• Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht
THOMAS MORE GENOOTSCHAP
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht

Archief Positief

Op deze pagina worden artikels aangeboden uit tijdschrift POSITIEF sinds 1969

Echte herders gevraagd!

2/3/2019

 
Verschenen in POSITIEF nr. 459 – FEBRUARI 2016 

​De Kerk kende ooit betere tijden. Het gaat haar niet voor de wind. Heel wat mensen hebben de Kerk de rug toegekeerd. Zij die gebleven zijn voelen zich aan boord van een zinkend schip. En de statistieken wijzen uit, dat de trend die zich aftekent wordt doorgezet: minder kerkgangers, minder doopsels, communiefeesten, kerkelijke huwelijken en uitvaarten. Alleen nog een kleine minderheid, meestal ouderen, kan men nog rekenen tot zijn getrouwen.
De alarmklokken zijn al langer aan het luiden en steevast wordt hierbij gewezen naar het tijdsklimaat van religieuze onverschilligheid en materialisme, waartegen men moet optornen. Toch zou het te simplistisch zijn het debacle van de Kerk enkel toe te schrijven aan externe factoren. Eerlijkheidshalve zou men het geheel plaatje onder ogen moeten zien en dus ook in eigen boezem durven kijken. Een scheefgroei of verziekte toestand heeft men dikwijls voor een groot stuk aan zichzelf te danken. Denken we maar aan de schade die is toegebracht aan het imago van de Kerk o.a. door de schandaalsfeer van de voorbije jaren. Voortdurend geraakten priesters en religieuzen in opspraak door kindermisbruik of ander ontoelaatbaar gedrag. Heel schrijnend en onbegrijpelijk! Zo heeft de Kerk heel wat aan geloofwaardigheid en respect ingeboet.
Maar los daarvan dient ook de vraag gesteld naar de beleving van het priesterschap zelf: de uitstraling, het getuigenis, de wijze van voorgaan, de pastorale aanpak. Meer dan ooit zou men hier de slogan kunnen huldigen: echte 'herders' gevraagd!
Wanneer wij het over de Kerk hebben, denken velen immers op de eerste plaats aan haar bedienaars, de priesters. Zij zijn de vertegenwoordigers van het instituut, dat hen officieel heeft aangesteld en gemachtigd om als dusdanig op te treden. Zij spreken en handelen namens de Kerk en worden er dan ook mee geïdentificeerd. De mensen nemen hen als referentie en hun persoon is dan ook bepalend voor het beeld dat zij zich vormen van de Kerk. Priesters hebben alzo een belangrijke voorbeeldfunctie. Mensen stellen bepaalde verwachtingen in hen en kijken naar hen op. En dat is ook logisch en terecht. Want meer dan bij andere beroepen spreekt men hier van 'roeping', in toewijding aan God en in dienstbaarheid aan de gemeenschap.
Er zijn natuurlijk geëngageerde en toegewijde priesters, die op een bewonderenswaardige wijze de pastoraal behartigen, en dan nog in moeilijke en turbulente tijden. Iedereen zal in zijn omgeving zulke priesters kennen. Wetend dus dat veralgemening de werkelijkheid onrecht aandoet, kan men toch ook niet voorbijgaan aan de vaststelling van een zekere armoede en onvermogen bij heel wat andere priesters. Wat tegelijk ook de zwakte uitmaakt van de Kerk als dusdanig.
Vandaar het belang er iets aan te doen. Wanneer iemand in ademnood verkeert is er zuurstof nodig. Wanneer iets dreigt te verkommeren zijn er nieuwe impulsen nodig voor een nieuwe dynamiek en nieuw leven. iedereen wordt geconfronteerd met zijn onvolmaaktheid, tekorten en gebreken, maar soms ook met eigen falen. Men zal dit niet gemakkelijk toegeven. Fouten erkennen vraagt moed en een zekere nederigheid. Zelfbevraging of zelfonderzoek is inderdaad heel confronterend, maar kan ook heilzaam zijn en therapeutisch werken. Daarom wagen we het erop een aantal 'pijnpunten' bloot te leggen, niet om deze zomaar op te rakelen en onnodig onder de aandacht te brengen, maar om ze te remediëren of oplossingen voor te bieden.
 
Meer motivatie
 
Veel priesters vandaag maken eerder een vermoeide en uitgebluste indruk.
De veer lijkt gebroken. Het werk wordt gezien als een last en te weinig als een vreugde. Door de herstructurering van de parochies in federaties en weldra in pastorale eenheden vergroot natuurlijk het werkterrein, maar dikwijls niet de ijver en bereidwilligheid tot inzet. Onder het mom van 'te druk' worden soms verzoeken afgewezen met de redenering 'als ik dit hier aanneem, moet ik het ook elders aannemen'. Meer dan vroeger kan men zich verschuilen achter drogredenen of heeft men een gemakkelijk alibi om iets niet te moeten doen. Anderen schermen zich steeds meer af en hanteren als argument 'ook wij hebben recht op ons eigen leven'. Zij leiden een schimmig bestaan en zijn moeilijk bereikbaar. Wanneer men hen probeert op te bellen, komt men vaak terecht op het antwoordapparaat.
Die afzijdigheid heeft natuurlijk zijn weerslag op de dienstverlening. Hoe moeilijk is het soms om nog een priester te vinden die bereid is om een parochiale bedevaart te begeleiden, om voor te gaan in een eucharistieviering t.g.v. een gouden bruiloft, een ziekendag, enz. Het contact met de mensen beperkt zich vaak tot bepaalde gelegenheden. Vooral zieken en thuisgebonden ouderlingen blijven tevergeefs wachten op een bezoekje. Eveneens wordt er minder tijd en energie gestoken in gemeenschapsopbouw. Het christelijk verenigingsleven, dat nog altijd het sociale bindweefsel vormt van de parochie, ziet meestal geen priester meer en moet het stellen zonder proost en dus zonder zijn eigen specifieke inbreng. In het beste geval wordt zijn taak overgenomen door een leek met pastorale verantwoordelijkheid.
Medewerkers inschakelen en medeverantwoordelijkheid geven is natuurlijk oké. Er zijn trouwens taken die je moet delegeren en uit handen moet kunnen geven, maar het mag zeker nooit de bedoeling zijn de eigen verantwoordelijkheid van zich af te schuiven of de lat steeds lager te leggen voor zichzelf. Anders wordt men louter functionarissen, die zich enkel inlaten met wat strikt van hen vereist wordt.
Als de motivatie en bezieling wegvalt en men tegen alles opziet, vervalt men niet alleen in luiheid, immobilisme en plantrekkerij, maar belandt men vroeg of laat ook in een identiteitscrisis. Men gaat twijfelen aan zichzelf en aan de keuzes die men ooit heeft gemaakt. Daardoor geraakt men alsmaar meer ontmoedigd en zoekt men soelaas in allerhande (soms minder edele) compensaties.
Belangrijk is de veer weer tijdig op te krikken en enthousiast de hand aan de ploeg te slaan. Priesters moeten mensen zijn die a.h.w. met de parochie opstaan en slapengaan, die zich voluit durven 'smijten' en zichzelf wegcijferen. Het kan veeleisend klinken. En toch, als je iets graag doet en met heel je hart is niets teveel en niets te zwaar. De beschikbaarheid, de dienstbaarheid en de nabijheid van de priester is voor velen nog altijd van grote betekenis en wordt dan ook geapprecieerd. Hij krijgt er dan ook veel voor terug aan dankbaarheid, vriendschap en vertrouwen van de mensen. Meer nog, zijn begeestering en voorbeeld werkt aanstekelijk; anderen worden erdoor aangestoken en meegezogen. Zo zijn er naast zieltogende parochies goddank ook andere parochies, waar door de bezielende aanwezigheid van de priester nog heel veel mogelijk is en voldoende mensen gevonden worden die nodig zijn om het pastorale werk optimaal te laten functioneren.
 
Meer authenticiteit
 
We bevinden ons meer dan ooit in een turbulente tijd met veranderde leefgewoonten en opvattingen. Meestal staan wij daar weinig bij stil en stellen hierbij geen vragen meer. We worden steeds toleranter en vinden alles normaal en doen mee met wat algemeen gangbaar is. Een soort van kuddementaliteit. Weinigen durven nog zichzelf te zijn, hun persoonlijkheid te tonen en uit te komen voor eigen overtuiging of opvatting. Dit geldt niet alleen voor de mensen in het algemeen, maar ook voor de priesters in het bijzonder. Ook zij zijn slachtoffers van de tijdsgeest en hebben zich te veel aangepast aan het heersende klimaat. Zo onderscheiden ze zich nog weinig van de anderen.
 
Wie zich echter laat leiden door het evangelie of het Woord van de Heer, laat zijn leven bepalen door heel andere waarden en hogere idealen, die soms haaks staan op die van de maatschappij. Wanneer je het evangelie wil uitdragen, moet dit gebeuren met een consequente levenshouding. Dan pas zal je levenswijze niet alleen opvallen en verwondering wekken, maar ook de anderen wakker schudden en vragen doen stellen. Dit is hetgeen wij vaak ook missen bij de verkondiging: de zuivere boodschap, niet verpakt in omfloerste en voorzichtige bewoordingen, maar gebracht in een directe en duidelijke taal. Geen flauw afkooksel, overgoten met een religieus sausje, maar de boodschap in al zijn radicaliteit. Je moet zeggen en tonen waar je voor staat en desnoods tegen de stroom in durven gaan. Of zoals monseigneur Schreurs zaliger ooit zei: 'In plaats van het evangelie te aaien en vrijblijvend te beluisteren, moet dit evangelie ten volle in ons tot leven komen, handen en voeten krijgen.'
Het Woord moet ook meer worden verkondigd in de vorm van een persoonlijk getuigenis. Onlangs onderlijnde de paus het belang van een goede preek.
 
En dan ging het niet zozeer over de taalvaardigheid of de gave van het woord, maar om de echtheid, de authenticiteit en de overtuigingskracht van hetgeen men zegt. Dan is het natuurlijk bedroevend, wanneer de priester niet meer de moeite doet vanuit eigen beleving en inzicht een boodschap over te brengen, maar gewoon een voorgeschreven tekst uit een of ander boekje voorleest, dikwijls saai en theoretisch. Mensen voelen automatisch aan dat het iets is van jezelf en dat je erachter staat. Soms hoor je dan ook de opmerking 'geloven ze er zelf wel in?' of 'wat ze verkondigen doen ze zelf niet!'.
 
Tijdens een zondagsviering had een priester in zijn preek pas gewezen op de betekenis en het belang van de eucharistieviering. Op een bepaalde weekdag die erop volgde maakte hij zich klaar om een dienst te beginnen en merkte bij het binnentreden van de kerk dat er niemand aanwezig was. Hij bedacht zich even en maakte rechtsomkeer naar de sacristie. Geen mensen, dus geen eucharistieviering! Zijn zondagspreek gold blijkbaar enkel voor de anderen, maar niet voor zichzelf.
 
Gelukkig zijn er nog priesters, die vanuit eigen beleving op een waarachtige wijze en met overtuiging het Woord van de Heer uitdragen. Dat dit zijn vruchten afwerpt en een enorme impact heeft op de gemeenschap is zeker. Sinds enige tijd begeef ik mij geregeld naar een bepaalde kerk om gewoon eens tussen het volk deel te nemen aan de weekendviering en word ik ontroerd door de eenvoud en waardigheid van de liturgie: het mooie koorgezang, de devotie van de voorgangers, alsook het bezielend woord tijdens de homilie. Dit doet iets met de mens, het raakt hem ten diepste en maakt hem gelukkig van binnen. Die blijheid zie ik ook in de ogen van de andere aanwezigen op het ogenblik van het geven van de vredeswens aan elkaar en bij het verlaten van de kerk. Niet verwonderlijk dat sommigen op zoek gaan naar zulke plaatsen, waar ze nog echt deugd beleven aan deze wekelijkse samenkomst en er iets kunnen van meedragen om nadien van te leven.
 
Meer collegialiteit
 
Communio en collegialiteit zijn kernbegrippen voor de zending van de priester.
Tegenwoordig kennen wij een veelvoud van bedienaars in de Kerk. Naast de priester is er een diaken, ook een gewijde ambtsdrager, en de pastorale werkers en werksters. Bepaalde bevoegdheden in de pastoraal worden toevertrouwd aan gevormde leken, meestal vrijwilligers. Belangrijk is als team in collegialiteit samen te werken, in respect voor ieders eigen verantwoordelijkheden.
Die vormen van communio en gemeenschap gelden natuurlijk ook voor priesters onder elkaar. Monseigneur Jozef De Kesel, als bisschop van Brugge, schreef hierover: 'Collegialiteit, broederlijkheid en vriendschap is iets heel kostbaars. Ook onder priesters is dit van onschatbare betekenis: bron van verdieping en vreugde. Het gaat hier niet alleen over sympathie en genegenheid, maar ook om het delen van wat ons ten diepste als christenen en priesters verbindt' (Document 'priester zijn vandaag')
Sinds mijn pensioen gaat mijn bijzondere zorg uit naar mijn 94 jaar oude moeder, een kranige vrouw die nog zelfstandig woont in mijn geboortedorp Tessenderlo. Op zaterdagavond begeleid ik haar naar de kerk van een deelparochie. De plaatselijke pastoor nodigde mij onmiddellijk uit om elke week mee te concelebreren in de weekendmis. Een broederlijk gebaar! Tot plots na enige tijd de priester-moderator ingreep en zei dat dit niet langer kon! Twee tegengestelde reacties: de éne van een gastvrije Kerk, de andere van een stroeve en hardvochtige Kerk.
Een ander feitje deed zich voor in de naburige deelparochie bij het overlijden van een 35-jarig meisje, dat bij mij nog in de catechesewerking actief was geweest. Gezien de goede band en het contact dat ik met de ouders onderhield in de moeilijke periode van haar ziekte, zou het voor hen een troost betekenen als ik zou voorgaan in de uitvaartdienst. Toen de ouders de toelating gingen vragen bij de pastoor, werd dit prompt geweigerd. Hetzelfde herhaalde zich bij een vraag om voor te gaan bij een gouden huwelijksjubileum. De ontgoocheling was telkens natuurlijk groot. Mensen begrijpen dit niet. En is dit niet een beetje logisch? Zetten wij ons als priester niet allemaal in voor hetzelfde Rijk Gods? Waar en door wie iets gebeurt, of dat de éne wat meer succes heeft dan de andere, is dan van ondergeschikt belang. Als het goede maar geschiedt.
Zouden de priesters niet het voorbeeld moeten geven en schoon schip maken met onderlinge naijver en onverdraagzaamheid in eigen kringen? Voldoende relativering van eigen persoon is hiervoor een vereiste, alsook het besef dat men zijn werk doet voor de Heer en niet voor eigen naam of populariteit. Zulk een houding is maar mogelijk, wanneer men kracht en vreugde put uit een diepere bron, vanuit een sterke Godsverbondenheid en het dagelijks gebed.
Geloof, idealisme en vriendschap zijn essentieel om je taak als priester naar behoren te kunnen vervullen. Het is hier vooral dat het schoentje wel eens nijpt!
 
Olav Vandebril, priester. 


Comments are closed.
    Overzicht Artikels
Powered by Create your own unique website with customizable templates.
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht