• Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht
THOMAS MORE GENOOTSCHAP
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht

Archief Positief

Op deze pagina worden artikels aangeboden uit tijdschrift POSITIEF sinds 1969

Geen Kerk zonder Godgewijd leven!

1/10/2019

 
Verschenen in POSITIEF nr. 452 – MEI 2015

Een wijde brede waaier aan vormen
 
Heel 2015 staat in het teken van het godgewijd leven. Dat kent heel diverse vormen. Zonder te veel in detail te treden, vermelden we de door de bisschop aan Christus-Bruidegom gewijde maagden, de eremieten, de weduwen en de gewijde weduwnaars, de monniken en monialen, die zich hoofdzakelijk wijden aan het contemplatieve leven, de kloosterlingen en kloosterzusters, meestal gewijd aan het apostolisch leven, de Seculiere Instituten, waarvan de leden hun toewijding aan God in de wereld beleven zonder een gemeenschapsleven, de Sociëteiten van apostolisch leven, waarvan de leden geen religieuze geloften uitspreken, maar wel naar heiligheid streven door apostolische activiteiten. Tenslotte mogen we niet de nieuwe gemeenschappen vergeten. Het gewijde leven wordt daar doorgaans beleefd in klassieke vormen, verwant aan religieuze gemeenschappen, maar soms ook in nieuwe tot nu toe ongekende vormen (het samenleven, zij het met de nodige onderscheidingen, van priesters, gewijde broeders en zusters en zelfs getrouwde echtparen).
 
Eénzelfde getuigenis, geïnspireerd door de Geest en gedragen door de hoop
 
Als men deze roepingen binnen de Kerk overloopt, ziet men dat er 'verschillende gaven' bestaan 'maar de Geest is een en dezelfde. Er zijn verschillende vormen van dienstverlening, maar de Heer is een en dezelfde. Er zijn verschillende uitingen van bijzondere kracht, maar het is een en dezelfde God, die alles in allen tot stand brengt'. (1 Kor. 12, 4-6) Maar in onze tijd - waarin een aantal voor de Kerk onmisbare roepingen relatief 'in panne' zijn in het Westen, terwijl ze elders bloeien en zelfs in expansie zijn - werkt de Geest meer dan ooit, bijzonder in het hart van talloze jongeren, in de hoop dat er kwantitatief en kwalitatief voldoende antwoorden zullen zijn op de roep van Jezus: 'Kom, volg mij!' (cfr. Mc. 10, 21)
 
Deze hoop, waarvoor de Geest garant staat, zou ons moeten verhinderen enkel te kijken naar cijfers en statistieken en toe te geven aan de algehele somberheid van onze maatschappij. Als we de middelen gebruiken die overeenstemmen met de genade van God, zullen wij voor onze tijd de priesters, diakens, godgewijde personen, medewerkers van het apostolaat, oude en nieuwe gemeenschappen (van hier of van elders) krijgen die we echt nodig hebben. Misschien minder dan vroeger wegens de vergrijzing van onze bevolking en het klein aantal echte christelijke gezinnen, maar er zullen er wel degelijk zijn als we het echt geloven, als we in dat geloof volharden, als we veel bidden en als we de jongeren van vandaag echt verwelkomen, vertrekkend van wie en wat ze zijn, want de Heer verstaat heden ten dage de kunst om ze langs ongekende wegen te roepen. Deze wegen zijn vaak verrassend naar vorm, maar heel klassiek van inhoud. Veel zal afhangen van onze openheid van hart naar hen toe. Maar die openheid is broodnodig, omdat het godgewijd leven, net als het priesterschap, meer dan ooit actueel blijft binnen de Kerk van deze tijd.
 
De permanente actualiteit van het godgewijd leven
 
Het antwoord op de eerste liefde van God en de getuigenis van zijn soevereine schoonheid vormen de kern van alle christelijke roepingen. Getrouwde echtparen getuigen door hun huwelijkssacrament dat de liefde van God zó groot is dat die kan wonen in de liefde tussen man en vrouw. De liefde van God is ook zó groot dat die de menselijke liefde transfigureert: in de seksualiteit en de menselijke vruchtbaarheid wordt die liefde tot werkdadig teken van de aanwezigheid van de Heer.
 
De godgewijde personen van hun kant getuigen door hun drie religieuze geloften (of door een analoge verbintenis) dat dezelfde liefde van God zo groot is dat die het hart van een man of een vrouw helemaal kan vullen. En die liefde geeft hen een radicaal nieuwe, andere vorm van vruchtbaarheid, van spiritueel vader- of moederschap. Deze nieuwigheid, onbestaande in het Eerste Verbond, is door de gehoorzame, kuise en arme Jezus ingevoerd binnen het Nieuwe Verbond.
 
Gehoorzaamheid in navolging van Jezus
 
'Gehoorzamen' (in het Latijn 'ob-audire', wat later oboedire werd) betekent letterlijk 'luisteren naar, de oren spitsen voor'. Dat was de houding van waaruit Jezus leefde en zo is het dat we Hem voortdurend in de evangelieverhalen ontmoeten. Altijd gekeerd naar zijn Vader, 'luisterend' naar zijn wil. Jezus is gehoorzaam omdat Hij als Zoon van God de Vader zichzelf uit handen van Iemand anders ontvangt. Jezus' nederigheid en gehoorzaamheid gaan duidelijk de morele deugdzaamheid te boven en overstijgen zonder meer het niveau van de psychologische ingesteldheid. Ze raken aan de diepste kern van de persoon. Jezus' gehoorzaamheid, die zich toont in een aantal menselijke houdingen, is tegelijk ook de vertolking van de eeuwige afstamming van zijn goddelijke persoon. Dat is de betekenis van uitspraken als: Mijn voedsel is het de wil te volbrengen van diegene die mij gezonden heeft en zijn werk te volbrengen (Joh. 4, 34) of nog: Wie mij gezonden heeft is met mij: Hij heeft mij niet alleen gelaten, omdat ik altijd doe wat Hem behaagt. (Joh. 8, 29) Jezus is soeverein vrij in zijn gedrag. Maar zijn vrijheid ontplooit zich dankzij zijn volmaakte gehoorzaamheid aan zijn Vader.
 
In navolging van Hem kiezen godgewijde personen ervoor om in authentieke vrijheid te groeien door de keuze van radicale gehoorzaamheid aan de wil van God, zoals die zich uit in de roepstem van de Kerk en de spirituele gemeenschap waartoe ze behoren. Omdat de vrijheid het grootst goed is van de mens, is deze keuze voor gehoorzaamheid, als ze tenminste wordt beleefd in wederzijdse transparantie, van een zeer hoge waarde.
 
Kuisheid in navolging van Christus
 
Jezus was niet getrouwd. De familie die Hij rondom zich had verzameld, bestond niet uit bloedverwanten. Al diegenen die in zijn navolging de wil van de Vader volbrengen, maken deel uit van zijn familie: 'Wie de wil doet van God, die is mijn broer en mijn zuster en mijn moeder' (Mc. 3, 35) Jezus vraagt zelf dat men Hem verkiest boven zijn vader, zijn moeder, zijn echtgenoot, zijn kinderen en zijn eigen leven. (cfr. Mt. 10, 37-39) Tegelijk vraagt Hij dat zij die deze roep horen zich tot geestelijke 'eunuchen' maken omwille van het Rijk der Hemelen. (cfr. Mt. 19, 11-12) Hijzelf zal in volkomen 'kuisheid' sterven, door de mensen verlaten en schijnbaar ook door zijn eigen beminde Vader. Maar vanuit deze 'eenzaamheid' zal de grote familie van de Kerk groeien, aan de voet van het Kruis symbolisch uitgebeeld door Maria, die haar medelijden met het lijden van Jezus verenigt, haar eenzaamheid met die van haar Zoon.
 
In navolging van Jezus kiezen godgewijden voor het celibaat omwille van de Heer en van zijn Rijk. Op dit punt worden ze bijgetreden door de priesters van de Latijnse Kerk, die ook geroepen zijn tot het celibaat. Onder de godgewijde vrouwen zijn er ook die de keuze maken om nooit vleselijke relaties met een man te beleven, om zo door hun gewijde maagdelijkheid eer te bewijzen aan de Heer.
 
Deze roeping tot het celibaat of tot de gewijde maagdelijkheid is oneindig kostbaar in het leven van de Kerk. Zij heeft een dubbele dimensie: 'christologisch' (met betrekking tot Christus) en 'eschatologisch' (met betrekking tot de ultieme realiteit van het Koninkrijk).
 
De christologische betekenis wil zeggen dat het de nieuwheid is van Christus, het nieuwe van zijn persoon, van zijn Blijde Boodschap, het nieuwe ook van het Rijk dat aanvangt met zijn paasmysterie, dat de grondslag vormt van de keuze voor het celibaat, zodat men Christus ook volgt in de levensstaat die de zijne was. Alleen omdat Hij verdient om boven alles bemind te worden. Alleen omwille van zijn mooie ogen! Ik merk hier terloops op dat in nieuwe gemeenschappen die jongeren aantrekken er een groot verlangen bestaat om het klassieke religieuze leven uit te dragen door een duidelijke identiteit - ook op vlak van kleding (dragen van een habijt of van een sluier) - die het behoren tot Christus onderstreept. 
 
Met de 'eschatologische betekenis' bedoelt men dat het godgewijd leven verwijst naar de nieuwe wereld, die in Jezus' verrijzenis al is aangevangen, en 'waar men niet huwt en niet wordt uitgehuwelijkt' (cfr. Mt. 22, 30), en dat het godgewijd leven de eeuwige bruiloft aankondigt van het Lam en de Kerk, en reeds in deze wereld getuigt over de nieuwe, bovennatuurlijke vruchtbaarheid van de bruiloft die in Jezus' paasmysterie voor eeuwig is voltrokken.
 
Armoede in navolging van Christus
 
Toegewijd zijn aan Christus maakt dat godgewijden zichzelf niet langer toebehoren, precies op die punten waar het menselijk wezen als het ware visceraal gehecht is aan het eigen ik en spontaan geneigd zijn om zichzelf te bevestigen: de individuele autonomie, het affectieve en seksuele genot en de voortplanting, het persoonlijk bezit. Vandaar het engagement van godgewijden voor een arm leven. Zoals ze de gehoorzame Christus en kuise Christus zo getrouw mogelijk willen imiteren, zo ook worden ze geroepen de arme Christus na te volgen, de Mensenzoon die geen steen had waarop Hij zijn hoofd kon laten rusten. (cfr. Mt. 8, 20)
 
Deze vorm van sequela Christi, van navolging van Jezus heeft hoofdzakelijk een positief doel. Het gaat er niet om aardse bezittingen te minachten alsof die waardeloos zouden zijn, maar om te getuigen van een rijkdom die groter is dan alle schatten van de wereld.
 
Net als bij de gehoorzaamheid en de kuisheid heeft de armoede van de godgewijden een dubbele betekenis: christologisch en eschatologisch. Zij engageren zich om arm te zijn voor Jezus, om Hem duidelijk te zeggen: 'Gij zijt mijn erfdeel, mijn levensbeker, mijn lotsbestemming ligt in uw handen'. (cfr. Ps. 16, 5) Zoals in het Eerste Verbond de leden van de stam Levi geen grondbezit voor hun stam ontvingen, omdat de Heer zelf hun 'aandeel en bezit' was (cfr. Num. 18, 20), zo ook hebben onze godgewijde broeders en zusters uiteindelijk geen ander domein dan de Kerk van Jezus, die hen als erfdeel geschonken wordt opdat zij haar van ganser harte zouden dienen. En het is een heel zacht erfdeel: 'Voor mij is het meetlint gunstig gevallen, ja, ik ben opgetogen over dit bezit'. (Ps. 16, 6)
 
Arm leven om ervan te getuigen dat de Heer en zijn Kerk onze enige echte rijkdom zijn, krijgt daardoor ook een eschatologische betekenis. De wereld met al haar goederen, hoe achtbaar die ook mogen zijn, is niet het laatste woord van de schepping. Ons hart is al gekeerd naar de hogere rijkdommen van de nieuwe wereld die Jezus door zijn verrijzenis heeft ingeluid en die Hij ten volle zal onthullen bij zijn wederkomst in heerlijkheid.
 
Het resolute engagement voor een arm leven, zowel op persoonlijk vlak als op het vlak van het gemeenschapsleven, is zo cruciaal dat - men moet het durven zeggen - het godgewijd leven in het Westen enkel toekomst als die keuze voor een sober leven ook echt streng is. Dank aan allen die ons hiervan het voorbeeld geven!
 
+ André-Jozef Léonard Aartsbisschop van Mechelen-Brussel


Comments are closed.
    Overzicht Artikels
Powered by Create your own unique website with customizable templates.
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht