• Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht
THOMAS MORE GENOOTSCHAP
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht

Archief Positief

Op deze pagina worden artikels aangeboden uit tijdschrift POSITIEF sinds 1969

Achtergronden bij de evangelies (III)

2/8/2020

 
Verschenen in POSITIEF nr. 442 – MEI 2014 

​In ons aprilnummer heeft u het tweede deel van dit artikel kunnen aantreffen. Wij laten nu het derde deel en slot volgen. 
 
Het Herodium (het paleis van Herodes) baadde in weelde. Tweehonderd marmeren treden voerden erheen. De schoonheid mag ons niet doen vergeten dat Herodes tijdens zijn bewind duizenden mensen liet executeren. Hij hechtte geen waarde aan mensenlevens. De armen moesten voor hem werken om zijn luxe en werden uiteindelijk betaald met de dood. 
Op slechts enkele km afstand werd Jezus in een nederige grot geboren: Hij kwam op aarde tot heil van de mensen om hen te verlossen 
 
Wij kennen het verhaal van de vlucht naar Egypte en later de terugkeer van de H. Familie. 
 
Ik heb mijn zoon geroepen uit Egypte lezen wij bij Mattheüs 2,15 die hiermee de profeet Hosea citeert. 
 
Die terugkeer is voor de evangelist synoniem met een bevrijding, niet van het geknecht zijn aan een bepaald land, maar van het geknecht zijn door de wereld, om zo het koninkrijk Gods te worden binnengevoerd. 
 
Toen hij echter hoorde dat Archelaüs in plaats van zijn vader Herodes over Juda heerste, vreesde hij daarheen te gaan; van Godswege in een droom ingelicht, begaf hij zich daarom naar het gebied van Galilea. Hier aangekomen vestigde hij zich in een stad, Nazareth geheten (Mat.2,22-23) 
 
In een paar regels wordt de geschiedenis van de wereld uit die tijd geschetst. Nadat Herodes was gestorven verdeelde Augustus het koninkrijk onder de drie zonen van Herodes: Archelaüs (kreeg Judea, Samaria en Jeruzalem), Antipas (kreeg Galilea) en Fillipus (heerste in het noorden, in het gebied dat nu nog de Hoogvlakte van Golan wordt genoemd). Antipas is degene die door de evangelisten Herodes wordt genoemd, dat was dus de familienaam. 
Archelaüs had de wrede trekjes van zijn vader geërfd en was bekend als nog wreder dan zijn vader. Daarom begaf Jozef zich naar het gebied van Galilea. 
 
Het Kind groeide op en nam toe in krachten; het werd vervuld van wijsheid en de genade Gods rustte op Hem (Luc.2,40) 
 
Hiermee kunnen we ons de natuurlijke ontwikkeling van het kind Jezus voorstellen. Die was vergelijkbaar met die van vele andere kinderen.
 
Er is altijd sprake van de drie heilige personen: Jozef, Maria en het kind vormen een onscheidbare eenheid. Zij maken deel uit van een grotere familiegroep, waartoe de in het evangelie genoemde 'broeders en zusters' behoren. Naar oosters gebruik kunnen dat neven en nichten zijn. 
 
Wij kennen de familieband met Elisabeth, met haar man, Zacharias, die priester was, ze waren de ouders van Johannes de Doper. 
 
De familie zal heel uitgebreid geweest zijn. ln de derde eeuw woonden er in Nazareth nog steeds mensen die ervan afstamden. 
Bij een proces in Klein-Azië getuigde de martelaar Konon aan keizer Decius: "lk kom uit de stad Nazareth in Galilea; ik ben verwant aan Christus en door Hem te dienen volg ik de traditie van mijn familie." 
Volgens de talmoed is Jozef niet alleen verplicht in het onderhoud van zijn zoon te voorzien, maar moet hij Hem ook een ambacht leren. Als timmerman heeft Jozef aan Jezus dit ambacht aangeleerd, ook al staat dat niet expliciet in de evangelies. Ais leerling van een timmerman zal Jezus dan naar allerlei plaatsen, waar huizen werden gebouwd, getrokken zijn, Hij leerde zo de streek kennen, maar ook de noden, de zwakheden en de gebreken van de inwoners. 
 
Jozef zal Jezus zeker het voorname onderricht van de Joden hebben aangeleerd. Dat is het bekende Sjema (Hoor Israël) dat als volgt begint: Hoor, Israël: de Heer is onze God; de Heer is één! Gij zult de Heer, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw kracht. Wat ik u heden gebied, zal in uw hart, zijn, gij zult het uw kinderen inprenten en daarover spreken, wanneer gij in uw huis zit, wanneer gij onderweg zijt, wanneer gij neerligt en wanneer gij opstaat. Gij zult het ook tot een teken op uw hand binden en het zal u een voorhoofdsband tussen uw ogen zijn. (Deuteronomium, 6,4-8) 
Hiermee wordt verwezen naar de uittocht: 
 
Wij waren dienstknecht van Farao in Egypte, maar de Heer heeft ons met sterke hand uit Egypte geleid; de Heer deed voor onze ogen tekenen en wonderen, groot en onheilbrengend aan Egypte, aan Farao en aan zijn gehele huis, maar ons heeft Hij daaruit geleid, om ons te brengen in het land dat Hij aan onze vaderen onder ede beloofd had en ans dit te geven. De Heer gebood ons al deze inzettingen te onderhouden en de Heer, onze God, te vrezen, opdat het ons altijd wél zou gaan en Hij ons in het leven zou behouden, zoals dit heden het geval is. En het zal ons tot gerechtigheid zijn, wanneer wij heel dit gebod naarstig onderhouden voor het aangezicht van de Heer, onze God, zoals Hij ons geboden heeft. (Deuteronomium 6,20-25) 
 
Tijdens de maaltijden sprak de vader een zegen uit over het brood en de wijn en werd er besloten met een dank- en lofgebed. 
Bij het Paasfeest was er een belangrijk moment: wanneer de bekers voor de derde keer met wijn werden gevuld volgde het gezamenlijk gebed dat de profeet Elia zou mogen komen om hun goed nieuws te brengen en hun te troosten en ook dat de barmhartige God hun de komst van de Messias zou geven. 
Dat moment van die derde vulling van de bekers wordt later ook belangrijk bij het Laatste Avondmaal. 
 
Het paasfeest was een feest bij uitstek voor de kinderen, want zij moesten op die dag vragen stellen over de betekenis van Pasen. De antwoorden en verklaringen zijn dan onderrichtingen van de kinderen. 
De gebeden in de synagogen beginnen met het Sjema en worden daarna gevolgd door andere gebeden. 
leder jaar gingen Jozef en Maria op bedevaart naar Jeruzalem en op zijn twaalfde jaar namen ze Jezus mee. Wij vernemen dan dat Jezus op een gegeven moment zoek was en dat zijn ouders terugkeerden om Hem te zoeken. Ze vinden Hem in de tempel. 
 
Waarom namen ze Jezus op zijn twaalfde mee? 
Wel, op zijn dertiende verjaardag wordt een jonge jood een Bar Mitzwa (zoon van het gebod) en vanaf dat ogenblik wordt hij ais religieus volwassen gezien. Vanaf dan mag hij in de synagoge uit de Tora lezen en er vragen over stellen. 
Zo lezen wij in het evangelie dat "ze verbaasd stonden over zijn wijsheid". Wij weten ook dat wanneer zijn ouders Hem in de tempel terugvonden, ze zegden dat ze ongerust waren geweest over zijn afwezigheid. Het antwoord van Jezus vinden wij bij Lucas als volgt: 
Wist gij dan niet, dat lk in het huis van mijn Vader moest zijn? (Luc.2,49) Voor ons klinkt dat misschien iets gewoon: "het huis van mijn Vader" omdat wij onmiddellijk aan het kerkgebouw denken en wij weten dan dat in het tabernakel het Allerheiligste wordt bewaard. Wij zijn opgegroeid in het geloof dat God alom aanwezig is, ook in onze gedachten. Wij denken ook aan de opmerking van Jezus: Waar twee of meer verzameld zijn in mijn Naam, daar ben lk aanwezig. 
Voor de joden had die reactie van Jezus een andere betekenis. Het was namelijk zo, dat alleen in het verborgene van de tempel, waar alleen de hogepriester mocht binnentreden, God aanwezig was. Wanneer Jezus dan spreekt over zijn "Vader" dan onthult Hij voor het eerst openbaar zijn afkomst. 
Het is dan toch wel merkwaardig dat Hij dat al doet op dertienjarige leeftijd, wanneer Hij dus pas ais "liturgisch volwassen" wordt beschouwd. Hij verbijsterde de rabbijnen met zijn vragen en antwoorden, waarmee Hij zijn "liturgische volwassenheid" extra in de verf zette. 
 
Bij zijn trektocht door de omgeving heen, op zoek naar timmermanswerk, zoals dat gebruikelijk was zal Jezus aan de oostelijke oever van het Meer van Galilea in de steden Hippos, Gadara en Gergesa zeker Grieken hebben ontmoet. 
Die steden waren bekend voor veel handelaars die er op doortocht kwamen. De inwoners daar leerden die talen aan en zo sprak Jezus het Aramees en zegde zijn gebeden in het Hebreeuws, verder kende Hij ook Grieks, want wanneer Hij voor Pilatus staat antwoordt Hij in het Grieks, zonder een tolk nodig te hebben. 
 
Rond het jaar 26 werd Pontius Pilatus als landvoogd naar Jeruzalem gestuurd. Al voor zijn tijd was er een pontificale crisis ontstaan omdat de landvoogden begonnen waren de hogepriesters naar willekeur te benoemen en te ontslaan. Kajafas werd benoemd op zijn post wanneer Jezus vijfentwintig was. 
 
Dat de evangelisten goed op de hoogte waren van de situatie en wij er dus zeker kunnen van zijn dat ze ooggetuigen waren of de informatie van ooggetuigen hadden, wanneer ze hun tekst opschreven, blijkt nog maar eens uit een stukje evangelietekst: 
ln het vijftiende regeringsjaar van keizer Tiberius, toen Pontius Pilatus landvoogd van Judea was, Herodes viervorst van Galilea, diens broeder Filippus viervorst van het gewest lturea en Trachonitis, en Lysanias viervorst van Abilene, onder het hogepriesterschap van Annas en Kajafas ... (Luc.3,1-2)   Dat is een waar geschiedkundig rapport. 
 
Johannes de Doper behoorde tot het oude priesterlijke geslacht. Het doopsel dat hij toepaste reinigde de mensen en symboliseerde hun bekering. Het doopsel door Jezus zou hen vervullen van de Geest die een nieuw leven betekende. 
In die tijd vertrok Jezus uit Nazareth en liet zich in de Jordaan door Johannes dopen. En op hetzelfde ogenblik dat Hij uit het water opsteeg, zag Hij de hemel openscheuren en de Geest ais een duif op zich neerdalen. En er kwam een stem uit de hemel: Gij zijt mijn Zoon, mijn welgeliefde; in U heb lk welbehagen. (Mar.1,9-11) 
 
De rivier waar Jezus zich laat dopen is heel merkwaardig en dat niet alleen omdat ze een overvloed aan water had, omdat ze de reizigers niet ophield om erdoor te trekken, want vooral in de zomer kon er gemakkelijk doorgewaad worden, maar ze bekleedt een bijzondere positie in het godsdienstig oogpunt. 
De Jordaan vormt de grens met het Beloofde Land. Het oversteken van die rivier is voor Jacob een beslissend moment, omdat hij terugkeert naar het land dat aan de aartsvaders is beloofd. 
Voor Mozes was het verboden om eroverheen te gaan, hij mag het Beloofde land niet betreden. Enkel Jozua mag het volk in processie het land binnenleiden dat God hun volgens de belofte zou geven. 
Dat doopsel betekende de overgang naar het Beloofde Land.
 
In Deuteronomium wordt het oversteken van de Jordaan ais een daad van grote betekenis beschouwd, wij lezen daar: 
Hoor, Israël! Gij zult heden over de Jordaan trekken ... Weet dan heden dat de Heer, uw God, zelf voor u uit gaat. (Deut.9,1-13) 
 
Het betreden van Kanaän is een werkelijke 'overgang' zowel in de letterlijke ais in de religieuze zin. Dit is een bewijs dat het volk altijd door God is geleid en dat het nu zijn eigendom is geworden, eens het Beloofde Land werd betreden. 
De doop in de Jordaan is een gelijkaardig keerpunt: de heilige Geest is op Jezus neergedaald en de Vader heeft Hem erkend ais Gods Zoon. Hij is nu klaar om zijn taak te beginnen en het volk Gods koninkrijk binnen te leiden. 
Tegenwoordig spreekt men van de westelijke Jordaanoever waar het doopsel zou plaats gevonden hebben, maar dat zal waarschijnlijk komen na de verovering door de Arabieren. Naar alle waarschijnlijkheid gebeurde het doopsel op de oostelijke oever omdat volgens de tekst van de evangelist Johannes 1,28 Johannes de Doper actief was in Betanië over de Jordaan en hij zal daar de doorwaadbare plaats hebben gekozen waar volgens Jozua 3,14-16 de kinderen van Israël waren overgestoken. 
 
Veel gelovigen die de Messias verwachtten woonden in de woestijn van Judea en in het gebied van de Dode Zee. In 1947 ontdekte een bedoeïenen jongen bij toeval een pot oude geschriften. Het bleek dat er in Qumran een Joodse sekte leefde, een van de vele Joodse sekten. En sommige geleerden beweren dat Jezus daar lid van was en dat daar het christendom is ontstaan. 
Dat strookt niet met de waarheid, want verschillende teksten zijn in tegenspraak met de leer van Jezus. 
Als voorbeeld: 
Wij vinden in de Qumrantekst: Dat zij allen mogen liefhebben die Hij uitverkoren heeft en allen haten die Hij verworpen heeft(Gemeenteregel 1,14) 
 
Daartegenover zegt Jezus: Maar lk zeg u: Bemint uw vijanden en bidt voor wie u vervolgen. (Mat.5,44) 
 
Nog een voorbeeld: de sekte van Qumran bad als volgt: 
De overvloed van zijn genade voor alle zonen van zijn welbehagen (gezang 4,33) 
Maar het koor der engelen zong bij de geboorte: 
Eer aan God in den hoge en op de aarde vrede onder de mensen in wie Hij welbehagen heeft. 
Nog een bijzonder treffend verschil: 
 
Volgens Qumran wordt een strenge scheidslijn getrokken als volgt: 
En geen man getroffen door enige menselijke onreinheid, zal de vergadering Gods betreden: geen man getroffen in zijn vlees of verlamd in zijn voeten of handen of lam of blind of doof of stom of getroffen in zijn vlees door een zichtbaar merk; geen oude, wankele man die niet stil kan staan te midden der gemeente; geen van al dezen zal komen om een ambt te bekleden in de verzameling van de man. (Messiaanse regel 2,5-Qumran) Maar Jezus gaf ais voorbeeld: 
Haast je naar de straten en de stegen van de stad en breng de armen en gebrekkigen, blinden en kreupelen hierbinnen. (Luc.4,21) 
 
ln Qumran hechtte men groot belang aan rangorde: 
ledere man zal op zijn eigen plaats zitten: de priesters zullen eerst zitten en de ouderen op de tweede plaats, en alle overige, volgens hun rang. (Gemeenteregel 6,8) 
 
Jezus sprak tot het volk: 
Zo zullen de laatsten de eersten en de eersten de laatste zijn. (Mat.20,16) 
De sekte van Qumran verwierp contact met de buitenwereld, wie lid wilde worden mocht zich niet in gesprekken begeven met hen die verdorven waren en ze moesten hun de leer van de geboden onthouden. Jezus heeft die sekte waarschijnlijk wel gekend, want dat zouden we kunnen afleiden uit zijn reacties op sommige regels. 
 
Een korte tijd na het doopsel van Jezus, nam Hij met zijn moeder deel aan een bruiloft van een boer te Kana in Galilea. 
Zulk feest duurt, volgens het heersende gebruik, zeven dagen en begint op de derde dag van de week. (Joh.2,1) Wij kennen het verhaal van de gastheer die geen wijn meer had. 
 
Wat de evangelist toevoegt aan het verslag over dat mirakel is voor ons van belang:  
Zo maakte Jezus te Kana in Galilea een begin met de tekenen en openbaarde zijn heerlijkheid. En zijn leerlingen geloofden in Hem. 
 
Het gaat hem niet om een tijdelijk gebrek aan wijn te verhelpen, maar het mirakel is een demonstratie van Jezus‘ macht. Jezus richtte zich tot gewone, eenvoudige mensen en bracht hen vreugde. 
 
Het mirakel belicht de persoon van Christus, die de wijnstok en het leven is. Dat leven zal Hij overgeven ais de tijd rijp is. 
De opmerking van de tafelmeester dat de goede wijn tot het laatst werd bewaard geeft ons de religieuze betekenis ervan. 
 
Aan het begin van zijn openbaar leven, openbaarde Jezus zich als iemand die op treffende wijze verschilde van de religieuze gemeenschap van Qumran en die ook verschilde van Johannes de Doper, die eerder aanleunde bij de ideeën van Qumran. 
 
Jezus echter toont zich ais uniek. 
 
L.Nagels 
Kard. Cardijnstraat 64 b2 
2840 Terhagen. 


Comments are closed.
    Overzicht Artikels
Powered by Create your own unique website with customizable templates.
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht