• Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht
THOMAS MORE GENOOTSCHAP
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht

Archief Positief

Op deze pagina worden artikels aangeboden uit tijdschrift POSITIEF sinds 1969

Debat over bestemming kerkgebouwen

1/3/2018

 
Verschenen in POSITIEF nr. 468 – JANUARI 2017

​Het is van alle tijden ... Gelovige mensen, van welke religie zij ook zijn, bouwen een Godshuis: een sacrale plek, waar zij samenkomen om te bidden en deel te nemen aan bepaalde rituelen of vieringen. Christenen hebben hun kerken en kapellen, moslims hun moskeeën, Joden hun synagogen, boeddhisten hun stoepa's, hindoes hun tempels. Een kerkgebouw is geen gewone ruimte. Het is een gebouw met een ziel, met een geschiedenis en vooral met een levende gemeenschap eromheen. Dorpskernen en stedelijke wijken zijn er doorgaans rond gegroeid en ze blijven een belangrijk referentiepunt. Dikwijls zijn ze het meest waardevolle historisch gebouw in de omtrek, opgetrokken en verfraaid met middelen die voor een groot deel lokaal werden bijeengebracht.
 
In onze contreien staat er in elke parochie een kerk, hét symbool van de christelijke gemeenschap. Essentieel voor elke door de staat erkende parochie is trouwens, dat er zich een kerk bevindt en een pastorij. Vlaanderen telt momenteel 1.792 parochiekerken in 308 gemeenten. Daarvan is 1 op 3 beschermd als monument. De meeste kerken werden tijdens de Franse Revolutie (1789) geconfisqueerd (aangeslagen) en zijn nu meestal eigendom van de gemeenten. Kerken, gebouwd na de Franse Revolutie, zijn in principe eigendom van de kerkfabriek.
 
De snel voortschrijdende secularisering en de ontkerkelijking van Vlaanderen zorgde ervoor, dat kerken stilaan aan belang verliezen en steeds meer in onbruik geraken. Volgens een onderzoek van de K.U.Leuven in 2011 zou slechts 5% of 250.000 Vlamingen nog wekelijks naar de eucharistieviering gaan en zou dit jaarlijks nog afnemen met ongeveer 0,8%. In 1976 was het aantal pratikerenden nog 30%.
 
Nu het kerkbezoek zodanig afneemt, de kerkgangers ouder worden en de gebouwen verslijten, rijst bij steeds meer politici en (niet-) gelovigen de vraag of er nog wel zoveel kerken nodig zijn en het nog verantwoord is om jaarlijks honderden miljoenen te spenderen aan het onderhoud en de restauratie van deze gebouwen, zonder dat daar meer tegenover staat dan de organisatie van enkele specifieke religieus gefnspireerde diensten.
 
Op grond van de maatschappelijke evoluties en gewijzigde behoeften vraagt de overheid dan ook aan de kerkverantwoordelijken na te gaan of een kerkgebouw nog aan zijn oorspronkelijke eisen voldoet; zo niet, deze open te stellen voor andere dan religieuze doeleinden. Dit lijkt een zeer pertinente vraag, te meer omdat ook het tekort aan bedienaren zich laat voelen en de bisschoppen reeds volop bezig zijn met het hertekenen van het parochielandschap. Maar is dit ook zo?
 
 
Financiering van het kerkgebouw
 
De kerkgebouwen staan er nu eenmaal" Dus moeten ze ook naar behoren onderhouden worden. Het onderhoud van de kerken kost natuurlijk geld. Hoeveel? En wie betaalt dat?
De grootste hap gaat naar het bouwkundig onderhoud en restauratie. Uit een inventaris, die enkele jaren geleden werd opgemaakt, blijkt dat 61 % van de kerken zich nog in goede en 35% in redelijke staat bevinden. Amper 3% van de kerkgebouwen is er slecht aan toe. Bij restauratie geldt voor een als monument beschermde kerk een systeem van subsidiëring. De kerkfabriek en de gemeente betalen elk 10% van de kosten, de Vlaamse gemeenschap en de provincie passen de de resterende 80% bij. Bij herstellingswerken aan niet - geklasseerde gebouwen ontvangt de gemeente slechts 30% subsidies, de overige zeventig procent dient men zelf te betalen.
Daarnaast zijn er de kosten van verwarming, elektriciteit, klankinstallatie, meubilair, poetsen, verzekering, liturgische aankopen enz. Deze vallen ten laste van de kerkfabriek. Zo'n kerkfabriek kan in een parochie het management van het kerkpatrimonium worden genoemd. Ze maakt jaarlijks een staat van algemene inkomsten en uitgaven en passeert op het einde van het jaar langs het gemeentehuis om het tekort ongedaan te maken. Bij wet is de burgerlijke overheid verplicht het deficit op de rekening van de kerkfabrieken bij te passen. Meestal wordt ervoor gezorgd, dat deze rekeningen niet uit de band springen. 20% van de kerkfabrieken hebben sluitende rekeningen. In 2009 betaalden de Vlaamse gemeenten samen 41 miljoen euro aan exploitatietoelagen aan kerkfabrieken en 34 miljoen euro aan investeringstoelagen, wat neerkomt op ongeveer 25.000 euro of 0,7% van de gemeentelijke begroting.
Het is Napoleon geweest die in een concordaat (1801) deze regelingen heeft getroffen als compensatie voor de kerkelijke goederen, die tijdens de Franse Revolutie werden genationaliseerd. Sommige kerkfabrieken hebben door schenkingen wel eigendommen verworven, maar mogen hun eigen vermogen niet aanspreken of zichzelf niet verarmen, gezien het kerkelijk patrimonium door deze overeenkomst wordt beschermd. Deze overeenkomst kan enkel door het parlement worden gewijzigd. Zolang dat niet gebeurt, is het de taak van de kerkfabrieken dit vermogen goed te beheren en voor de toekomst te waarborgen.
Er is nog een bijkomend aspect, dat we niet uit het oog mogen verliezen ... Kerken hebben niet alleen religieuze functies. Het zijn ook ijkpunten in het landschap en bepalen meestal in belangrijke mate het dorpsgezicht. Vele van deze gebouwen zijn monumenten in het dorp of in de stad; zij behoren tot ons erfgoed en hebben een cultuur-historische waarde (architectuur, interieur, kerkschatten ... ). Een derde van onze kunstschatten staat in de kerken. Voor het onderhoud ervan mag men dan ook rekenen op de financiële solidariteit van gans de gemeenschap, ook van niet-christenen.
Vermits het gaat om subsidiëring door gemeenschapsgelden dient er wel verantwoording afgelegd te worden over het gebruik ervan en moet hierover voldoende transparantie zijn. Logisch is ook, dat de kerkganger meer bijdraagt tot het onderhoud van de kerk, wat ook effectief gebeurt via collectes en tarieven voor missen, huwelijken en begrafenissen. Cruciaal is het besef, dat de beste bestemming voor een kerk deze is waarvoor het gebouw werd geconcipieerd en dat het respect voor de oorspronkelijke functie de beste garantie biedt voor het behoud van het patrimonium. Er zijn immers niet alleen de eigen inkomsten die de parochie genereert, maar evenzeer de belangeloze inzet van zovele mensen: kerkfabrieken, poetsploegen en andere dienstverleners!
Ook moet men zich hoeden voor een aantal misvattingen ... Bij de discussie rond de bestemming van de kerkgebouwen verwijst men voortdurend naar de sterke terugloop van het aantal kerkgangers en priesters. Toch is dit een verkeerd en misleidend uitgangspunt. Men baseert zich immers bij de statistische gegevens enkel op de aanwezigen in de zondagsvieringen. Wanneer men echter rekening houdt met het veel groter aantal occasionele kerkgangers en met hen die deelnemen aan de vieringen op feestdagen, bij doopsel, huwelijk en uitvaart, dan mogen we ervan uitgaan dat 70% van de bevolking binding heeft met het kerkgebouw en er effectief gebruik van maakt. En wat te denken van sporthallen, voetbalvelden, stadions, zwembaden, culturele centra, bibliotheken, archieven, operagebouwen, theaters, musea ... die door minder dan 5% van de bevolking worden bezocht?
Een andere misvatting is, dat de eredienst niet meer kan verzekerd worden door het tekort aan priesters. Steeds meer diakens, parochieassistenten en gevormde leken staan klaar om bepaalde taken van de priester mee op te nemen, zoals voorgaan in woord- en gebedsdiensten, geloofsverkondiging enz. Doopsels en inzegening van huwelijken kunnen evenzeer verricht worden door een diaken. De pastorale slagkracht zal hierdoor nog vermeerderen.
Staat het parochieleven en ook het gebruik van de kerk op een laag pitje, is dit niet onmiddellijk een reden het nut van de kerk in vraag te stellen. Wel moet er dan op de eerste plaats gekeken worden hoe deze parochie opnieuw kan geactiveerd worden.
 
 
Opmaak 'kerkenplan'
 
Op 24 juni 2011 lanceerde minister-president Geert Bourgeois (N-VA), verantwoordelijk voor Onroerend Erfgoed, een conceptnota 'een toekomst voor de Vlaamse parochiekerk', waarin hij de kerkverantwoordelijken uitnodigt na te denken over het toekomstig gebruik van de parochiekerken. Tegelijk schreef hij een brief naar alle gemeentebesturen met de vraag in overleg met het bisdom, kerkbesturen en lokale gemeenschappen een langetermijnvisie te ontwikkelen en een 'kerkenplan' op te stellen. Welke kerken behouden binnen een bepaald territorium hun huidige functie? Welke komen in aanmerking voor een herbestemming? Welke vormen van nevenbestemming zijn mogelijk? Deze denkoefening moesten de gemeenten op dat moment toelaten om uiterlijk tegen eind juni 2013 een nieuw meerjarenplan (2014-2019) op te stellen, waarin ook de budgettaire planning voor de kerkgebouwen vanuit deze visie zou zijn opgenomen. Ontbreekt deze strategische visie, dan zal de kerk geen onderhouds- of restauratiepremies meer ontvangen. Zij zullen voortaan slechts toegekend worden mits voldoende motivatie voor de bestemming van de kerk. De minister wil zo neven- en herbestemming stimuleren.
Gemeenten en kerkbesturen kunnen een aanvraag indienen bij het Projectbureau Herbestemming Parochiekerken voor een begeleid haalbaarheidsonderzoek. Kerken krijgen ook geld om hun plannen uit te voeren. De Vlaamse Overheid en de Vereniging voor Steden en Gemeenten maken hiervoor een kleine 500.000 euro vrij. Het blijven wel de bisschoppen die eerst hun toestemming moeten geven.
Aanvankelijk was er een zekere terughoudendheid vast te stellen, maar stilaan groeit er een grotere bereidheid daartoe. Onze bisschoppen hebben zich geëngageerd om constructief mee te werken aan deze globale interne denkoefening rond het gebruik, de instandhouding en het beheer van de kerkgebouwen in Vlaanderen. Zij denken voor een aantal kerken in de richting van een 'conviviaal model' (convivere is Latijn voor samenleven), waarbij de liturgische functie van de kerk behouden blijft en gekoppeld wordt aan bepaalde nevenfuncties. Zelfs kerken sluiten, hoe pijnlijk ook, zou volgens hen in bepaalde gevallen niet ontweken kunnen worden. Herbestemming of eventuele sloop is dan de enige oplossing. Waar voorheen de priester samen met de kerkfabriek alles in het werk stelde om het kerkgebouw goed te onderhouden, te verfraaien en het patrimonium te verrijken, wordt nu dus volop gepalaverd rond het zgn. 'kerkenplan', dat stapsgewijs het aantal kerken afbouwt voor verder gebruik. Dit wordt ook in de hand gewerkt door het gevoerde diocesane beleid. Door zoveel mogelijk liturgische vieringen te centraliseren verliezen immers steeds meer kerken hun functie en worden uiteindelijk overbodig gemaakt.
 
 
Behoud of herbestemming?
 
De trend is ondertussen gezet... De laatste decennia waren het vooral kloosterkerken die een herbestemming kregen. Sinds 2013 zijn er ook 34 parochiekerken officieel onttrokken aan de eredienst en dit aantal zal snel oplopen. Vroeger deed men beroep op de bisschop voor een kerk die werd 'ingewijd', nu krijgt hij stilaan de handen vol met elke kerk die wordt 'ontwijd'. Niet te verwonderen dat in de ogen van de mensen de bisschop een 'vastgoedmakelaar' en het bisdom een 'immobiliënkantoor' lijkt te worden, dat bezig is met de uitverkoop van haar eigen inboedel...
Liefst van al willen de meeste parochies en gemeenten dat hun kerk bij een herbestemming een sociale functie krijgt, die zo dicht mogelijk aanleunt bij de zorgende taken die de Kerk vroeger op zich nam of in overeenstemming is met de waardigheid van het kerkgebouw. Niemand gelooft echter dat die vrome wens, buiten enkele uitzonderingen, bewaarheid zal worden. We hoeven maar te kijken naar Nederland, waar het debat al veel langer wordt gevoerd ... De mooiste boekhandel van Europa bevindt zich in Maastricht in de voormalige Dominicanenkerk. In het Kruisherenklooster vlakbij werd een prachtig hotel gerealiseerd, waarbij de kerk omgevormd werd tot receptie en restaurant. In plaats van een religieus symbool te zijn zal het kerkgebouw steeds vaker worden omgedoopt tot een cultuurpaleis of evenementenhal, een horecazaak of supermarkt, of een of andere dienst van openbaar nut. Een aanfluiting van alle beweegredenen die mensen hebben aangezet om deze kerken te bouwen!
Tot nu toe voelden de mensen zich nog enigszins verbonden met elkaar onder de kerktoren en toonden een zekere affiniteit met het gebouw. Dikwijls waren ze fier dat hun kerk zo mooi, zo uniek en bijzonder was. Zelfs bij onregelmatige kerkgangers roept dit gebouw herinneringen op aan gebeurtenissen en sterke momenten uit hun leven: doopsel, vormsel, huwelijk, uitvaart van dierbaren. Vandaar de heftige en soms emotionele reacties bij de sluiting van een of andere kerk. Men raakt daarmee het hart van deze mensen.
Het opgeven van dat gebouw breekt bovendien de natuurlijke samenhang en de oorspronkelijke structuur van de plaatselijke gemeenschap. Dit betekent meteen het einde van de parochie. Na de vervaging en de afbouw van de eigen identiteit, wordt de Kerk er nu ook op die manier structureel onderuitgehaald.
Een ander deel van de kerken wordt multifunctioneel of zal worden herschapen in een polyvalente ruimte. Zo komen bijvoorbeeld al de kerken aan de rand van de stad Hasselt in aanmerking voor nevenbestemming. 'Als zelfs het bisdom aangeeft dat er niet meer overal eucharistie kan gevierd worden, dan is het toch logisch dat we bekijken welke noden de gemeenschap heeft', zegt de Hasseltse schepen met bevoegdheid over de kerkfabrieken. De plannen zijn reeds gemaakt. De H. Hartkerk kan dienst doen voor de zondagsmarkt, de St. Catharinakerk voor de leerlingen van de muziekacademie, de St. Martinuskerk voor het Hasselts Toneel en de Banneuxkerk als overdekte speelplaats voor de kinderen. De H. Kruiskerk staat reeds een tijdje te huur!
De vraag is ook hier of wij hiermee de goede kant opgaan ...
 
Een kerkgebouw heeft maar één bestemming: de eredienst. Daarvoor is ze gebouwd en bedoeld. De ruimte van een kerk i:; meer dan een ruimte alleen. Een kerk heeft sacraliteit, wijding. De sacrale ruimte is een afgezonderde ruimte, waar men Gods aanwezigheid hoopt te beleven in het gebed, de eucharistieviering en de liturgie op belangrijke levensmomenten. Hoe kan deze ruimte uitnodigen tot ingetogenheid en eerbied, wanneer deze ook dienst doet voor andere doeleinden? Hoe kan je deze ruimte dan nog openstellen als stille ruimte, waar mensen eens kunnen binnenspringen om zich even te bezinnen, tot rust te komen, een kaarsje aan te steken enz.?
Om dan nog niet te spreken over de praktische problemen, die zich onvermijdelijk zullen stellen bij nevengebruik: de mogelijke controverse over de aanspraak van het gebouw, tegenstrijdige belangen, het beheer dat complexer wordt (onderhoud, verantwoordelijkheid, toegang, sleutels die circuleren...). Zo rees er ergens kritiek, omdat de aanwezigheid van heiligenbeelden de vereiste neutraliteit zou schenden.
Bij nevenbestemming zullen kerken bovendien moeten worden aangepast. Al die aanpassingen en eventuele verbouwingen kosten eveneens handenvol geld!
Ware het niet beter alles in het werk te stellen om het kerkgebouw te opwaarderen door het opnieuw toegankelijker te maken (46% van de kerken is gesloten buiten de erediensten) en het gebruik ervan te bevorderen? Zo kan elke kerk naast de gewone diensten die er gebeuren een plaats worden, waar ruimte wordt gecreëerd voor stilte, bezinning, persoonlijk gebed, eucharistische aanbidding, gebedsvieringen, catechese, verkondiging, onderricht en lezingen over spiritualiteit en religie, maar ook voor kooroptredens, orgelconcerten en tentoonstellingen met een sacraal karakter. Een beetje meer creativiteit en ondernemingszin zou hier al een hele stap vooruit zijn!
 
We kunnen alleen maar de hoop koesteren, dat de overheden van de Vlaamse Gemeenschap en de gemeentebesturen respect opbrengen voor de overtuiging van een belangrijk deel van de bevolking en daar rekening mee houden bij hun budgettaire overwegingen. De investering in een kerkgebouw is ook een investering in de christelijke gemeenschap, die in al zijn vertakkingen nog een grote impact heeft op de samenleving. De nota van minister Bourgeois is wel aanleiding tot een goede denkoefening over het nut en het gebruik van het kerkgebouw als dusdanig en het geheel van de pastoraal, die er rond gebeurt. Het moet bovendien niet alleen onze bekommernis zijn, dat wij vandaag een zinvolle invulling geven aan de functie van onze parochiekerken. We moeten evenzeer denken aan de toekomst en ervoor zorgen, dat ook de komende generaties nog kunnen beschikken over de nodige cultusplaatsen!
 
Olav Vandebril, priester.


Comments are closed.
    Overzicht Artikels
Powered by Create your own unique website with customizable templates.
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht