• Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht
THOMAS MORE GENOOTSCHAP
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht

Archief Positief

Op deze pagina worden artikels aangeboden uit tijdschrift POSITIEF sinds 1969

Het gebed des Heren: Onze Vader

2/10/2018

 
Verschenen in POSITIEF nr. 465 – OKTOBER 2016

​Op een avond zonderde Jezus zich af om alleen te zijn met Zijn hemelse Vader. De leerlingen bleven op afstand, terwijl Hij in gebed verzonken was. Toen Jezus zich terug bij hen voegde, vroeg één van hen: 'Meester, leer ons bidden'. En Jezus leerde hen het Onze Vader .. De woorden ervan kennen wij 'uit het hoofd'. We zijn er zo mee vertrouwd, dat wij nog nauwelijks nadenken over de betekenis ervan. Het Onze Vader dreigt dan een afgezaagd en nietszeggend formulegebed te worden. Daarom is het goed, dat wij dit gebed onder een laagje stof vandaan halen en proberen het terug te doen glanzen.
 
Een gebed als geen ander
 
Waarom is het Onze Vader zo een waardevol gebed? Schijnbaar is het een gebed zoals een ander. En toch is het zo gans anders, zo ongewoon. Het gaat immers terug op de woorden van Jezus zelf. Vandaar spreken wij van 'het gebed des Heren'. Het diepste van wat in Jezus leeft ligt erin besloten en wordt dan ook door geen enkel ander gebed van onzentwege overtroffen.
Wat is het kenmerkende van dit gebed? Wat is het eigene ervan? Er zijn twee versies van het Onze Vader. De kortste versie vinden we bij Lucas (Lc. 11,1-4), een meer uitgebreide bij Matteüs. (Mt. 6,9-14) Beide verschillen lichtjes, maar in de liturgische traditie is er één gebed van gemaakt. Matteüs plaatst het Onze Vader in de Bergrede, omdat hij hierin de samenvatting ziet en de leidraad van gans het christelijk leven. In de drie eerste beden worden drie wensen uitgesproken, die betrekking hebben op God: Uw Naam worde geheiligd, Uw Rijk kome, Uw wil geschiede. 'Uw Naam worde geheiligd' .. In de Joodse traditie staat de naam voor de persoon. God maakt Zijn Naam aan Mozes bekend 'Jahweh', een Hebreeuws woord voor 'Ik zal er zijn voor u'. In de Naam ligt het wezen zelf van God uitgedrukt. Als wij ons hiervan bewust zijn en leven in Gods alomtegenwoordigheid, wanneer wij God laten God zijn en Zijn werk in ons en in de wereld alle kansen geven, dan doen wij recht aan Zijn Naam en wordt Zijn Naam geheiligd. Zo was gans het leven van Jezus zelf een verheerlijking van Gods Naam.
Ook het Rijk van God of het 'Koninkrijk Gods' staat centraal in het leven en de prediking van Jezus: 'Zoek eerst het Koninkrijk en zijn gerechtigheid, dan zal dat alles u erbij gegeven worden'. (Mat. 6,33) Het Rijk Gods heeft in eerste instantie betrekking op de eindvoltooiing, wanneer God alles in allen zal zijn. Toch is het Rijk Gods ook reeds midden onder ons. (Luc. 17,20) Het is er 'reeds' en het is er 'nog niet'.
Het Rijk Gods is dus een dynamische werkelijkheid. Het is te vergelijken met gist of zuurdeeg dat het brood doet rijzen. Of met een zaad, dat in de akker wordt uitgestrooid en wasdom geeft, anders gezegd: de wereld is nog onaf, onvolkomen, maar toch mogen we erop vertrouwen dat, ondanks alles, het goede zich doorzet. God is bezig door al het positieve dat er gebeurt iets op te bouwen dat blijvend zal zijn.
In Jezus voltrok zich ook Gods wil op aarde. Tot Zijn leerlingen had Hij gezegd: 'Mijn spijs is het de wil te doen van Hem die Mij gezonden heeft en Zijn werk te volbrengen'. (Joh. 4,34) Of nog: 'Ik ben immers uit de hemel neergedaald niet om Mijn eigen wil te doen, maar de wil van Mijn Vader'. (Joh. 6,38) En wat is de wil van God anders dan het onderhouden van Zijn geboden. Om de bede 'Uw Wil geschiede' waarachtig te bidden moeten we leren zien wat Gods wil is en inzicht krijgen in Zijn plan en Zijn bedoelingen met ons en deze wereld. Dikwijls misleiden wij onszelf, omdat ons oog niet helder is en ons hart niet zuiver. Ook zijn wij gemakkelijk geneigd ons eigen willetje te doen. Deze bede is dus niet vrijblijvend, maar vraagt dat wij ons leven afstemmen op wat God van ons verlangt. Jezus zei: 'Mijn broeder, Mijn zuster en Mijn moeder zijn zij die de wil volbrengen van Mijn Vader in de hemel'. (Mat.12,50)
Dit eerste deel van het Onze Vader onderscheidt zich duidelijk van het tweede deel. Het eerste is eerder Godgericht, het tweede dan weer wat meer mensgericht. Met de drie vragen om brood, om vergeving en redding uit het kwaad brengt de bidder zijn diepste noden ter sprake voor het aanschijn van God. Onze hemelse Vader luistert, wanneer wij Hem onomwonden en oprecht smeken om het levensnoodzakelijke. En zeker, wanneer wij ons verenigen met het gebed van Jezus. In een kerklied wordt gezongen: 'Al wat er nodig is om te bestaan, vraag dat in Jezus' naam'.
De bede 'geef ons heden ons dagelijks brood' doet ons vooral denken aan het materiële brood en aan enkele essentiële zaken die hiermee verbonden zijn: werk, inkomen, gezondheid. Maar het gaat ook om het brood der gerechtigheid en het brood der liefde. En houdt dus een oproep in tot solidariteit, tot breken en delen. Toch mag de strijd voor het bestaan en de inzet voor meer welzijn nooit worden losgemaakt van het vertrouwen op God. Hij is immers de uiteindelijke Gever, Hij is Degene die ons hart beweegt tot meer liefde en rechtvaardigheid en de meeste garantie beidt op een humane wereld.
Met de bede “vergeef ons onze schulden” doen wij beroep op Gods barmhartigheid. Het woord -barrnhartiqheid- komt van het Latijnse -misericordia-, Het verwijst naar -cor-, het hart van God, en naar -misereri-, onze menselijke ellende waarover God zich ontfermt. Steeds mogen wij in onze schamelheid en met onze tekorten voor God treden. Hij biedt ons telkens nieuwe kansen, mogelijkheden en blijft in ons geloven. Hij is steeds weer bereid te vergeven en genade voor recht te laten gelden. Bevreemdend bij deze bede is evenwel de toevoeging “gelijk ook wij vergeven (hebben) aan onze schuldenaren” Is het zo dat wij maar vergeving krijgen als wij zelf vergeving schenken? Ook hier is en blijft God de eerste. Wanneer immers een mens ertoe komt aan zijn medemens vergiffenis te schenken is dit reeds een geschenk van God. Toch wijst deze toevoeging op de noodzakelijke band tussen de vergiffenis vanwege God en deze vanwege de mensen.
De laatste bede luidt “leid ons niet in bekoring, maar verlos ons van het kwade”, ... “Leid ons niet in bekoring”, kan aanleiding geven tot misverstand, alsof wij door Gods toedoen worden bekoord. Het is niet God die ons in bekoring brengt. Het is altijd door het trekken en lokken van onze eigen begeerten. Wat wij vragen in deze bede is: leid ons zo dat wij niet toegeven aan de bekoringen, of, laat niet toe dat bekoringen ons overvallen en wij er de dupe van worden. Het kwade is immers een beangstigende realiteit. Het steekt overal de kop op en neemt steeds nieuwe vormen aan. Erger nog: het heeft een medeplichtige in ons eigen hart. De mens is zwak en is een vat vol tegenstrijdigheden. Hij ervaart zijn innerlijke verscheurdheid, zijn “hanqen” tussen het goede en het kwade, tussen te leven voor anderen of voor zichzelf. Er is de zucht naar bezit, macht, eer en prestige. Deze kan zo sterk worden, dat heel ons leven erdoor beheerst wordt. Toch mogen wij met een hoopvol hart bidden 'verlos ons van het kwade', want Jezus heeft benadrukt: 'Heb goede moed, Ik heb de wereld (het kwade) overwonnen'. (Joh. 16,33)
 
Hoe dit gebed bidden?
 
Jezus heeft het Onze Vader aan de Kerk gegeven om het naar Zijn voorbeeld in de mond te nemen. Het krijgt dan ook maar zijn volle waarde, wanneer wij het bidden in de geest en naar het hart van Jezus. Het gebruik van de originele tekst is dan ook bij voorkeur aangewezen. De meervoudsvorm 'onze', die Jezus gebruikt bij dit gebed, maakt het bovendien bijzonder geschikt om in gemeenschap te bidden. Het Onze Vader is een uitmuntend gemeenschap stichtend gebed en werd daarom ook in de viering van de H. Eucharistie opgenomen, samen met de toevoeging van de doxologie of de lofprijzing: 'Want van U is het Koninkrijk, de kracht en de heerlijkheid in eeuwigheid. Amen'. Bidden is even halt houden in de dagelijkse activiteit om het hart, het innerlijk gemoed te verheffen tot God. Dus werkelijk, gewild, contact zoeken met God, spreken met God. God is dan niet meer een zelfstandig naamwoord, maar een levend en persoonlijk Iemand. Bidden is een aanspreken en u laten aanspreken.
 
Elk gebed beginnen we best met het kruisteken. Met het kruisteken opent men de deuren van het hart van God in Zijn heilige, drie-ene liefde. Wij verzoeken de H. Drie-eenheid bij ons aanwezig te zijn en dat we in Gods aanwezigheid gans doorzichtig worden tot in onze diepste verdokenheid.
 
Dit is geheel wat anders dan lippendienst of een aaneenschakeling van afgerammelde woorden, die we van buiten hebben geleerd. Geen automatisme, maar een bewuste daad.
 
Echt bidden begint heel diep in de mens. Daarom is het zo persoonlijk. Bidden is altijd een kwestie van liefde, vertrouwen en van overgave. Een bijna blinde overgave aan een ondoorgrondelijk Wezen, waarin wij ons totaal geborgen mogen weten. Het is alsof we ons bevinden in een magnetisch veld, waarin we ons aangetrokken voelen. Om in deze toestand te komen is het geraadzaam ons helemaal te ontledigen of leeg te maken, te ontdoen van elke wereldse beslommering. Hierdoor zullen we minder verstrooid zijn of worden en plaats maken voor de aanwezigheid van God. Hijzelf doet ons bidden in waarachtigheid. Of zoals Sint Paulus het uitdrukt: 'De heilige Geest komt onze zwakheid te hulp, want we weten niet eens hoe wij horen te bidden. De heilige Geest spreekt zelf voor ons ten beste'. (Rom. 8,26)
Door nu het Onze Vader in de mond te nemen, plaatst Jezus ons onmiddellijk in een vertrouwelijke relatie me God. De aanhef 'abba' of 'lieve Vader' is een uitdrukking van intimiteit. Of zoals Sint Paulus zegt in de Romeinenbrief: 'De Geest die wij ontvangen hebben is er geen van slaafsheid, maar een geest van kindschap'. (Rom. 8,15) De gevoelswaarde die wij aan het woord 'Vader' verbinden is dus teder en lief. Toch mogen we niet vergeten, dat wij met de hoogheilige God te doen hebben. De toevoeging 'die in de hemelen zijt' wijst op Zijn verhevenheid (transcendentie). Hij is de Gans Andere, zoveel groter dan wij, niet te bevatten met menselijke woorden of met ons begripsvermogen.
Ook al mogen wij vertrouwelijk met Hem omgaan, spreken we Zijn Naam uit vol schroom, huiver en eerbied. Aansluitend volgen dan een aantal concrete beden, waarvan we de inhoud en betekenis reeds hebben besproken.
Belangrijk is ook wat we lezen bij Lucas, nadat hij de tekst van het Onze Vader heeft neergeschreven. Hij voegt er onmiddellijk aan toe, dat Jezus ons aanspoort met aandrang en vertrouwen te bidden. 'Vraagt en u zal gegeven worden; zoekt en gij zult vinden; klopt en er zal worden opengedaan'. (Luc. 11,9)
Zo zouden we driemaal daags op de hoofdmomenten van de dag het Onze Vader kunnen bidden en telkens met een bepaalde klemtoon. Zo zouden we 's morgen de nadruk kunnen leggen op 'Uw wil geschiede' als een gebed om onze roeping als christen die dag te beleven, ofwel op de vraag 'leid ons niet in bekoring' om midden de aanvechtingen van het leven van die dag stand te houden. 's Middags kunnen we dan de nadruk leggen op de twee centrale gebeden 'Uw Rijk kome' en 'geef ons heden ons dagelijks brood'. 'Uw Rijk kome' om tijdens de dag bewust te leven in dienst van God en 'geef ons heden ons dagelijks brood' om daardoor te beseffen dat Hij het echte 'Brood van Leven' is. En 's avonds tenslotte kunnen we terugkijken op de dag vanuit de bede 'vergeef ons onze schulden' om te zien wat niet goed was en er vergeving voor vragen. Hierbij kunnen we nagaan of we Gods Naam geheiligd hebben in ons werk en ons omgaan met elkaar. Maar steeds mogen we beseffen, de hele dag lang, dat God voor ons een lieve Vader is, die ons met tedere liefde omringt.
 
Tekstaanpassing in het verschiet
 
Vanaf 27 november a.s. worden aan de tekst van het Onze Vader zowel in België als in Nederland enkele wijzigingen doorgevoerd om zo tot een uniform gebed te komen. In de jaren tachtig is al eens geprobeerd om de verschillen weg te werken, maar zonder resultaat. Of de harmonisering ditmaal zal lukken is maar zeer de vraag. Er is die ingeburgerde gewoonte, die men niet zomaar kan veranderen. En wat met de bestaande gedrukte tekst op gebedsfolders en in gebedenboeken? Om nog niet te spreken van de liederen waarvan niet alleen de tekst, maar ook de melodie dient aangepast te worden!
Bovendien kan men zich afvragen of men zich niet vergrijpt aan de inhoud en de betekenis van de tekst. Minder erg zijn de kleine ingrepen zoals 'hemel' in plaats van 'hemelen', 'geheiligd zij Uw Naam' wordt 'Uw Naam worde geheiligd' en de woordjes 'als' en 'gelijk' worden vervangen door 'zoals'.
Anders is het bij de vervanging van de bede 'leid ons niet in bekoring' door 'breng ons niet in beproeving'. De betekenis van de woorden 'bekoring' en 'beproeving' is totaal verschillend, met het gevaar door de wijziging van het woord verraad te plegen aan de originele tekst. Het is dus een compromistekst tussen Vlamingen en Nederlanders geworden. De vraag blijft natuurlijk of deze wijziging wel echt nodig was. Zeker is, dat de overgang alleszins moeilijk zal zijn!
 
Olav Vandebril, priester.


Comments are closed.
    Overzicht Artikels
Powered by Create your own unique website with customizable templates.
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht