• Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht
THOMAS MORE GENOOTSCHAP
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht

Archief Positief

Op deze pagina worden artikels aangeboden uit tijdschrift POSITIEF sinds 1969

Opkijken naar de Gekruisigde

1/10/2019

 
Verschenen in POSITIEF nr. 452 – MEI 2015

Symbolen zijn belangrijk en vragen om respect
 
Voor de christen is het kruis van de lijdende Christus het centraal symbool. Het kruisbeeld vind je niet alleen in kerken en andere publieke plaatsen, maar ook in de woonvertrekken van heel wat huisgezinnen. Met het kruisteken word je gedoopt en ook begraven. 'Grieken zoeken wijsheid en Joden zijn tuk op wonderen, maar wij verkondigen een gekruisigde Christus', zo schreef St. - Paulus aan de Korinthiërs. (1 Kor. 1,23) Toch zijn er mensen die het moeilijk hebben met de verheerlijking van het kruis in de christelijke traditie, zoals blijkt uit het volgende gedicht van de taal- en letterkundige J. Claeys (1935 - 2009):
 
0 hoofd vol bloed en wonden
 
Versterving en ontbering verzilverd tot deugden,
de dood verheven tot een levensdoel,
christendom bloed, zweet en tranen,
smart en wee,
geen ruimte voor geluk in het nu,
geen plaats voor blijheid, voor genot,
o Golgotha,
waar passie geen hartstochtelijke liefde is,
maar lijdensweg, Mattheüspassie, een calvarieberg,
de pijn geheiligd tot een ideaal.
 
Morbide godsdienst
in het teken van een kruis,
een strafwerktuig, een marteltoestel:
de nagelkruisiging,
de godsdienst met het kruis.
 
Dan liever een religie met een halve maan
of met een ster
of een ying-yangsymbool, een charmawiel.
een zonnerad, een lotusbloem,
 
maar niet een foltertuig als zinnebeeld,
geen doornenkroon als lauwerkrans,
een hoofd vol bloed en wonden.
 
Ik gruw van de symbolen van het christendom,
de sacrale woorden 'neemt en eet, dit is mijn lichaam',
ze snijden mij kannibalistisch in het vlees,
de rituele woorden 'neemt en drinkt, dit is mijn bloed',
ze zuigen mij vampierisch in de nek.
 
Laat deze kelk aan mij voorbijgaan.
 
Voor de christen is het lijden nooit een doel op zich, ofschoon dit gedicht dit lijkt te insinueren. Je moet het lijden niet zoeken, maar ook niet verdoezelen, verdringen of uit de weg gaan. Het lijden is immers inherent aan het leven, het is een integrerend deel van ons onvolkomen bestaan of een dimensie van onze 'condition humaine'. Wij worden geboren in een gebroken wereld en stoten voortdurend op onze eigen grenzen en kwetsbaarheid. Om dan nog niet te spreken over het lijden dat mensen elkaar aandoen door jaloezie, hoogmoed en egoïsme. Machteloos moeten we toekijken hoe het kwaad overal om zich heen grijpt en zoveel onheil en onrecht aanricht.
 
Het lijden is voor allen even onontkoombaar. Vroeg of laat krijgt elkeen ermee te maken. In ons leven wisselen geluk en ongeluk, vreugde en lijden elkaar af. Het lijden is dus een realiteit die wij onder ogen moeten durven zien, maar tegelijk ook een juiste plaats moeten geven. Anders zou het ons kunnen ontmoedigen of tot wanhoop brengen. Om het lijden in ons bestaan een juiste plaats te geven moeten wij het situeren binnen een bredere context en een ruimer perspectief. Alleen dan krijgen wij meer duidelijkheid in de samenhang der dingen en zullen we inzien waartoe ons leven eenmaal leidt. Het menselijk bestaan is geen noodlot, waarbij wij ons fatalistisch en gewillig moeten neerleggen. Ziekte of pijn vraagt om heling en genezing, onvermogen of beperking ziet uit naar volkomenheid, leegte roept om vervulling, eindigheid of vergankelijkheid doet verlangen naar wat blijft of eeuwig is. Want het lijden, en zelfs de dood, heeft niet het laatste woord over de mens.
Ook merken wij in vele gevallen hoe het lijden ons doet groeien en sterker maakt als mens, dat het ons gevoeliger doet worden voor de diepte en de innerlijke rijkdom van het leven en ons behoedt voor zelfoverschatting of zelfgenoegzaamheid. Zo wordt een negatieve gegevenheid omgezet in iets positief.
Hetzelfde geldt voor de samenleving. Hoe meer het lijden beantwoord wordt door solidariteit, aandacht, nabijheid, steun en daadwerkelijke hulp des te humaner gelaat zij vertoont. Een samenleving daarentegen die er niet in slaagt de nood te lenigen en de lijdende mens op te vangen en die niet in staat is om uit mede-lijden ervoor te zorgen dat het lijden wordt gedeeld en mee gedragen (ook van binnen), is een wrede en onmenselijke samenleving. Belangrijk is dus hoe wij met het lijden omgaan, persoonlijk en als gemeenschap.
Ook ons geloof doet ons anders tegen het lijden aankijken en beseffen, dat wij ons in elke situatie opgenomen mogen weten in een grotere werkelijkheid die liefde is, de liefde van God.
Dat God geen onverschillige God is, die afzijdig blijft of onbewogen, heeft Hij getoond door de Menswording. Hij is ons aardse bestaan binnengetreden en in Jezus in alles aan ons gelijk geworden, behalve in de zonde. Niets menselijks was Hem vreemd. Jezus kende afwijzing, vernedering, verraad. Hij doorstond angsten en eenzaamheid. Hem wachtte een gruwelijke dood.
God is zodanig solidair geworden met ons in alles, opdat niemand zich nog eenzaam of alleen zou voelen in zijn lijden. Hij heeft het lijden niet weggenomen, maar door Zijn nabijheid is al het lijden van de mensheid vervuld van con-solatio, de vertroosting van Zijn liefde. Meer nog, Hij heeft het lijden zelf door-liefd. Of anders gezegd: midden in het lijden is Hij in de liefde gebleven. In Jezus is er geen beweging te bespeuren die dit liefdesgebeuren verstoort: geen opstand, geen wrok, geen bitterheid, geen veroordeling. Als Hij uitgescholden werd, schold Hij niet terug. Als men Hem leed aandeed, dreigde Hij niet (1 Pe 2,23). Alleen het uiterste geduld van de liefde, haar vergeving en mededogen beheerste dit gebeuren. Zijn lijden werd in feite een liefdesverhaal. Zo tilt Hij het lijden op en transformeert het tot redding, verlossing en verzoening. Door het offer van Zijn leven heeft Christus lijden en dood overwonnen en de macht van het kwade gebroken.
De 'dwaasheid' van het kruis of de 'dwaasheid' van de liefde wordt pas 'wijsheid' in het licht van Pasen, in het licht van de verrijzenis. In dat licht begrijpen wij de vergelijking met de graankorrel die sterven moet om leven voort te brengen, die in de grond moet vallen en afsterven om vruchten te kunnen dragen.
Dat was de zending die Jezus te vervullen kreeg van Zijn hemelse Vader. Daarvan was Hij zich ten volle bewust en daaraan zou Hij trouw blijven. Het vooruitzicht van Zijn naderend stervensuur maakte Jezus doodsbang, maar Hij krabbelde niet terug. 'Voor dit uur ben Ik juist gekomen', zei Hij. Voor het uur of het moment, dat Hij met wijd uitgestrekte armen op het kruis zou worden omhoog geheven om zo a.h.w, alle mensen te om-armen en naar zich toe te trekken.
Op het kruis gaf Jezus de geest, maar ook Zijn Geest met een hoofdletter in wiens kracht wij worden herboren tot nieuw en eeuwig leven. Water en bloed vloeiden uit Zijn zijde. Het zijn de stromen van levend water of van genaden, die door de kerkvaders worden geïnterpreteerd als de gave aan de Kerk van de twee grote sacramenten: het doopsel en de eucharistie. Als je in het kruis alleen het teken ziet van onverdiend en onmenselijk lijden, van gehoorzame aanvaarding van het lijden omdat het nu eenmaal de wil van God is, moet je het inderdaad moeilijk hebben met de christelijke kruisverering. Het gaat hier echter niet om de verheerlijking van het kruis als marteltuig, maar als teken van verlossing. Opkijken naar het kruis is opkijken naar Degene, die uit liefde Zijn leven voor ons gaf en heil en redding bracht voor de wereld. Vanuit onze menselijke onmacht kunnen wij alleen onze handen uitstrekken naar Hem in deemoed, in geloof en overgave aan Hem en ons lijden bij het zijne voegen.
Het kruis in de christelijke traditie is geen ontkenning van het leven, zoals de schrijver J. Claeys op een nogal provocerende en choquerende wijze laat uitschemeren, maar juist het tegendeel! Laten wij blijven kijken naar het kruis. Het zal onze eigen kleine zelf doen vergeten en ons aanzetten tot zoveel meer inzet voor mensen die lijden. Maar bovenal zal dankbaarheid ons hart vervullen om zoveel onverdiende liefde, om Gods grote barmhartigheid voor ieder van ons.
 
Olav Vandebril, priester.


Comments are closed.
    Overzicht Artikels
Powered by Create your own unique website with customizable templates.
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht