• Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht
THOMAS MORE GENOOTSCHAP
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht

Archief Positief

Op deze pagina worden artikels aangeboden uit tijdschrift POSITIEF sinds 1969

Toen heel Europa in de ban geslagen was

2/10/2018

 
Verschenen in POSITIEF nr. 465 – OKTOBER 2016

​Er was een tijd waarin heel Europa in de ban was geslagen zonder dat iemand ketter was. Alles begon op 27 maart 1378 toen - 14 maand na zijn terugkeer uit Avignon naar Rome, paus Gregorius XI stierf. Aan het conclaaf - dat voor de eerste keer sedert 75 jaar zich afspeelde in het Vaticaan - namen 16 kardinalen deel van de toen 23 aanwezigen in de christenheid. De grote meerderheid van hen waren Fransen. Het was een gevolg van de lange periode van Avignon.
Op 8 april verkoos het H. College de aartsbisschop van Bari. Bartolomeo Prignano, tot paus. Hij was een geleerde op vlak van canoniek recht en had een strenge levenswandel. Kardinaal was hij niet en hij was dus niet aanwezig op het conclaaf. Dezelfde dag drong het volk het conclaaf binnen om de verkiezing van een Romeinse paus op te eisen. Maar de kardinalen durfden het resultaat van de verkiezing niet mee te delen. Ze deden geloven dat de verkozene de oude kardinaal Francesco Tibaldeschi was, geboren in Rome. De volgende dag echter werd Bartolomeo Prignano geïntroniseerd. Hij nam de naam aan van Urbanus VI (1378- 1389). Op 18 april werd hij in St.-Pieters volgens de regel gekroond.
Maar in de maand juli kwamen 12 Franse kardinalen, evenals de Aragonees Pedro de Luna bijeen in de villa 'd'Agnani'. Op 2 augustus kondigden ze een 'declaratio', een verklaring aan. Daarin stond dat de H. Romeinse Stoel als vacant werd beschouwd. De verkiezing van Urbanus VI was ongeldig wegens afdwinging van het Romeinse volk door rebellie en het tumult. Op 20 september werd in de kathedraal van Fondi Kardinaal Robert de Genève als nieuwe paus verkozen. Hij nam de naam aan van Clemens VII (1378-1394). Deze laatste installeerde zich opnieuw in Avignon, na een ijdele poging om Rome te bezetten. Zo begon het groot schisma van het Westen.
Het verschil tussen het schisma van het Westen en het schisma van het Oosten, dat sedert 1054 de christenheid verdeelde, is dat dit laatste een schisma was in de strikte zin van het woord. De orthodoxen weigerden en weigeren nog het primaatschap van de paus, als bisschop van Rome en Herder van de universele Kerk, te erkennen. Het schisma van het Westen daarentegen werd een materieel schisma, niet formeel, want er was bij geen enkel van de twee partijen de wil de pontificale Primaat te ontkennen. Urbanus VI en Clemens VII en vervolgens hun opvolgers waren overtuigd van de legitimiteit van hun canonieke verkiezing. Er waren ook geen doctrinele vergissingen bij de conflicterende partijen. Vandaag verzekert de Kerk ons dat de legitieme pausen Urbanus VI en zijn opvolgers waren. In die tijd was het helemaal niet duidelijk om te onderscheiden wie de legitieme Vicaris van Christus was.
Vanaf 1378 verdeelde de christenheid zich zo in twee 'gehoorzaamheden', erkenden Clemens VII, terwijl daarentegen noord- en centraal/ midden Italië, het Keizerrijk, Engeland en Ierland, Bohemië, Polen, Hongarije trouw bleven aan Urbanus Vl. Gedurende meer dan 40 jaar beleefden dus de Europese katholieken een dagelijks drama. Er waren niet enkel twee pausen en twee kardinalencolleges, maar dikwijls in eenzelfde bisdom twee bisschoppen, twee priesters, twee pastoors. En omdat de twee pausen wederzijds elkaar excommuniceerden, bevonden zich alle gelovigen van de christenheid door de één of de andere paus in excommunicatie.
Zelfs de heiligen onderscheidden zich hierin. De H. Catharina van Siena en de H. Catharina van Zweden, dochter van de H. Birgitta, ondersteunden Urbanus Vl. Daar tegenover stonden de H. Vincent Ferrier, de zalige Pierre van Luxemburg en de H. Coletta van Corbia die vasthielden aan de gehoorzaamheid aan Avignon. De situatie was meer dan ooit verwarrend. Men kwam niet tot het vinden van een oplossing.
Toen Clemens VII, paus in Avignon, plots stierf op 16 september 1394, bleek het moment van de ontknoping aangebroken. Het volstond dat de Franse kardinalen niet overgingen tot de verkiezing van een nieuwe paus en dat de paus van Rome, Bonifatius IX (1389-1404), opvolger van Urbanus VI, aftrad. Maar de kardinalen van Avignon verkozen een nieuwe paus, Pedro de Luna, een strenge man, maar koppig om zijn rechten met kracht op te eisen. Hij regeerde 22 jaar onder de naam Benedictus XIII (1394-1422). Als Romeinse pausen volgden lnnocentius VII (1404-1406) en Gregorius XII (1406-1415) paus Bonifatius op.
In die tijd gingen de discussies tussen theologen voort. Het vertrekpunt was de bekende passage van het decreet van Gratianus. Dit zei: "De paus heeft het recht heel de wereld te beoordelen, maar hij kan door geen enkele persoon worden beoordeeld, uitgezonderd als hij afwijkt van het geloof" (A nemine est judicandus, nisi deprehenditur a fide devius) (Dist. 400, c. 6). De regel volgens dewelke geen enkele persoon de paus kan beoordelen (Prima sedes non judicabitur) voegde en voegt nu nog één enkele uitzondering eraan toe: de zonde van de ketterij. Het gaat om een uitspraak waarover iedereen akkoord was en die, niet alleen op de ketterse paus, ook op de schismatieke paus kon worden toegepast. Maar wie was de schuldige van het schisma?
Om het probleem op te lossen vervielen velen in een zware en gevaarlijke vergissing: de leer van het conciliarisme. Volgens deze leer kan een ketterse of schismatieke paus worden afgezet door een concilie, omdat de vergadering van bisschoppen boven de paus staat. De voornaamste vertegenwoordigers van deze leer waren de kanselier van de Parijse universiteit, Pierre d'Ailly (1350-1420), vervolgens de kardinaal van Avignon en de theoloog Jean de Gerson (1363-1429), eveneens kanselier en professor van de Parijse universiteit.
Deze verkeerde ecclesiologische stelling brachten enkele kardinalen van de twee 'gehoorzaamheden' ertoe om de oplossing te zoeken in een algemeen concilie. Dit werd geopend te Pisa op 25 maart 1409. Doel was de twee pausen uit te nodigen tot het ambt neer te leggen en om ze af te zetten indien ze weigerden. En zo geschiedde het. Het concilie van Pisa verklaarde zich oecumenisch en vertegenwoordiger van de hele universele Kerk. Ze zetten de twee rivaliserende pausen af wegens "schismatiek en ketters" en verklaarden de Romeinse Stoel vacant. Op 26 juni verkoos het kardinalencollege een derde paus, Pietro Filargo, aartsbisschop van Milaan. Hij koos de naam Alexander V (1409-1410). Het volgende jaar volgde Baldassarre Cossa hem op, met de naam Johannes XXIII (1410-1415). Er kon er enkel maar één echte paus zijn, maar tot op dat moment was het niet duidelijk, noch voor de theologen, noch voor de gelovigen.
Johannes XXIII nam, met de ondersteuning van de Duitse keizer Sigismund (1410-1473), het initiatief om een nieuw concilie bijeen te roepen. Het werd geopend in de keizerlijke stad Konstanz op 5 november 1414. Het doel was om hem als enige paus te erkennen en zo het concilie van Pisa te bevestigen. Van dit concilie trok hij zijn legitimiteit. Het was ontstaan met dit doel, door talrijke Italiaanse kardinalen die het ondersteunden. Om de Italiaanse meerderheid te kunnen doen overwinnen, slaagden de Fransen en Engelsen erin dat de stemmen niet via 'capita singulorum', dit wil zeggen 'per persoon' zou gebeuren, maar per land, per nationale groep. Het stemrecht werd erkend in Frankrijk, Duitsland, Engeland, Italië en in een tweede tijd in Spanje: de 5 grootste Europese landen. Het ging om een diep revolutionair principe. Inderdaad, op de eerste plaats kwamen de landen, de politieke entiteiten met veel gewicht binnen in het leven van de Kerk. Ze keerden de verhouding van afhankelijkheid, die ze altijd met haar hadden, om. Op de tweede plaats werd vooral het principe ondermijnd volgens dewelke de paus de opperste scheidsrechter is, moderator en rechter is van het concilie om de beraadslagende beslissingen op te eisen van de stemming van de concilievaders.
Toen hij begreep dat het concilie hem niet als paus wou bevestigen, vluchtte Johannes XXIII uit Konstanz, in de nacht van 20 op 21 maart 1415. Hij werd echter ingehaald, afgezet als simonisch en publiek zondaar, en zoals de twee andere pausen uitgesloten van de toekomstige verkiezing. Op 6 april 1415 promulgeerde de vergadering het decreet dat bekend staat onder de naam 'Haec Sancta'. Daarin bevestigt men plechtig dat het concilie, bijgestaan door de H. Geest, de volledige militante Kerk vertegenwoordigt. Het bekomt zijn macht rechtstreeks van God: elke christen, de paus inbegrepen, was dus gehouden hem te gehoorzamen. 'Haec Sancta' is één van de meest revolutionaire documenten uit de kerkgeschiedenis. Want het ontkent het primaatschap van de Romeinse paus boven het concilie. Deze tekst die eerst als authentiek en legitiem werd erkend, werd pas later door het pauselijk magisterium afgekeurd. Op disciplinair vlak werd het aangevuld met het decreet 'Frequens' van 9 oktober 1417. Hierdoor moesten de oecumenische concilies een stabiele kerkelijke institutie worden. En daaruit volgend, zoals historicus Hubert Jedin het schreef: "een soort controle-instantie op het pontificaat".
In deze chaotische situatie aanvaardde de Romeinse paus Gregorius XII afstand te doen van zijn ambt. Het was de laatste verzaking aan de pontificale troon, vóór deze van Benedictus XVI. Gregorius XII verloor alle pontificale voorrechten, zoals het aan de paus toekomt, die - om buitengewone redenen - het bestuur van de Kerk verlaat. Het concilie beschouwde hem als kardinaal en benoemde hem als bisschop van Porto en als vaste stadhouder in Ancona. Vooraleer de nieuwe paus werd verkozen, stierf Gregorius te Recanati op 18 oktober 1417, op 90 jarige leeftijd. De paus van Avignon, Benedictus XIII, bleef onbuigzaam, maar hij werd door de landen van zijn gehoorzaamheid verlaten en op 26 juli 1417 afgezet, voor zover meinedig, als schismatiek en ketters.
De verzamelde kardinalen van de twee 'gehoorzaamheden' kozen uiteindelijk op 11 november 1417, de nieuwe paus, Othon Colonna, een Romein. Hij nam de naam aan van Martinus V (1417-1431), de heilige die werd gevierd op de dag van zijn uitverkiezing. Het groot Westerse schisma eindigde en de vrede in de Kerk bleek teruggekeerd te zijn. Maar het na-concilie bewaarde bittere verrassingen voor de opvolger van Martinus V.
 
Roberto de Mattei, pr.
Rome.


Comments are closed.
    Overzicht Artikels
Powered by Create your own unique website with customizable templates.
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht