• Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht
THOMAS MORE GENOOTSCHAP
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht

Archief Positief

Op deze pagina worden artikels aangeboden uit tijdschrift POSITIEF sinds 1969

Na de crisis - enkele reacties op controversiële onderwerpen

1/11/2019

 
Verschenen in POSITIEF nr. 451 – APRIL 2015

Tijdens het crisismoment uit het voorwoord werd de druk van de media zo sterk, dat het onmogelijk was geworden om de hoofzaken van de Synode te verdiepen, namelijk de schoonheid en de uitdagingen van het gezin. Wij hebben dus met spijt onze uitwisselingen moeten concentreren op een klein aantal betwiste kwesties. Hier volgt hoe ik mij uitgedrukt heb in deze pijnlijke context.
Ik heb voorgesteld om het beroep op het begrip 'gradatie', naar de ‘oecumenische analogie' ontwikkeld in § 8 van Lumen Gentium (de volheid die voortbestaat in de katholieke Kerk wordt ten dele teruggevonden binnen andere kerken en ecclesiale, christelijke gemeenschappen), en op de patristieke uitdrukking 'zaad van het woord' te vermijden telkens deze uitdrukkingen ten nadele begrepen konden worden als een apriori erkenning van irreguliere of zelfs zondige levenssituaties. Alsof de onvermijdelijke 'wet der gradatie' die in onze daden onze vooruitgang naar het moreel ideaal bepaalt, een 'gradualiteit van de wet' veronderstelde die a priori permanente huwelijksstaten rechtvaardigen die nog niet (feitelijk samenwonen, eenvoudige burgerlijke verbintenissen) of die niet meer overeenstemmen (hertrouwen of samenwonen na een burgerlijke scheiding) met wat voor gedoopten het enig kader is van een echt seksueel leven, te weten het sacramenteel huwelijk. Wat niet belet om in sommige irreguliere situaties enige positieve elementen aanwezig te zien die inderdaad als een weg naar een betere situatie kunnen zijn.
Voor wat betreft het voorstel om de communie te openen voor personen die binnen deze onregelmatige situaties leven, heb ik gevraagd dat ze niet op dezelfde voet gezet zouden worden met de huidige discipline, op grond van haar doctrineel fundament, voortdurend bevestigd door de Leer van de Kerk. Ik heb dus voorgesteld dat deze openheidsvoorstellen zich beter uitdrukken als een legitieme vraag gericht aan het Leergezag: 'Is die laatste geneigd om de huidige discipline in deze zaak te wijzigen?' Wat nu zeker blijkt, is dat alle bisschoppen van harte de gezinnen tegemoet willen komen om hen aan te moedigen om te groeien in liefde en trouw. Allen willen van harte de gescheiden personen ondersteunen die de voorbeeldige keuze maken om trouw te blijven aan het huwelijksverbond, ook al is hun echtgenoot niet meer daar. Allen willen hun eerbied en hun liefdevolle attentie betuigen aan gedoopten die zich in levenssituaties bevinden die niet overeenstemmen met de roeping van de Heer en van de Kerk, niet om deze situaties goed te keuren, maar om naar deze personen te luisteren en hen te begeleiden naar een weg van barmhartigheid en waarheid. Want het is slechts binnen de warmte van de naastenliefde, naar het beeld van Christus die allen tegemoet ging, dat deze personen de veeleisende vragen van de Heer kunnen horen en naar de volle waarheid van het evangelie kunnen stappen. Om kort te maken, zoekt de Heer elke broeder of zuster bij te treden in zijn levenssituatie. Zoals aan de overspelige vrouw zegt Hij tot elk van ons: 'Ik veroordeel u niet. Ga heen en zondig niet meer!' De Kerk moet hetzelfde doen. Zij moet eraan herinneren dat de Heer geen gevangene is van zijn sacramenten. Als dus iemand voor die of andere reden de kwijtschelding van zijn fouten nog niet kan ontvangen omdat hij niet in staat is zijn levensstaat te veranderen of de communie tijdens de mis nog niet mag ontvangen omdat zijn huwelijksstaat in tegenstelling is met het sacrament van het nieuwe en altijddurende verbond, hebben de herders de plicht om deze mensen te laten aanvoelen dat de Heer hen daarom niet verlaat en hen door andere wegen tegemoet kan treden, bijvoorbeeld door deze van de 'geestelijke communie' en die van het vertrouwelijk toevertrouwen van zijn leven aan de onuitputtelijke barmhartigheid van de Heer.
In die zin heb ik gepleit opdat de praktijk van de 'geestelijke communie' traditioneel aanbevolen aan diegenen die voor diverse redenen niet 'sacramenteel' te communie kunnen gaan, in haar theologische funderingen geëvalueerd zou worden en als zij door dit onderzoek gunstig bevonden wordt, ruim onder de gelovigen verspreid zou worden.
Met vele Vaders heb ik mijn eerlijk respect betoond ten opzichte van homoseksuele personen en heb ik duidelijk de onrechtvaardige en zelfs gewelddadige discriminaties veroordeeld die zij geleden hebben of nog blijven ondergaan, soms zelfs binnen de Kerk, helaas! Maar dit betekent niet dat de Kerk de homoseksuele praktijken moet legitimeren, noch minder zoals sommige Staten het doen, een zogenaamd 'homoseksueel huwelijk' moet legitimeren. Daarentegen veroordelen wij elk manoeuvre van sommige internationale organisaties om via de weg van de financiële chantage aan arme landen wetgevingen op te leggen die een zogenaamd homoseksueel 'huwelijk' institueren, daarbij gebruik makend van de Gender-theorie.
Tenslotte heeft de Synode ter gelegenheid van de zaligverklaring van paus Paulus VI op een voor vandaag positieve manier de profetische inspiratie die Paulus VI geïnspireerd heeft in zijn encycliek Humanae Vitae willen voorstellen. Hier volgt de duiding waarmee ik het persoonlijk deed:
Voor elke beschouwing over methodes of middelen om op verantwoorde wijze ouderschap uit te oefenen, hield dit profetisch aspect, in de viering van de schoonheid van tegelijk fysiologische, psychische en geestelijke band, die de liefdesomhelzing van echtgenoten samenbrengt met de openheid voor de gave van het leven. Bijna vijftig jaar later meten wij de risico's die wij ondergaan door de frequente ontkoppeling van deze twee aspecten, die ofwel naar de ontkoppelde voortplanting van de lichamelijke liefde van de echtgenoten leidt, ofwel naar een seksualiteit die op zich blijft draaien, dikwijls daarbij elk verband tot de gave van het leven uitsluitend. Voor wat betreft het onderscheid tussen contraceptieve middelen en zogenaamde 'natuurlijke' methodes, bevinden zij zich niet vooreerst op technisch niveau maar op een geestelijk en menselijk niveau. Zijn wij de 'verantwoorde bewakers' van de zo diepe band tussen het echtelijk huwelijk en de voortplanting en dit door een authentieke levenswijsheid. Of zijn wij de 'heren en meesters' dankzij een techniek die slechts de biologische effecten van onze daden beheerst zonder beroep te doen op de concrete inzet van onze vrijheden?
Al worden de natuurlijke methodes niet gedragen, zoals de contraceptie door economische belangen, trekken zij vandaag een groeiend aantal koppels aan, enerzijds verleid door de eigen ecologische methode, zonder hormonale voogdij en anderzijds door een levenswijsheid die, in het verschil met de contraceptie, wezenlijk door de vrouwen gedragen, de twee echtgenoten op een gelijke voet plaatst, waarin ieder moet leren om de andere te kennen en te eerbiedigen.
Vraag van de krant
Daags na de eindstemming heeft de krant De Morgen mij de vraag gesteld: 'Heeft de paus zich gerangschikt bij de 'conservatieven'? Ziehier mijn antwoord hierop:
Deze manier van redeneren stemt, denk ik, niet overeen met de manier van denken van de paus. Maar ik ben natuurlijk niet zijn intieme vertrouweling!
Drie paragrafen van de slottekst zijn niet goedgekeurd, daar zij een eenvoudige absolute meerderheid hebben ontvangen maar geen tweederdemeerderheid. De paus heeft uit zorg voor transparantie toch besloten dat deze paragrafen ook uitgegeven zouden worden, maar met vermelding van het tekort aan stemmen. Een uitstekend besluit! Dit wil zeggen dat voor hem het debat niet gesloten is.
Maar anderzijds bevestigt deze stemming dat de twee probleemkwesties (de toegang tot het sacrament van de verzoening en de gelegenheid tot de communie in de mis, voor mensen in een irreguliere situatie enerzijds en de homoseksuele praktijken anderzijds) niet werkelijk prioritair zijn in vele delen van de wereld.
In vele landen bijvoorbeeld is de discipline die door de Kerk gehanteerd wordt voor de toegang tot de sacramenten voor personen in een blijvende situatie van irreguliere huwelijksstaat (samenwonen, louter burgerlijk huwelijk, hertrouwen of concubinaat na echtscheiding) ook de gewone discipline van de bisdommen. Men nodigt de gelovigen er uit om niet te communie te gaan (terwijl men blijft deelnemen aan de mis) zolang zij hun leven niet gelijkgesteld hebben aan de eisen van het evangelie met betrekking tot het huwelijk. En als zij werkelijk niet van levensstaat kunnen veranderen, vraagt men hen om conclusies te trekken uit het feit dat ze geen echte 'in de Heer' getrouwde echtgenoten zijn zoals Sint-Paulus het zegt, door ofwel niet in de mis te communie te gaan (of door een zogezegde 'geestelijke' communie, dat wil zeggen 'inwendig'), ofwel door broederlijk samen te leven, maar niet op echtelijke wijze.
Wanneer de Kerk aan deze soort zaken herinnert in de landen van Noorden West-Europa, lijkt zij ofwel tiranniek, ofwel achterlijk. Maar elders in de wereld is het een verspreide pastoraal, zeker veeleisend, maar met vruchten voorgesteld uit respect voor de onontbindbaarheid van het christelijk huwelijk en in de overtuiging dat voor gedoopten de seksuele eenheid tussen man en vrouw slechts zijn echte zin verdient binnen het sacramenteel huwelijk.
De katholieke Kerk is van nature uit universeel. Men begrijpt dus de reactie van talloze bisschoppen van arme of in ontwikkelingslanden, een krachtige reactie die men als volgt kan vertalen: 'Gaan de Kerken van rijke landen onze pastoraal verzwakken of negeren, die trouw is aan het evangelie en de leer van de Kerk, om plezier te doen aan de westerse christenen door hen aanvullende 'faciliteiten' te verlenen die niet te verenigen zijn met het Evangelie?' Dit was, denk ik, de fundamentele kwestie die zich achter de cijfers van een stemming verborg.
Voor wat de paus betreft ken ik zijn persoonlijke gedachten niet, maar het zou verwonderlijk zijn dat hij afstand zou nemen ten opzichte van de leer van twintig eeuwen katholieke Kerk. Wij zijn het daarentegen allemaal eens met hem om te zeggen dat de barmhartigheid van God alle mensen opzoekt, welke hun situatie ook zij. En dat de Kerk dus hetzelfde moet doen. Vandaar het belang dat bisschoppen en priesters meer dan ooit zoeken om met zachtheid de personen die deze situaties beleven, tegemoet te gaan. Want het is slechts zo, door met goedheid en respect tegemoet gekomen te worden, dat de gelovigen een echte weg van bekering, hoop en vrede kunnen beleven.
 
+ Mgr. A.-J. Léonard,
 aartsbisschop van Mechelen-Brussel


Comments are closed.
    Overzicht Artikels
Powered by Create your own unique website with customizable templates.
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht