• Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht
THOMAS MORE GENOOTSCHAP
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht

Archief Positief

Op deze pagina worden artikels aangeboden uit tijdschrift POSITIEF sinds 1969

Van tempeluitdrijving naar de Verrijzenis

1/11/2019

 
Verschenen in POSITIEF nr. 451 – APRIL 2015

Wij weten dat de Joden verspreid waren na de val van Babylon en wegens de afstand van hun verblijf tot de tempel in Jeruzalem konden ze geen offerdieren op hun bedevaart meenemen. Die moesten dus ter plaatse worden aangekocht.
Rondom de tempel in Jeruzalem waren er handelaars gekomen die kudden schapen, geiten, lammeren en duiven aanvoerden om te verkopen voor de offergave. De joden die afkomstig waren uit vreemde streken hadden slechts "heidens" geld bij zich en de geldwisselaars boden hun 'heilig' geld aan voor de offeranden. Ze wisselden, met gebruikelijke woekerwinsten dat "heidens" geld tegen het 'heilig' geld.
Stilaan slopen die geldwisselaars binnen de tempelmuren en dan in de tempelgalerijen. De priesters aan de tempel verbonden streken veel geld op voor de 'heiliging' van de munt en ze lieten dat dus toe om de eigen kas te spijzen.
Ten tijde van Jezus was het eerste gedeelte van de tempel gevuld met een grote markt en de ware aanbidders vonden geen plaats meer voor hun gebed.
Het is dan niet te verwonderen dat Jezus, die het huis van zijn Vader van groot belang beschouwde, een gegeven ogenblik zich zeer boos maakte en een einde wilde maken aan die woekerbelangen.
Vandaar de tempeluitdrijving.
 
In de evangelies wordt uitvoerig beschreven hoe de Heer op tocht is gegaan en hoe Hij predikte en welke wonderen Hij heeft verricht.
Tijdens de maaltijden hield Jezus zich op zoals de oosterlingen dat deden. Hij lag uitgestrekt neer op een bed of divan, steunend op de linkerarm, zodanig dat zijn aangezicht in de richting van de tafel was gekeerd. De voeten lagen niet onder de tafel, maar in een tegenovergestelde richting. Zijn voeten waren onbedekt zoals het de gewoonte was in dat land. Trouwens volgens dat gebruik werden de sandalen verwijderd vooraleer in de eetzaal binnen te gaan.
 
De zondares waarvan sprake bij Luc. 7, 36-50 plaatste zich dus achter Jezus tussen de tafeldienaars.
Die zondares was Maria, zuster van Lazarus en Martha. Een gegeven dat de Talmud ons verstrekt geeft aan dat haar eerste jaren kalm en rustig verliepen onder het ouderlijk dak in Bethanië. Ze was jong, bijna nog kind, gehuwd met een Schriftgeleerde, hard van aard en vreselijk jaloers, met de naam Pappus.
De fiere Israëlische zou niet wachten om het hatelijk juk van zich af te schudden en ging zich hechten aan een Romeinse officier die in Jerusalem was gelegerd.
Die officier werd met een opdracht naar Magdala gestuurd, aan de boorden van het meer Tiberias.
Maria volgde hem en zij nam haar naam als Madeleine of Magdalena aan.
 
Bij het aanhoren van Jezus woorden voelde de arme zondares de bekering in haar hart opwellen. Ze had nog slechts een wens: Hem terugzien en zijn vergeving afsmeken. Die gelegenheid werd haar geboden te Naïm, waar zij zonder twijfel de geruchten had vernomen omtrent de heropstanding van de zoon van de weduwe.
Maria was erg schuldig, maar wat haar misdaad in de ogen van de Joden nog versterkte was het feit dat ze gebroken had met de heilige verbintenis met de Schriftgeleerde om zich te binden aan een heidense soldaat van het bezettingsleger der Romeinen. Ze zouden haar zeker hebben gestenigd als ze zich niet onder de bescherming van de Romeinse vleugels bevond.
 
Bij de procesvoering en de veroordeling van Jezus is er sprake van de roep van de aanwezigen op het tempelplein: "Zijn bloed kome over ons en onze kinderen."
Voor de laatste keer zal God de wens van de Joden tegemoet komen. Volgens geschiedschrijver Josephus en andere tijdgenoten stierven 200.000 joden van honger tijdens de belegering van Jeruzalem tussen 14 april en 1 juli van het jaar 71. Bijna 116.000 lijken werden langs een enkele poort de stad buiten gebracht. Ruim een miljoen mannen werden gedood in de stad en nog 240.000 in de rest van Judea.
Een bos van kruisen werd opgericht in het veld en langs de wegen naar en van de stad. Ontelbare slachtoffers stierven aan die kruisen. Volgens de geschiedschrijvers kon men het aantal slaven dat werd verkocht of meegenomen niet schatten. Ze werden naar Rome gevoerd en ook verkocht aan vreemde volkeren.
Jezus werd geschat op dertig dinars terwijl dertig Joden werden verkocht voor een dinar.
Verstrooid over de hele wereld draagt dit volk nog altijd het stigma van de vervloeking. Het heeft de zegening afgewezen, ze bezweken onder die vervloeking. Het bloed van Calvarie heeft niet opgehouden over hen en hun kinderen neer te komen.
Spijts alle vervolgingen en vernielingen kon het geslacht weerstaan en de eeuwen door verder leven zonder te verdwijnen. Dat zal blijven tot hun de ogen worden geopend en ze Jezus als de Messias zullen erkennen.
 
De totale verwoesting van de tempel door de Romeinen is grondig verlopen. De Romeinen verbrandden alles wat brandbaar was en ze scheerden de tempel gelijk met de grond. Ze lieten de fundering echter ongemoeid. Julien l'Apostat had aan de Joden de toestemming gegeven om weer op te bouwen. Ze begonnen met het uitgraven van de oude funderingen en met het materiaal werd er opnieuw gestart om nieuwe funderingen te bouwen. Maar het werk was nog niet af of uit de grond kwamen aardbevingen en vuurgloed die het restant van de fundaties van de vervloekte tempel vernielden en ook de arbeiders verbrandden.
Daarom verlieten de Joden het werk. Ze hadden gepoogd om aan te tonen dat de voorspelling van Jezus op een valsheid berustte. Zij zorgden zo voor een perfecte vervulling van wat Jezus had gezegd: Ziet ge dit alles ? Voorwaar, Ik zeg u: geen steen zal hier op de andere gelaten worden, alles zal worden verwoest. Jezus had dit gezegd nadat Hij de tempel had verlaten en de leerlingen bij Hem kwamen en Hem wezen op de gebouwen van het heiligdom. (Mat. 24,1-2)
 
Hoe symbolisch is het ook dat de Olijftuin zich bevond op Gethsemani, wat betekent oliepers.
Elk jaar bracht men de erg rijpe olijven naar de oliepers in die tuin om er olie uit te persen. Het is daar dat de "Vruchtbare Olijf van Gods Huis", het ware bergfruit van de voorbestemde berg zal worden geplet, gemalen en geperst tot bloed.
 
Vooraleer dit gebeurde was er nog een belangrijke samenkomst met Jezus. De Heer had opdracht gegeven om een bovenzaal voor te bereiden om samen met de apostelen het Paasmaal te gebruiken.
Oorspronkelijk was het Paasmaal een maaltijd uit dankzegging voor de bevrijding van de Israëlieten uit de overheersing van Egypte. Het was ook de betekenis voor de grote bevrijding die de Messias zou bewerken. Bij die maaltijd werd eerst een schotel opgediend met bittere kruiden als herdenking aan de strubbelingen van de kinderen van Israël in Egypte. Dan dronk men enkele slokken gezouten water, dat was om te herinneren aan de vergoten tranen van de onderdrukten. Nadien kwam er een soort compote van de beste vruchten die de Israëlieten vonden in het Beloofde Land na de tocht door de woestijn. Voor en na elk gerecht werden religieuze liederen gezongen die het symbolisme onderstreepten. Tenslotte werd het paaslam uitgedeeld dat op twee staven werd gebraden die in kruisvorm werden geplaatst. Dat paaslam werd met zuurdesem brood gegeten. Vijfmaal gedurende het paasmaal ging een beker wijn rond, aangelengd met water. Alle aanwezigen moesten hun lippen erin dopen als teken van eenheid van hart en telkens die beker rondging werd een psalm gezongen.
De eerste beker werd aangeboden door het familiehoofd ( vader ) met een woord van intense vreugde omdat hij samen met de andere kon vieren. De laatste beker heette de beker der zegeningen, want men zong de hymne wanneer hij van hand tot hand ging.
 
In het Cenakel verliep alles waarschijnlijk in deze volgorde:
  1. Eerst het gerecht met bittere kruiden - het gezouten water - vruchtenmoes en de twee bekers.
  2. Een onderbreking voor de voetwassing.
  3. De verdeling van het paaslam - twee andere bekers volgden en tussen de derde en de vierde beker wijst Jezus de verrader aan.
  4. De vergadering van het Cenakel eindigt met de instelling van de Eucharistie. Nadien wordt Judas door Jezus weggezonden: "Wat ge doen moet, doe het snel."
 
Het Paasmaal begon staande, men ging zijn plaats maar innemen na het drinken van de eerste beker.
De uitspraak: "Ik zal niet meer drinken van ... " gebeurde waarschijnlijk na de eerste beker.
 
Er volgde de gevangenneming, het proces, de veroordeling en de kruisiging. Om zeker te zijn dat Jezus werkelijk dood was, gaf een soldaat Hem een lanssteek en er vloeide bloed en water uit.
Het water symboliseert het doopsel en het bloed symboliseert de Eucharistie. Daarom zegden de Kerkvaders dat de H. Kerk is ontstaan uit de geopende zijde van Jezus Christus zoals destijds Eva is geboren uit de zijde van Adam.
De gelovigen die de Kerk vormen worden geboren door het doopsel en ze voeden zich met de Eucharistie.
 
Onmiddellijk bij het sterven scheurde het voorhangsel in de tempel. Daar hing een groot kostelijk gordijn dat het heilige der heiligen verborg in de tempel voor de ogen van de gelovigen. Zij konden alleen het gordijn bekijken. Door het scheuren had de tempel geen mysterie meer en de figuratieve cultus verdween voor de werkelijke cultus !
Slechts enkele dagen later volgde de verrijzenis van de Heer.
 
L. Nagels
Kard. Cardijnstraat 64 bus 2
2840 Terhagen - Rumst.


Comments are closed.
    Overzicht Artikels
Powered by Create your own unique website with customizable templates.
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht