• Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht
THOMAS MORE GENOOTSCHAP
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht

Archief Positief

Op deze pagina worden artikels aangeboden uit tijdschrift POSITIEF sinds 1969

Hoe wonderlijk is deze ruil

3/10/2021

 
Verschenen in POSITIEF nr. 428 – JANUARI 2013 

​De liturgie van 1 januari, het hoogfeest van de heilige Maria, Moeder van God, heeft het over een wonderbaarlijke ruil: Hoe wonderlijk is deze ruil: van een maagd die geen man bekent, neemt de Schepper een menselijk lichaam aan om ons te maken tot kinderen van God. (Vespers op de vooravond, eerste antifoon) 
 
DE SCHEPPENDE WIJSHEID 
 
We kunnen deze werkelijkheid overwegen zoals de heilige Johannes het doet in de proloog van zijn evangelie. De apostel put er uit de grote wijsheidstraditie die vervat ligt in de boeken die we om die reden de 'Wijsheidsboeken' noemen. De wijsheid wordt er voorgesteld als een werkelijkheid die van alle eeuwigheid aanwezig is in God: 
De Heer schiep mij 
aan het begin van zijn weg, 
nog voor zijn werken, van oudsher. 
Uit eeuwigheid ben ik gevormd, 
vanaf het begin, voordat de aarde ontstond. 
Ik ben al ontstaan 
toen er nog geen oceaan was, 
toen er nog geen bronnen waren, 
rijk aan water. 
Voordat de bergen werden neergezet, 
nog eerder dan de heuvels, ben ik ontstaan. 
Hij had de aarde en de velden 
nog niet gemaakt, 
zelfs niet de elementen van de wereld. 
( .. ) 
Ik stond als uitvoerster aan zijn zijde, 
en ik was zijn vreugde, mij dag in dag uit 
verheugen voor zijn aangezicht, 
steeds weer, 
mij verheugend over zijn aardrijk 
en ik vond mijn vreugde bij de mensen 
(Spr. 8,22-26; 30-31) 
 
HET WOORD WAARDOOR ALLES GESCHAPEN IS 
 
Wellicht kende de evangelist ook het Griekse speculatieve denken over de logos die het hele universum vervult van 'zin', 'doorgrondelijkheid' of 'bestaansreden'. Maar de Bijbelse bronnen volstaan zeker om het gebruik van de term te verklaren. De evangelist gebruikt de uitdrukking om ons te spreken over de eeuwige Zoon van de Vader als de logos of het Woord waardoor alles is geschapen: 
 
In het begin was het woord, 
en het woord was bij God, 
en het woord was God. 
Het was in het begin bij God. 
Alles is door Hem ontstaan, 
en buiten Hem om is er niets ontstaan. 
Wat ontstaan was, had leven in Hem 
en het leven was 
het licht van de mensen 
Het licht schijnt in de duisternis, 
en de duisternis kon het niet aan. 
(Joh. 1, 1-5) 
 
'ALLE VLEES IS ALS GRAS' 
 
Bij het schrijven van zijn proloog herinnerde Johannes zich ook de profeet Jesaja die de Heer laat verkondigen: 
 
Alle vlees is als gras. 
Het bloeit als een veldbloem. 
Het gras verdort, de bloem verwelkt 
wanneer de adem van de Heer 
erover waait; 
zeker, dit volk is gras! 
Het gras verdort, de bloem verwelkt, 
maar het woord van onze God houdt in eeuwigheid stand. (Jes.40,6-8) 
 
Met realisme en weemoed beschreef de profeet niet alleen de schoonheid, maar ook de kwetsbaarheid van ons mens-zijn, opgeroepen door de Bijbelse term 'vlees'. In de wereld zoals hij nu is, fleurt het mooie, maar gekwetste menselijke 'vlees' tijdelijk op om vervolgens weg te kwijnen, af te sterven en weer te verdwijnen. Geconfronteerd met de vluchtigheid en vergankelijkheid van het menselijk leven op aarde, troostte Jesaja zich met de gedachte dat het Woord van God eeuwig blijft. Hoe groot zou zijn vreugde wel niet geweest zijn, mocht hij de volheid van het groot mysterie dat we met Kerstmis vieren, hebben kunnen vatten? Hij zou gejubeld hebben bij het wonder dat zijn profetieën voorvoelden, namelijk dat het eeuwig Woord van God, dat voor immer blijft, zelf dit broze vlees is geworden door mens te worden in de schoot van Maria. 
 
'EN HET WOORD IS VLEES GEWORDEN EN HEEFT ONDER ONS GEWOOND' 
 
Verderop in de tekst knielt Johannes als het ware neer voor deze verlaging van het mensgeworden Woord, die voor immer onze grootheid tekent en ons verheft tot de status van Gods eigen adoptiekinderen. Hoe wonderlijk is deze ruil! Ik citeer: 
 
Aan diegenen die Hem opnamen, 
Heeft Hij het vermogen gegeven 
om kinderen te worden van God: 
aan hen die geloven in zijn naam. 
Niet langs de weg van het bloed, 
niet door de begeerte van het vlees 
of door mannelijk streven, 
maar uit God zijn ze geboren. 
Ja, het woord is vlees geworden! 
Hij is onder ons 
zijn tent komen opslaan 
en we hebben zijn heerlijkheid gezien, 
de heerlijkheid die Hij 
als eniggeboren Zoon 
aan de Vader ontleende, 
vervuld als Hij was 
van genade en waarheid. 
Van zijn volheid hebben 
wij allen ontvangen, 
genade op genade. 
Want is de wet gegeven door Mozes, 
de genade en de waarheid 
zijn gebracht door Jezus Christus. (Joh. 1, 12-14; 16-17) 
 
Als God zelf onze sterfelijke natuur aanneemt, hoe zouden we dan nog kunnen twijfelen aan de uiteindelijke bestemming van de mens? Het is juist omdat het Woord zelf is vlees geworden, dat we durven geloven dat de mens, ondanks zijn kwetsbaarheid, geschapen is voor de heerlijkheid. Hoe wonderlijk is deze ruil. 
 
'EER AAN GOD IN DE HOOGSTE HEMEL!' 
 
Tijdens de mis van kerstdag beluisteren we Johannes' proloog, die bij voorkeur plechtig wordt gebracht. In de nachtmis wordt het kerstverhaal uit het Lucasevangelie gelezen, dat we vaak met vertedering aanhoren. Onze kerststalletjes zijn de waardevolle visualisering van die evangelietekst. 
En toch, dit poëtische verhaal baadt in dezelfde heerlijkheid als de tekst van Johannes. Lucas nodigt ons uit om het kindje Jezus te aanbidden in zijn kribbe. Maar de blik die hij ons biedt op Hem, is doordrenkt van zijn geloof in de goddelijkheid van Christus en de glorie van zijn verrijzenis. Net als de rest van zijn evangelie is het geboorteverhaal van Jezus opgetekend vanuit het perspectief van de paasschittering. Bij Lucas is het kerstevangelie door en door een paasevangelie! Eigenlijk herleest de evangelist de gebeurtenissen uit Jezus' leven in het licht van wie Jezus nu is, in het licht van wie Hij definitief geworden is door zijn glorierijke verrijzenis. Het is een beetje zoals ook wij terugblikken op onze jeugd vanuit onze ervaring als volwassene. 
De engelen die een vreugdevol 'Gloria in excelsis Deo' aanheffen, zijn voor Lucas ook diegenen die op Pasen het lege graf omringen! (cf. Luc. 24, 4) De doeken waarin het kind is gewikkeld zijn een voorafspiegeling van de zwachtels die op de avond van Goede Vrijdag het lichaam van Jezus omwikkelden en die de leerlingen op paasmorgen terugvonden, ontdaan van hun inhoud. (cf. Luc. 24, 12) 
 
'EN VREDE OP AARDE AAN DE MENSEN DIE HIJ LIEFHEEFT' 
 
Wanneer Lucas in zijn geboorteverhaal tot driemaal toe benadrukt dat het kind van God in een kribbe werd gelegd (cf. Luc. 2,7. 12. 16), dan is dat omdat hij denkt aan de Verrezene die zich bij zijn volgelingen voegt in de viering van de eucharistie en die zich laat herkennen bij het breken van het brood. Dat heeft hij prachtig in beeld gebracht in zijn verhaal over de Emmaüsgangers. (cf. Luc. 24, 13-35) Voor Lucas spreekt het kindje Jezus in zijn kribbe zonder woorden tot hen die Hem aanbidden: Dit is mijn lichaam, dat voor u gegeven wordt; doe dit om mij te gedenken. (Luc. 22,19) 
 
Voor alle mensen die door de goddelijke liefde worden bemind, zal het kind van Kerstmis een bron van vrede zijn. Want het is voor altijd, zolang de geschiedenis duurt, het Brood des Levens, dat de sterfelijke mens voedt en hem onsterfelijkheid schenkt.
 
Lucas' kerstverhaal mag dan wel populairder klinken, het heeft op zijn manier dezelfde theologische diepte als Johannes' proloog. De gloed van glorie die bij Johannes neerstroomt uit de heilige Drie-eenheid om in onze kwetsbare menselijkheid te wonen (En het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond .. .), vloeit ook in Lucas' verhaal, waar hij het heeft over de heldere lichtkrans waarin Jezus' geboorte is gehuld: 
 
“Er waren daar in de buurt herders, die in het veld overnachtten om de wacht te houden bij hun kudde. Opeens stond er een engel van de Heer bij hen en de heerlijkheid van de Heer omstraalde hen.” (Luc. 2, 8-9a) 
 
'MARIA BEWAARDE DIT ALLES IN HAAR HART EN DACHT EROVER NA' 
 
In het Johannesevangelie vormt Maria, in de periode tussen Goede Vrijdag en Pasen, de verbinding tussen het kruis en de heerlijkheid, door als de nieuwe Vrouw en nieuwe Eva het levenloze lichaam van de nieuwe Man, de Nieuwe Adam in haar armen te dragen. (Cf. Joh. 19, 28-30) Zij is de levende gedachtenis aan het glorierijk kruis. 
 
Op dezelfde manier slaat Maria in het Lucasevangelie de brug tussen de middernachtmis en de kerstdagmis. Zij staat centraal in de mis van de vroege ochtend van Kerstmis. Zij is het die het kerstgebeuren verinnerlijkt om er de diepe betekenis van te proeven. Maria belichaamt het hele mysterie en de roeping van Kerk. De Kerk zal door de eeuwen heen de verborgen betekenis van de menswording geleidelijk moeten ontdekken. In het evangelie van de ochtendmis toont Lucas ons Maria in deze kerkelijke rol. Zij koestert met zorg alle heilsgebeurtenissen en denkt er dankbaar over na, in het hart van de Kerk. Dit is meteen ook wat wij, samen met haar, intenser dan ooit doen tijdens de advent en in de kersttijd. 
 
Het kerstmysterie is ook een verbondsmysterie: in Jezus, waarlijk God en waarlijk mens, zijn God en de mens met elkaar getrouwd voor de eeuwigheid. En het is een mooi liefdeshuwelijk dat door niets kan worden verbroken. 
 
+ André-Jozef Léonard, 
Aartsbisschop van Mechelen-Brussel. 


Comments are closed.
    Overzicht Artikels
Powered by Create your own unique website with customizable templates.
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht