• Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht
THOMAS MORE GENOOTSCHAP
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht

Archief Positief

Op deze pagina worden artikels aangeboden uit tijdschrift POSITIEF sinds 1969

Over het belang van de huwelijksvoorbereiding

3/7/2019

 
Verschenen in POSITIEF nr. 455 – OKTOBER 2015

De mooie en grote gok van het christelijke huwelijk .
 
In onze tijd van seksuele 'bevrijding' engageren te veel mensen zich zonder voldoende voorbereiding in een burgerlijk en kerkelijk huwelijk. Wanneer men bijvoorbeeld reeds verschillende liefdes en seksuele avonturen achter de rug heeft zonder onherroepelijk engagement van de persoon, zal het volgende avontuur wellicht niet hechter zijn dan de vorige, enkel en alleen omdat men dan kiest voor een openbare ceremonie. Tenzij een voldoende voorbereiding ervoor zorgt dat men het prachtige avontuur van de menselijke liefde met een nieuw hart en een nieuwe geest benadert.
 
In het bijzonder het christelijke huwelijk vergt een reflectie en ontzettende rijping vooraleer men er zich geldig in engageert. Het gaat er niet alleen om 'in de Kerk' te trouwen met een mooie viering die toelaat prachtige foto's te nemen - wat uiteraard heel sympathiek en lovenswaardig is. Het gaat er veeleer om 'in de Heer' te trouwen zoals Paulus het uitdrukt. Dat is geen lichtzinnig avontuur! De man en de vrouw die 'in de Heer' trouwen, maken vrij de keuze om elkaar te beminnen met een liefde die gelijkt op de liefde die Christus met de Kerk verenigt, en God met de mensheid. Men moet goed inzien dat het hier gaat om een onmetelijke gok. Het gaat er niet meer om elkaar te beminnen op de maat van de capaciteiten en de grenzen van twee mensenharten, maar op de maat van het Hart van Jezus zelf: 'Bemin elkaar zoals Ik jullie heb bemind. Er is niets mooiers dan de broosheid van onze menselijke liefde zo toe te vertrouwen aan de onfeilbare sterkte van de liefde van Christus. Maar tegelijkertijd stelt dit een heel grote eis, namelijk van tegen zijn echtgenoot te zeggen: 'Ik wil je in de Heer beminnen en zoals Hij.' Hier liggen de wortels van de onontbindbaarheid van het christelijke huwelijk, zonder zijn natuurlijke fundering in de waardigheid van de menselijke persoon als beeld van God te vergeten.
 
God bemint ons inderdaad niet voor een bepaalde tijd en onder voorwaarde. Zelfs al verraden wij Hem, Hij zal ons trouw blijven beminnen. Hij zal zich nooit onthouden. Diegenen die in de Heer trouwen, nemen - als zij zich bewust zijn van wat ze doen - hetzelfde engagement: 'Ik verbind me met jou, voor altijd, in voor- en tegenspoed; zelfs als jij je gezondheid of je schoonheid zou verliezen of me zou verraden, ik zal jou nooit verlaten.' Vooraleer zich zo aan elkaar te binden, is het gepast even tijd te maken, om dat ieder voor zich te onderzoeken, om daar samen over na te denken en daar grondig met elkaar over te spreken.
Over zo'n kostbaar engagement heeft Jezus een kleine en wijze parabel verteld: Als een van u een toren wil bouwen, gaat hij er toch eerst eens voor zitten om de kosten te begroten, om te zien of hij het werk kan voltooien. Want anders, als hij wel het fundament legt maar de bouw niet kan afmaken, zal iedereen die het ziet hem uitlachen en zeggen: 'Hij begon te bouwen, maar afmaken kon hij het niet'. (Lc 14, 28-30)
 
Geen overhaast engagement.
 
Eén van de pastorale zorgen van mijn collega-priesters in hun parochies is de wanverhouding tussen de vraag naar sacramenten of religieuze vieringen en de spirituele motivatie erachter, die vaak heel pover is. Men vraagt het doopsel van een kind, de eerste communie, de geloofsbelijdenis, het vormsel, het kerkelijke huwelijk en dat is heel goed, maar met welke motivatie en met welk authentiek en vrij engagement? Hoe dikwijls heeft men niet de indruk dat het er hoofdzakelijk om gaat een feest of een sociale ritus aan te bieden? Wat op zich - ik herhaal het - zeker niet negatief is.
 
Natuurlijk reserveert de Kerk haar schatten niet alleen voor de overtuigde militanten. Zij weet dat achter schijnbaar oppervlakkige motivaties dikwijls een zekere opening schuilgaat voor de sacrale betekenis van de grote stappen in het leven en een reëel verlangen naar God. In plaats van deze onvolmaakt geformuleerde vragen af te wimpelen, verkiest de Kerk daarom mensen met onderscheiding te ontvangen en enkele minimale eisen te stellen om hen naar een meer authentieke geloofshouding te laten evolueren. Maar dat gebeurt ten koste van veel inspanningen, van enkele mooie vreugdes en van talrijke ontgoochelingen.
 
Voor wat betreft het huwelijk: hoe vaak trekt men niet naar de pastoor - ik maak er nauwelijks een karikatuur van - met de woorden: 'Mijnheer pastoor, wij hebben de feestzaal al binnen twee maanden gereserveerd. Kan u snel het nodige doen voor ons huwelijk?' En als de pastoor antwoordt dat er een voorbereidingstijd nodig is, dat het goed zou zijn om deel te nemen aan een sessie voor verloofden, wordt hij vaak scheef bekeken: ·wat vraagt die lastige kerel allemaal van ons?'
 
Dat is toch een eigenaardige opvatting. De meeste christenen vinden het normaal dat er twee jaar noviciaat nodig is alvorens zich in het kloosterleven te engageren, dat er zes of zeven jaar seminarie nodig is vooraleer een man priester kan worden. Maar om zich in de Heer te huwen zou men dat op enkele weken willen improviseren! Natuurlijk is de roeping tot het huwelijk evidenter dan die tot het celibaat en men moet er niet aan denken om van verloofden zes jaren verloving te eisen vooraleer ze in de kerk mogen trouwen ... Maar er bestaat toch een minimumvoorbereiding waaraan niemand zich zou mogen onttrekken.
Zonder deze minimale voorbereiding bestaat het grote risico dat men zich onvoorbereid in een sacramenteel huwelijk engageert, waarin juist voldoende is voor de geldigheid ervan, maar waar de onmisbare spirituele motivatie ontbreekt voor een duurzame band. En bij de eerste bocht volgt dan de ontsporing ...
 
Een voorbereiding in etappes?
 
Wanneer zij zien hoe onvoorbereid veel echtparen zijn, zouden veel pastoors liever het sacramentele huwelijk afraden. Dat is echter delicaat, want men kan het 'recht' van gedoopten om hun huwelijksband voor God en de Kerk te sluiten niet miskennen.
 
In sommige gevallen zal men eventueel aanbevelen om de sluiting van een kerkelijk huwelijk uit te stellen. Misschien zal bij ons ooit komen wat al in andere culturen bestaat of wat vroeger de verlovingstijd was, namelijk een engagement dat al religieus is, maar nog niet een definitief sacramenteel huwelijk. Het gaat hier niet over een etappe binnen het religieuze huwelijk, want daarin kan geen sprake zijn van een voortgang in etappes, maar veeleer om een stap naar het sacramentele huwelijk. Maar zelfs deze genuanceerde praktijk zou sommige ernstige pastorale kwesties niet oplossen.
 
Volgens welke niet-discriminerende criteria zou men het ene koppel onmiddellijk tot het huwelijkssacrament toelaten en van het andere een voorbereidende periode vragen?
 
De Kerk, die met recht en reden stelt dat voor gedoopten enkel het sacramentele huwelijk aanvaardbaar is, zou bovendien door een prematuur kerkelijk huwelijk af te raden het concubinaat aanmoedigen, rekening houdend met de quasi-algemene gewoonte om voor het huwelijk samen te wonen. Het is natuurlijk geenszins de bedoeling van de Kerk om het concubinaat of het proefhuwelijk aan te moedigen! De Kerk blijft er integendeel van overtuigd dat gedoopten zich slechts volledig, naar hart en naar lichaam, aan elkaar zouden moeten geven als de Heer zelf, die in het centrum staat van hun liefde, hen wederzijds aan elkaar heeft gegeven binnen het sacrament van het huwelijk. En op dat vlak begint de stem van de Kerk weer gehoord te worden, want wereldwijd beloven tienduizenden jongeren aan de Heer om geen seksuele betrekkingen te hebben voor het huwelijk. Een vernieuwing van de zeden is dus altijd mogelijk!
 
Het moet duidelijk zijn dat als de Kerk te snelle kerkelijke huwelijken wil ontmoedigen, ze in geen enkel opzicht het samenwonen voor het huwelijk aanmoedigt - dat blijft, op zich, een 'kwaad' of een 'tekort', vergeleken met het 'goed' dat normaal gezien aanwezig zou moeten zijn, zeker in het geval van gedoopten. De Kerk wil enkel vermijden dat mensen overgaan tot premature sacramentele huwelijken die niet veel kans hebben om te blijven duren -wat een nog groter kwaad is. Want net daar situeert zich het drama van tal van situaties: men vraagt soms met aandrang het huwelijk, men doet juist wat vereist is opdat het huwelijk juridisch geldig zou zijn, maar zonder de voldoende menselijke en spirituele voorbereiding en daarna wordt men, als de zaken slecht uitdraaien, geconfronteerd met de gevolgen op lange termijn van een onontbindbaar huwelijk ... Hoeveel ongeluk had men zich niet bespaard door de tijd te nemen om zijn verbintenis te laten rijpen!
 
Een grote dank aan de bewegingen die voorbereidingscatechese verzorgen .
 
Ondertussen alle lof en dank voor de priesters, diakens, echtparen, huwelijksconsulenten, psychologen, dokters en (kerk)juristen die jongeren helpen om zich fatsoenlijk voor te bereiden op het huwelijk in al zijn dimensies.
 
Ik zeg 'al', want het mag niet enkel over technische, medische of juridische informatie gaan. De eigen spirituele en sacramentele dimensie van het huwelijk moet in haar volle diepte aangesneden worden. Men mag daarbij ook niet kwalitatieve informatie vergeten over de natuurlijke methodes van geboorteregeling - die heden ten dage volledig betrouwbaar zijn wanneer de beste worden gekozen - die de Kerk verkiest boven contraceptie. Zij bieden een schat aan ontplooiingskansen, die vandaag wegens hardnekkige vooroordelen grotendeels miskend zijn. Verre van achterlijk te zijn zoals men het dikwijls hoort, is de stem van de Kerk bijzonder profetisch op dat vlak. De recente Synode heeft het gelukkig onderlijnd in § 58. Meer en meer koppels hebben er interesse voor, om redenen van menselijke ecologie, om de vrouw een jarenlange farmaceutische afhankelijkheid te besparen.
 
De pastorale taak van de huwelijksvoorbereiding is geen gemakkelijke, want veel koppels tonen zich terughoudend voor een dergelijke voorbereiding of komen tegen hun zin. Maar eenmaal gekomen zijn ze - en dat is een gelukkige paradox - meestal heel tevreden en wensen ze dat iedereen van een dergelijke inleiding op de viering van het religieuze huwelijk zou genieten.
 
Een bijzondere dank dus aan de bewegingen die voorbereiden op het huwelijk, in de mate natuurlijk dat zij werkelijk proberen echtparen in te wijden in alle dimensies van het christelijke huwelijk, op een manier die volledig overeenkomt met de leer van de Heer en zijn Kerk.
 
+ André-Jozef Léonard
 Aartsbisschop van Mechelen-Brussel.


Comments are closed.
    Overzicht Artikels
Powered by Create your own unique website with customizable templates.
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht