• Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht
THOMAS MORE GENOOTSCHAP
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht

Archief Positief

Op deze pagina worden artikels aangeboden uit tijdschrift POSITIEF sinds 1969

Katholieke Kerk : De taken van de Kardinalen

1/3/2018

 
Verschenen in POSITIEF nr. 470 – MAART 2017

​In zijn toespraak voor de Stichting Lepante, op 5 december 2016, zei kardinaal Raymond Leo Burke: "Het gewicht op de schouders van een kardinaal is heel groot. We zijn de Senaat van de Paus en zijn eerste raadgevers. We moeten vooral de Paus dienen door hem de waarheid te zeggen. Vragen stellen, zoals we gedaan hebben tot de Paus, ligt in de traditie van de Kerk, juist om verdeeldheid en verwarring te vermijden. We hebben het gedaan met grote eerbied voor het ambt van Petrus en met eerbied voor de persoon van de Paus. Er zijn veel vragen, maar de vijf voornaamste vragen die we stelden dienen noodzakelijkerwijs een antwoord te krijgen. Dit voor het heil van de zielen. We bidden elke dag om een antwoord te krijgen, trouw aan de traditie en in de ononderbroken apostolische lijn die teruggaat tot onze Heer Jezus Christus".
 
Met deze woorden bracht kardinaal Burke het belang van de zending van kardinalen in herinnering. Dit is het meest verhevene in de Katholieke Kerk, na deze van de Soevereine Pontifex. Inderdaad, zij zijn de voornaamste medewerkers en raadgevers van de Paus bij het besturen van de universele Kerk. Hun instelling is zeer oud. Reeds onder Paus Sylvester 1 (314-335) treft men de woorden 'kardinalen-dienaars. Het schijnt dat men aan H. Petrus-Damianus de definitie van Heilig College te danken heeft als "Senaat van de Kerk". Dit werd in werking gesteld door het Benedictijnse Wetboek/Codex van 1917 (can. 230). Het Heilig College is een juridisch persoon dat het een drievoudige natuur geeft: een coadjutor orgaan, een plaatsvervangend orgaan en een kiesorgaan van de Opperste Pontifex.
 
Men dient de vergissing niet te begaan de rol van de kardinalen als raadgevers van de Paus te verheffen tot de rol van "mede-beslissers". Zelfs als hij steunt op de raad en bijstand van de kardinalen, verliest de Paus nooit de volheid van de macht (plenitudo potestatis). De kardinalen delen maar in zijn macht in de uitoefening ervan, binnen de limieten die de Paus zelf bepaalt. De kardinalen hebben jegens de Paus nooit beraadslagende macht, maar enkel adviserende macht. Ook al heeft hij de overhand op de bijstand van het kardinalencollege en zelfs als hij niet verplicht is om het te doen, hebben de kardinalen de morele verplichting de Paus raad te geven, hem vragen te stellen en hem eventueel te vermanen. Onafhankelijk van zijn ontvangen van hun woorden. De presentatie van meerdere 'dubia' aan de Paus en aan kardinaal Gerhard Müller, prefect van de Congregatie van de Geloofsleer, vanwege 4 kardinalen (Brandmüller, Burke, Caffara en Meisner), vraagt hen de "ernstige desoriëntatie en de grote verwarring" rondom de apostolische exhortatie "Amoris Laetitia" uit te klaren. Dit valt perfect onder de taken van de kardinalen en kan geen onderwerp van censuur zijn.
 
Zoals canonist Edward Peters, referent van het hoogste Tribunaal van de apostolische Signatuur, het bevestigt, hebben de 4 kardinalen "gebruik gemaakt van hun recht ( can. 212 paragraaf 3) om leerstellige en disciplinaire vragen te stellen die op dat moment aangesproken moeten worden". Als de Heilige Vader vervolgens verzuimt het te doen, geven de kardinalen collectief hem een vorm van broederlijke correctie/vermaning, in de geest van de vermaning die de Heilige Paulus deed aan de apostel Petrus in Antiochië. (Gal. 2, 11) De canonist besluit: "De manier waarop sommigen kunnen komen tot het besluit dat de 4 kardinalen verstoken worden van hun dienst, ontsnapt me. Niemand - en de 4 betreffende kardinalen zouden de laatsten zijn om het te doen - trekt de speciale autoriteit van de Paus over de Kerk in twijfel (ca. 331) en ze voeden nog minder de illusie dat een Paus gedwongen kan worden een antwoord te geven op de door hen gevorderde vragen. Mijn indruk is dat de 4 kardinalen, voor zover ze graag een antwoord van de Paus ontvangen, waarschijnlijk - ondanks alles - gelukkig zijn vitale vragen te hebben voorgelegd, met het vooruitzicht dat het op een dag mogelijk zal zijn uiteindelijk een antwoord te krijgen. Intussen zouden ze ongetwijfeld hun eigen episcopaal ambt kunnen uitoefenen van leraar van het geloof ( can. 375) en op hun eigen autoriteit gefundeerde antwoorden voorstellen. Inderdaad, volgens mij gaat het om mannen die klaar zijn om zelfs bespotting te aanvaarden en om te lijden onder het onbegrip en onder een kwaadwillige interpretatie van hun daden en hun motivaties".
 
De kardinale waardigheid is niet enkel eervol, maar houdt ook ernstige verantwoordelijkheid in. Kardinalen hebben vóór alles privilegies omdat ze taken hebben. De eerbewijzen die hen worden verleend, komen juist van het gewicht van de taken die op hun schouders weegt. Onder deze taken valt de broederlijke vermaning van de Paus wanneer hij vergissingen begaat in het besturen van de Kerk. Zo is het gebeurd in 1813 toen Pius VII het fameuze verdrag van Fontainebleau met Napoleon ondertekende. Of in 1934, toen de kardinaal-deken Gennaro Granito di Belmonte Pius XI vermaande, in naam van het Heilig College. Dit voor het onbedachtzame gebruik van financiën van de Heilige Stoel. De Paus is maar onfeilbaar binnen bepaalde voorwaarden en zijn daden van bestuur of van magisterium kunnen vergissingen bevatten die elke gelovige in het licht kan stellen. Des te meer zij die bekleed zijn met de opdracht van hoogste raadgever van de Paus.
 
Onder de middeleeuwse canonisten onderscheidt zich Enrico da Susa. die ook “Ostiaan" wordt genoemd. Hij was immers kardinaal-bisschop van Ostia. Hij was een auteur die een recent studieobject vormde van Don Jürgen Jamin, met als titel: "La cooperazione dei cardinali alle decisioni pontificie ratione fidei. Il pensiero di Enrico da Susa (Ostiense)“ (De coöperatie van de kardinalen bij de pauselijke beslissingen "ratione fidei". De gedachte van Enrico de Susa, Marcianum Pers, Venetië, 2015).  Professor Jamin herinnert dat Enrico de Susa, die de pontificale decreten becommentarieert, zich buigt over de hypothese van een Paus die tot ketterij vervalt. Professor Jamin herinnert in het bijzonder de commentaar van de 'Ostiaan', de woorden die betrekking hebben op de Paus: ""Nec deficiat fides eius" (dat uw geloof niet tekort komt). Volgens de kardinaal-bisschop van Ostia: "Het geloof van Petrus is niet zijn exclusief 'geloof', begrepen als persoonlijke daad. Maar het is het geloof van de hele Kerk, waarvan de woordvoerder de Prins van de Apostelen is. Christus bad voor het geloof van heel de Kerk 'in persona tantum petri'. Want het is het geloof van de Kerk, beleden door Petrus, die nooit in gebreke blijft.” 'Et propterea ecclesia non presumitur posse errare' (op.cit., p. 223).
 
De gedachte van de 'Ostiaan' komt overeen met deze van alle grote middeleeuwse canonisten. De grootste specialist van deze schrijvers, kardinaal Alfonso Maria Stickler, onderlijnt dat "het voorrecht van de onfeilbaarheid van het ambt de Paus, als persoon, niet verhindert dat hij zou kunnen zondigen en zo persoonlijk ketters wordt (. . .). In geval van volharding en publieke belijdenis van een zekere ketterij - omdat ze reeds veroordeeld is door de Kerk - wordt de Paus 'minor quolibet catholico' (algemene uitdrukking van de canonisten) en houdt hij op Paus te zijn (..) Het feit van een ketterse Paus raakt dus niet de pontificale onfeilbaarheid. Deze onfeilbaarheid betekent niet onberispelijkheid of verbondenheid aan de persoon van de Paus. Maar het is wel verbondenheid met het krachtens zijn ambt vaststellen van een geloofswaarheid of een onveranderlijk principe van het christelijk leven (. . .) De canonisten wisten heel goed het onderscheid te maken tussen de persoon van de Paus en zijn ambt. Als ze bijgevolg verklaren dat de Paus afgevallen is en zich met zekerheid en halsstarrigheid openbaart als een ketter, erkennen ze stilzwijgend dat door dit persoonlijk feit niet enkel de onfeilbaarheid van het ambt niet betrokken is, maar dat ze integendeel wordt verdedigd en bevestigd:elke pauselijke beslissing tegen een waarheid die reeds is uitgemaakt, wordt automatisch onmogelijk gemaakt" (A.M. Stickler, Sulle origini dell'infallibilità papale/Over de oorsprong van de pauselijke onfeilbaarheid, Rivista Storica della Chiesa in ltalia/ Historisch, geschiedkundig tijdschrift van de Kerk in Italië", 28 (1974), pp, 586-587).
 
De kardinalen die een Paus kiezen, hebben niet de macht om hem af te zetten, maar ze kunnen zijn afstand doen van het pontificaat vaststellen, in geval van vrijwillig ontslag of van halsstarrige en duidelijke ketterij. In de tragische uren van de geschiedenis, moeten ze de Kerk dienen tot het bloedvergieten. Zoals de rode kleur aanduidt van hun gewaden die ze aantrekken en het luidt bij het opleggen van de barret: "rood als teken van de waardigheid van het kardinaalschap. Het betekent dat u klaar moet zijn om u moedig te gedragen, tot het bloedvergieten toe, voor het vermeerderen van het christelijk geloof, de vrede en de rust van het volk van God en voor de vrijheid en de verspreiding van de Heilige Roomse Kerk".
 
Daarom sluiten we ons aan bij de gebeden van kardinaal Burke en vragen Paus Franciscus een antwoord te geven op de 'dubia', "in trouw aan de Traditie, in de ononderbroken apostolische lijn die teruggaat tot Onze Heer Jezus Christus".
 
Roberto de Mattei.


Comments are closed.
    Overzicht Artikels
Powered by Create your own unique website with customizable templates.
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht