• Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht
THOMAS MORE GENOOTSCHAP
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht

Archief Positief

Op deze pagina worden artikels aangeboden uit tijdschrift POSITIEF sinds 1969

Het aantreden van Mgr. Jozef De Kesel als nieuwe aartsbisschop (deel 1)

3/2/2019

 
Verschenen in POSITIEF nr. 459 – FEBRUARI 2016 

​In de Sint-Romboutskathedraal te Mechelen heeft Mgr. De Kesel op plechtige wijze zijn opdracht als 21 ° Aartsbisschop van Mechelen-Brussel aanvaard.
Eerst sedert 2002 als bisschop van Brussel, daarna in 2010 van Brugge, heeft Mgr. reeds enkele jaren ervaring. Hij was trouwens als bisschoppelijk vicaris sedert 1992 verantwoordelijk voor theologische en pastorale opleiding en vorming van priesters, religieuzen, diakens en leken. Als bisschop van Brugge stuurde hij (2011) een Pastorale brief voor Brugge over "Kerk zijn vandaag en de toekomst van de parochies".
Bepaalde van zijn inzichten in de huidige kerkelijke organisatorische problemen zijn ook in andere bisdommen, mutatis mutandis, verspreid geraakt. Als men teruggaat in de geschiedenis stellen we vast dat zijn inzichten zijn gegroeid en reeds te lezen in "Omwille van Zijn Naam: een tegendraads pleidooi voor de Kerk" (11/10/1993 Lannoo ISBN 9789020923056) en in 'Hoe is Uw naam, waar zijt Gij te vinden?' (Lannoo 1988) Over de verantwoording van het Christelijk geloof.
De toestand in de Kerk sedert het begin van zijn opleiding 1965 (Gent en Leuven) en 1968-1972 te Rome (Gregoriana)en actueel mag misschien in een kleine schets worden samengevat. Bij zijn aantreden in het Sint-Paulusseminarie te Gent was de kerkelijke aanwezigheid op zondag nog een 50% of nog meer in de landelijke of klein stedelijke Vlaamse gebieden. Dit betekende wel dat sedert het aantreden van kardinaal Suenens er een aanzienlijke ontkerkelijking was ingetreden, die zich versneld verder zette. Na Vaticanum Il ( 1963-1965) ontstond een post-conciliaire crisis van 1965-1972, met massale uittredingen en het plots quasi verdwijnen van priesterroepingen. Na de Parijse revolte van 1968 en het verschijnen van de encycliek Humanae Vitae en de crisis rond "Leuven Vlaams", versnelde de ontkerkelijking. Godfried Danneels werd door kardinaal Suenens gewijd in december 1977 tot bisschop van Antwerpen, maar volgde de kardinaal op in 1980. Op dat ogenblik werd de deelname aan de kerkelijke hoogfeesten op nog een 25% geschat.
Paus Johannes Paulus Il gaf Mgr. Danneels zijn vertrouwen en hij trad te Rome op als verzoener in de 'Bijzondere Bisschoppensynode van de Nederlandse bisschoppen'. De Nederlandse Kerk was op dat ogenblik reeds gedurende een decennium volledig in crisis, met een dreigende splitsing in het episcopaat. In 1983 werd hij dan kardinaal, en nam deel aan de verkiezingen van paus Benedictus XVI in 2005 en in 2013 van Paus Franciscus. In 1998 werd hij samen met hulpbisschop Lanneau door de rechtbank van eerste aanleg veroordeeld tot schadevergoeding in het kader van seksueel misbruik door een parochiepriester. In hoger beroep werd hij vrijgesproken op basis van het niet juridisch aansprakelijk zijn voor individuele wandaden van de onder hen functionerende priesters. Verder was het duidelijk dat een bepaalde interpretatie van gewetensvrijheid (1968 dossier contraceptie) en godsdienstvrijheid (dossier abortus, holebiseksualiteit) niet gedeeld werd door iedereen. Intussen ging de uittocht van gelovigen voort en veranderde dit patroon niet ondanks het onder andere opstarten van de pastorale opleiding door vicaris De Kesel, en zijn contacten met de Universiteit te Leuven, vanaf 1992. In 2003 wordt De Kesel hulpbisschop van Brussel. Reeds in 2007 werd hij als opvolger van kardinaal Danneels vernoemd, maar uiteindelijk werd Mgr. Léonard aangesteld. Op dat ogenblik is de kerkelijke praxis onder de 5% (vijf %) gevallen. De splitsing van de gelovigen tussen hen die nog op zoek zijn naar een werkelijke Eucharistie en allerhande gebedsdiensten die erop gelijken vormt een teken van diepe verdeeldheid. Zoals de Kerk bidt gelooft ze. Mgr. Léonard die een diep geloof heeft in de verkondiging en in het priesterschap als dienst voor de sacramentele beleving van de Kerk met centraal de eucharistie volgens de voorschriften en in eenheid met de Wereldkerk, kreeg veel kritiek wegens voornoemde splitsing tussen gelovigen en bepaalde priesters die een eigen koers willen varen. Mgr. Léonard bleef er rustig bij en in zijn eigen bisdom was er, zoals hij ook had bewerkstelligd in het bisdom Namen, een heropleving en toename van priesterroepingen tot stand gebracht. Zijn visitaties van alle decanaten brachten een nieuwe opleving tot stand en gelovigen op zoek naar de diepe zin van hun geloof vonden weerklank in de bemoediging van de bisschop die geen enkel eikel punt uit de weg ging, maar steeds helder de onveranderlijke leer en praxis van de Kerk in eenheid met de paus heeft uiteengezet. Mei 2015, wegens de leeftijdsgrens diende hij zijn ontslag in.
In juni 2010 werd Mgr. De Kesel benoemd tot bisschop van Brugge in opvolging van de crisis ontstaan door de problematische Roger Vangheluwe. Intussen bereikt de crisis van het verder dalen van de godsdienstpraktijk een diepterecord. Daar waar de politiek in Vlaanderen zich nooit uitdrukkelijk had gemoeid met de financiering van de kerkgebouwen, bracht de nota Bourgeois verandering. Daarin staat een voorstel tot drastische vermindering van het aantal kerkgebouwen en herbestemming van kerken. Uiteraard is een liturgische aanwezigheid van quasi uitsluitend hoogbejaarde gelovigen, en herleid tot minder dan 5%, opgevallen aan bewindsvoerders. Ook bleef in de Vlaamse bisdommen het priesterbestand dalen en werden nieuwe instructies voor pastoraal en eucharistievieringen door de kaders van vicarissen van de bisdommen uiteindelijk ook medeondertekend door bisschoppen. Dit betekent het verminderen van de beschikbaarheid van eucharistie op zondag zowel als bij kerkelijke begrafenissen. De priestercrisis is totaal. In dat kader verschijnt als eerste en gevolgd door de andere Vlaamse bisdommen de bisschoppelijke pastorale brief van 2011.
Wie" Pastoraal en verkondiging in deze tijd " (Kerk in Nood, 1989) en "Omwille van Zijn Naam" (Lannoo 1993) kent, en dit vergelijkt met "Kerk zijn vandaag, de toekomst van de parochies" (Kerstmis 2011), vindt vele ideeën terug die reeds ruim 20 jaar oud zijn.
Het gaat inderdaad om, aldus Mgr. De Kesel: "Wat is (de kerk) haar toekomst? Steeds meer dringt de vraag zich op: zullen er in de toekomst voldoende plaatsen zijn waar Gods Woord wordt gehoord en het evangelie daadwerkelijk wordt beleefd en gedeeld? Gemeenschappen die ook naar buiten uitstralen en iets betekenen voor de vele zoekende mensen vandaag."
Monseigneur stelt dat er een veranderde situatie is, waarbij aan de christelijke cultuur door de opkomst van de moderne cultuur een einde kwam, ze werd seculier, pluralistisch en multireligieus en dit als "geleidelijke evolutie". Deze stelling 'geleidelijke evolutie van cultuur als oorzaak' leidt ertoe dat eigen bijdrage tot de crisis vanuit de bisschoppelijke taak in verkondiging van de waarheid, crisis van het priesterschap, de eenheid met de Paus van Rome en de Wereldkerk via de liturgie en de catechismus van de katholieke Kerk nergens nog vermeld wordt. De eigen universiteit is allang niet meer geloofwaardig als katholieke instelling, de scholen breken het geloof af in plaats van op te bouwen, de eenheid van catechese en liturgie is volledig zoek geraakt.
Hierbij wordt dus voorbijgegaan aan de snelle plotse implosie van het geloof en godsdienstige deelname zoals hierboven beschreven. Uiteraard betekent dit een belangrijk verschil in mening tussen deze visie en wat ons Thomas More Genootschap en ons tijdschrift POSITIEF reeds meer dan vier decennia aanklaagt. Er is een plotse breuk na het concilie .Ook Mgr. in zijn interview met het Belang van Limburg (Kerstmis 2015) erkent dit:
"Eigenlijk heb ik de wereld zien veranderen in 1967 ... omdat ik toen naar Leuven ben getrokken ... Ik heb er mei '68 vanop de eerste rij meegemaakt. .. de hele gedachtewereld veranderde. Er waren bijvoorbeeld priesters die uittraden en de kerk verlieten! Dat was voordien compleet ondenkbaar ... men (ging) ervan uit dat het celibaat zou worden opgeheven ... uiteindelijk ging het toch niet door en daardoor waren veel mensen teleurgesteld ... als men wil trouwen, men dat moet doen voor men gewijd wordt. Nadien kan het niet meer. Dat vind ik logisch, want je kan niet eerst een engagement aangaan, om nadien te zeggen dat je van gedachte verandert. Een belofte is een belofte."
De journalist keert terug op het thema: "Terug naar de omwenteling van de kerk in 67 Vond u dat een probleem? Antwoord: "Nee, ik denk dat het onvermijdelijk was. Naar mijn gevoel heeft het concilie, en dat is geen verwijt, de echte problematiek onvoldoende gezien. Het was geen kwestie om de kerk wat meer bij de tijd te brengen en links en rechts wat open te stellen, zoals het Paus Johannes Paulus voor ogen stond. Het is niet omdat we de deuren openzetten dat ze allemaal terugkomen, dat is wel wat naïef hé. Het onderliggende probleem was dat de samenleving al langer bezig was met een secularisatie. En dàt is voor mij de grote uitdaging."
 
Op de cruciale vraag "Hoe gaat u daarmee om? " Antwoord: "Op twee manieren. Ten eerste moeten we als kerk de nieuwe situatie aanvaarden. We moeten niet proberen om onze positie van vroeger opnieuw te veroveren in een soort conquista, dat is niet onze taak. We leven nu in een samenleving waar veel vrijheid is, ook godsdienstvrijheid, en waar niet één instituut dat alleenrecht heeft: Tja, daar kan ik toch niet tegen zijn, hé. We moeten ons aanpassen, dat is alles. En we moeten leren bescheiden zijn: de kerk is wat ze is, maar ook niet meer ... Vandaag durf ik luidop zeggen dat ik christen kan zijn én volwaardig burger in deze seculiere samenleving."
In zijn houding tegenover de islam stelt hij dat deze een "niet-fundamentalistische lezing van het boek" zou moeten hebben zoals: "Een goede historisch-kritische lezing van het schrift leert je dingen in de context te plaatsen ... als een openbaring van God, we gaan er niet vanuit dat God persoonlijk de hand van de schrijver heeft vastgehouden."
Waar plaatst hij dan het christendom? Monseigneur vindt dat de islam zich uiteindelijk zal moeten "aanpassen aan de moderne cultuur, maar toch zichzelf blijven "en "dat hoop ik ook voor het christendom, want je kan je niet volledig aanpassen aan een seculiere samenleving, omdat je dan zelf seculier wordt. En een kerk die ongelovig is, dat gaat natuurlijk niet."
De consequenties van deze visie worden getransponeerd in de brochure van de parochies: "De confrontatie met de moderne cultuur heeft binnen de kerk een verandering in denken en handelen tot gevolg gehad. Door de uitdaging te aanvaarden kwam er vernieuwing in de theologie, de liturgie en in heel het pastoraal handelen. Het Concilie heeft veel van deze vernieuwing begeleid en bekrachtigd. Maar vroeg of laat moest die verandering zich ook laten voelen op het terrein van de parochiale structuur van de kerk. Dat is het wat we de laatste jaren heel sterk aanvoelen. De situatie waarin de parochies zijn ontstaan en zich hebben ontwikkeld, is niet meer de onze. Hetzelfde kan ook gezegd worden over onze aanwezigheid in het onderwijs en in de ziekenhuizen en zorginstellingen. Ook daar hebben zich diepgaande veranderingen voorgedaan." ... " Als de kerk wil aanwezig zijn in de samenleving, dan zal ze altijd een territoriale verankering moeten hebben. Een gemeenschap komt samen op een bepaalde plaats .... Wij kunnen de situatie zoals ze uit het verleden tot ons gekomen is, ook niet meer aan. We moeten dat in alle waarheid en eenvoud erkennen. We kunnen niet meer overal zijn ... parochies beschikken ook niet meer over de mogelijkheden om zelfstandig te blijven bestaan. Wat staat er ons te doen? Op die vraag zoeken we in deze brief een antwoord ... de parochies verenigd in federaties ... naar pastorale eenheden. Bij federaties gaat het om samenwerking tussen parochies. Bij een pastorale eenheid gaat het om een gemeenschappelijke werking van parochies met de bedoeling samen één nieuwe parochie te vormen." Door deze heel fundamentele verandering worden de parochies zoals ze nu bestaan gewoon opgeheven en vervangen door een nieuwe "parochie", met name de pastorale eenheid. Deze moet nu de vijf voorwaarden die in alle parochies hadden moeten aanwezig zijn, gestalte geven.
Wat deden of hadden parochies moeten doen of moeten parochies doen volgens Monseigneur?
"Allereerst moeten de verkondiging van Gods Woord en de catechese gegarandeerd zijn ... Vervolgens moet binnen de gemeenschap de liturgie van de kerk kunnen gevierd worden. Dat vraagt uiteraard méér dan alleen een voorganger en een kerkgebouw. Het probleem kan niet herleid worden tot dat van een tekort aan priesters. Ten derde: Dienst aan armen en zieken en concrete solidariteit met hen die in nood zijn. Ten vierde: zorg voor het beheer van de tijdelijke goederen en de financies. Tenslotte is er binnen een dergelijke parochiegemeenschap ook een team dat het geheel van de pastorale zorg en van het leven van de gemeenschap behartigt en begeleidt" .... "Ze is een open gemeenschap waar alle christenen, van welke groep of richting ook, en allen die het evangelie willen ontdekken, welkom zijn ... Bij pastorale eenheden ligt, zoals het woord zelf zegt, de nadruk op de eenheid: parochies vormen samen een nieuwe parochie. Daar zal het ook aangewezen zijn één pastoor te benoemen voor de verschillende parochies van de pastorale eenheid. Hij zal samen met de andere pastoraal vrijgestelden en het team de pastorale zorg van de eenheid op zich nemen ... geen kwestie van schaalvergroting om hetzelfde te kunnen blijven doen als vroeger, zij het dan met minder middelen. De weg die we willen bewandelen is die van de vereenvoudiging .... We mogen de situatie ter plaatse niet uitleven en proberen zo lang mogelijk te overleven. Dat is geen perspectief dat toekomst biedt."
Daarna zingt Monseigneur uitvoerig de lof van dit nieuw model waarbij samenwerking en communio de hoofdtoon voeren, eenheid en verscheidenheid, al de huidige parochies als ze samenwerken zullen wel een plaats vinden in de nieuwe eenheid. Deze visie wordt nogmaals en nogmaals in andere woorden herhaald.
Tot halfweg het document wordt over de priester niet gesproken, maar in de visie van de "beleidsgroepen" stelt Monseigneur: " ... het team van de pastorale eenheid deelt in de uitoefening van de herderlijke zorg en neemt de leiding ... op zich samen met de priester die er de verantwoordelijkheid over heeft. .. het (team is het) eigenlijk beleidsorgaan. Daar worden belangrijke opties genomen, de prioriteiten vastgelegd en de initiatieven genomen ... verantwoordelijk voor de communio binnen de eenheid, alsook voor de band met het decanaat, het bisdom en de universele kerk. De beleidsgroep zal er ook op toezien dat er voldoende openheid is op de samenleving met haar vragen en uitdagingen.
... Vroeger was een pastoor aan één parochie toevertrouwd: 'één kudde en één herder'. Nu zal hij steeds meer de verbindingspersoon worden tussen verschillende gemeenschappen ... een nieuwe manier van pastoraal leiderschap."
De citaten hierboven geven weer hoe er gedacht wordt, nergens komt nog het patroon van de priester, bedienaar van de sacramenten in de persoon van Christus, die als herder ten volle verantwoordelijk is voor het geestelijk welzijn van zijn schapen: hen onderricht in het geloof, het sacrament van verzoening toedient en het eucharistisch offer opdraagt, hen bijstaat om een huwelijk aan te gaan en als de familie uitbreidt hen doopt, hen gaat opzoeken, hen geestelijk bijstaan en met hen bidden, verzorgen, hun bij ziekte de communie brengen, het sacrament van de zieken en stervende toedienen en hen ten grave dragen met de troostende eucharistieviering van de overledenen, de stellige hoop op het eeuwig leven.
Al deze functies zijn in feite Kerk-wettelijk alleen aan het ambtelijk priesterschap toevertrouwd. De priester is inderdaad de nederige dienaar, ja maar "persona Christi". Hij staat in de persoon van Christus omdat hij tot de goddelijke dienstbaarheid gewijde handen heeft met een specifieke opdracht in eenheid met de bisschop, die zelf in de volheid van het gewijd priesterschap zijn eigen wijding concretiseert enerzijds in liturgie en catechese van de universele Kerk in eenheid met de Paus van Rome en anderzijds in het stimuleren van priesterroepingen en van zijn priesters. Deze priesterlijke taak en hun opdracht kan in het Evangelie worden teruggevonden in de hoofdstukken 13 tot en met 17 van het Johannesevangelie. Daar is Christus alleen en intiem met zijn twaalf, later na het weggaan van Judas die hem verraadt, met elf apostelen. Daar wijdt Hij hen tot priesters tijdens het laatste avondmaal, het offermaal van het Lam Gods, dat in elke heilige Eucharistie wordt herhaald "tot Hij wederkeert". Daar heeft Hij diepgaand gezegd in het centraal deel van zijn onderrichting (Joh. 15) dat Hij de wijnstok is, zijn priesters de ranken, waaraan de vruchten bloeien, dat priesters door onderlinge broederliefde in Christus bewaard moeten blijven en dat de wereld hen zal haten. Daar heeft Jezus voor zijn priesters uitvoerig gebeden en hen gewiJd en gezonden (Joh. 17,17-19) alleen op het einde van het hogepriesterlijk gebed(Joh. 17,20) wordt gebeden "voor hen die door hun woord (het woord van de apostelen-priesters) in Mij geloven." En tot slot zegt Jezus: "deze (de priesters-apostelen) hebben erkend dat Gij Mij gezonden hebt. Uw naam heb Ik hun geopenbaard en Ik zal dit blijven doen, opdat de liefde waarmee Gij Mij hebt liefgehad, in hen moge zijn en Ik in hen.(Joh. 17,25-26)
Niets van dat alles in het document.
 
Dr. Luc Kiebooms.
Wordt vervolgd. 


Comments are closed.
    Overzicht Artikels
Powered by Create your own unique website with customizable templates.
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht