• Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht
THOMAS MORE GENOOTSCHAP
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht

Archief Positief

Op deze pagina worden artikels aangeboden uit tijdschrift POSITIEF sinds 1969

Bedevaart naar Moerzeke : 9 oktober 2016

2/10/2018

 
Verschenen in POSITIEF nr. 466 – NOVEMBER 2016

​Toespraak van de voorzitter
 
Het doet deugd om hier samen te zijn bij het graf van priester Poppe. We gedenken onze zo betreurde ondervoorzitter André Decock, samen met onze voorzitter professor Van Hoof, pastoor Vanderwegen, Pater Du Mont en Pater Boeyckens, E.H. Magnus en eerwaarde Heer Swenden en zovele anderen die ons zijn voorgegaan als lichtende voorbeelden. Wij danken André voor de decennialange trouw aan ons genootschap.
 
Priester Poppe is een heilige priester, een voorbeeld voor de priesters in V!aanderen. Misschien ligt bij hem wel het antwoord op de crisis die we doormaken. Zijn uitstraling internationaal toont aan dat God zijn macht toont in wat voor de wereld ogenschijnlijk totaal onbelangrijk is geweest: een kort leven, meer ziek dan gezond, enkele jaren onderpastoor in een werkmansparochie te Gent, waar hij veel tegenstand ondervond. Priester Poppe paste immers niet in de al te burgerlijke maatschappij door zijn engagement voor kinderen en gezinnen van de arme werkman. Nadien heeft hij enkele korte perioden van apostolaat bij de seminaristen in legerdienst uitgeoefend, en dan werd hij geveld door zijn slepende ziekte die hem hier in een godvergeten dorpje als aalmoezenier deed eindigen. Jong gestorven. op de meest bekende foto van hem bewaard, een glimlach rond zijn lippen.
 
Misschien zijn er onder u die op Canvas 24/9 de geneesheer geriater fiiosoof Raymond Tallis hebben meegemaakt. Als professor van Oxford, op emeritaat, geeft zijn gedachtegoed een goed beeld van de 'algemene opinie' van onze moderne samenleving. Hijzelf is fier op de wetenschap die hij mocht dienen, maar hoe belangrijk het DNA onderzoek van chromosomen ook is geweest, het heeft het filosofisch vraagstuk van 'het leven', en zeker niet het 'menselijk' leven, niet dichterbij een antwoord gebracht. Hij toont hoe hij omgaat met euthanasie. Hoewel hij niet in God gelooft, maar wel eerbied zegt te hebben voor al wie religieus is en leeft, is hij tegen euthanasie, omdat daar een buitenstaande derde de eigenlijke levensbeëindigende daad stelt. Anderzijds propageert hij 'hulp bij levenseinde', maar de patiënt moet het zelf doen. De verplegende kijkt toe hoe de patiënt zelf de dodelijke dosis neemt. Hij beweert dat dit voor velen de oplossing is als de voorwaarde van 'volledig bij zijn verstand zijn' is vervuld. Verder stelt hij dat een overgrote meerderheid van de bevolking dit idee zou steunen. Hij is een belangrijke stem in het debat dat in het Engelse Parlement woedt.
U kan dus verstaan hoe dergelijke ideeën later omgezet in wetgeving tot stand komen wanneer personen van dit niveau, daarvoor een ware kruistocht voeren. 
 
Dit alles brengt de ondervrager van de TV bij de vraag aan Tallis, hoe hij het bestaan na dit leven, mocht dat er zijn, dan wel ziet? En hoe hij zichzelf voelt op de leeftijd van 70 jaar in het vooruitzicht van het levenseinde? De professor stelt dat in tegenstelling tot de mensaap, hij van oordeel is dat zijn 'lichaam niet het einde is van hemzelf', maar dat er een andere bestemming moet zijn voor de 'mens'. Hij kan dat niet in ruimte en tijd integreren, want hoe zouden we er dan uitzien, als een vijfjarige of een volwassene, of oud? Er moet iets zijn, maar wij weten het niet, en hij besluit 'niemand weet het'.
 
Merkwaardig als hij zichzelf bestempelt als een seculiere 'humanist' omwille van de positieve connotatie, geen atheïst, omdat atheïst een negatieve connotatie heeft met niet-in-God-geloven. terwijl "humanist" positief tegenover de mensheid staat. Maar hij kan niet geloven in een "concept", god, dat tegenstrijdigheden oproept, bijvoorbeeld zijn almacht en toch zijn luisteren naar een bede, bijvoorbeeld zijn oneindigheid en toch het geschapene. In God geloven doet hij niet. Maar stelt hij, in tegenstelling tot denken dat we het einde van het godsgeloof beleven. zijn de trends daaraan tegengesteld.
 
Hij gaat dan in op de vraag: zijn we dan tot het 'niet' herleid na de dood? Dit kan hij niet aannemen, een chimpansee als die dood gaat, ja dan keert hij tot stof terug, maar een mens? De mens kan niet herleid worden tot stof alleen, zo wijst hij er nadrukkelijk op dat we én mekaars denken én mekaar op het denk niveau ontmoeten én met mekaar handelen. zoals bv liefde, recht, en wetenschappen. niet kunnen herleid worden tot louter materie. Hij verwerpt de idee dat tijd louter een wiskundig getal is dat we optellen, terwijl geschiedenis en de beleving van de mensheid van haar verleden en de lessen naar de toekomst daardoor zouden vervallen of zwaar onrecht worden aangedaan.
 
Het probleem is dat hij het voortbestaan na de dood dan niet kan invullen. God in elk geval niet, dat is voor een primitief bewustzijn. Hij wil niet in God geloven. Hij besluit en sluit zich aan bij Diderot waar deze stelt in één van zijn verhalen dat een man die onrecht was aangedaan en naar wraak zocht, zou hebben uitgeroepen God! God! iedereen die dan vraagt: wat is dat? zegt hij: aanbidden! Aanbidden! Maar toen hij verder geen definitie kon geven van wat God is, ontstaan de godsdiensten. omdat iedereen zijn eigen voorstellingswereld invult. Sedertdien grijpen we mekaar naar de keel en vermoorden mekaar.
Hij als professor kan zich bij God niets voorstellen, niemand weet het. en hij sluit zich daarbij aan. Maar opnieuw bij de vraag hoe hij dan wel over zijn naderend einde denkt, zegt hij eigenlijk zolang mogelijk te willen leven, want het leven is goed, en hij wil niet aan dat einde denken.
 
Dit is dus een illustratie van onze tijdsgeest, men doet heel eerbiedig maar neerbuigend over gelovigen, zegt dat het de godsdiensten zijn die oorzaak zijn van alle kwaad en oorlogen in de wereld, maar als hij gevraagd wordt naar zijn eindbestemming. blijft hij het ultieme antwoord schuldig.
 
Sta me toe toch enkele dingen te belichten: Hoe is het kwaad dan wel in de wereld gekomen, als dit niet door de godsdiensten kwam? De heilige Johannes Paulus Il heeft dit belicht in een van zijn filosofische discussies*."Jezus kondigt aan dat de H. Geest 'de fout (zonde, kwaad) van de wereld zal aan de kaak stellen'. (Joh. 16,8) lk(heilige Joh. Pauls Il) heb getracht deze woorden te doordringen en dit heeft me gevoerd naar de eerste bladzijden, in het boek Genesis, naar de gebeurtenissen die hebben geleid tot wat we «erfzonde" noemen. Sint Augustinus met zijn buitengewoon inzicht, heeft de natuur (aard) van deze zonde benoemd met volgende formule: "amor sui usque ad contemptum Dei". (Eigenliefde tot het misprijzen van God toe; Stad Gods XIV,28)
Dit is precies de amor sui (eigenliefde) die onze eerste ouders in de eerste (aanvankelijke) rebellie (opstand) duwde en ook bepalend was voor de daaropvolgende verspreiding van de zonde in de menselijke geschiedenis. Dit is wat verwijst naar de woorden van Genesis : " Gij zult als goden zijn, door de kennis van goed en kwaad" (Genesis 3, 5) hetgeen wil zeggen gij, mens. zijt het zelf die zult beslissen wat goed is en wat slecht (kwaad). Deze oorspronkelijke maat van de zonde kan maar een geschikte tegenhanger vinden in deze zinsnede waarbij de eigenliefde tot misprijzen van God toe, wordt tegengesteld door "amor Dei usque ad contemptum sui" (liefde tot God tot het misprijzen van zichzelf).
Zo komen we tot het verband (tussen zondeval) met het mysterie van de verlossing van de mens, en voor dit ideeëngoed is het de Heilige Geest die ons moet leiden. Hij is het die ons toelaat om de diepte van het mysterie van het kruis, mysterium Crucis te doordringen, en met Hem samen ons te buigen over de afgrond van het kwaad waarvan de mens zowel de architect als het slachtoffer is, vanaf het begin van zijn geschiedenis."
 
Zo zien we dus bij de professor geriater de goedkeuring en de verfijnde manier om toch mensen om te brengen, ook al doen ze dit zelf, zogezegd uit vrije wil. Zij beslissen over goed en kwaad! Over het begin van het leven bij vrouwen die al of niet gedwongen abortus ondergaan, en de wijdverspreide euthanasie die nu een routineklus is geworden.
 
De heilige Johannes Paulus Il zegt: "Als de Kerk door de Heilige Geest, het kwaad bij naam noemt, doet ze dat maar met het oog op de mogelijkheid dit kwaad als het ware een nederlaag toe te dienen."
Het beletten dit te doen zoals we hebben meegemaakt bij de uitspraken van de aartsbisschop over euthanasie in naam van een democratische meerderheidsbeslissing in het parlement doet denken aan de onzalige tijden in de jaren dertig van de vorige eeuw toen ook Nazi-Duitsland democratisch aan de macht was gekomen. We kennen allen de massale omvang van het kwaad van de Nazi's gedurende meer dan een decennium.
 
De heilige Johannes Paulus Il: "Alleen is de mens niet in staat om rechtop te staan. Hij heeft de hulp nodig van de Heilige Geest. Als hij deze hulp weigert, begaat hij de zonde die Christus "lastering tegen de Geest" noemt en om ook op hetzelfde moment te verklaren dat deze onvergeeflijk is. (Zie de getuigenis van Matheüs 12, 31). Waarom onvergeeflijk? Omdat het in de mens zelf het verlangen naar vergeving teniet doet. De mens duwt de liefde en barmhartigheid van God van zich af, omdat hij zichzelf beschouwt als God. Hij is ervan overtuigd dat hij in staat is, in zelfvoldaanheid, op eigen kracht te staan."
 
Maar waarom is ook deze filosoof Raymond Tallis, die overtuigd is dat de mens niet herleid kan worden tot stof alleen, dan uiteindelijk de mening toegedaan dat God als het ware een projectie is van de menselijke geest? God is geen werkelijkheid, stelt hij, integendeel omwille van die projectie van de menselijke geest, juist bron van alle kwaad! Het probleem van de God van de filosofen, die geen "Goddelijke openbaring" dulden, doet hen dan in een onopgeloste vraagstelling eindigen. Waar komen we vandaan? waar gaan we naar toe op het einde van ons aards bestaan? En de mens kan niet herleid worden tot stof alleen, stelt ook de de professor.
 
De heilige Johannes Paulus Il zegt: "Om dit fenomeen te illustreren, moeten we terug gaan naar de periode vóór de Verlichting, in het bijzonder de revolutie van de filosofische gedachte zoals geformuleerd door Descartes. De "cogito, ergo sum"("lk denk, dus ik ben") bracht een omwenteling in de manier van bedrijven van de filosofie. In de pre-cartesiaanse periode waren de filosofie, en dus cogito (ik denk), of liever cognosco (ik weet het), ondergeschikt aan esse (het zijn, het bestaan), dat tot dan toe werd beschouwd als hetgeen primordiaal, (er eerder) moet zijn. Voor Descartes, integendeel, leek het esse (bestaan) secundair. verschuift naar de tweede plaats, en hij beschouwde cogito (ik denk) als primordiaal.
Dit betekent niet alleen een koerswijziging in de manier van filosofie bedrijven, maar resoluut het verlaten waaruit filosofie tot dan toe bestond, vooral wat de filosofie van St. Thomas van Aquino was geweest: de filosofie van het esse (zijn, bestaan). Voorheen werd alles uitgelegd in het perspectief van esse (zijn) en zocht men een verklaring voor alles in dat perspectief.
God alleen werd als laatste. ultieme, verklaring van bestaan of 'zijn' (ens subsistens) beschouwd, als de onmisbare onderbouw voor alles wat niet bestaat (op zichzelf, n.v.d.r.) dus ens subsistens is. Dus voor alles wat ens participatum is, dat wil zeggen voor al wat geschapen is, en dus ook voor de mens, (geldt de schepping als de wijze waarop we tot bestaan komen, toevoeging van de red.). Het "cogito ergo sum" (ik denk, dus ik besta) draagt in zich een breuk met deze lijn van denken.
 
De ens cogitans (het denkend wezen) werd nu van het hoogste (en het enige1 n.v.d.r.) belang. Na Descartes, wordt filosofie een wetenschap van de pure (uitsluitende) gedachte: alles wat esse (bestaan) is - zoals de wereld geschapen door de Schepper - komt in het cogito (ik ken) in het kader van de inhoud van het menselijk bewustzijn. Filosofie houdt zich bezig met de wezens als 'inhoud van het bewustzijn', niet als iets dat daarbuiten 'werkelijk bestaat."
 
Zo wordt God door filosoof Raymond Tallis herleid tot een gedachte. en probeert hij het menselijk bestaan hoe eerbiedig hij zich daar tegenover zegt te stellen, uiteindelijk volledig in eigen hand genomen, ook al ontsnapt het hem, maar dan "wil" hij er niet aan denken! Ons geloof leidt niet tot wanhoop, neen we komen uit de liefdevolle hand van de Vader, naar wie alle vaderschap in de hemel en de aarde genoemd is. (zoals Paulus in de brief aan de Efesiërs het stelt)
 
Volgen we de H-JPII verder: "de "achteruitgang van het thomistische realisme" betekende de stopzetting van het christendom als bron van filosofische activiteit. Uiteindelijk betekent dit het volgend: de mogelijkheid God nog te kunnen bereiken, werd in vraag gesteld! In de logica van "cogito. ergo sum," werd God gereduceerd tot een inhoud van het menselijk bewustzijn; Hij kon niet meer worden beschouwd als Iemand, de meest fundamentele verklaring van het menselijke "sum", ik ben, ik besta (nvdr als mens). God kon ook niet langer bestaan als het 'ens subsistens', "het zijn dat in zichzelf het bestaan is" (Frans: autosuffisant), als de Schepper, Degene die de "existens" (het bestaan) geeft - en zelfs zover gaat dat Hij Zichzelf geeft in het mysterie én van de menswording, én van de Verlossing én van de Genade. De 'God van de Openbaring' had opgehouden te bestaan als 'God van de filosofen'. Het enige wat overbleef was het "idee van God", als een thema van een vrije uitwerking van het menselijk denken." Tot daar H-JPII
 
Zodoende stortte ook de basis van de "filosofie van het kwaad" in. Dit betekent: kwaad,-inderdaad in zijn realistische betekenis, - kan alleen bestaan in relatie tot het goede en in het bijzonder in relatie tot God, Allerhoogste Goed.
 
Zelfs ultiem kwaad bij begin en einde van het door God gegeven leven, wordt via een democratische beslissing binnen het hogergenoemd filosofisch beeld "goed gepraat". Indien de mens Gods wet naleeft, is God niet de reden van de zogenaamde oorlogen die in Zijn naam worden gevoerd. De Regenburgs' verklaring van Benedictus XVI (12/09/2006) heeft daarin een magistraal antwoord gegeven op de problematiek van de vormen van agressieve islam die we heden kennen. Citaat:
Paus Benedictus gaat in op de centrale vraag over het verband tussen godsdienst en geweld in het algemeen door een debat aan te halen tussen de keizer van Constantinopel en een gezant van de islam. Hij zegt:" 'Laat mij zien wat Mohammed voor nieuws heeft gebracht en je zult er slechts slechte en onmenselijke dingen vinden, zoals zijn gebod om het geloof dat hij predikte te verspreiden met het zwaard.' Nadat de keizer zich zo krachtig heeft uitgesproken, verklaart hij vervolgens tot in detail de redenen waarom het verspreiden van het geloof door middel van geweld onredelijk is.
 
Geweld is onverenigbaar met het wezen van God en het wezen van de ziel. 'God', zegt hij, 'houdt niet van bloed. En op een onredelijke manier handelen is tegengesteld aan het wezen van God'. Wie iemand tot het geloof wil brengen, heeft de gave nodig om behoorlijk te kunnen spreken en juist te redeneren, zonder geweld en zonder dreigementen. Om een redelijke ziel te overtuigen, heeft men geen sterke arm, of wapens of andere middelen nodig, waarmee men iemand met de dood kan bedreigen", aldus de Paus.
 
De verzwegen christelijke martelaren zijn een schande voor onze nieuwsgeving terwijl dezelfde nieuwsduiders in naam van zogezegde non-discriminatie risicovol gedrag zoals beleefde homoseksualiteit als aanvaardbaar en vrij van problemen aanpraten.
 
Paus Benedictus stelt in die rede voor de academici: " de ervaring namelijk dat wij bij alle specialisaties, die ons soms sprakeloos voor elkaar maken, toch één geheel vormen en binnen het geheel van de ene rede werken, met al haar dimensies, en zo ook in een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid staan voor het juiste gebruik van de rede. " ... "Deze onderlinge solidariteit binnen de kosmos van de rede werd ook niet verstoord, toen het een keer heette dat een van de collega's had gezegd dat er iets merkwaardigs was aan onze universiteit(Regensburg): twee faculteiten die zich met iets bezighielden wat niet eens bestond: met God. Dat het ook tegenover een dergelijke radicale scepsis noodzakelijk en redelijk blijft met de rede naar God te vragen en het in samenhang te doen met de overlevering van het christelijk geloof, was in het geheel van de universiteit onomstreden."
Dat is wat ook Tallis zou moeten kunnen, maar hij geeft de indruk af te haken in scepsis.
 
Hoewel ons land in naam van de godsdienstvrijheid de islam heeft erkend, blijft het thema van geweld en islam uit de Pauselijke rede te overwegen, hij stelt: "De beslissende zin in deze argumentatie tegen bekering door geweld luidt: Niet met de rede handelen, is strijdig met het wezen van God. De uitgever (van het historisch werk), Theodore Khoury, geeft hierop als commentaar: Voor de keizer als een in de Griekse filosofie opgegroeide Byzantijn is deze zin evident. In de leer van de moslims daarentegen is God absoluut transcendent. Zijn wil is aan geen enkele van onze categorieën gebonden, zelfs al zou het die van de redelijkheid zijn. Khoury citeert daarbij een werk van de bekende Franse islamoloog R. Arnaldez, die erop wijst dat lbn Hazm zelfs zo ver ging te verklaren, dat God (van de islam) ook niet aan zijn eigen woord gehouden is en dat niets hem ertoe verplicht ons de waarheid te openbaren. Wanneer hij het zou willen, zou de mens ook afgodendienst moeten bedrijven." Tot daar Paus Benedictus
 
Waarom niet geëist kan worden dat de 109 Soerahs - die tot direct en brutaal geweld oproepen, - in het kader van de openbare orde niet mogen geschrapt worden in de koran, vooraleer erkenning te verlenen, is niet goed te begrijpen?
 
De Paus stelt: "Is het alleen Grieks om te geloven dat handelen in strijd met de rede, strijdig is met het wezen van God, of is dat altijd en in zich zelf waar?" ... " Johannes heeft de proloog van zijn Evangelie geopend met een variant op het eerste vers van Genesis, op het eerste vers van de Heilige Schrift als zodanig: "In het begin was het Woord, de Logos." (Joh. 1, 1). Dit is precies het woord, dat de keizer gebruikt: "God handelt met Logos." Logos is rede en woord tegelijk - een rede, die scheppend is en zichzelf kan meedelen, maar juist als rede. Johannes heeft ons daarmee het afsluitende woord van het Bijbelse Godsbegrip geschonken, waarin al die dikwijls moeizame en kronkelige wegen van het Bijbelse geloof hun doel bereiken en hun synthese vinden. "In het begin was de Logos en de Logos is God", zegt ons de evangelist. (Joh. 1, 1)"
 
Wat is dan die diepe geloofscrisis? De reformatie die we 500 jaar vieren naar sommigen stellen, zag zich "geconfronteerd met een geheel en al door de filosofie bepaalde systematisering van het geloof, ... zegt de Paus, "Het geloof verscheen daarbij niet meer als een levend historisch woord, maar opgenomen in een filosofisch systeem." ... " In een voor de Reformatoren niet te voorziene radicaliteit heeft Kant met zijn uitspraak, dat hij het denken terzijde heeft moeten schuiven om het geloof een plaats te geven, vanuit ditzelfde programma gehandeld. Hij heeft daarbij het geloof uitsluitend verankerd in de praktische rede, en het de toegang geweigerd tot het geheel van de werkelijkheid." De Paus beschrijft dan een tweede golf: "bij Harnack wordt het de terugkeer tot de eenvoudige mens Jezus en tot zijn eenvoudige boodschap ... uiteindelijk als de vader van een mensvriendelijke morele boodschap voorgesteld." ... " Daarbij gaat het Harnack in wezen dáárom, het Christendom weer in overeenstemming te brengen met de moderne rede, juist door het van de schijnbare filosofische en theologische elementen, zoals bijvoorbeeld het geloof in de godheid van Christus en in de drie-eenheid van God, te bevrijden. In zoverre voegde de historisch-kritische uitleg van het Nieuwe Testament, zoals hij het zag, de theologie weer opnieuw in de wereld van de universiteit in .... " ...
Paus Benedictus zegt over het probleem van de Godsontkenning het volgende: "Alleen de uit het samenspel tussen mathematica en empirie(experimenten doen, nvdr) voortkomende vorm van zekerheid laat toe van wetenschappelijkheid te spreken. Wat wetenschap wil zijn, moet zich aan deze norm houden. Zo probeerden dan ook de menswetenschappen zoals geschiedenis, psychologie, sociologie, filosofie, deze canon van wetenschappelijkheid te benaderen. Maar belangrijk voor onze overwegingen is (bovendien) dat die methode als zodanig de godsvraag uitsluit en deze een onwetenschappelijke of voorwetenschappelijke vraag laat lijken. Daarmee staan we echter voor een verkorting van de reikwijdte van wetenschap en rede, die ter discussie gesteld moet worden.
Ondertussen moet worden geconstateerd dat, bij een vanuit dit gezichtspunt ondernomen poging om theologie "wetenschappelijk" te maken, van het Christendom slechts een armzalig fragment overblijft. Maar we moeten méér zeggen: wanneer alleen hierin de hele wetenschap bestaat, dan wordt de mens zelf daarbij tekort gedaan. Want de eigenlijke menselijke vragen, die naar waar we vandaan komen en waarheen we gaan, de vragen van de godsdienst en de ethiek, kunnen dan niet plaats vinden in het kader van een gemeenschappelijke, door de zo verstane "wetenschap" omgeschreven rede, en moeten dan naar het terrein van het subjectieve worden verplaatst.
Het subject beslist op basis van zijn ervaringen, wat hem religieus aanvaardbaar lijkt en het subjectieve "geweten" wordt uiteindelijk de enige ethische(morele) instantie. Maar zo verliezen ethiek en godsdienst hun gemeenschapsvormende kracht en raken overgeleverd aan de willekeur. Voor de mensheid is deze toestand gevaarlijk. Dat zien we aan de ons bedreigende ziekten van de godsdienst en van de rede, die noodzakelijk moeten uitbreken, waar de rede zo beperkt wordt, dat de vragen over godsdienst en ethiek niet meer tot haar bereik horen. Wat er aan ethische pogingen overblijft vanuit de wetten van de evolutie of van de psychologie en sociologie, is gewoon niet toereikend."
De Paus bespreekt een derde golf: het stellen dat het evangelie in de Griekse wereld werd geïncultureerd, en dus kunnen (moeten?) we "terug gaan (naar een evangelie, nvdr) vóór deze inculturatie, naar de eenvoudige boodschap van het Nieuwe Testament, om deze dan ieder in de eigen culturele ruimte opnieuw te incultureren." Dit is te grof en te eenvoudig, hij stelt "Natuurlijk zijn er lagen in het ontwikkelingsproces van de oude Kerk, die niet in alle culturen opgenomen moeten worden. Maar de fundamentele beslissingen, die juist de samenhang betreffen van het geloof met het zoeken van de menselijke rede, horen bij dit geloof zelf en zijn er de bij dit geloof passende ontvouwing van." ... " De ethiek van de wetenschappelijkheid bestaat trouwens in de wil tot gehoorzaamheid tegenover de waarheid, en is in zoverre uitdrukking van een grondhouding, die tot de wezenlijke besluiten van het christelijke behoort." ... " wanneer wij de zelf opgelegde beperking van de rede tot het (uitsluitend, nvdr) in experimenten vaststelbare kunnen overwinnen en de rede weer haar gehele reikwijdte ontsluiten, ... dan kan de theologie ... met haar vragen naar de rede van het geloof, deel nemen aan de brede dialoog van de wetenschappen .... Een rede die doof is tegenover het goddelijke en die godsdienst naar het bereik van de subculturen verdringt, is niet in staat tot een dialoog van de culturen."
De Paus wijst op het feit dat de natuurwetenschappen niet het antwoord op de ultieme vraag van het zijnde. van ons bestaan kan bereiken, maar dat deze vraag de dialoog met het christendom niet uit de weg moet gaan. De Paus haalt Sokrates aan: "Het zou heel goed te begrijpen zijn dat iemand. uit boosheid over zoveel valsheden (in de filosofie) , zijn hele vei dere leven ieder spreken over "het zijn" zou haten en verafschuwen. Maar op deze manier zou hij de waarheid van het zijnde gaan verliezen en een heel grote schade lijden. Het Westen wordt al geruime tijd door zo'n afkeer van de fundamentele vragen van zijn rede bedreigd en zou daardoor ernstige schade kunnen oplopen."
De dialoogscholen zouden best te rade gaan bij Paus Benedictus, en de Catechismus van de Katholieke Kerk, maar zoals professor Tallis willen ze geen kennis nemen van de ware traditie aangepast aan deze tijd die eruit spreekt. Wanneer gaan onze bisschoppen de catechismus propageren in plaats van allerhande zinloze experimenten vanuit de Leuvens universiteit die allang niet meer Katholiek is.
Het voorbeeld van Raymond Tallis toont aan hoe juist Benedictus dit ontleedt. Het feitelijk cynisch nihilisme en relativisme leiden ertoe dat begin en levenseinde door een democratische beslissing in feite tot willekeur zijn verworden. Zo worden de stemmen die opgaan tot commercieel draagmoederschap, de vrije seksualiteit in onze scholen door sensoa, de toomloze propaganda voor contraceptie, abortus en homoseksualiteit versterkt, terwijl godsdienst volledig wordt of doodgezwegen of belachelijk gemaakt. Monseigneur Léonard was nog in staat op zijn fijnzinnige manier Gods boodschap te verkondigen ook op de media, sedertdien is er geen enkel vorm nog van verkondiging.
We zitten terug in de tijd van Thomas More waar willekeur de abdijen heeft afgebroken, de katholieke godsdienst het zwijgen opgelegd met de medewerking van een heel episcopaat. Alleen als bisschop heeft bisschop Fisher, de lotgenoot van TM zijn stem verheven en dat met de dood door onthoofding bekocht. Bidden we tot deze grote heiligen en tot de Moeder Gods opdat onze kinderen en kleinkinderen het spoor niet bijster zouden worden, maar de genade van God mogen ondervinden om 1n waarheid te leven. In de hoop hen voor altijd te mogen omhelzen, willen we hierna ons Salve Regina aanheffen.
 
Dr. Luc Kiebooms.


Comments are closed.
    Overzicht Artikels
Powered by Create your own unique website with customizable templates.
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht