• Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht
THOMAS MORE GENOOTSCHAP
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht

Archief Positief

Op deze pagina worden artikels aangeboden uit tijdschrift POSITIEF sinds 1969

Wie gelooft er nog in Engelen?

3/10/2018

 
Verschenen in POSITIEF nr. 464 – SEPTEMBER 2016

​Elke dag, wanneer en waar ook ter wereld de christelijke liturgie wordt gevierd, richt de priester zich tot God met de eeuwenoude gewijde woorden: 'Daarom loven en prijzen wij Uw heilige Naam, samen met de engelen en de aartsengelen en alle hemelse heerscharen'. De kerkelijke kalender vermeldt op 29 september het feest van de aartsengelen Michaël, Gabriël en Rafaël, en op 2 oktober het feest van de engelbewaarders.
Ook in de christelijke kunst komen engelen overvloedig voor. Daar engelen zich meer dan bliksemsnel, gedachtensnel kunnen verplaatsen worden ze met vleugelen afgebeeld, gehuld in lange geplooide gewaden en soms met bepaalde attributen in de hand. Omdat ze één en al geest zijn worden ze vaak ook afgebeeld als mensenhoofden zonder verdere ledematen of als naakte geslachtsloze figuren, die ons aan mensengedaanten doen denken.
En toch is er met engelen iets vreemd aan de hand. Binnen rand- en bijgeloof zijn ze ontzettend populair, maar uit de officiële katholieke theologie zijn ze haast totaal verdwenen. Het aantal publicaties over 'engelenervaringen', ontmoetingen van mensen met 'geestelijke gidsen', die goede raad geven en de weg wijzen, is nauwelijks meer bij te houden. Het lijkt bijna op een 'epidemie' van engelachtige belevenissen, paradoxaal genoeg in een periode dat in de kerken nauwelijks nog een pastoor het woord 'engelen' in de mond durft te nemen.
Gaat het hier enkel om een esoterisch geloof, dat voortkomt uit zeer oude religies van het Midden-Oosten, of is het bestaan van engelen een geopenbaarde waarheid?
Vele hedendaagse theologen wijzen erop dat de engelen in de bijbel een voorgeschiedenis hebben in de Kanaänitische en Babylonische traditie en moeten beschouwd worden als fantasiebeelden van een mythische kosmologie. Volgens hen zijn de engelen in de bijbel terechtgekomen om Gods transcendentie veilig te stellen. Zo zouden de engelen slechts symbolen zijn, die dienen om de afstand tussen God en de mensen te overbruggen. God, die benoemd wordt als de Gans Andere, de Onbereikbare, is de mens toch nabij in Zijn voorzienigheid. Daarom zendt Hij Zijn engelen als bode of gids. Zij vormen 'de brug' tussen hemel en aarde, tussen het stoffelijke van deze wereld en het hogere, het onstoffelijke.
 
Nog nooit heeft iemand God gezien. Hij is onkenbaar, onzichtbaar. Een engel daarentegen wordt wel door mensen gezien als een levende gedaante van vuur en licht.
Het is een mogelijke interpretatie, maar de vraag is of het wel de juiste is. Het is zeker niet gemakkelijk een beeld te vormen van de engelen en dit volkomen juist te omlijnen. Wanneer we de bijbel lezen moeten we inderdaad rekening houden met de toen heersende opvattingen, zo verschillend van de onze, en met de buurschap en de beïnvloeding van een heidense wereld, die de afstand tussen hemel en aarde overvloedig bevolkte met goddelijke wezens. De bijbel gebruikt ook literaire genres die niet meer de onze zijn en die ons soms op een dwaalspoor kunnen brengen. En toch verkondigt de Kerk vanaf het begin dat God Schepper is van zichtbare wezens en onzichtbare, die niet zoals wij met de aarde verwikkeld zijn. Geestelijke wezens die één en al gedachte en liefde zijn, die 'Gods aangezicht aanschouwen' en Hem hun samenzang van lof en dankzegging aanbieden.
Er is een zekere gelijkenis met de 'heiligen', die ons zijn voorgegaan. Zij doen aan engelen denken; ze zijn ook in de hemel. Heiligen zijn als engelen, ze hebben een engelachtig bestaan. (Mat. 22,30) In het stadium na de dood tot aan de verrijzenis van het lichaam bestaan hun onzichtbare zielen, als waren zij geesten zonder lichaam. Maar ook na de verrijzenis zijn onze lichamen zo vergeestelijkt, dat de ziel in alles de toon aangeeft. (1 Kor. 15,44) We zeggen niet helemaal ten onrechte, dat onze gestorven kindertjes engeltjes in de hemel zijn geworden.
Als we de trapsgewijze vervolmaking in de schepping zien van levenloze stof, plant, dier tot de mens toe, dan ligt het bijna voor de hand dat er tussen die stoffelijke mens en God ook wezens zijn geschapen, die zo op God gelijken dat we ze ook niet meer kunnen zien. Als we er logisch over nadenken zou het ons eerder moeten verbazen, dat God stof heeft kunnen scheppen dan dat Hij geesten heeft geschapen! Zou het niet dwaas zijn naïevelingen en achterlijken te beschouwen degenen die nog denken met de Kerk, die nog luisteren naar het woord van de H. Schrift zoals het is en vandaar ook vertrouwelijk omgaan met deze onzichtbare aanwezigen?
Dat er tussen mens en Opperwezen nog allerlei tussen-wezens zijn vinden we niet alleen in jodendom en christendom, maar in een of ander vorm vrijwel overal in iedere godsdienst.
Onweerlegbaar is het feit dat alle boeken van de Heilige Schrift (behalve de Priestercodex) melding maken van engelen en daarnaast ook van gevallen engelen: ongeveer 300 keer is er van engelen sprake en 200 keer van duivelen. We vinden ze telkens weer terug, heel de heilsgeschiedenis door, die al met de schepping van de wereld begint. Ze dienen God, loven en aanbidden Hem (Jes. 6), maar dienen Hem ook door de mensen te dienen. (Ex. 23,20) Volgens het Oude Testament zijn de engelen speciale gezanten van God. Zij maken Zijn wil en bedoelingen bekend. Boden Gods zijn ze, bemiddelaars in Zijn omgang met de mensen. Jacob zag ze langs een ladder op- en afgaan. 'De engel van Jahweh' is in het begin van Genesis min of meer identiek met de Heer zelf: hij is een verschijning van de levende God. Later wordt het onderscheid tussen de Heer en diens bode geleidelijk duidelijker.
Pas sedert de christelijke tijd kennen wij het gangbare begrip 'engel', afgeleid van het Griekse 'angelos' en een vertaling van het Hebreeuwse 'malak', boodschapper. De ontvangenis van de toekomstige Verlosser wordt aan Maria, Zijn moeder, verkondigd door de engel Gabriël en engelen maken Zijn geboorte bekend aan de herders.
Maar ook in het leven van Jezus ontmoeten we hen. Zij dienen Hem na Zijn beproeving in de woestijn. Herhaaldelijk worden engelen genoemd in de opgetekende onderrichtingen van Jezus. Van de kinderen zegt Hij, dat 'hun engelen in de hemel het aanschijn van Zijn Vader zien'. (Mat. 48,10)
Hij voorspelt zijn glorievolle wederkomst vergezeld door engelen. Hij wordt bijgestaan door een engel gedurende Zijn doodsstrijd in de Hof van Gethsemane en ook in het verslag over Zijn opstanding en het lege graf staan engelen vermeld.
Deze tussenkomst van engelen herhaalt zich overigens in het boek der Handelingen en in de brieven van Sint Paulus. Sint Paulus waarschuwt ook voor een verkeerde verering van de engelen.
Een buitengewoon belangrijke rol spelen de engelen evenwel in de Apocalyps, geschreven door de apostel Johannes op het eiland Patmos. In een visioen ziet hij een deur in de hemel die openstaat. (Apoc. 4,1) Hij mag binnenkijken. Wat ziet hij? Johannes ziet het geslachte Lam staan. Johannes hoort ook de stemmen van talloze engelen rondom de troon en van de vier 'levende wezens' en de 'oudsten'. Zij roepen luid. Het vergaat er horen en zien. Ook de rest van de schepping juicht mee. Alles en allen roepen de lof van het Lam. De levende wezens besluiten met 'Amen' en de oudsten vallen in aanbidding neer. In een overweldigend hymnisch gebeuren wordt Jezus verheerlijkt als het voor ons geslachte Lam. Hij is de Christus geworden. In dit bijbelboek is er zelfs sprake van een engelenhiërarchie. Zo is er een opdeling in negen rangen of koren: Tronen, Cherubijnen, Serafijnen, Heerschappijen, Overheden, Machten, Vorstelijkheden, Aartsengelen en Engelen. God regeert in de hemel a.h.w. als een Koning met Zijn Troonraad of hofhouding.
De canonieke boeken van de Heilige Schrift noemen slechts drie engelen bij naam: Michaël, Rafaël en Gabriël. Alle andere engelennamen zijn afkomstig uit niet-canonieke boeken.
In de traditionele theologie speelde de engel dan ook een grote rol. Het beeld van de engel degenereerde echter door de sentimentele opvattingen van deze figuur, zoals uit heel wat oude voorstellingen van engelen blijkt. Vooral de engeltjes van de Barok hebben onze 'smaak' voor de engelen bedorven. Reeds de Pre-Rafaëlieten stelden de engelen te zoetelijk voor. De laatste vijftig jaar ontstond daartegen een felle reactie. De theoloog Romano Guardini noemt de engel echter geen kitscherige verschijning, doch een indrukwekkende gestalte. Hij getuigt in een indringende studie over Dante 's 'Divina Comedia' over de engelen: 'Deze medeburgers van het hemelse Jeruzalem zijn grootse wezens, die zich met heel hun wezen voor God hebben uitgesproken'.
In het licht van de bijbel kan men ook vaststellen, dat de engelen in de heilsgeschiedenis nooit op zichzelf voorkomen maar altijd een functie of opdracht hebben. Ze brengen ons de goede boodschap van de Verlosser en openbaren ons Gods heiligheid. Ze staan in dienst van ons heil, ons welzijn en behoud. Ze beschermen mensen en volkeren. Er wordt aangenomen dat bij het doopsel de hemel aan elke christen een engel delegeert, een zgn. 'beschermengel', die hem in al zijn handelingen en bij moeilijkheden zou moeten helpen en bijstaan. Zo verstrekt hij ons richtlijnen voor onze levenswijze op aarde en mogen we hem aanroepen in de strijd tegen de gevallen engelen, die ons afgunstig de vriendschap met God misgunnen en zich daarbij 'soms vermommen als een engel des lichts'.
Er zijn engelen en gevallen engelen en wij hebben ermee te maken. Dit zien we vooral in het leven van de heiligen. Vaak getuigen zij over de listen en plagerijen van de duivel, maar ook over hun vertrouwelijke omgang met de engelen van wie zij een weergaloze bijstand ondervinden. Dit was o.m. het geval bij een gekende heilige uit deze tijd: pater Pio. Deze gestigmatiseerde en charismatische monnik schrijft een aantal van zijn bijzondere gaven toe aan de wijze raad, de ingevingen en de bemiddeling van de engelen, en maant ook zijn geestelijke kinderen aan alles aan hun beschermengel aan te bevelen. De engelen zijn, zoals de heiligen die wij aanroepen, onze voortdurende helpers. Meermaals stuurde hij pelgrims naar de nabijgelegen Garganoberg met het beroemde heiligdom van de aartsengel Michaël, Monte Sant' Angelo. Er wordt gezegd dat de heilige Michaël hier in de 5° eeuw is verschenen in een grot diep onder de grond, Santuario di San Michele. Verschillende pausen en heiligen kwamen hier op bedevaart. De heilige Franciscus voelde zich niet waardig deze heilige plek te betreden, maar bleef geknield bij de ingang zitten. Op die plaats is een altaartje opgericht ter herinnering.
Dit heiligdom wordt beschouwd als de belangrijkste en oudste vereerplaats van de aartsengel Michaël, door hemzelf uitgekozen en gewijd. Voor de ingang van de grot werd in 1273 een kerk gebouwd.
Het Credo van de H. Mis noemt de engelen niet, maar vermeldt ze alleen impliciet in het zinnetje: 'Ik geloof in één God, Schepper van hemel en aarde, van al wat zichtbaar en onzichtbaar is'. Het bestaan van de engelen is dus geen geloofspunt voorkomend in onze geloofsbelijdenis, maar wel een geopenbaarde waarheid. En daarom is het goed het bestaan en de rol van de engelen weer wat explicieter onder de aandacht te brengen.
We zouden immers de Openbaring echt verminken, indien wij daaruit zouden schrappen de aanwezigheid van deze wezens die God en Zijn liefde uitstralen. We kunnen engelen vereren, hen aanroepen en in zekere zin ook 'navolgen'. We worden immers uitgenodigd volmaakt te zijn, zoals de hemelse Vader volmaakt is. In die zin kunnen we 'engelachtig' of 'mensen als engelen' worden!
 
Olav Vandebril, priester


Comments are closed.
    Overzicht Artikels
Powered by Create your own unique website with customizable templates.
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht