• Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht
THOMAS MORE GENOOTSCHAP
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht

Archief Positief

Op deze pagina worden artikels aangeboden uit tijdschrift POSITIEF sinds 1969

Gods barmhartigheid en zuster Faustina

3/2/2019

 
Verschenen in POSITIEF nr. 460 -  MAART 2016 

​Gods Barmhartigheid: als je de mensen zoudt vragen: Is God barmhartig? Dan zou je verwonderde blikken zien: het is toch evident, zou je als antwoord krijgen. Zou je de mensen vragen: doe je zonden? Dan zouden de antwoorden nog meer verbazen. Wij zijn toch geen moordenaars. Wij leven toch als goede burgers. Wij doen toch niemand kwaad ...
 
En daar ligt het probleem: God is barmhartig ... maar voor wie? Als er geen zondebesef meer is.
En inderdaad: Terecht heeft paus Franciscus een Heilig Jaar afgekondigd - juist vandaag - naar aanleiding van de sluiting van het Tweede Vaticaans Concilie, vijftig jaar geleden. Het zal lopen van 8 december dit jaar tot Christus Koning volgend jaar. Het thema zal zijn: Gods Barmhartigheid.
 
Sinds het Concilie zijn er in de Kerk bloeiende zaken ontstaan: De liturgie werd onder het stof vandaan gehaald en in de volkstaal vertaald. ledereen wordt uitgenodigd actief deel te nemen. De Bijbel, daar durfden we voor het Concilie nauwelijks aan komen. Oud Testament werd in de liturgie bijna nooit gelezen. Niemand bezat persoonlijk een bijbel. Dat is nu anders en dat zijn verheugende feiten.
 
Maar terzelfder tijd merken wij dat een gebied dreigt onder te sneeuwen: het zondebesef en Gods barmhartigheid. Het lijkt alsof wij het leven van Jezus voorhouden aan de kerkgemeenschap zonder te spreken over zonden en barmhartigheid. Terwijl juist Jezus' optreden begint met een oproep tot bekering: bekeert u, want het Rijk der Hemelen is nabij.
En dat zou ons ongerust moeten maken. En daarom vind ik het thema van het Heilig Jaar dat door paus Franciscus is afgekondigd, een schot in de roos. Zonde en barmhartigheid zijn inderdaad de centrale thema's van ons christendom. Om die zondigheid van de mens werd God mens in Jezus Christus en toonde zo zijn barmhartigheid. Overigens was het eerste woord van Jezus aan zijn apostelen op die eerste dag van de week na zijn verrijzenis: vrede, vrede zij u, ontvangt de Heilige Geest. Wier zonden gij vergeeft, zijn ze vergeven en wier zonder gij weerhoudt zijn weerhouden. Duidelijker kan het niet: de eerste opdracht aan de apostelen is het verder door te geven waarvoor Jezus in de wereld was gekomen: de zondevergeving.
 
Niet zonder reden heeft de heilige paus Johannes Paulus Il deze eerste zondag na Pasen uitgeroepen tot de zondag van de Barmhartigheid. Zo wordt duidelijk dat hier de eerste taak van de Kerk ligt en die verwijst naar Zuster Faustina. We zullen dan ook eerst spreken over Zuster Faustina, zij ligt aan de grondslag van deze barmhartigheidszondag. Daarna zullen wij spreken over Gods Barmhartigheid in het Oude Testament en in Jezus Christus. Tenslotte zullen wij het hebben over zonden en zondenvergeving.
 
Dus een vier gangen menu.
 
Zuster Faustina
 
Tot voor kort was Zr. Faustina bij velen onbekend, maar nu zien we overal de afbeelding met de uitdrukking: Jezus ik vertrouw op U. Op haar aandringen werd de zondag na Pasen, de zondag van de Barmhartigheid. Johannes Paulus Il had deze zondag voor de Wereldkerk ingesteld nadat hij Zuster Faustina op 18 april 1993 had zalig verklaard en op 30 april 2000 heilig. Deze heilige paus stierf op de vooravond van de zondag van de barmhartigheid.
 
Wie is zuster Faustina?
 
Helena Kowalska, beter gekend als Zuster Faustina werd geboren op 5 augustus 1905 te Gockowice in Polen dat toen een onderdeel was van het Keizerrijk Rusland. Zij overleed te Krakau op 5 oktober 1938.
 
Jeugd
 
Helena, werd geboren als derde kind van een arm Pools gezin met tien kinderen. Op vijftienjarige leeftijd, na slechts drie jaar school, begon ze te werken om het gezin mee te onderhouden. Haar zus Josephine herinnert zich dat Helena op haar tiende jaar probeert geld te krijgen op dezelfde manier als de armen dat doen. Zij kleedt zich in lompen en gaat van deur tot deur smekend om een aalmoes. Zij komt erg ontgoocheld terug en zegt: 'De armen hebben een verschrikkelijk leven. Hoeveel moeten zij verdragen om voedsel te krijgen. Familieleden van Helena getuigen later dat ze een extreem vriendelijk karakter heeft en dat ze vaak uit de Bijbel voorleest als ze op haar broertjes en zusjes moet passen.
 
Als ze probeert met haar ouders te spreken over haar geestelijke ervaringen, wordt ze gevraagd om te stoppen met het fantaseren hierover. Aangezien ze spiritueel niet begrepen wordt en geen begeleiding krijgt, houdt ze haar spiritueel leven verborgen. In stilte probeert ze een leven te leiden om God te behagen. Van haar ouders krijgt ze geen toestemming om naar het klooster te gaan.
Dan probeert ze een meer werelds leven: zij trekt aantrekkelijke kleding aan en gaat naar dansfeesten. In haar dagboek schrijft ze later daarover. Zij spreekt over een ontmoeting met Jezus en zij maakt een definitieve keuze. Jezus had haar gevraagd: hoe lang Hij nog moest wachten en hoelang zij Hem bleef afwijzen. Helena gaat direct naar de dichtstbijzijnde kerk om te bidden en hoort Jezus zeggen dat ze naar Warschau moet gaan waar ze een klooster zal vinden. Zonder afscheid te nemen van haar ouders neemt ze de trein naar Warschau. Hier wordt ze naar een priester geleid die ze vertrouwt. Hij regelt een plek voor haar om te verblijven, terwijl er naar een klooster gezocht wordt. Ze bezoekt diverse kloosters. Maar wordt telkens afgewezen.
 
Zuster
 
Toch wil ze haar roeping volgen en wil als zuster in de Katholieke Kerk dienstbaar zijn. Zij had echter de middelen niet en werd door diverse kloosters afgewezen. Na meer dan drie jaar rondzwerven, werd ze uiteindelijk op 1 augustus 1925 aangenomen bij de Zusters van Onze-Lievevrouw van Barmhartigheid. Deze zusters zetten zich in voor de opvoeding van arme meisjes die in moeilijke omstandigheden verkeerden en gevaar lopen 'op straat terecht te komen'. Op 30 april 1926 kreeg zij het habijt en de naam Zuster Faustina van het heilig Sacrament. Faustina betekent: begunstigde.
Zij brengt het in deze oorspronkelijk Franse Congregatie niet verder dan werkzuster. Zij wordt vaak overgeplaatst van het ene klooster naar het andere. Zuster Faustina had slechts enige jaren lagere school doorlopen en was weinig gevormd. In verschillende kloosters vervulde zij de taken die haar door de oversten werden opgedragen: o.a. keukenhulp, hovenierster en uiteindelijk portierster in het klooster bij Krakau.
De liefde tot God en de naaste brachten haar tot een buitengewone graad van offervaardigheid en intimiteit met God. Op bevel van haar geestelijke leider schreef zij haar dagboek, dat uiteindelijk zes delen bevat. Na veel lijden stierf zij, aan tuberculose op 5 oktober 1938, in het klooster in de buurt van Krakau na dertien jaar kloosterleven. Zij was nauwelijks 33 jaar.
 
Dagboek
 
Pater Michal Sopocko adviseert zuster Faustina een dagboek bij te houden om te leren van haar spirituele ervaringen. Zo kan zij ook de conversaties noteren die zij met Jezus heeft. Pater Michal heeft wel eerst een psycholoog naar haar gestuurd om haar te onderzoeken, nadat zij pater Michal had toevertrouwd 'dat ze geregeld met Jezus sprak.' Ondanks haar gebrekkige talenkennis begint ze in 1934 te schrijven. Het laatste van de zes delen werd in 1938 geschreven. Het dagboek is gepubliceerd onder de titel: Goddelijke genade in mijn ziel. Dagboek van Sint-Faustina. Het bevat meer dan 500 pagina's.
In haar dagboek spreekt zuster Faustina haar verlangens uit naar Christus; 'Mijn Heer en Meester', schrijft ze, 'Maak dat ik niet uitstel om wie dan ook te helpen, maar dat ik steeds gereed sta om mijn evennaaste te troosten en op te beuren, ook al noemt men mij soms 'vuilnisbak' want ieder komt zijn leed in mijn hart uitstorten. Ik wil dat het open staat voor allen die lijden, zij vinden er een plaats. Daarvoor rust mijn hart in het hart van Jezus.' Ook schrijft ze dat ze heilig wil worden en hoe spottend daarop gereageerd wordt. Letterlijk: 'Ik merkte dat men mij sinds mijn intrede in het klooster er een verwijt van maakte dat ik een heilige wilde worden en dat werd steeds op spottende wijze gezegd. In de aanvang deed me dat pijn. Maar later lette ik er niet meer op.'
In haar dagboek maakt ze ook melding van haar openbaringen en visioenen. Hierin schrijft ze dat Christus haar heeft opgedragen de Barmhartigheid van zijn Goddelijk Hart bekend te maken aan de wereld. 'Het gebrek aan vertrouwen verscheurt mijn hart, klaagt Jezus' in de eerste openbaring die zij ontvangt. ... Christus belooft vrede aan al diegenen die zich vol vertrouwen tot de Goddelijke Barmhartigheid wenden.
De speciale zending van zuster Faustina begon in 1931, toen de barmhartige Verlosser haar verscheen op 22 februari, feest van Sint-Petrus-Stoel te Rome. Vervuld van ontzag, maar ook met grote vreugde, richtte de zuster haar verbaasde blik in stilte op de Heer. Jezus zei haar toen: 'Schilder een afbeelding die overeenkomt met het voorbeeld dat je ziet, met het onderschrift: 'Jezus ik vertrouw op U'. Ik wil dat deze afbeelding vereerd wordt, eerst in jouw kapel en daarna over de hele wereld. Ik beloof je dat de ziel die deze afbeelding zal vereren, niet verloren zal gaan.'
Jezus was gekleed in een wit gewaad. Zijn rechterhand was in een teken van zegen opgeheven en de andere wees op de borst. Vanonder het kledingstuk gingen twee stralen uit, de een rood en de ander wit, waarbij het rood bloed en het wit water zou voorstellen.
De doorzichtige straal duidt het water aan dat de zielen rechtvaardig maakt. De rode straal duidt het bloed aan dat het leven van de zielen is. Deze twee stralen komen uit het diepste van mijn tedere barmhartigheid toen mijn hart dat folterende pijn had geleden op het kruis door een speer geopend werd. Deze stralen beschermen de zielen voor de toorn van mijn Vader. Gelukkig is diegenen die onder hun bescherming zal wonen, want de rechtvaardige hand van God zal geen macht over hen hebben. De wereld zal geen vrede kennen totdat hij zich met vertrouwen tot mijn barmhartigheid wendt.
Met de hulp van Pater Michal Sopocke, liet ze de afbeelding vermenigvuldigen en verspreiden in Krakau en Vilnius.
 
In 1935 had ze een visioen dat beschreef wat nu het 'Rozenhoedje van de Goddelijke Genade' wordt genoemd.
De Verlosser verlangt dat om drie uur 's middags, wij het uur van de Barmhartigheid niet onverschillig laten. Op dat uur kun je voor jezelf en voor anderen alles verkrijgen door er maar om te vragen.
Christus vraagt haar een nieuw feest van Zijn Goddelijke Barmhartigheid te propageren op de eerste zondag na Pasen. Dit feest zou een toevlucht worden voor alle zielen, vooral de zondaars. 'Wie biecht en op die dag communiceert krijgt vergiffenis van zijn zonden en kwijtschelding van de opgelopen straffen', aldus Christus in de Openbaring aan Faustina. In 1936 werd zuster Faustina ziek, naar destijds aangenomen werd, leed ze waarschijnlijk aan tuberculose. Ze werd verplaatst naar een sanatorium in Pradnik. Zij bleef er veel tijd doorbrengen in gebed en het bidden van het Rozenhoedje voor de bekering van de zondaars. Daarnaast zou ze geleden hebben aan onzichtbare stigmata welke haar onbeschrijflijke pijnen bezorgden. De laatste twee jaar van haar leven bracht ze door in gebed en met het bijhouden van haar dagboek, maar in juni 1938 kon ze niet meer schrijven. Zij stierf op 5 oktober 1938.
 
Zaligverklaring
 
Na het overlijden van zuster Faustina werden de door haar geschreven teksten naar het Vaticaan gestuurd: tot in 1966 moesten alle verslagen van visioenen van verschijningen van Jezus en Maria eerst goedgekeurd worden door de Heilige Stoel alvorens ze werden vrijgegeven voor publicatie.
Eugeniusz Baziak, de aartsbisschop van Krakau, stond de zusters toe om de originele afbeelding in hun kapel op te hangen zodat degenen die dat wensten er bij konden blijven bidden.
 
Toen Karol Wojtyla (later paus Johannes Paulus Il) aartsbisschop van Krakau werd benoemd, stimuleerde hij de devotie tot de Goddelijke Barmhartigheid. Kardinaal Franciszek Machraski, de opvolger van Johannes Paulus Il als aartsbisschop van Krakau, zei dat zuster Faustina ons herinnert aan de werkelijkheid van het evangelie dat we vergeten waren. Zij werd zalig verklaard door Johannes Paulus Il op 18 april 1993 en heilig op 30 april 2000. Barmhartigheidszondag wordt gevierd op de eerste zondag na Pasen. Paus Johannes Paulus Il stierf op de vooravond van de zondag van Barmhartigheid.
Het klooster van zuster Faustina is in de laatste tien jaar erg veranderd. Op de plaats van het oude kerkhof is een grote nieuwe bedevaartkerk gebouwd. Ondergronds zijn er vijf kapellen waar tegelijkertijd met 150 mensen eucharistie kan gevierd worden. Er is ook een pelgrimshuis waar men kan overnachten en de hele dag warme maaltijden kan gebruiken. Toen wij er waren, nu meer dan tien jaar geleden met een bus pelgrims, werden wij te woord gestaan door een Duits zustertje. Zij vertelde over zuster Faustina.
Het was in de eerste jaren na de oorlog en er kwam een pater jezuïet naar het klooster en vroeg aan de zusters goed te bidden, op voorspraak van zuster Faustina, want hij had deze weken een zeer moeilijke opdracht gekregen. Hij zei niet wat. Na een paar weken kwam hij terug en zei: zusters jullie hebben goed gebeden en in denk dat zuster Faustina uw gebed heeft verhoord. Ik had als opdracht de kampleider van het concentratiekamp Auschwitz, Rudolf Höss te begeleiden naar zijn terechtstelling. Toen wij op de galg onder de strop stonden waaraan hij zou opgeknoopt worden, zei hij: 'Pater de wereld zal mij nooit vergeven. Ik heb zoveel kwaad gedaan en dat moet ook niet. Maar u, pater, weet dat God mij in de biecht vergiffenis heeft geschonken.' Hij had inderdaad veel kwaad gedaan: er werden in dat concentratiekamp meer dan een miljoen honderdduizend mensen vermoord, meestal vergast.
 
Toen we even later in de bus zaten, zei een van onze pelgrims: Die man kan toch geen vergiffenis krijgen. Ik zei haar; juist, dat zei Rudolf Höss: de wereld zal mij nooit vergeven.
 
Datzelfde verhaal werd mij een paar jaar geleden bevestigd door Mgr. Adam Kubisch, de eerste rector van de Johannes Paulus Il universiteit in Krakau. Hij was toen kapelaan in Auschwitz en kende de naam van de jezuïet. Met deze universiteit werkt het Sint-Janscentrum nauw samen. Een paar weken geleden hadden wij hier ons gezamenlijk symposium.
 
Zuster Faustina en de Barmhartigheid
 
Gods Barmhartigheid om onze zonden te vergeven. Maar wat is zonde? leder mens weet dat hij faalt, ook de niet-christen. Wat hij wilde doen, deed hij niet of maar half. Hij heeft foutbewustzijn. Zonde en zondebewustzijn zijn toch nog iets anders. Het is van de weg af geraken die God voor ons heeft getrokken. Alle godsdiensten en wereldbeschouwingen hebben iets dat overeenkomst vertoont met het christelijk zondebewustzijn. Toch ziet men het weer anders. Het christelijk zondebewustzijn doet daar niets van af. Het neemt deze gedachten op en overstijgt ze door er iets specifiek christelijks aan toe te voegen.
Zo leert het Marxisme dat fouten eigenlijk niet voor de verantwoordelijkheid van de mens kunnen genomen worden: de mens doet ze niet, hij ondergaat ze. Fouten zijn kinderziekten van de mensheid. Met de vooruitgang van de beschaving verdwijnen die wel. Fout is dus onmacht of een voorlopige gebrekkige toestand van een mensheid in ontwikkeling. Het christendom - samen met anderen - beweert dat fout uiteindelijk ook vrij gedaan kan worden door de mens: het is geen onverantwoorde ziekte. Het is uiteindelijk een vrije daad van een vrij mens.
 
Anderen. zoals het boeddhisme, erkennen wel dat fout vrijheid impliceert, maar die fout is wel door de mens eigenhandig weer goed te maken. Als je een deur hebt opengelaten en het tocht, dan volstaat het op je stappen terug te keren en de deur te sluiten. Het kwaad is geheel weer goed gemaakt.
Het christendom meent dat zonde nooit geheel door de mens eigenhandig weer kan worden hersteld.
De islam erkent dat alles. Maar fout is voor hen het ingaan tegen een hoge, koele en onpersoonlijke wet. Men zondigt tegen 'iets' en dit iets zal zich wreken en terugslaan. Daarentegen zegt het christendom dat zonde altijd een schending is van een liefdesrelatie met een persoon: men zondigt tegen iemand en niet in de eerste plaats tegen een anoniem iets. Het humanisme erkent dat: fout gaat tegen iemand: d.i. voor de humanist tegen mijn medemens. Fout is een binnenwerelds gebeuren. Het christendom zegt dat ook, maar voor de gelovige richt de zonde zich ook tegen God.
Paulus zegt: 'door te zondigen tegen de broeders, zondigt gij tegen Christus'. En de verloren zoon zegt bij zijn thuiskomst: Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u.'
 
Dit zondebesef gaat gelijk omhoog of omlaag met het Godsgeloof en de fijngevoeligheid tegenover de naaste. Hoe meer men bemint, hoe fijngevoeliger hoe scherper het zondenbesef. Of nog anders gezegd: Hoe dichter men bij de lamp staat hoe meer men de oneffenheden en de fouten ziet.
 
Barmhartigheid
 
Tegenover de zonde stelt God zijn Barmhartigheid. Deze houding is echter als pedagogisch principe helemaal niet zo evident. Veeleer is de mens geneigd tot het 'oog om oog. tand om tand' (Mat 5,38) en tot de opvatting dat bij een misstap boete, straf of zelfs gevangenis hoort. Maar men kan niet voorbijgaan aan de oproep van Jezus: 'Wees barmhartig zoals uw hemelse Vader barmhartig is' (Luc 6,36) en 'Zalig de barmhartige, want hij zal barmhartigheid ondervinden.' (Mc 5,7) Jezus leerde ook zijn leerlingen bidden: 'Vergeef ons onze schulden, zoals ook wij vergeven aan onze schuldenaren'.(Mat 6,12)
 
Het fundament voor de pedagogie van de barmhartigheid vinden wij in God zelf. De barmhartigheid vindt haar oorsprong in het wezen zelf van God. Zij bestaat in de eerste plaats in het feit dat God de zondige, geïsoleerde mens ter hulp wil komen en uitnodigt tot deelneming aan zijn eeuwig geluk. In zijn brief aan de Efeziërs schrijft Paulus: 'Hij die rijk is aan erbarming, heeft wegens de grote liefde waarmee Hij ons heeft liefgehad, ons met Christus ten leven gewekt, hoewel wij dood waren door onze zonden' (Ef 2,4-5) God in zijn oneindige liefde wil het eeuwig leven van de mens en zijn geluk.
 
Oude Testament: Verbond
 
In het Oude Verbond, zoals het woord zelf het zegt, sloot God een 'Verbond' met zijn Volk Israël. Hij nam het initiatief ten aanzien van Abraham. Hij riep Mozes en de profeten. Hij sloot uiteindelijk een 'nieuw verbond' in Jeremia.
Twee dingen vallen daarbij telkens op. In de eerste plaats dat God niet alleen het initiatief neemt, maar dat Hij - ondanks de ontrouw van zijn Volk - zijn verbond gestand doet. Gods houding is heel wat anders dan een contracthouding. Bij het 'contract' verbinden twee partijen zich wederzijds, maar op voorwaarde. Men belooft iets, en daarvoor verwacht men een tegenprestatie. Bij het niet nakomen van de tegenprestatie vervalt de verplichting. Het contract wordt verbroken. Uit Gods houding blijkt een 'trouw' die onvoorwaardelijk is, een liefde die telkens weer opnieuw het initiatief neemt na de zondigheid en de ontrouw van het volk. Wondermooi wordt in Exodus die verbondshouding van God samengevat: 'Jahwe is een barmhartige en medelijdende God, lankmoedig, groot in liefde en trouw'. (Ex 34,6)
Toch zijn er grenzen aan Gods barmhartigheid: de 'verstoktheid' van Israël. Israël wordt ook gestraft. Bij Jesaja lezen wij: 'De leiders van dit volk doen het verdwalen en die geleid moesten worden raken in verwarring. Daarom spaart de Heer de jonge mannen niet en heeft Hij geen medelijden met weduwen en wezen.' (Jes 9,16) De straf is echter uiteindelijk gericht op 'bekering' en nieuw erbarmen. De liefdevolle barmhartigheid klinkt telkens op de achtergrond door. Feitelijk is zij de grond voor de straf. Bij de profeet Hosea lezen wij daarover: 'En daarom... weldra lok Ik haar weer naar Mij toe, zorg Ik dat zij naar de woestijn gaat en spreek Ik tot haar hart.' (Hos 2,16)
De encycliek Dives in misericordia van Paus Johannes Paulus Il vat het als volgt samen: 'De Heer bemint Israël met de liefde van een unieke uitverkiezing, die gelijkt op de echtelijke genegenheid; daarom vergeeft Hij het zijn schuld. Zelfs als deze ontrouw en verraad is' (DM 4)
 
Nieuwe Testament: Jezus Christus
 
In het Nieuwe testament zond God zijn Zoon Jezus Christus in de wereld. In Hem werd 'het nieuwe en eeuwige Verbond in zijn bloed gesloten. Jezus is aldus de incarnatie van Gods barmhartigheid. Hij openbaart ons God in dit mysterie. Hij is, in zekere zin, de barmhartigheid. God treedt aan het licht in deze openbaring van Christus, als de Vader die rijk is aan erbarming. Christus openbaart ons de Vader door zijn woorden en werken.
 
Boodschap
 
De barmhartigheid is in de prediking van Jezus een van de voornaamste thema's. Denk aan de parabel van de verloren zoon (Luc 15,11-32) of aan de barmhartige Samaritaan (Luc 10,30-37), maar ook - bij wijze van tegenstelling - aan de parabel van de meedogenloze dienaar. (Mat 18,23 36) Talrijk zijn de passages in de verkondiging van Jezus waarin Hij de liefde en de barmhartigheid in een vernieuwd perspectief plaatst. We hoeven slechts de Goede Herder voor ogen te houden die op zoek gaat naar het verdwaalde schaap (Mat 18,12 14 en Luc 15,3-7) of ook de vrouw die haar hele huis schoon veegt om te zoeken naar de verloren drachme. (Luc 15,8-10)
 
Werken
 
Ook in het leven van Jezus en in zijn werken staat de barmhartigheid voorop. Wanneer de oudsten Hem een oordeel vragen over de overspelige vrouw, antwoordt Hij resoluut: 'Laat degene onder u die zonder zonden is, het eerst een steen op haar werpen' (Joh 8,7) en aan de berouwvolle moordenaar op het kruis belooft Hij: 'Vandaag nog zult gij met Mij in het Paradijs zijn.' (Luc 24,53) In een woord: 'Hij ging al weldoende rond en genas alle ziekten en kwalen.' (Hand 10,38 en Mat 9,35)
Jezus' opdracht in deze wereld bestond in het openbaren en realiseren van de diepste dimensie van God: de barmhartigheid. 'Gods liefde deinst niet terug voor het unieke offer van de Zoon om te Voldoen aan de trouw van de Schepper en Vader ten opzichte van de mensen, die geschapen zijn naar zijn beeld en die reeds vanaf het 'begin' voor de genade en de glorie waren uitverkoren'. (DM 7)
Zo wordt aan de liefde een scheppende kracht geschonken waardoor de mens opnieuw toegang wordt verleend tot de volheid van het leven en van de heiligheid die van God komen. God 'heeft zijn eniggeboren Zoon gegeven, opdat al wie in Hem gelooft niet verloren zal gaan, maar eeuwig leven zal hebben', (Joh 3,16) De doelstelling van de barmhartigheid wordt daardoor uitgedrukt: nieuw en eeuwig leven. Zo laat Gods barmhartigheid mensen 'thuiskomen' bij God en geeft hen het nieuw en eeuwig leven.
 
Zondevergeving
 
God is barmhartig, maar valt er wel Iets te vergeven? 'Wie beweert zonder zonden te zijn', zegt de apostel, 'is een leugenaar'. Voor God zijn alle mensen zondig en om die zonden te vergeven had God zijn eniggeboren Zoon in de wereld gezonden. Overigens raakt de zonde in de eerste plaats onszelf. Wij beschadigen onszelf en daarenboven de relatie met onze evenmens en met God.
God is barmhartig en wil alles vergeven. Er is echter een voorwaarde, bij elke weg van vergeving zonder dewelke God ons geen vergiffenis kan schenken: wij moeten eerst zelf onze broeders vergeven. Dit spreekt bijna uit elke bladzijde van de Heilige Schrift.
'Laat de zon niet ondergaan over uw toorn .. .'
'Oordeel niet opdat gij niet geoordeeld zult worden .. .'
'Zalig de barmhartigen, want zij zullen barmhartigheid ondervinden .. .'
'Vergeef ons onze schulden, zoals ook wij vergeven aan onze schuldenaren .. .'
Broederlijke vergiffenis is een voorwaarde. Dit betekent echter niet dat wij - door aan anderen te vergeven - ook onszelf vrijspreken van schuld. Niemand kan zijn eigen vergiffenis bewerken. Alleen God kan mij vergeven, niet ik aan mezelf. Wel is er de stellige belofte dat - als wij aan elkaar vergeven - God dat zeker ook voor ons zal doen.
 
Dagelijkse wegen voor zondevergeving
 
De Heilige Schrift kent vooral drie grote wegen ter vergeving: aalmoes, vasten en gebed.
Vooral dit laatste, het gebed, is van groot belang. In het Onze Vader - het dagelijks gebed voor alle christenen - komt de bede voor: Vergeef ons onze schulden ... Telkens als de christen dit gebed bidt, vraagt hij zelf vergiffenis.
Naast het Onze Vader is er verder de uitdrukkelijke akte van berouw. Daarenboven is er de dagelijkse arbeid; wij uiten daardoor onze wil om het goede te verrichten.
Bij al deze wegen van barmhartigheid zouden wij creatief moeten zijn in het vinden van nieuwe dagelijkse wegen ter bekering.
 
De viering van de Eucharistie
 
De voornaamste gewone weg tot zondevergeving is het meevieren van de Eucharistie. Daar treden wij biddend in het Verbond dat God met zijn volk heeft gesloten.
Heel de Eucharistie is zondevergeving voor wie ontvankelijk staat tegenover God en zijn genade. In de Eucharistie wordt immers het levensoffer van Jezus voor de wereld vernieuwd.
 
Enkele delen verwijzen uitdrukkelijk naar de zondevergeving;
 
- de korte boeteritus bij het begin de woorddienst
- de kelkconsecratie
- de communie
- het Onze Vader
- de vredeswens
- het Heer ik ben niet waardig" het Lam Gods ...
Voor de gewone tekorten van de christen is de Eucharistie de aangewezen plaats voor de zondevergeving.
 
Boetevieringen
 
Een bijzondere en intensievere vorm van bekering en vergeving zijn de boetevieringen. Omdat een mens, een mens blijft, is het gevaar voor sleur en slenter een bestendige bedreiging Daarom is het goed dat wij ook regelmatig opgeroepen worden om samen deel te nemen aan een boeteviering. Voordelen ervan zijn: de verkondiging van het Woord krijgt er nieuwe kansen: wij steunen elkaar in de bekering; onze solidariteit in de zonde en de bekering komt beter tot uiting; wij worden ons bewust van een gemeenschappelijke schuld; wij worden ons bewust van onze gemeenschappelijke verantwoordelijkheid om het kwaad uit de wereld te bannen.
 
De afsluitende smeekbede van de priester is wel geen sacramentele formule, maar deelt toch in het smeekgebed van de Kerk. Er is echter een gevaar: de viering ietwat over ons heen laten gaan en er niet geheel persoonlijk in binnentreden. Wanneer wij er echter geen gemakkelijkheidsoplossing van maken is de deelname aan een boeteviering bevorderlijk voor het berouw. Een boeteviering staat dan ook altijd gericht op de persoonlijke uitspraak en belijdenis van schuld in het sacrament van de boete.
 
Het Boetesacrament
 
Er liggen echter vele sluiers over dit sacrament:
  • er is de sluier van het menselijk opzicht: wie gaat er nog te biechten?
  • er is de sluier van de verwarring: men zegt dat de biecht afgeschaft zal worden.
  • er is de sluier van de losse schroeven: er is toch geen zonde meer.
  • er is de sluier van het ongeloof: wat heeft God daarmee te maken.
En toch geloof ik dat iemand diep in de put kan zitten, nood heeft om geholpen te worden, ook in een gesprek dat uitloopt op een biecht.
Het is alsof je met uw wagen in de gracht bent terechtgekomen. Dan helpt meer gas geven en draaien aan het stuur niet meer. Er is een takelwagen nodig. Zonde is van de weg afgeraakt zijn die naar God leidt. In het christelijk zondebesef ligt er ook iets dat je niet weer eigenhandig kan herstellen. Hulp is dan van buiten, van elders nodig.
Sluiers rond de biecht kunnen uiteindelijk maar door God zelf weggenomen worden. door het hart van de mens te treffen en hem de weelde van een persoonlijk vergevingswoord te openbaren. Vaak hebben wij de indruk dat biechten een karwei is, iets pijnlijks en toch ... Alle teksten uit de Heilige Schrift nodigen ons uit om vreugdevol te zijn. De herder, van het verloren schaap, de Vader van de verloren zoon: er moet feest zijn, want die broer van u was dood en is weer levend. Daar zouden we naar terug moeten. Het opbeurend gevoel van weer thuis te komen bij de Vader. Een christen weet overigens dat hij door de relatie met de mensen te verstoren ook de relatie in liefde met God heeft verstoord. En een relatie kan je niet alleen herstellen. Je kan het niet eigenmachtig. Het moet van twee kanten komen. Immers je kan de partner niet dwingen dat hij je weer lief gaat hebben.
Vaak zit je ermee, alleen met een pak op je hart. Er ontstaat een gevoel van machteloosheid en wroeging, van onmacht en spijt. Niet alleen omdat je weet dat de sociale gevolgen van je kwaad niet meer goed te maken zijn. Dat ook. Maar binnen in jezelf zit er iets dat wringt. Je bent niet meer thuis in je eigen huid. Je bent een gespleten mens wiens levensoptimisme langzaam wegebt.
De psalmist zegt: 'Er zit een koorts in je lijf, een brand in je merg. Je zit geheel alleen, opgerold in jezelf als een stekelige egel. Redding kan slechts van 'elders' komen. Dat is de grond van het christelijk geloof. Paulus schrijft: 'Ik ongelukkige, wie zal mij redden van dit lichaam des doods? Niet ikzelf, maar 'God zij gedankt door Jezus Christus Onze Heer.' Ik kan dus ergens naartoe: maar dan moet ik uit mezelf treden, of liever ik moet me laten vinden door Hem die de vergiffenis is van mijn zonden. Biechten is precies dat: ergens naartoe gaan - heel dikwijls ook letterlijk - metterdaad bekennen dat ik het alleen niet klaar speel; het moet van elders komen.
 
Maar er is nog meer. Biechten is ook spreken. Taal is trouwens het eerste teken van ontspanning, van loskomen uit de doodskramp. Een zieke wil praten over zijn pijn. Een eenzame wil even het huis uit om te spreken. En een zondaar wil spreken over datgene waarmee hij geheel alleen zit: zijn kwaad. Misschien duurt het lange tijd, maar het ogenblik komt waarop het eruit moet. Ook de psalmist zegt daarover: 'Zolang ik bleef zwijgen, werd mijn gebeente verteerd ... maar toen ik mijn zonde beleed, mijn schuld niet verborg ... toen hebt Gij mijn zonden vergeven '. (Ps 32,3-5) De belijdenis, het spreken bij het boetesacrament is een spreken van een eigen soort: Het is thuiskomen bij de Vader ... als de Verloren Zoon. Het uitspreken bij iemand die geheel en al oor is. Na een tijd van alleen zijn, is het voor de eerste maal weer met twee zijn: en met wie dan wel? Niet met een machteloze luisteraar, maar met iemand die er iets mee doet en zeggen kan: Uw zonden zijn vergeven, ga heen in vrede.
De Kerk beveelt het aan - maar dat is niet alles - het hart van de zondige mens stuurt aan op spreken. En spreken is een weldaad ook al kost het pijn.
 
Mgr. Dr. S. Van Calster
 
Neerslag van zijn conferentie op de Dag van de Barmhartigheid, zondag 12 april 2015. 


Comments are closed.
    Overzicht Artikels
Powered by Create your own unique website with customizable templates.
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht