• Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht
THOMAS MORE GENOOTSCHAP
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht

Archief Positief

Op deze pagina worden artikels aangeboden uit tijdschrift POSITIEF sinds 1969

Geschiedenis: de plundering van Rome, een barmhartige straf

3/2/2019

 
Verschenen in POSITIEF nr. 460 -  MAART 2016 

​De Kerk beleefde een tijdperk van doctrinele en morele afdwaling. Het schisma was in Duitsland losgebarsten, maar de paus leek zich niet de impact van het drama te realiseren. Een groep kardinalen en bisschoppen hemelden de noodzaak op van een overeenkomst met de ketters. Zoals het altijd gebeurt in de slechtste uren van de geschiedenis, volgden de gebeurtenissen zich vlug op.
 
Op zondag 5 mei 1527 bereikte een leger, afkomstig van Lombardië, het Janiculum. Keizer Karel V was geërgerd door de politieke alliantie van paus Clemens VII met zijn tegenstander, François 1, koning van Frankrijk. Hij had een leger gezonden tegen de hoofdstad van de christenheid. Die avond ging de zon voor een laatste keer onder over de verblindende schoonheden van het Rome van de Renaissance. Ongeveer 20.000 mannen, Italianen, Spanjaarden en Duitsers, waaronder de lutheraanse huurlingen-landsknechten, maakten zich klaar om de eeuwige stad aan te vallen. Hun commandant had hen toestemming gegeven om te plunderen. Heel de nacht luidde de klok van het Kapitool om de Romeinen de wapens te laten opnemen. Maar het was reeds te laat om onvoorbereid een efficiënte verdediging op te zetten. Tijdens de dageraad van 6 mei, onder een dikke mist, wierpen de landsknechten zich op de bestorming van de muren. Dit tussen Sant'Onofrio al Janicolo en Santo Spirito in Sassia. De Zwitserse Wachten verzamelden rond de obelisk van het Vaticaan. Ze waren vastbesloten om trouw te blijven aan hun eed tot de dood. De laatsten onder hen werden geofferd bij het hoofdaltaar van de St.- Pietersbasiliek. Hun weerstand liet de paus toe om te vluchten, samen met enkele kardinalen. Via de Passetto del Borgo, een doorgang die het Vaticaan verbindt met de Engelenburcht, bereikte Clemens het fort, de enige verdediging tegen de vijand. Van boven op de treden was de paus getuige van een verschrikkelijk bloedbad. Het begon met het bloedbad van hen die toestroomden naar de poorten van de burcht om er beschutting te vinden. De zieken van de kliniek Santo Spirito in Sassia werden gedood met een steek van de speer of het zwaard.
 
De onbeperkte toelating om te roven en te doden, duurde 8 dagen. De bezetting van de stad duurde 9 maanden. "De hel is niets vergeleken met het uitzicht dat Rome nu heeft", zo leest men in een Venetiaans verslag van 10 mei 1527, weergegeven door Ludwig von Pastor. (Histoire des papes (geschiedenis van de pausen), Desclée, Rome 1942, vol. IV, 2, p. 261)
 
De religieuzen waren de voornaamste slachtoffers van de woede van de landsknechten. Paleizen van de kardinalen werden geplunderd, kerken geprofaneerd, priesters en kloosterlingen gedood of gedwongen tot slavernij, religieuzen verkracht en verkocht op de markten. Men beleefde obscene parodieën van religieuze ceremonies. Kelken werden gebruikt om zich te bedwelmen te midden van godslasteringen, geconsacreerde hosties gebakken in een pan en als voedsel aan de dieren gegeven. Graven van heiligen werden geprofaneerd; hoofden van de apostelen, zoals dat van St.- Andreas, werden gebruikt om als balspel te spelen in de straten. Een ezel werd aangekleed met kerkelijke habijten en naar het altaar van een kerk geleid. De priester die weigerde hem de communie te geven, werd vermoord. De stad werd beledigd in haar religieuze symbolen en in haar meest heilige herinneringen. (Zie ook André Chastel, Il sacco di Roma, Einaudi, Turijn 1983; Umberto Roberto, Roma capta. Il Sacco della città dai Galli ai Lanzichenecchi, Laterza, Bari 2012)
 
Clemens VII, van de Medici familie, had de oproep door zijn voorganger Adrianus VI voor een radicale hervorming van de Kerk, niet beantwoord. Luther verspreidde zijn ketterijen sedert 10 jaar. Maar het Rome van de pausen bleef ondergedompeld in het relativisme en het hedonisme.
 
De Romeinen waren niet allen corrupt en verwijfd, zoals de historicus Gregorius het liet geloven. Edelen zoals Jules Vallati, Giambattista Savelli en Pierpaolo Tebaldi die een banier met de leuze "Pro Fide et Patria" hijsten, stelden hier tegenover een laatste heroïsche weerstand bij Ponte Sisto, brug over de Tiber. Zij waren zeker niet zoals die Romeinen; ook niet de leerlingen van het Capranica College die toeliepen en stierven in Santo Spirito om de paus, die in gevaar verkeerde, te verdedigen. Wegens dit bloedbad ontving het Romeins kerkelijk instituut de titel "Alma". Clemens VII redde zich en leidde de Kerk tot 1534. Na het lutherse schisma, trotseerde hij het anglicaans schisma. Maar het was voor hem harder onmachtig te zijn geweest bij de plundering van de stad dan de dood zelf.
 
Op 17 oktober 1528 verlieten de keizerlijke troepen een stad in ruïne. Een ooggetuige, een Spanjaard, schetst ons één maand na de plundering een verschrikkelijk beeld van de stad: "In Rome, hoofdstad van de christenheid, luidt geen enkele klok meer, geen enkele kerk is open, er worden geen eucharistievieringen meer opgedragen. Er is noch zondag noch feestdag. De rijke winkels van handelaars dienen als stallen voor de paarden. De schitterendste paleizen zijn verwoest. Talrijke woningen werden in brand gestoken en anderen herleid tot puin, zonder deuren of vensters. Straten zijn omvormd tot mesthoop. De stank van lijken is verschrikkelijk. Mensen en dieren hebben hetzelfde graf. In kerken zag ik lijken, weggevreten door honden. Ik vind niets anders om hiermee te vergelijken, behalve de verwoesting van Jeruzalem. Nu herken ik Gods rechtvaardigheid, die niet vergeet, zelfs als ze laat komt. Men beging alle zonden openlijk in Rome: sodomie, simonie, afgodendienst, schijnheiligheid, bedrog. Daarom kunnen we niet geloven dat het toevallig gebeurde, maar door de goddelijke rechtvaardigheid". (L. von Pastor, Histoire des papes (geschiedenis van de pausen), cit., p.278)
 
Paus Clemens VII beval Michelangelo het Laatste Oordeel te schilderen in de Sixtijnse Kapel als om het drama onsterfelijk te maken dat de Kerk van Rome in die jaren had ondergaan. Allen begrepen dat het om een straf van de hemel ging. Voorafgaande waarschuwingen ontbraken niet: zoals een bliksemstraal die op het Vaticaan viel en de verschijning van een kluizenaar, Brandano da Petroio, die vereerd werd als "de gek van Christus". Op Witte Donderdag 1527, terwijl Clemens VII de menigte zegende op het St. Pietersplein, schreeuwde deze kluizenaar: "sodomiete bastaard, Rome zal vernietigd worden voor uw zonden. Ga biechten en bekeer u, want binnen 14 dagen zal Gods woede u en de stad slachten".
 
Het voorgaande jaar, eind augustus, werden christelijke legers door de Ottomanen verslagen op het veld van Mohacs. Louis Il Jagellon, koning van Hongarije, stierf in de veldslag en het leger van Soli mar Ie Magnifique bezette Buda. Het leek of men de islamitische golf in Europa niet kon tegenhouden.
 
En toch werd het uur van de straf, zoals altijd, het uur van de barmhartigheid. Kerkmensen realiseerden zich tot welk punt ze als een dwaas de aantrekkingskracht van plezier en macht hadden achterna gevolgd. Na de vreselijke plundering, veranderde het leven ingrijpend. Het Rome van het genot van de Renaissance omvormde zich tot het strenge en boetedoende Rome van de Contra-Reformatie. Onder hen die hadden geleden onder de plundering van Rome, was ook Gian Matteo Giberti, bisschop van Verona. Hij verbleef toen in Rome. Gevangengenomen door de belegerden, zwoer hij dat hij nooit zijn bisschoppelijke residentie zou verlaten als hij bevrijd zou worden. En hij hield woord en keerde terug naar Verona. Met al zijn kracht wijdde hij zich tot aan zijn dood in 1543 aan de hervorming van zijn diocees. De Heilige Carolus Borromeüs, die het model zou zijn van de bisschoppen van de katholieke Reformatie, zal zich inspireren aan zijn voorbeeld. Eveneens in Rome waren Carlo Carafa en heilige Gaétan de Thiene, die in 1524 de orde van de Theatijnen stichtten. Het was een religieus instituut dat werd bespot voor haar doctrinele, onverzoenlijke positie en voor de overgave aan de goddelijke Voorzienigheid. Dit in de mate van bv. het wachten op een aalmoes, zonder ze ooit te vragen of te bedelen. De twee medestichters van de orde werden gevangen genomen en gemarteld door de landsknechten. Ze ontsnapten wonderbaarlijk aan de dood. Toen Carafa kardinaal werd en voorzitter van het eerste tribunaal van de heilige romeinse en universele Inquisitie, wou hij een andere heilige aan zijn zijde: Pater Dominicaan Michele Ghislieri . De twee mannen, Carafa en Ghislieri, zullen onder de naam van Paulus IV en Pius V de twee pausen bij uitstek zijn van de katholieke Contra-Reformatie van de XVlde eeuw. Het Concilie van Trente (1545-1563) en de overwinning van Lepanto tegen de Turken (1571) tonen aan dat zelfs in de donkerste uren van de geschiedenis de renaissance, de wedergeboorte mogelijk is met Gods hulp. Maar voor deze wedergeboorte was er de zuiverende straf van de plundering van Rome.
 
Roberto de Mattei, pr.
 
Rome. 


Comments are closed.
    Overzicht Artikels
Powered by Create your own unique website with customizable templates.
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht