• Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht
THOMAS MORE GENOOTSCHAP
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht

Archief Positief

Op deze pagina worden artikels aangeboden uit tijdschrift POSITIEF sinds 1969

Over een Beleidslijn voor de uitvaartliturgie en -pastoraal

1/8/2021

 
Verschenen in POSITIEF nr. 430 – MAART 2013 

​Steeds meer vindt bij een uitvaart alleen een gebedsviering plaats. Op vele plaatsen wordt de uitdrukkelijke vraag van de nabestaanden voor een eucharistieviering bij de uitvaart geweigerd en wordt een gebedsviering opgedrongen. Het is dan ook nodig de "Beleidslijn" die uitgaat van de bisschop, bijvoorbeeld zoals deze van het bisdom Hasselt, ten gronde te vergelijken met de "Orde van dienst voor de uitvaarten", die uitgaat van de Congregatie voor de Eredienst. Deze congregatie heeft richtlijnen uitgevaardigd die de eenheid van de Wereldkerk waartoe wij behoren onderstrepen. 
In het bisschoppelijk document wordt met veel woorden uiteengezet dat alle uitvaarten met een gebedsviering moeten plaats vinden. 
Van een beleidsnota uitgaande van het bisdom mogen we verwachten dat ze is gesteund op het algemeen beleid dat door het leergezag is afgekondigd. 
Een beleidsnota is toch een geschrift dat een uiteenzetting en toelichting geeft met betrekking tot het gevoerd beleid. 
 
Als leden van de Kerk zijn de particuliere Kerken eraan gehouden die orde van dienst op te volgen. Een particuliere Kerk is een onderdeel van de Wereldkerk, ze is geen zelfstandige Kerk, maar alle particuliere Kerken zijn samen een eenheid. Ze hebben elk dezelfde verkondigingstaak gekregen net zoals Jezus Christus die opdracht heeft gegeven aan de Twaalf, de eerste bisschoppen. Elke bisschop bestuurt zijn diocees, maar dat doet hij in eenheid met de leerstoel. Het is de Paus die voor alle bijzondere beslissingen het uiteindelijk fiatmoet geven. 
 
In de Apostolische Brief Apostolos suos geeft de ondertussen zalig verklaarde Paus Johannes Paulus Il de opdracht om bisschoppenconferenties op te richten waar dat nog niet zou gebeurd zijn. Die bisschoppenconferenties zullen worden gevormd gebaseerd op statutaire beginselen die door het leergezag moeten worden goedgekeurd. Als er ergens een probleem zich voordoet of wanneer er een bijzonder punt aandacht vraagt moeten alle leden van de bisschoppenconferentie het eens zijn over de te volgen stelling. Als er dan een wijziging van bijzondere omvang ter sprake is gekomen, moet de voorgestelde "oplossing" eerst ter goedkeuring aan het leergezag worden voorgelegd. Er moet een recognitio, een erkenning, komen. 
"De recognitio van de Heilige Stoel heeft bovendien tot doel ervoor te zorgen dat bij het behandelen van de nieuwe vraagstukken die tengevolge van de voor onze tijd kenmerkende snelle maatschappelijke en culturele veranderingen aan de orde komen, het leerstellig antwoord de onderlinge eenheid bevordert en niet schadelijk is voor eventuele uitspraken van het universeel leergezag, maar deze veeleer voorbereidt." (Apostolos suos,nr. 22)
"De bisschoppenconferentie kan een macht tot daden te stellen niet toewijzen aan commissies of andere organen." (Apostolos suos, hfdst. IV, art. 2) 
 
Na lezing van de "beleidslijn" vinden we geen enkele verwijzing naar de goedkeuring ervan door het leergezag. De vraag of die afwijking t.o.v. de "Orde van dienst voor de uitvaarten" aan het leergezag werd voorgelegd en erdoor werd goedgekeurd blijft dus open. 
Wij toetsen de inhoud van de "beleidslijn" even aan enkele punten die door het leergezag werden opgelegd. 
Zo is er te lezen: "De uitvaartliturgie met gebedsviering is een volwaardige kerkelijke uitvaart. Deze vorm van liturgie wordt immers gehouden in aanwezigheid van de geloofsgemeenschap, ze wordt geleid door de priester, de diaken, of andere personen die door de bisschop werden gemandateerd, ze verloopt volgens een vastgestelde rite en ze is verbonden met de zondagseucharistie als uitdrukking van ons verrijzenisgeloof." 
 
Mogen we verwijzen naar vroegere artikels i.v.m. kerkelijke uitvaarten (bijvoorbeeld : POSITIEF, jg. 2011, nr.408, blz.12 e.v.: "Gelovig afscheid vieren of afscheid vieren van het geloof"; POSITIEF, jg. 2006, nr.365, blz. 310 e.v.: "De katholieke uitvaart") waar we al hebben uitgelegd wat de "Orde van dienst voor de uitvaarten" voorziet voor kerkelijke begrafenissen. Er zijn drie mogelijkheden van afscheid nemen: in het huis van de overledene, op het kerkhof en in deze twee gevallen kan een gebedsviering plaats vinden. De derde optie: afscheid nemen in de kerk: dan zal het gebeuren met een eucharistieviering. 
Bij de uitvaart in de kerk, wanneer de priester de H. Mis opdraagt en de homilie uitspreekt heeft hij de gelegenheid zich te richten tot vaak een groot aantal mensen dat niet meer regelmatig naar de kerk komt. Hij heeft dan een bijzondere gelegenheid om aan die aanwezigen het Woord Gods te verkondigen en te spreken over de verrijzenis van het lichaam, over het hiernamaals, over de eeuwige zaligheid en hoe het streven naar heiligheid kan verlopen met het oog op die eeuwigheid in het aanschijn van God. 
Dan kunnen we spreken van een uiteraard volwaardige kerkelijke uitvaart, waarbij de geloofsgemeenschap door het offer dat wordt opgedragen en voor hen die in de juiste gesteltenis zijn, door volle deelname door de nuttiging van het eucharistisch sacrament op gelovige manier afscheid neemt van de overledene. 
 
Bij een gebedsviering kan dat nooit volwaardig zijn. Niets kan een Misoffer vervangen of ervoor in de plaats worden gesteld. De leek heeft geen bevoegdheid om een homilie te houden, hij kan bijbelse of evangelische teksten lezen, maar hij mag niet zoals het de taak van de priester is, het Woord Gods verklaren door een homilie. 
Wanneer de bisschop een leek mandateert voor een gebedsviering dan moet erop worden gewezen dat het een tijdelijke oplossing is. Om geen dwalingen bij de gelovigen te wekken is het verboden in de structuur van gebedsvieringen elementen toe te voegen van de eucharistieviering en zeker geen 'eucharistisch gebed', ook niet wanneer dit gebed in een verhalende vorm zou aan bod komen. (Instructie voor de medewerking van de lekengelovigen aan het dienstwerk van de priesters) 
Tevens mag in de gebedsviering geen openingsgebed voorkomen, geen prefatiegebeden, geen doxologiegebed, geen 'Lam Gods dat de zonden van de wereld wegneemt' en de aanhef 'De Heer zij met u' of dergelijke mogen niet worden gebruikt, ook geen zegen of zendingswoord, zoals: "Gaat allen heen in vrede". Er zijn strikte voorschriften uitgevaardigd door het leergezag. Zo geeft het leergezag ook aan dat bij het kiezen voor een gebedsviering wegens het ontbreken van een priester telkens duidelijk wordt gesteld dat er een gebedsviering wordt gehouden in de plaats van een eucharistieviering omdat er geen priester kan aanwezig zijn en dat de waarde ervan niet gelijk is . 
Niemand mag de indruk wekken of krijgen dat een gebedsdienst evenwaardig is aan een eucharistieviering. 
 
De uiteindelijke gebedsdienstliturgie wordt in de "beleidslijn" niet beschreven. Zal dit niet aanleiding geven tot allerhande invullingen waarbij deze strikte voorwaarden niet kunnen worden gerespecteerd? 
Om de plaats van een priester tijdelijk te laten innemen door leken moet er een "werkelijk gebrek" aan priesters zijn. Wanneer is er een werkelijk gebrek? Gemakzucht, toevallig voorziene afwezigheid, een 'dringende' vergadering, te veel werk, niet op de parochie wonen enz. zijn geen geldige redenen om over te gaan tot een gebedsviering. "Het is wenselijk dat ook ten koste van opofferingen, de priesters en diakens persoonlijk de uitvaartplechtigheden leiden volgens de lofwaardigste lokale gebruiken om op passende wijze te bidden voor de overledenen, ook om de familie nabij te zijn en de gelegenheid benutten op passende wijze het evangelie te verkondigen." (Instructie voor de medewerking van lekengelovigen aan het dienstwerk van de priesters, art. 12) 
Nog meer ergernisgevend is dat op een begrafenis van een priester 17 priesters, inclusief de vicaris van het bisdom aanwezig zijn, maar een gebedsviering wordt gehouden waarbij dan gedeeltelijk de structuur van de eucharistieviering wordt gevolgd, maar offerande en het Eucharistisch gebed worden weggelaten. Dit is één voorbeeld van verregaande interpretatie van deze "beleidslijn". 
Herlees ook wat Paus Benedictus XVI zegt: "Alle structurele hervormingen blijven zonder effect zonder een werkelijke geloofsvernieuwing." (POSITlEF,nr.427, december 2012, blz. 362-363)  Trouwens een gebedsviering mag niet door één leek worden geleid. Meerdere leken moeten samenwerken. Dit omdat de aanwezigen zouden beseffen dat juist een enige leek de functie van priester niet mag innemen. Dat sticht immers verwarring. 
 
In het besef dat een gebedsviering maar kan in uitzonderlijke aangelegenheden is het uitermate opvallend dat in de bovengenoemde beleidslijn wordt gesteld dat die door een priester zou worden geleid. Dat is nu écht afbreuk doen aan de waarde van de Eucharistie en leidt tot de bovenbeschreven als het ware "parodie" ... 
 
Helemaal onbegrijpelijk wordt de stelling: " ... waar de regeling van het dubbel aanbod van toepassing is ( eucharistie of gebedsviering), in de realiteit toch altijd bijna of bijna altijd voor een uitvaart met eucharistie wordt gekozen. De priesters van deze federaties staan daardoor onder een bijzonder zware druk." 
Tegelijk wordt gezegd dat de priester de gebedsviering zal leiden ... ? Is het vieren van het offer zo'n zware druk? De eucharistieviering moet juist het middelpunt wezen van de taak van de priester. Als dat "druk" met zich meebrengt, verstaan we niet dewelke. 
Maken we een vergelijking met een doorsnee huisvader die ongeveer acht uur per dag moet werken, soms een uur onderweg is om zijn werkplaats te bereiken en opnieuw een uur om naar huis te keren, om daar nog enkele uren van de avond de 'zachte' druk van het gezin op te vangen ! Uit ons recent artikel (POSITIEF, nr.426, blz. 342 e.v.: " De parochiekerk afbreken, herbestemmen of gebruiken voor de eredienst") heeft u kunnen vaststellen dat, volgens de cijfers van minister Bourgeois er gemiddeld 36 uitvaarten per jaar per parochie worden geteld, dat is zelfs niet één per week per parochie als gemiddelde. Is dat dan zo'n zware druk? Dat is toch geen tien uur bezetting van de dagtaak zoals de doorsnee huisvader, zelfs niet wanneer een preek moet voorbereid worden, een preek waarvan elementen in vele gevallen dienstbaar zijn voor verschillende momenten, want tenslotte moeten de teksten van de lezingen verklaard worden en is een curriculum vitae van de overledene niet nodig. "De Orde van dienst voor de uitvaarten" heeft een waaier van teksten die zo kunnen worden gelezen, zonder extra werk. 
Verder lezen we in de beleidslijn dat er geen communie mag worden uitgereikt. Daar is niets op tegen, maar als door leken een gebedsviering wordt gehouden dan moet het altaar leeg blijven. Dat mag bij gebedsdiensten met communie alleen even dienst doen voor het plaatsen van de ciborie. Dat is hier niet geval. Het altaar mag dus niet gebruikt worden. De aanwezigen moeten de afwezigheid van de priester kunnen opmerken. 
Tevens mogen de zetels die voorzien zijn voor priesters niet gebruikt worden en andere zetels moeten elders worden opgesteld, niet achter het altaar. Er wordt in de "beleidslijn" gesuggereerd dat in uitzonderlijke gevallen er toch een uitvaart kan plaats vinden met een priester, als die dan beschikbaar is. Dat zou mogelijk zijn wanneer de nabestaanden om geloofsredenen erom zouden verzoeken. Maar dat zou dan weer maar kunnen als de overledene elke zondag aan de eucharistie deelnam en eventueel regelmatig in de week. 
Als een zieke gedurende maanden bedlegerig is, zal die dan nog 'voldoende gelovig' worden bevonden? Als leken wegens omstandigheden regelmatig op andere plaatsen dan de parochiekerk deelnemen aan de eucharistieviering worden die nog als 'voldoende gelovig' beschouwd? Wie beslist over die 'gelovigheid' van de overledene? Gaan we zoals bij het parket een 'snelrecht' invoeren? 
 
Maar wat niet wordt gezegd is het feit dat het Wetboek van Canoniek Recht voorziet dat een vreemde priester moet worden toegelaten tot het celebreren van de eucharistie wanneer de verantwoordelijke pastoor niet beschikbaar is. Is het een (gewilde) vergetelheid? 
 
Na het lezen van deze "beleidslijn" kunnen we ons niet ontdoen van het gevoel dat het hoofdzakelijk de bedoeling is om de leken aan het altaar te doen plaats nemen en de priester te vervangen. Dat is tegen alle regels van het leergezag. 
Wanneer de uitvaart heeft plaats gehad, geleid door leken of door een priester, dan zal de priester bij de zondagsmis die volgt op de uitvaart (als men dan geen gebedsdienst organiseert i.p.v. een Mis) het verband leggen met de uitvaart en bidden voor de overledene. 
Hier kan de vraag worden gesteld naar het besef dat in alle eucharistievieringen, als het missaal wordt gevolgd uiteraard, er wordt gebeden voor de overledenen. 
"Denk ook aan hen die in vrede met Christus, uw Zoon, zijn gestorven en aan alle doden waarvan de gelovige gezindheid door U alleen was gekend." 
 
Enkele praktische punten die niet zonder belang zijn: nabestaanden moeten wel weten dat een leek geen stipendium voor een gebedsdienst mag ontvangen. Het stipendium is voor de priester die het offer opdraagt, maar als hij een gebedsdienst leidt is er geen stipendium voorzien. In voorkomend geval van uitvaarten met een gebedsdienst spreekt de priester de zondag nadien, als het geen leek is, alleen maar een voorbede uit voor de overledene die hij eventueel met naam zal noemen? De pastoor is verplicht op de zondag een Mis op te dragen voor zijn parochianen en dan is er dus reeds een intentie voor de Mis voorzien ... 
Betalen voor gebedsvieringen lijkt veel op "verkoop van gebeden", waartegen Luther destijds heftig protesteerde! Als christelijk actieve kerkelijke gemeenschap moeten we niet verwonderd zijn dat de aula's bij de begrafenisondernemers blijven aangroeien, want onze plaatselijke kerkbesturen lijken niet in staat om het kerkgebouw te laten dienen waarvoor het werd opgebouwd: de eredienst. Waar blijven beleidslijnen om bijvoorbeeld regelmatig te bidden voor de bevordering van roepingen tot het priesterschap en het religieuze leven? Dat kan ook door afzonderlijk georganiseerde gebedsvieringen!
 
Tot slot wordt bij de uitvaardiging van de "beleidslijn" uitvaartpastoraal ter sprake gebracht. Maar zoals in de Apostolische brief Apostolos suoswordt onderstreept is er bij verdeeldheid geen vruchtbare evangelisatie mogelijk. De eenheid van de liturgie, die de eenheid van de Wereldkerk zichtbaar maakt en Christus tegenwoordig stelt in de Eucharistie, zeker op zulk moment als het gelovig afscheid nemen van onze dierbaren, dient nauwgezet te worden gevolgd. 
Er dient niets weggelaten, niets toegevoegd te worden . De eenvoud en diepte is de waarborg voor de eerbied die wij aan de 'tempel van de Heilige Geest'" verschuldigd zijn. Het Ten Paradijze geleide u de engelen als slot is de troost die ieder heengaan mag begeleiden tot in het hemelse Jeruzalem. 
 
Lionel Nagels 
Kard. Cardijnstraat 64 B 2 
2840 Terhagen. 


Opmerkingen zijn gesloten.
    Overzicht Artikels
Powered by Create your own unique website with customizable templates.
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht