel voor de herkerstening van de wereld. Belangrijk was ook de invloed die uitging van de beroemde Lambeth-Conferentie (1930), waarop een meerderheid van anglicaanse prelaten een belangrijke doorbraak inzake contraceptie aanvaardden.
 
De encycliek wil de gelovigen inzicht geven in de ware leer van Christus over het huwelijk, zoals uit de inleiding blijkt. Drie delen gaan respectievelijk over de goederen van het huwelijk, over de dwalingen en misbruiken die het in gevaar brengen, en over de geneesmiddelen. Al in de inleiding worden de grote beginselen in herinnering gebracht: het huwelijk is door God ingesteld. God heeft het gewild en na de zondenval hersteld. Het gezin is van wezenlijk belang voor het menselijk leven, daarom heeft God aan het huwelijk wetten gegeven die een garantie zijn voor de liefde van de gehuwden. Het goed dat het huwelijk vertegenwoordigt, is toevertrouwd aan de vrijheid van de gehuwden, zodat het zich kan ontwikkelen. De intieme band tussen man en vrouw raakt hun hele wezen, hun lichaam, maar ook hun wil.
 
Origineel in de tekst is vooreerst dat de uitwisseling van het wederzijds jawoord vertaald wordt in termen van huwelijksliefde. Het huwelijk ontstaat door het jawoord van beide partijen, door hun vaste en besliste wil die de zielen verbindt nog voor en zelfs meer dan de lichamen. Object van het jawoord is de exclusieve en definitieve gave aan elkaar.
 
De tekst ontwikkelt vervolgens een klassieke leer die vertrekt van de bona matrimonii: proles, fides en sacramentum, in die volgorde geciteerd. De encycliek beklemtoont de voorrang van het eerste goed, want het eerste doel van het huwelijk is het leven door te geven en zorg te dragen voor de ontwikkeling ervan. De opvoeding van de kinderen is een privilege van de ouders dat deel uitmaakt van de proles. Ouders zijn, door Gods wil, de eerste opvoeders van de kinderen, zegt Pius XI. De uitspraak is een van de drie goddelijke wetten die de paus vermeldt in verband met de proles. De andere twee zijn: het huwelijk is het milieu waarin de procreatie legitiem is; huwelijksliefde en voortplanting zijn onafscheidelijk.
Het is duidelijk dat Casti connubii het Tweede Vaticaans Concilie heeft geïnspireerd: vooral de onafscheidelijke karakter van de band tussen huwelijksverbintenis en procreatie zal de ruggengraat vormen van heel het conciliaire en post-conciliaire onderricht ; het zal het antropologische en ethische argument leveren voor de huwelijksmoraal door, een halve eeuw later, het dubbele gevaar van een scheiding tussen de twee dimensies van de liefde in het licht te stellen: enerzijds de verbintenis zonder procreatie (heel de problematiek van de contraceptie), anderzijds de procreatie zonder verbintenis (de problematiek van de kunstmatige bevruchting).
 
Wat de trouw (fides) betreft, ontwikkelt Pius XI de gedachte van de heiliging van de gehuwden, die geroepen zijn om hun liefde te vervolmaken door de echtelijk caritas. Ook op dit punt zien we dat er als het ware vooruitgelopen wordt op de universele roeping tot heiligheid die Vaticanum Il zal verkondigen.
 
Tenslotte wijst het sacramentum op het herstel dat de verlossingsdaad van Christus heeft bewerkt. Casti conubii drukt dit op klassieke wijze uit door te spreken van verheffing en vervolmaking van het geloofsgoed (bonum fidei) en van de voortplanting (bonum prolis) door de genade. De onverbreekbaarheid wordt opnieuw bevestigd zoals op het Concilie van Trente.
 
Bij de opsomming van dwalingen en misbruiken wijst de encycliek op algemene opvattingen, onder andere het voorstaan van de totale autonomie van de gehuwden in de manier waarop zij hun huwelijk beleven, en dus ook hun vrijheid om wetten af te wijzen die hun oorsprong in God vinden; en op dwalingen die meer in het bijzonder de huwelijksgoederen betreffen: het bonum prolis (contraceptie), de fides (echtbreuk) en het sacramentum (afwijzing van het sacraal karakter van het huwelijk. Ook de voorgestelde geneesmiddelen zijn klassiek: terugkeer naar de goddelijke idee van sacrament; gebed en alle vormen van heiliging; en tenslotte volgzaamheid tegenover het leergezag van de Kerk
 
Tot besluit: hoewel volledig in de lijn van Trente, bevat Casti connubii heel moderne elementen die vooruitlopen op alle leerstellige uitspraken tot op heden. Vooral het feit dat bepaalde intuïties door Vaticanum Il uitgediept zullen worden, heeft vaak geleid tot het negeren van de inbreng van paus Pius XII ter zake. Aan zijn bijdrage willen we nu, zij het beknopt, aandacht besteden.
 
2. Pius XII en het gezin
 
Het pontificaat van Pius XII is rijk aan beroemd gebleven documenten die hun stempel hebben gedrukt op zijn tijd: Divino Afflante Spiritu (1943), Mediator Dei (1947), Humani generis (1950), Munificentissimus Deus (1950, over het dogma van de Tenhemelopneming van Maria), Haurietis aquas (1956). Over het huwelijk handelt alleen de encycliek Sacra virginitas, die de deugd van kuisheid roemt met het oog op de ontluikende seksuele revolutie. Zijn eerste encycliek Summi Pontificatus (1939) is gewijd aan het petrinische magisterium. Hij spreekt over het gezin in sociale termen om de wezenlijke rol ervan in het goede functioneren van de maatschappij te onderstrepen.
 
Maar beroemd gebleven zijn vooral de zorgvuldig uitgewerkte toespraken waarin Pius XII zich over het gezin heeft uitgelaten. Onder vele andere kunnen we de Toespraken tot verloofden vermelden, in het bijzonder die van 5 en 19 maart 1941 en 22 en 29 april 1942. Het zijn werkelijk kleine traktaten van huwelijkse spiritualiteit die de gehuwden aansporen zich toe te vertrouwen aan de genade van het sacrament om het hoofd te kunnen bieden aan de moeilijkheden, tot aan het heroïsche toe. Op een zeer moderne wijze onderstreept de paus de enorme betekenis van de vrijheid die de gehuwden toelaat te beantwoorden aan de weergaloze gave die hun is geschonken. Eenheid en onverbreekbaarheid van het huwelijk blijken reeds uit het wezen zelf van de waarachtige huwelijksliefde. Bij het herlezen van deze teksten merkt men dat Pius XII heel goed op de hoogte was van het werk van de gezins- en huwelijksverenigingen die in het midden van de voorgaande eeuw volop bloeiden; en dat hij een aantal belangrijke auteurs had gelezen, bijvoorbeeld Dietrich von Hildebrand die hij zeer waardeerde.
 
Afgezien van deze interessante teksten, handelen de belangrijkste documenten van Pius XII wezenlijk over huwelijksmoraal. Het zijn toespraken gehouden voor een gespecialiseerd publiek, die daarom een fundamentele bijdrage leveren tot de bio-ethiek van christelijke inspiratie. Omdat zij soms kwesties behandelen die het leven van de huwelijkspartners direct aangaan, worden sommige van deze toespraken nog steeds geciteerd in de basisteksten van huwelijks- en gezinsspiritualiteit. Belangrijk zijn verder ook een serie radioboodschappen die destijds een grote weerklank vonden, onder andere een toespraak tot vroedvrouwen (29 okt. 1951); toespraken tot de verenigingen van grote gezinnen (27 nov. 1951 en 20 jan. 1958); de toespraak tot het internationaal artsencongres (29  sept. 1949), tot het 26ste congres voor urologie (8 okt. 1953) , tot het 11 e wereld congres over vruchtbaarheid en steriliteit (19 mei 1956) en tot het 7de congres voor hematologie (12 sept. 1958). Al deze interventies herinneren aan de goddelijke wetten en nemen gedetailleerde standpunten in over precieze kwesties. Ze wijzen de contraceptieve mentaliteit af en verwijzen naar de leer van de Kerk Het is Pius XII die erop wees dat men soms ernstige redenen kan hebben om een geboorte uit te stellen of te vermijden, maar dat men in die gevallen bij de huwelijksdaad alleen gebruik mag maken van de onvruchtbare periodes. Deze centrale gedachte en de motivatie (iustae causae) zullen later in Humanae vitae weer opgenomen worden.
 
Pius XII insisteert ook op de verhevenheid van de echtelijke liefde: de Kerk behoedt die liefde voor elke mogelijke degradatie. Tegen alle karikaturale reducties van zijn onderricht in is het interessant op te merken dat de argumenten die hij aanhaalt, zowel van antropologische en spirituele als van morele aard zijn. Het ethisch oordeel wordt uitgedrukt met een helderheid die de grote encycliek van paus Paulus VI aankondigt. Als een waarheid die tot de uitspraken van het gewone en universele leergezag behoort, en dus onfeilbaar is, herhaalt Pius XII dat iedere huwelijksdaad waarin de gerichtheid op de voortplanting bewust wordt afgewezen, ernstig ongeoorloofd is. De morele kwestie betreft het bewust karakter van een wet die tot het wezen van de voortplanting behoort.
Tenslotte wordt het probleem van de seksuele opvoeding in de encycliek Sacra virginitas behandeld. Zij bestaat in het bijbrengen van de deugd van kuisheid. Van jongsaf moeten de jongeren leren hun zintuigen, hun lichaam en hun gedachten te beheersen. Centraal staat dat dit de exclusieve verantwoordelijkheid van de ouders is.
Pius XII heeft zich ook over de rechten van het gezin als natuurlijke gemeenschap uitgelaten. Zo in een toespraak tot familievaders (18 sept. 1951), waarin hij uitlegt dat het gezin er niet is voor de maatschappij (ondanks zijn participatie aan het algemeen welzijn), maar de maatschappij voor het gezin.
 
(1) Conc. Florence, Bul Exsu/tate Deo (1439), DS 1327.
(2) F-M. Voltaire, Oictionnaire Philosophique, sub voce Adultrère
(3) Onder andere Benedictus XIV, Clemens XIII, Pius VI, Pius IX, Leo XIII.
 
 
J. Laffitte
 
Wordt vervolgd.


Comments are closed.
    Overzicht Artikels
Powered by Create your own unique website with customizable templates.
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht