• Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht
THOMAS MORE GENOOTSCHAP
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht

Archief Positief

Op deze pagina worden artikels aangeboden uit tijdschrift POSITIEF sinds 1969

Achtergronden bij de evangelies (I)

2/8/2020

 
Verschenen in POSITIEF nr. 440 – MAART 2014 

​Wij zijn vaak zodanig gewoon om sommige evangelieteksten te horen dat wij er vaak niet meer bij stil staan. Denken wij er nog voldoende over na als wij een uitspraak lezen of horen of laten wij dat zonder meer over ons uitstorten? 
Zit er niet dikwijls een diepere betekenis achter sommige teksten en waarom wordt een bepaalde uitspraak nou net op dat bepaald moment gegeven? 
 
Willen we een en ander achterhalen dan moeten wij toch onze aandacht wat scherper stellen en wat extra opzoekingswerk zal er ons toebrengen sommige passages beter te begrijpen. 
Dat onderzoek is van belang en helpt ons bij de geloofsverdediging. U kan dat beschouwen als een onderzoek naar de inwendige bewijzen van de evangelieteksten. 
De evangelist Lucas die zelf een uit een ander volk geboren vreemdeling was besefte waarschijnlijk eerder dan de andere evangelisten dat Jeruzalem het einddoel was van Jezus. 
De intrede van Jezus in die stad op Palmzondag wordt door Lucas beschreven als het aanbreken van de tijd van de Messias. We vernemen dat de menigte zich verheugt en lezen: Gezegend de Koning, die komt in de naam des Heren! Vrede in de hemel en eer in den Hoge! (Lucas 19,38) 
 
Blijkbaar zijn wij beter geïnformeerd over de tijdgenoten van Jezus, over de Romeinse keizers Augustus en Tiberius en ook over koning Herodes. Dat is niet omdat wij over Jezus geen betrouwbare bronnen hebben, integendeel wij hebben de evangelies die ons over Hem heel wat informatie verstrekken. In de niet-bijbelse literatuur vinden we slechts korte verwijzingen of opmerkingen die dan wel bevestigen wat we weten langs de evangelies. De bijbelse teksten geven ons informatie over de persoonlijkheid van de Heer. Het leven van Jezus is nauw verweven met de geschiedenis van Palestina. De archeologie levert het bewijs dat de goede boodschap niet is voortgekomen uit subjectieve ervaringen, maar nauw verband houdt met de gebeurtenissen in de wereld van die tijd en wij kunnen alleen maar vaststellen dat de evangelisten de feitelijkheden hebben beschreven. Wij zijn ons ervan bewust dat de archeologie haar beperkingen heeft, want na opgravingen zullen wij bijvoorbeeld nergens een bord aantreffen met de vermelding: "hier verbleef Jezus van Nazareth". 
Bovendien hebben klimatologische invloeden zoals aardbevingen en verwoestende oorlogen het uitzicht enigszins veranderd. 
Een nog andere invloed mogen wij niet vergeten. Het is namelijk zo dat korte tijd na het sterven van Jezus, het Heilig Land werd bezet en dat zowel joden en christenen werden verbannen uit Jeruzalem en ook uit sommige andere plaatsen. 
Het christendom werd slechts driehonderd jaar later door keizer Constantijn officieel door de staat erkend. In de vijfde en zesde eeuw bloeide het christendom verder. 
 
Het leven van Jezus krijgt een meer directe realiteit wanneer men zich een beeld kan vormen van de achtergrond waartegen het zich heeft afgespeeld. 
Jezus predikte niet alleen in de synagoge, maar Hij verzamelde ook menigten om zich heen in de heuvels, op het veld, aan de oever van het meer en op het marktplein. 
Hij was ontvankelijk voor de indrukken van het platteland en zo weerspiegelen zijn parabels de werkelijkheid van het rijk van de natuur. Voor Hem was dat ook een symbolische betekenis. 
De rotsachtige berghellingen rond Jeruzalem worden in oktober, na de eerste regens, plotseling overdekt met bloemen en vooral met anemonen. Wanneer men dat vaststelt kan men zich afvragen hoe dat mogelijk is temidden van die uitzonderlijke droge gebieden. 
Vrijwel enkele dagen na de regenval worden de berghellingen met een zee van bloemen bedekt. 
Is het dan verwonderlijk wanneer de Heer zegt: Kijk naar de leliën in het veld, hoe ze groeien. Ze arbeiden, noch spinnen. Toch zeg Ik u: zelfs Salomo in al zijn pracht was niet gekleed als een van hen! (Mat.6,28-29) Wie in de woestijn is geweest kan die ervaren als uitgestrekt en verlaten, maar tegelijk ook als een oord van stilte, van rust, een oord van verlossing. Men kan een kleurenspel ervaren door de lichtstralen die op het zand, op de rotsen en de omgeving schijnen. Dat is ook zo rond Jeruzalem. Wanneer de schaduwen lang worden en het zand schitterend wit uitstraalt onder een hemel die met sterren is bezaaid, kan men zich als in een oord van vrijheid en verlossing gevoelen. 
Palestina wordt door sommigen ook het land van het licht genoemd en dat is niet verwonderlijk wanneer men het lichtspel kan bewonderen vanaf de hoogten rond de stad Jeruzalem, zowel het lichtspel van de opgaande zon en ook de ondergaande zon schaft mooie taferelen. 
In het religieus denken speelt dat licht een belangrijke rol. 
Dat was reeds zo bij Jesaja, waar wij lezen: 
Volken zullen opgaan naar uw licht en koningen naar uw stralende opgang. (Jes.60,3) 
 
Als wij dan nog weten dat de joodse gemeenschap in Qumran aan de Dode Zee geloofde dat de zin van haar leven bestond uit de strijd tussen de zonen van het licht en die van de duisternis, verwondert het dan dat Jezus ook spreekt van: 
De kinderen van de duisternis zijn slimmer dan de kinderen van het licht en wanneer Jezus dan het volk toespreekt: Ik ben het licht van de Wereld, verwijst dat ook naar een beeld dat de mensen kennen namelijk het goddelijk licht dat elke dag opnieuw de aarde verlicht. 
En meteen ook verwijst het naar dat geloof van de gemeenschap van Qumran: Hij heeft die strijd gewonnen. 
 
De kinderen van lsrael kregen hun godsdienst in de woestijn tijdens hun doortocht en hun verblijf in die woestijn. Het is dan ook niet verwonderlijk dat Jezus zelf veertig dagen de woestijn introk om zich te bezinnen. 
De woestijn is ook gevaarlijk voor wie zich laat misleiden door bijvoorbeeld een fata morgana of een luchtspiegeling. Ook de duivel biedt het Jezus aan: dat alles zal ik U geven, als Gij in aanbidding voor Mij neervalt. (Mat.4,8-9) 
Wat de duivel aanbood was een vals beeld van rijkdom en macht. Luchtspiegelingen komen regelmatig voor en kwestie is zich niet te laten misleiden. Niet alleen waterplassen of oases, maar ook gebouwen kunnen worden weerspiegeld. 
Wanneer men nu een tocht door de woestijn maakt en men heeft de gelegenheid om te drinken van een waterbron, dan moet ge dat eens doen. Het uitzicht van het water op het eerste zicht is zoals het water dat wij kennen. Toch blijkt het glashelder te zijn. De smaak echter is onvergelijkbaar. Drinken van water uit een bron in de woestijn, wanneer het vers werd geput is een bijzondere smaak gewaar worden, een van werkelijke verfrissing. 
Drinken van een waterbron geeft de indruk van levend water, de smaak is totaal anders. Het dorstig gevoel verdwijnt bij een eerste beker. En hier denken wij dan terug aan het verhaal over Jezus die in gesprek is met de Samaritaanse vrouw bij de bron van Jakob (Joh.4,10) wanneer Hij zegt: 
Wie van dit water drinkt zal nooit geen dorst meer hebben, Ik ben het levend water.
 
Orthodoxen trachten hun verlossing te bereiken door nauwgezet alle geboden na te leven. Hun omgeving is vandaag nog dezelfde als die waarin Jezus met hen redetwistte. 
In de afgelegen gebieden, waar vooral Arabieren wonen, buiten de toeristische zones zijn de gewoonten en gebruiken weinig veranderd. Veel paren trouwen nog steeds zoals wordt beschreven in de gelijkenis van de maagden. Ook vandaag de dag komt de bruidegom bij het vallen van de avond met toortsen en met muziek het huis van zijn bruid binnen. Wij lezen dat bij Mat.25,1 . 
 
Wanneer wij de evangelies lezen dan merken wij op dat de gastvrijheid een belangrijke rol speelt. Dat is nog altijd zo bij de bedoeïenen, Het is een van de hoogst aangeschreven deugden. Wanneer men aan tafel wordt genodigd bereikt die gastvrijheid een hoogtepunt. 
Wanneer Pilatus de beroemde inscriptie 
JEZUS VAN NAZARETH, KONING DER JODEN 
op het kruis liet aanbrengen was dat alsof hij een officieel document uitvaardigde. De naam Jezus was een betrekkelijk gangbare naam en men kan aannemen dat het toevoegen van de woonplaats gebeurde om verwarring te voorkomen. 
Zo werd bij een ander graf ook de naam van Jezus gevonden, maar er werd daar niet naar Nazareth verwezen. 
 
De eerste discipelen werden Nazareeën genoemd. De aanduiding "christenen" ontstond buiten Palestina in de Syrische stad Antiochië.
Het is ook opvallend dat de naam van Nazareth noch in het Oud Testament noch in de talmoedische literatuur wordt gebruikt. Wat de Talmud betreft was er een soort van afspraak om Jezus zoveel mogelijk te verzwijgen, van zijn afkomst niet te spreken, tenzij Hij in de Talmud wordt vermeld met andere dan goede bedoelingen. 
Toch zijn er de geschriften van de geschiedschrijver, Flavius Josephus, die ook niet gewagen van Nazareth, maar hij spreekt over het naburige Sepphoris, de voormalige residentie van Herodes Antipas en ook heeft hij het over het nog dichterbij gelegen Jostapata (Jodfat) dat door Titus werd veroverd. Voor de Romeinen en ook voor de Joden moet Nazareth een onbeduidend klein plaatsje geweest zijn en wij kunnen dan ook begrijpen wat wij lezen bij Johannes: 
Uit Nazareth, kan daar iets goeds vandaan komen? (Joh.1,46) 
Men kan ook geografische oorzaken aanwijzen. 
Het is namelijk zo dat de Oude Via Maris, die Damascus met Gaza en Egypte verbond, ongeveer 10 km ten oosten van de berg Tabor liep en in de vlakte van Esdraelon uitkwam op de grote weg die van de Jordaan naar de Middellandse Zee voerde. 
 
Nazareth groeide later uit tot een belangrijk centrum dankzij het christendom. 
Alleszins was Nazareth bewoond en leefde men ervan de landbouw. Het aantreffen van wijn- en olijfpersen, vanuit de Romeinse tijd stammende silo's en drinkbakken, de uitgehouwen rotsen om de opbrengst te bewaren wijzen op de leefwijze. 
Uitgehouwen rotsen dienden (en dienen nu nog) zowel voor voorraadkamers als voor bewoning. 
 
De evangelist Lucas geeft een eenvoudig verslag van wat er toen gebeurde in Nazareth: 
In de zesde maand werd de engel Gabriël van Godswege gezonden naar een stad in Galilea, Nazareth, tot een maagd die verloofd was met een man die Jozef heette, uit het huis van David: de naam van de maagd was Maria. 
Hij trad bij haar binnen en sprak: Verheug u, begenadigde, de Heer is met u: Zij schrok van dat woord en vroeg zich af, wat die groet toch wel kon betekenen. Maar de engel zei tot haar: Vrees niet, Maria,want gij hebt genade gevonden bij God. Zie gij zult zwanger worden en een zoon ter wereld brengen, die gij de naam Jezus moet geven. Hij zal groot zijn en de Zoon van de Allerhoogste genoemd worden. God de Heer zal Hem de troon van zijn vader David schenken en Hij zal in eeuwigheid koning zijn over het huis van Jacob en aan zijn koningsschap zal nooit een einde komen. 
Maria echter sprak tot de engel: Hoe zal dit geschieden, daar ik geen man beken? Hierop gaf de engel haar ten antwoord: De Heilige Geest zal over u komen en de kracht van de Allerhoogste zal u overschaduwen: daarom ook zal wat ter wereld wordt gebracht heilig genoemd worden, Zoon van God. Weet dat zelfs Elisabeth, uw bloedverwante, in haar ouderdom een zoon heeft ontvangen en, ofschoon zij onvruchtbaar heette, is zij nu in haar zesde maand: want voor God is niets onmogelijk. Nu zei Maria: Zie de dienstmaagd van de Heer, mij geschiede naar uw woord. En de engel ging van haar heen. (Luc. 1,26-38) 
 
Een begroeting is in die landen van het grootste belang. Een begroeting kan ook verschillende vormen aannemen en het daaropvolgende gesprek zal alleen zijn doel bereiken als de juiste aanspreekvorm wordt gebruikt. 
Zo is er een vorm van begroeting die past bij een toevallige ontmoeting op straat. Er bestaat een vorm die alleen gebruikt wordt tussen mannen en een andere die alleen in dagelijks gebruik is bij vrouwen. De begroeting die getrouwden uitwisselen verschilt van die welke door nietgehuwden wordt gebezigd. De begroeting tussen ouders en kinderen is ook anders. 
 
Wanneer nu Maria door de engel wordt begroet in een vorm die ze niet kent of nog nooit heeft gehoord is het niet te verwonderen dat Maria geschrokken is. Bovendien is ze in verlegenheid gebracht omdat nog nooit iemand haar zo heeft begroet. 
Omdat ze opschrikt zegt de engel: Vrees niet, Maria. 
 
Wanneer we in de bijbel lezen over bovennatuurlijke manifestaties dan begint het verhaal meestal met deze woorden vrees niet dat is om de ontvanger te verzekeren van Gods persoonlijke genegenheid. 
Ook Maria wordt zo begroet en er wordt verwezen naar de oude profetie van Jesaja: Een maagd zal zwanger worden en een zoon baren. (Jes. 7,14) 
Tegelijk wordt de toekomst van het kind uitgedrukt: 
God zal Hem de troon van zijn stamvader David geven, zoals is voorspeld bij Samuel: 
Uw huis en uw koningschap zullen voor immer bestendigd zijn voor uw aangezicht, uw troon zal vast staan voor altijd. (2 Sam.7,16) 
 
Omdat Maria strikt was opgevoed in de joodse traditie, met een grote eerbied voor het huwelijk is haar vraag als vanzelfsprekend: Hoe zal dit geschieden?
Maar God vraagt haar niets waartegen haar geweten een bezwaar zou kunnen hebben. 
Daarom zal Gods scheppende kracht een schaduw over haar werpen en over haar neerdalen.
 
Wij herinneren hier de wolk die het tabernakel vulde als symbool van de aanwezigheid van de heerlijkheid van de Heer. 
 
Zulke boodschappen worden dikwijls bevestigd door het geven van een teken en in dit geval is het de zwangerschap van haar nicht Elisabeth. Die zwangerschap was niet bekend gemaakt, ook niet aan de familie, want haar nicht, Maria, was er niet van op de hoogte. Blijkbaar wachtte Elisabeth zo lang mogelijk om er iets over bekend te maken omdat ze zeker wilde zijn dat ze werkelijk zwanger was. Voor alle omwonenden was ze als definitief onvruchtbaar bestempeld. 
Wanneer Maria dan die zwangerschap verneemt zal ze antwoorden: 
Mij geschiede naar uw woord. 
 
Een Arabier zal een begroeting, ook vandaag nog, beantwoorden door het maken van een buiging met zijn hand tegen zijn borst, als teken dat hij bereid is aan de wens van de ander te gehoorzamen. 
Wij merken ook dat in de schilderkunst en ook in de beeldende kunst Maria praktisch altijd wordt afgebeeld met licht gebogen hoofd en met de hand tegen de borst als teken van onderwerping of aanvaarding van wat haar wordt gevraagd. 
Een opmerkelijke anekdote: Nazareth bezit één bron, die nimmer droog valt. Het water van die bron wordt tegenwoordig afgeleid naar een put bij de Grieks-Orthodoxe Kerk van Gabriël. Het is ook aan die bron dat Maria, net zoals zoveel vrouwen toen, regelmatig is toegekomen om water te putten. Daarmee werd dan een stenen kruik gevuld die op het hoofd werd weggedragen. 
Dat Jezus vaak als Zoon van Maria wordt genoemd is te verklaren door het mysterie van de incarnatie. Op sommige momenten werd Maria beschuldigd van ontrouw, maar zelfs de koran nam het voor haar op, daarin lezen we: 
Dit was Jezus, de Zoon van Maria: het woord is waarheid. (Soera 19,35) Jozef aanvaardde het wonder en omdat afstammingskwesties in die tijd uitsluitend op grond van wettelijke en niet van biologische overwegingen werden uitgemaakt, wordt Jezus dan wettelijk de ZOON VAN DAVID. Wanneer wij dan het verhaal van Lucas lezen over de geboorte dan valt ons meteen op dat er met historische commentaren wordt gewerkt, net of men een officieel document wil opstellen: 
In die dagen kwam er een besluit van Keizer Augustus, dat er een volkstelling moest worden gehouden in heel zijn rijk. Deze volkstelling vond plaats eer Quirinius langvoogd van Syrië was. Allen gingen op reis, ieder naar zijn eigen stad, om zich te laten inschrijven. Ook Jozef trok op en omdat hij behoorde tot het huis en het geslacht van David, ging hij van Galilea uit de stad Nazareth naar Judea, naar de stad van David, Bethlehem geheten, om zich te laten inschrijven, samen met Maria, zijn verloofde, die zwanger was. 
Terwijl zij daar verbleven brak het uur aan waarop zij moeder zou worden: zij bracht een zoon ter wereld, haar eerstgeborene, wikkelde Hem in doeken en legde Hem neer in een kribbe, omdat er voor hen geen plaats was in de herberg. (Luc.2,1-7) 
 
In de tekst wordt verwezen naar keizer Augustus. Hij was niet zo maar een heerser, een uit de vele, maar hij was zonder twijfel de belangrijkste gezaghebber uit de oudheid. 
Na de politieke en sociale stormen die aan zijn beleid waren voorafgegaan zag de toenmalige wereld hem als de verpersoonlijking van de hoop op vrede, hij werd aanzien als een verlosser. 
Augustus deed zoveel mogelijk voor het heil van alle volkeren, voor zover dat in zijn vermogen lag. Hij was de hoeder van de vrede die ieder gaf wat hem toekwam. 
De Romeinse dichter Vergilius voorspelt in een van zijn gedichten de geboorte van een jongen en de schikgodinnen, die volgens het oude geloof het levenslot van de mensen bepaalden, zongen voor hem: 
"Draait spillen draait en laat de grootste eeuwen komen" 
De Pax Augusta (Vrede van Augustus) beperkte zich niet tot de politiek: zij was bedoeld om vrede te brengen over de hele wereld en de herschepping van de kosmos te bewerkstelligen. 
Augustus heeft zelf eens de wens geuit schepper van "de optimale staat" te worden en hij heeft gezegd dat hij tot zijn laatste ademtocht zou hopen dat de door hem gelegde grondvesten voor altijd onaangetast zouden blijven. 
Augustus betekent: "verering (als van een god) waardig" 
Uit de geschriften van de oude kerkvaders leiden we af dat ze zich heel wat bezig hielden met het feit dat Augustus en Jezus zowat gelijktijdig hebben geleefd. Ze vroegen zich af of dat een toeval of voorbestemming was. Augustus deed zijn uiterste best voor het heil van de volkeren, maar hij moest wel beseffen dat een mensenzoon geen volmaaktheid kan bereiken. De grondslagen die hij legde vielen uiteen onder zijn opvolgers. 
In het jaar 70 werd Jeruzalem totaal verwoest. 
 
L. Nagels Kard. 
Cardijnstraat 64 B 2 
2840 Terhagen. 
 
Reflectie van een conferentie. Wordt Vervolgd. 


Comments are closed.
    Overzicht Artikels
Powered by Create your own unique website with customizable templates.
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht