• Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht
THOMAS MORE GENOOTSCHAP
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht

Archief Positief

Op deze pagina worden artikels aangeboden uit tijdschrift POSITIEF sinds 1969

Beleving van het priestercelibaat

5/12/2018

 
Verschenen in POSITIEF nr. 462 - MEI 2016

​Het is mee door de ophef rond het seksueel misbruik in de Kerk en de aanhoudende roepingencrisis, dat de vraag naar de ontkoppeling van ambt en celibaat vandaag weer opduikt. In zekere zin kan het verbazen dat er voortdurend kritiek is op het celibaat in een tijd, waarin het meer en meer mode wordt om niet te huwen en er lossere samenlevingsverbanden op na te houden. In deze controversiële tijd is het zowaar een gewoonte geworden om alles onmiddellijk in vraag te stellen. Voor wie vroeger priester of religieus wilde worden, speelde de keuze voor het celibaat geen bewuste rol. Het hoorde er gewoon bij, men beschouwde het als het ware evident Die evidentie is echter weggevallen. In de huidige context ben je wel verplicht om je tegenover jezelf en anderen hoe dan ook te verantwoorden voor zo'n ongewone levenskeuze.
 
Dat er openlijk over het celibaat wordt gediscussieerd merk je in krantenartikelen, lezersbrieven en zelfs in talkshows op tv. leder heeft hierover zijn eigen mening of denkt hierover zijn mening naar buiten te moeten brengen. Men is pro of men is contra. Natuurlijk is dit ieders goed recht en hoe de meerderheid zich opstelt in deze kwestie laat zich raden. De vraag is echter welke waarde we hieraan moeten hechten. De publieke opinie of de mening van de man in de straat is hier weinig relevant. En wel om deze reden: zich pro of contra het celibaat uitspreken kan iemand pas, wanneer hij of zij duidelijk weet waarover het gaat. Belangrijker is daarom te proberen deze levenswijze beter te leren kennen om ze daardoor meer te gaan begrijpen. Dit kan maar in gesprek of in contact met hen, die het celibaat op een authentieke wijze beleven.
 
Vanuit een diepere motivatie
 
De Kerk ziet het celibaat als een bijzondere gave van God, waardoor de gewijde bedienaars zich gemakkelijker met een onverdeeld hart met Christus kunnen verenigen en zich vrijer aan de dienst van God en de mensen kunnen geven. Het Oecumenisch Concilie Vaticanum Il en de laatste pausen bevestigen dan ook de noodzaak het celibaat in de Latijnse Kerk te bewaren en geven drie redenen aan om de band tussen celibaat en priesterwijding te verduidelijken: een christologische (omwille van Christus), een kerkelijke (omwille van de traditie) en een eschatologische (omwille van het Rijk Gods).
Volgens de bijbel en de traditie is de priester door zijn wijding representant, plaatsvervanger, gestalte van Jezus Christus. Het priesterlijk ambt is dus de voortzetting van de zending van Jezus Christus. Als 'alter Christus' vertegenwoordigt de ambtsdrager Jezus Christus tegenover de gemeenschap en handelt 'in persona Christi'. Dit geldt op de eerste plaats bij de dagelijkse viering van de heilige Eucharistie en bij het biecht horen. Christus laat de priester toe Zijn Ik te gebruiken en Hem tegenwoordig te stellen. Vandaar de betrachting van de priester zoveel mogelijk in alles op Hem te gelijken. Hij wil zich dus ook op Jezus Christus oriënteren en Hem tot maatstaf nemen. Ambt en levenswijze dienen met elkaar in overeenstemming te zijn. En lees dan maar in het evangelie wat dat allemaal zeggen wil: Hij ging al weldoende rond ... Hij zocht het verloren schaap op Hij stelde onrecht aan de kaak ... Hij liet de kinderen bij zich komen Hij had geen steen waar Hij Zijn hoofd op kon laten rusten ... Hij was er op elk moment voor iedereen ...
Welnu, om zich aan alle mensen te kunnen schenken, liet Jezus de weg van een exclusief huwelijk met een vrouw terzijde en bleef ongehuwd. En daarom ook gaan priesters als celibatair door het leven. Het celibaat geeft hen de mogelijkheid Jezus te volgen met een vrijheid, die niet voor ene gehuwde mogelijk is. 'Wie vader, moeder, broeder of zuster meer liefheeft dan Mij, is Mij niet waardig', zo leerde Jezus. Een concrete toepassing van dit woord zien we in het evangelie bijvoorbeeld in de verschillende reactie van Petrus en de rijke jongeling op een vraag van Jezus. Tegen Petrus zei Jezus: 'Kom en volg Mij'. Petrus verliet alles en volgde Hem. Onmiddellijk voltrok zich in hem een grote ommekeer, van het menselijk tot het goddelijke. Hij keek niet meer om, had geen spijt over wat hij had verlaten. Hij keerde niet meer terug naar zijn aardse beslommeringen, hij volgde Jezus na tot in het martelaarschap. Een andere keer trad een rijke jongeling op Jezus toe en vroeg: 'Goede Meester, wat moet ik doen om het eeuwig leven te bezitten?' Jezus keek hem aan met een liefdevolle blik en antwoordde: 'Verkoop alles wat je bezit, geef het aan de armen en kom dan terug om Mij te volgen'. Maar de jongeman werd treurig en keerde terug. Hij was te veel gehecht aan zijn rijkdom en vond daardoor niet de moed hiervan afstand te doen en Jezus' roep te volgen.
Op het ogenblik dat men bij de priesterwijding de gelofte van het celibaat heeft afgelegd, voltrekt zich ook hier de ommekeer van het menselijke naar het goddelijke en ontvangt men de genade om de moeilijkheden die dit hoge doel in de weg staan te overwinnen. Dit is het christologisch aspect, waarop het celibaat is gebaseerd. Vervolgens is er het aspect van verankering in de traditie van de Kerk. Vandaar het belang om de oorsprong en de historische ontwikkeling van het celibaat goed voor ogen te houden.
De celibaatswet in de Latijnse Kerk zoals wij die vandaag kennen dateert van de twaalfde eeuw. Maar het is zeker niet zo, dat het celibaat in de Middeleeuwen is 'uitgevonden' of pas toen werd ingevoerd! Het voorbeeld van de maagdelijke Christus en van de apostelen die Hem nagevolgd zijn is de kern die aan de basis lag van een traditie, eerst ongeschreven en daarna vanaf het Concilie van Carthago (418) verwoord in Kerkrechterlijke besluiten, die aan de bedienaars van het altaar (bisschoppen, priesters en diakens) vragen zich van seksuele betrekkingen met hun echtgenote te onthouden.
Aanvankelijk kende de Kerk dus gehuwde en ongehuwde priesters. Maar ofschoon er toen nog geen echte celibaatswet bestond, was er toch de gewoonte om aan gehuwde priesters vanaf de dag van hun wijding volledige onthouding te vragen. Dit bleef zo, zowel in de oosterse als in de westerse Kerk, tot aan het einde van de 7° eeuw. Deze belangrijke overeenstemming van discipline is van doorslaggevend gewicht ten voordele van de apostolische oorsprong van het celibaat of de onthouding.
Pas sinds het Concilie van Trullo van 692 (niet door paus erkend) komt er een zekere afwijking in de toepassing van de celibaatsleer tussen de oosterse en de westerse Kerk. Bisschoppen worden in beide tradities altijd gekozen onder celibatairen en mogen niet huwen; ook priesters mogen niet huwen na hun wijding, maar in de oosterse Kerk mochten van toen af de gehuwde priesters wel hun huwelijksleven voortzetten. Vandaag de dag zijn in de oosterse Kerk negen op de tien priesters gehuwd, maar het is niet zo - zoals vaak verkeerdelijk wordt gesteld - dat priesters mogen huwen. Alleen worden er gehuwde mannen tot priester gewijd. Het zich onderwerpen aan een discipline die teruggaat tot de apostolische tijd is een factor geweest van psychologisch evenwicht en stabiliteit in de diepte, die zich in de eerste eeuwen van de Kerk bewezen heeft en de persoonlijkheid van de ongehuwde priesters in alle tijden structureerde.
 
Het is wenselijk dat het op onze dagen zo blijft. De crisis in de westerse Kerk in de post - conciliaire tijd, die helaas de oorzaak was dat te veel priesters in die periode hun ambt verlaten hebben, was grotendeels te wijten aan het ontbreken van deze verankering en het feit dat alles plots op losse schroeven kwam te staan. Tenslotte heeft het celibaat ook een eschatologische betekenis. In deze levensvorm wordt een teken gezien, dat op een speciale manier het Rijk Gods aankondigt, waar niet meer gehuwd of ten huwelijk gegeven zal worden. In die zin is het celibaat een anticipatie op onze levenssituatie na dit aardse bestaan bij God.
 
In vreugde en vrijheid
 
Geleid door een eigen authentieke spiritualiteit, verankerd in een traditie die van de apostelen komt, kan de priester ook vandaag zijn celibaat beleven in vreugde en vrijheid. Toch willen wij hieraan nog enkele beschouwingen toevoegen ...
In elk van ons leeft het natuurlijk verlangen naar iemand, die ons nabij is en begrijpt. Dit is het vertrekpunt voor het aangaan van een relatie of huwelijk. En misschien nog sterker is het verlangen naar een gezin, naar eigen kinderen en dus om moeder of vader te worden. En toch kiezen jonge mensen die priester willen worden voor een andere levensvorm. Daarachter zit geen openlijke of verdekte afwijzing of minachting van het huwelijk of het gezinsleven, maar de aantrekkingskracht van een hoger ideaal. Iets, of liever 'Iemand', heeft hen ten diepste geraakt.
We zouden kunnen spreken van een 'roepstem', die wordt gehoord en die men wil volgen, onvoorwaardelijk en totaal. De exclusieve liefde die men zou betonen tegenover een levenspartner geeft men nu vrijwillig aan de Heer. Het bij Hem zijn is voldoende. Met Hem een vriendschap aangaan voor altijd is levensvervullend.
Celibaat komt dus niet overeen met vrijgezel of single zijn. Niet huwen is hier gebaseerd op de wil alleen voor zichzelf te leven, geen definitieve band te aanvaarden, ieder ogenblik volledig autonoom over het leven te beschikken of in het ergste geval zich ongedwongen seksueel te kunnen uitleven. Het celibaat is precies het tegendeel: het is een definitief ja aan God, zich geheel in Zijn handen geven en zijn leven door Hem laten bepalen in totale beschikbaarheid en trouw.
Zo krijgt het celibaat een positieve invulling en gaat het niet om een gemis maar om een vreugde, niet om een 'minder' maar om een 'meer'. Het zou dus verkeerd zijn het celibaat enkel te zien als een kerkrechterlijke verplichting die wordt opgelegd of als iets wat je er maar moet bijnemen.
Erger nog is het celibaat zo voor te stellen alsof het tegennatuurlijk zou zijn of praktisch onmogelijk te beleven in deze tijd. Hiermee doelt men dan op de wezenlijke plaats van de seksualiteit in de menselijke constitutie of structuur.
Vooral jonge mensen zien de seksualiteit als een enorme kans die ons leven spanning, kracht en vitaliteit geeft. En inderdaad, de seksualiteit behoort tot een 'gezond' en 'normaal' leven. Wij mogen ons hele menszijn in al zijn facetten beschouwen als een geschenk van God. Maar de mens is ook in staat richting te geven aan zijn seksualiteitsbeleving. Onze geest is gericht op het veranderlijke, het uiterlijke, het voorbijgaande, de emoties en de impulsen. Maar de mens is ook 'tempel van de heilige Geest', er is een 'hoger zelf' in ons aanwezig dat onveranderlijk en eeuwig is, want we zijn geschapen naar het beeld van God. Vanuit de ervaring van deze werkelijkheid kom je vanzelf veel vrijer te staan tegenover seksualiteit. Je kunt seksuele energie transformeren tot onzelfzuchtige liefde, verbondenheid met ieder zonder onderscheid. Als de liefde uitgaat naar de hoogste Werkelijkheid vloeit de rest hieruit voort. 'Waar uw schat is, daar is ook uw hart'.
 
Het celibaat als levensvorm in de Kerk is geen losstaand gegeven of geen levensdoel op zich, maar betekent dat men vanuit een diepe Godsverbondenheid zijn hele leven in dienst wil stellen van zijn pastorale zending. De toewijding aan de Heer stelt de priester in staat het alleen zijn rustig aan te kunnen. Celibatair leven wil trouwens niet zeggen, dat men zijn gevoelens moet onderdrukken of verdringen. Dit zou alleen maar een bron zijn van frustraties. Maar het is juist het tegendeel: het biedt de mogelijkheid van alle mensen te houden zonder hen evenwel aan zich te willen binden. De vriendschap en het vertrouwen dat je daarvoor in de plaats krijgt is in verhouding!
Tal van andere voorbeelden tonen aan, dat een gelukkig bestaan zonder expliciete seksualiteitsbeleving mogelijk is. Heel wat gehuwden slagen erin, na het verlies van hun levenspartner, een zinvol en zelfs een affectief rijk leven uit te bouwen zonder een nieuwe seksuele relatie. Sommige ontwikkelingshelpers in de Derde Wereld zijn niet gehuwd. Ze houden er geen serie scharrelrelaties op na. Ze zijn niet gefrustreerd of affectief vierkant geworden. In de Arkgemeenschappen van Jean Vanier zijn er mensen die ongehuwd blijven om op die manier hun solidariteit met de mentaal gehandicapten, voor wie ze zorgen, gestalte te geven. Ja, celibatairen overleven het en zijn vaak gelukkig in die keuze!
Het huwelijk en het priesterschap zijn in die zin complementair, dat ze twee beelden van Gods liefde voor de mensen laten zien: de particuliere en de universele liefde. Het getuigenis en de uitstraling van een priesterhart, dat zich opent voor iedereen en altijd beschikbaar is, mogen we werkelijk niet onderschatten ...
 
Slotbedenkingen
 
Zoals gezegd is de controverse rond het priesterambt de laatste tijd weer opgelaaid. Een voortrekkersrol wordt hierbij gespeeld door de werkgroep 'Mensenrechten in de Kerk'. De negatieve of medelijdende manier waarop meestal tegen het celibaat wordt aangekeken getuigt van een schromelijk gebrek aan inzicht in het wezen zelf van het celibaat. Anders zou men de waarde en de haalbaarheid ervan niet in vraag stellen. Ook zouden zij moeten beseffen dat hun kritische opstelling in de kaart speelt van hen, die de bedoeling hebben om door de aanvallen op het priestercelibaat weer eens de Kerk te treffen. Velen uit antiklerikale en vrijzinnige hoek zijn erop uit Gods Kerk omver te trekken en gebruiken de eis van celibaatsafschaffing als één van de trektouwen. Dat ligt goed in de markt en de media doen grif mee. Hoe zinvol en gewettigd het celibaat ook is, toch blijft het geen gemakkelijke en voor de hand liggende keuze. Dit is des te meer het geval nu wij leven in een tijd met een hypergeërotiseerde cultuur, waar de lichamelijkheid wordt verheerlijkt en de seksualiteitsbeleving als onontbeerlijk geldt. Je moet er sexy uitzien, je sexy kleden en je sexy gedragen. Seks is een consumptieartikel geworden en vandaar een belangrijk thema in films, literatuur en kunst. Seksualiteit kent ook geen enkel taboe meer: alles kan en alles mag. Dat dit leidt tot seksuele ontaarding en zelfs seksuele misdrijven is niet zo verwonderlijk. Dit verklaart trouwens het succes van zgn. 'sekstherapeuten'. Nooit eerder kwamen bij hen zoveel mensen over de vloer! Dat de heersende tijdsgeest zijn invloed heeft op jonge mensen die gestalte willen geven aan hun roeping of gevaren inhoudt voor hen die reeds in het priesterambt staan, is onmiskenbaar. Hetzelfde probleem stelt zich voor gehuwden bij de beleving van hun onvoorwaardelijke trouw aan elkaar.
Moeten we dan spreken van een 'celibaatscrisis'? Zeker niet, want dit zou een onterechte veralgemening betekenen. Toch kan men niet ontkennen dat een aantal priesters gebukt gaan onder het celibaat, dat als een last hun ziel heeft verschrompeld. Sommigen treden vrij vlug of pas na vele jaren uit hun ambt omwille van een relatie. Anderen zijn gebleven ondanks een openlijke of verborgen (hetero- of homo-) relatie. Zijn de verantwoordelijke bisschoppen hiervan op de hoogte? Ongetwijfeld. Wat wordt hiertegen ondernomen? Elk geval is anders en het is niet aan ons om daarover te oordelen of te veroordelen. Sommigen hebben bij hun priesterwijding ter goeder trouw het celibaat omarmt in het gedacht met Gods genade in dit charisma te kunnen ingroeien. Anderen hebben hun keuze in gevaar gebracht door onvoorzichtigheid, zelfoverschatting of verwaarlozing van hun gebed en geestelijk leven. Ook externe omstandigheden of psychische factoren kunnen hierin een rol hebben gespeeld. Ook hier geldt barmhartigheid" Maar doen alsof men van niets weet en alles zomaar laten, betekent zoveel als iets gedogen of geen graten in zien.
Keuze voor het celibaat vraagt psychische volwassenheid en een gezonde affectieve opstelling in de sociale omgang. Misschien moet hieraan juist wat meer aandacht gegeven worden bij de priesteropleiding en moet men ook selectiever zijn in de beoordeling van de geschiktheid voor het priesterambt? Wat gebeurt er aan begeleiding of hulpverlening bij priesters in noodsituaties? Heeft men de moed desnoods zelfs in te grijpen waar dit nodig zou zijn?
Er is meer dan ooit nood aan een radicaal priesterbeeld, dat uitdaagt en uitnodigt. Celibaat moet niet neergehaald, maar integendeel geherwaardeerd worden. Mensen verwachten van onze bisschoppen een heldere en moedige taal. Het stilzwijgen hieromtrent steekt schril af tegen het sterk pleidooi in de media, althans van drie Vlaamse bisschoppen, om naar het voorbeeld van de oosterse Kerk gehuwde mannen toe te laten tot het priesterschap. Dit kan bij heel wat mensen de indruk wekken dat zij voorstander zijn van een gehuwd priesterschap. Ook al bedoelen zij dit niet zo, voor de gewone man of vrouw is het onderscheid moeilijk te maken. Wellicht zijn de publieke uitlatingen van deze bisschoppen ingegeven door een pragmatisch denken om de roepingencrisis op te lossen. Toch is het nog zeer de vraag of dit een uitweg zal bieden en het celibaat niet nog meer in de verdrukking zal brengen. Het debat hierover dient daarenboven niet gevoerd te worden op het niveau van het bisdom of van de Belgische Kerkprovincie, maar op het niveau van de Wereldkerk.
 
Olav Vandebril, priester. 


Comments are closed.
    Overzicht Artikels
Powered by Create your own unique website with customizable templates.
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht