• Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht
THOMAS MORE GENOOTSCHAP
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht

Archief Positief

Op deze pagina worden artikels aangeboden uit tijdschrift POSITIEF sinds 1969

De gaven van de H. Geest

2/6/2020

 
Verschenen in POSITIEF nr. 444 – SEPTEMBER  2014 

De Paus spreekt tot u 

DE GAVEN VAN DE HEILIGE GEEST: 5. KENNIS 
 
Vijfde catechese in de reeks over de zeven gaven van de Heilige Geest op het Sint- Pietersplein, 21 mei 2014. 
 
Geliefde broers en zussen, 
 
Vandaag zou ik de schijnwerper willen richten op een andere gave van de Heilige Geest, de gave van kennis. Wanneer over kennis wordt gesproken, denkt men onmiddellijk aan het vermogen van de mens om altijd beter de werkelijkheid die hem omgeeft te kennen en de wetten te ontdekken die de natuur en het heelal ordenen. De kennis die van de Heilige Geest komt, beperkt zich echter niet tot de menselijke kennis: het is een bijzondere gave, die ons ertoe brengt, via de schepping, de grootheid en de liefde van God en zijn diepe verbondenheid met elk schepsel, te vatten. 
 
Wanneer onze ogen door de Heilige Geest worden verlicht, openen ze zich voor de contemplatie van God in de schoonheid van de natuur en in de grootsheid van de kosmos en ze brengen ons tot de ontdekking hoe alles van Hem en van zijn liefde spreekt. Dit alles wekt in ons een grote verbazing en een diep gevoel van dankbaarheid! Het is het gevoel dat we ook ervaren wanneer we tot bewondering komen voor een kunstwerk of voor een wonderbaarlijke vrucht van het genie en van de creativiteit van de mens. Ten overstaan van dit alles brengt de Geest ons ertoe de Heer uit het diepst van ons hart te loven en in alles wat we hebben en zijn, een onschatbare gave van God en een teken van zijn oneindige liefde voor ons te erkennen. 
 
In het eerste hoofdstuk van het boek Genesis, dus werkelijk aan het begin van heel de Bijbel, wordt benadrukt dat God behagen heeft in zijn schepping door herhaaldelijk de schoonheid en de goedheid van elk schepsel te onderlijnen. Aan het eind van elke scheppingsdag staat geschreven: "God zag dat het goed was". (Gen. 1, 12.18.21.25) Als God ziet dat elk schepsel goed en schoon is, dan moeten ook wij diezelfde houding aannemen en zien dat elk schepsel goed en schoon is. Het is de gave van kennis die ons deze schoonheid doet zien, daarom ook loven we God en danken Hem omdat Hij ons zoveel schoonheid geschonken heeft. En wanneer God de schepping van de mens voltooide wordt niet gezegd: "Hij zag dat het goed was", maar Hij zei dat het "zeer goed" was. (Gen. 1, 31) In de ogen van God zijn wij het mooiste, het grootste en het beste van heel de schepping. Zelfs de engelen komen na ons, wij zijn meer dan de engelen, zoals we horen in het Boek der Psalmen. De Heer houdt van ons! We moeten Hem daarvoor danken. De gave van kennis brengt ons tot diepe overeenstemming met de Schepper en helpt ons deelhebben aan de helderheid van zijn blik en van zijn oordeel. Het is vanuit dit gezichtspunt dat we kunnen vatten dat man en vrouw het toppunt van de schepping zijn, als de voltooiing van een plan van liefde dat in elk van ons geprent is en dat ons elkaar als broers en zussen doet erkennen. 
 
Dit alles is motief voor rust en vrede en maakt van de Christen een blije getuige van God, in het spoor van Sint-Franciscus van Assisi en van vele heiligen die, door de contemplatie van de schepping ertoe kwamen God te loven en zijn liefde te bezingen. Tegelijk helpt de gave van kennis ons ook niet te vervallen in een aantal overdrijvingen of verkeerde houdingen. De eerste bestaat in het gevaar dat we ons als eigenaars van de schepping gaan gedragen. De schepping is geen eigendom waarover we van believen de baas kunnen spelen; en zeker is ze geen eigendom van slechts enkelen, van weinigen. De schepping is een schitterend geschenk dat God ons gegeven heeft om er zorg voor te dragen en te gebruiken ten bate van allen, met niet aflatende eerbied en dankbaarheid. De tweede verkeerde houding bestaat in de bekoring om bij de schepselen te blijven stilstaan, alsof zij op al onze verwachtingen het antwoord kunnen zijn. Met de gave van kennis helpt de Geest ons deze vergissing niet te begaan. 
 
Maar ik wil terugkomen op de eerste verkeerde weg: de baas spelen over de schepping in plaats van haar te behoeden. We moeten de schepping behoeden omdat ze een geschenk van God is, het geschenk van God aan ons; wij zijn de behoeders van de schepping. Als we de schepping uitbuiten, vernietigen we het teken van de liefde van God. De schepping vernietigen is aan God zeggen "ik houd er niet van". En dat is niet goed: dat is de zonde. 
 
De schepping behoeden, is eigenlijk de gave van God behoeden en aan God zeggen: "Dank, ik ben hoeder van de schepping om haar vooruit te doen gaan, nooit om Uw geschenk te vernietigen". Dit moet onze houding tegenover de schepping zijn: haar behoeden want, als wij de schepping vernietigen, zal de schepping ons vernietigen. Vergeet dit niet. Eens was ik op het platteland en hoorde ik de uitspraak van een eenvoudige mens die van bloemen hield en ervoor zorgde. Hij zei me: "We moeten deze mooie dingen die God ons geschonken heeft behoeden. De schepping is er voor ons opdat we er goed gebruik van zouden maken, niet om haar uit te buiten, maar om haar te behoeden, want God vergeeft altijd, wij mensen vergeven af en toe, maar de schepping vergeeft nooit en als jij haar niet behoedt zal zij je vernietigen". 
 
Dit moet ons tot nadenken stemmen en ons aan de Heilige Geest de gave van kennis doen vragen om goed te verstaan dat de schepping het mooiste geschenk van God is. Hij heeft zoveel goede dingen gemaakt voor het beste dat er is en dat is de menselijke persoon. 
 
DE GAVEN VAN DE HEILIGE GEEST: 6. DE VROOMHEID 
 
Zesde catechese in de reeks over de zeven gaven van de Heilige Geest, toespraak op het Sint-Pietersplein, 4 juni 2014. 
 
Geliefde broers en zussen, 
 
Vandaag wil ik stilstaan bij een gave van de Heilige Geest die dikwijls hetzij misverstaan hetzij oppervlakkig wordt benaderd, terwijl ze het hart van onze christelijke identiteit raakt: het gaat over de gave van vroomheid. 
 
Het moet van meet af aan duidelijk zijn dat deze gave niet hetzelfde is als "piëteit" in de zin van medelijden met iemand hebben, piëteit voor de naaste hebben. Deze gave verwijst naar ons toebehoren aan God en onze diepe band met Hem, een band die zin geeft aan heel ons leven en die ons, in gemeenschap met Hem, rechtop houdt ook op de moeilijke en uitdagende momenten. 
 
Deze band met de Heer mag niet verstaan worden als een plicht of een last. Het is een band die van binnenuit komt. Het gaat om een met het hart beleefde relatie: het is onze vriendschap met God, door Jezus geschonken, een vriendschap die ons leven verandert en ons vervult van enthousiasme en vreugde. Vandaar dat de gave van vroomheid op de eerste plaats tot dankbaarheid en lofprijzing voert. Dat is inderdaad het motief en de meest waarachtige zin van onze eredienst en van onze aanbidding. Wanneer de Heilige Geest ons de aanwezigheid van de Heer en heel zijn liefde voor ons doet waarnemen, verwarmt Hij ons hart en zet ons als het ware natuurlijker wijze aan tot bidden en vieren. Vroomheid is dus synoniem van waarachtige godsdienstzin, van kinderlijk vertrouwen in God, van dat vermogen om tot Hem met liefde en eenvoud, eigen aan personen met een nederig hart, te bidden. 
 
Omdat de gave van vroomheid ons doet groeien in de relatie en in de gemeenschap met God en ons ertoe brengt als zijn kinderen te leven, helpt ze ons tegelijkertijd die liefde op de anderen te oriënteren en hen als broeders te erkennen. Wanneer dat gebeurt, worden we bewogen door gevoelens van vroomheid - niet van piëtisme - tegenover onze naasten en tegenover hen die we elke dag ontmoeten. Waarom zeg ik niet van piëtisme? Omdat sommigen denken dat vroom zijn, betekent de ogen sluiten, een gezicht van een heiligenprentje opzetten, doen alsof men een heilige is. ( ... )Dat is niet de gave van vroomheid. De gave van vroomheid betekent echt bekwaam zijn, blij te zijn met wie vreugde beleeft, te wenen met wie weent, nabij te zijn bij wie alleen of angstig is, te verbeteren wie dwaalt, te troosten wie rouwt, op te vangen en hulp te bieden aan wie in nood is. Er bestaat een sterke band tussen de gave van vroomheid en zachtmoedigheid. De gave van vroomheid die de Heilige Geest ons schenkt, maakt ons zachtmoedig, rustig, geduldig, in vrede met God, zachtmoedig ten dienste van de anderen. 
 
Geliefde vrienden, in de brief aan de Romeinen zegt de apostel Paulus: 
"Allen die zich laten leiden door de Geest van God zijn kinderen van God. De Geest die gij ontvangen hebt is er niet een van slaafsheid die u opnieuw vrees zou aanjagen. Gij hebt de Geest van het kindschap ontvangen die ons doet uitroepen: 'Abba, Vader!"' (Rom 8, 14-15) Vragen we de Heer dat de gave van zijn Geest onze vrees mag overwinnen, onze onzekerheden, onze onrustige, ngeduldige geest ook, om ons tot vreugdevolle getuigen van God en van zijn liefde te maken door de Heer in waarheid te aanbidden en ook door zachtmoedige en glimlachende dienst aan de naaste die de Geest ons in vreugde schenkt. Dat de Heilige Geest ons allen deze gave van vroomheid schenkt. 
 
Wij beperken ons tot bovenstaande catechese van de Paus over de gaven van de H. Geest. Hij heeft  zeven gaven besproken op het Sint-Pietersplein. Bij deze gelegenheíd herinneren wij eraan dat Eerwaarde Heer K. Swenden, zaliger gedachtenis, herhaaldelijk heeft gevraagd veel te bídden tot de H. Geest.
​

Opmerkingen zijn gesloten.
    Overzicht Artikels
Powered by Create your own unique website with customizable templates.
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht