• Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht
THOMAS MORE GENOOTSCHAP
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht

Archief Positief

Op deze pagina worden artikels aangeboden uit tijdschrift POSITIEF sinds 1969

Oorzaken van de crisis

10/7/2020

 
Verschenen in POSITIEF nr. 443 – JUNI  2014 

​Zal Paus Franciscus optreden tegen de oorzaken van de crisis?
Het voorbeeld van Hadrianus VI
 
Volgens de eerste stellingname van de bekende traditie verbonden historicus Roberto de Mattei bij de keuze van Paus Franciscus. 
 
De Kerk heeft een nieuwe paus: Jorge Mario Bergoglio. Het is de eerste niet Europese paus, de eerste Latijns-Amerikaanse paus, de eerste met als naam Franciscus. De massamedia trachten via zijn verleden als kardinaal, als aartsbisschop van Buenos Aires en als eenvoudig priester na te gaan hoe de toekomst van de Kerk er onder zijn pontificaat zal uitzien. Welke revolutiedrager zal het zijn? Hans Küng bestempelt hem als de "beste keuze" (La Repubblica, 14.3). Maar pas na de benoeming van zijn medewerkers en na zijn eerste programma-verklaring zal men de richting waarheen zijn pontificaat uitgaat kunnen inschatten. Voor elke paus geldt wat kardinaal Enea Silvia Piccolomini in 1458 zei op het ogenblik van zijn verkiezing tot paus Pius II: "Vergeet Enea, luister naar Pius". 
 
De geschiedenis herhaalt zich niet helemaal op dezelfde manier. Het verleden helpt wel het heden te verstaan. In de 15e eeuw beleefde de katholieke Kerk een ongeziene, nooit voorgekomen crisis. Een humanisme met zijn hedonisme zonder moraal had de Romeinse curie en zelfs de paus aangetast. Tegen deze corruptie ontstond de protestantse pseudo reformatie van Maarten Luther. Deze werd door paus Leo X van de Medici familie afgedaan als een "ruzie onder monniken". De ketterij stond op het punt uit te breiden toen na de dood van Leo X (1522) onverwachts een Nederlandse (*) paus, Adrianus van Utrecht, gekozen werd. Hij noemde zich Hadrianus VI. Zijn kort pontificaat verhinderde hem om zijn projecten ten einde te brengen. Vooral wat betrof de grote oorlog tegen de veelvuldige misbruiken die de Romeinse curie en bijna de hele Kerk ontsierden, zoals de bekende paushistoricus Ludwig von Pastor schrijft. Zelfs indien zijn pontificaat langer zou hebben geduurd, was het kwaad in de Kerk te vast geworteld en kon een pontificaat niet zo'n grote, noodzakelijke verandering teweeg brengen. Zo merkt von Pastor op. 
 
Al het kwaad dat werd begaan door verschillende generaties kon niet door een lang en continu werken worden overwonnen. Hadrianus VI erkende de omvang van het kwaad en de verantwoordelijkheid die kerkmensen daarvoor droegen. Dat blijkt duidelijk uit de "Instructie" die de apostolische nuntius Francesco Chieregati voorlas op 3 januari 1523 in naam van de paus tijdens de "Nürnbergs Reichstag". Ludwig von Pastor onderstreept de buitengewone betekenis van dit document, niet enkel om de pauselijke voorstellen tot vernieuwing van de Kerk te leren kennen, maar ook omdat het over een tekst gaat zoals het in de voorbije kerkgeschiedenis nog niet is voorgekomen. Nadat hij in die tekst vooreerst de lutherse ketterij verwerpt, behandelt hij in het laatste en belangrijker deel van de Instructie het te kort schieten van de hoogste kerkelijke autoriteit ten opzichte van de revolutionairen. 
 
"We bekennen openlijk dat God zijn kerkvervolging laat geschieden omwille van de zonden van de mensen, vooral van priesters en prelaten. Vast staat dat Gods hand zich niet heeft teruggetrokken. Niet omdat Hij ons niet kan redden, maar omdat onze zonden ons van Hem verwijderen en Hij ons niet verhoort. De H. Schrift leert ons eenduidig dat de zonden van de volkeren hun oorsprong hebben in de zonden van de geestelijkheid. 
 
Zoals de H. Chrysostomus het uiteenlegt, ging Christus, onze Heiland, eerst in de tempel toen Hij de stad Jeruzalem wou reinigen, om op de eerste plaats de zonden van de priesters te bestraffen. Zoals een goede geneesheer die de ziekte bij de wortel heelt. We hebben de pauselijke waardigheid niet nagestreefd. We hadden liever onze ogen gesloten in de stilte van het privéleven. Graag hadden we afstand gedaan van de tiara en enkel uit godsvrees, de rechtmatigheid van de keuze en het gevaar van een schisma hebben de aanleiding gegeven het ambt van de hoogste Herder aan te nemen; een ambt dat we noch uit eerzucht willen uitoefenen, noch om onze familieleden te verrijken.
 
Maar het is enkel om de H. Kerk, de bruid van God, haar oorspronkelijke schoonheid terug te geven; om de verdrukten te helpen; om verstandige en bekwame mannen te eisen; om tenslotte alles te doen wat een goede herder en navolger van Petrus betaamt. 
 
Toch zal het niemand verwonderen als we niet met een slag alle misbruiken uit de weg ruimen, want de ziekte is diep geworteld en erg vertakt. Men zal dus de ene stap na de andere zetten en vooreerst de diepe, zware, gevaarlijkste kwalen met de gepaste geneeskunde het hoofd bieden. En dit om niet alles nog meer in verwarring te brengen door een overhaaste hervorming. Want zoals Aristoteles zegt, is elke plotselinge verandering voor een gemeenschap gevaarlijk." 
 
De woorden van Hadrianus VI helpen ons om te verstaan hoe de huidige crisis in de Kerk haar oorsprong vindt in het doctrineel en moreel gebrek van kerkmensen sedert het 2de  Vaticaans Concilie. De Kerk is onfeilbaar, maar haar leden, evenals de hogere kerkelijke autoriteiten, kunnen fouten maken en moeten bereid zijn hun schuld ook openlijk te bekennen. We weten dat Hadrianus VI de moed had om deze kritische controle van het verleden aan te gaan. Hoe zal de nieuwe paus het proces van de doctrinaire en morele zelfvernietiging van de Kerk tegemoet treden? Welke houding zal hij aannemen ten opzichte van een moderne wereld die doordrongen is van diep anti christelijke elementen? Alleen de toekomst zal een antwoord geven op deze vragen. Maar zeker is dat de oorzaken voor de duisternis van onze huidige tijd in ons nabije verleden liggen. 
 
De geschiedenis zegt, vertelt ons ook dat na Hadrianus VI, Giulio de Medici (Clemens VII, 1523-1534) volgde. Onder zijn pontificaat vond op 6 mei 1527 de plundering van Rome plaats (Sacco di Roma) door de lutherse landsknechten van keizer Karel V. De verwoestingen en heiligschennissen die toen werden begaan en die deze van het jaar 410 overtroffen, zijn nauwelijks te beschrijven. Met bijzondere brutaliteit werd tegen kerkmensen opgetreden: vrouwelijke religieuzen werden geweld aangedaan, priesters en monniken werden vermoord of als slaaf verkocht. Kerken, paleizen en huizen werden vernield; relieken verstrooid en weggenomen. Nadien volgden in snel tempo honger en pest. De bewoners werden gedecimeerd. 
 
Het katholiek volk interpreteerde de gebeurtenis als een verdiende straf voor eigen zonden. Pas na de verschrikkelijke plundering begon het leven grondig te veranderen. 
 
Het klimaat van het moreel en religieus relativisme verdween. In de algemene nood verspreidde zich in de H. Stad een ernstig, eenvoudig en berouwvol klimaat. Deze nieuwe atmosfeer maakte de grote religieuze herbeleving van de katholieke tegen reformatie (16de  eeuw) mogelijk. 
 
Prof .Roberto de Mattei,. 
 
(*) In Duitsland wordt hij vereerd als Duitse paus omdat de Nederlanden behoorden tot het Heilig Roomse Rijk. 


Comments are closed.
    Overzicht Artikels
Powered by Create your own unique website with customizable templates.
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht