• Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht
THOMAS MORE GENOOTSCHAP
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht

Archief Positief

Op deze pagina worden artikels aangeboden uit tijdschrift POSITIEF sinds 1969

Pelgrimeren blijft 'in'

3/9/2018

 
Verschenen in POSITIEF nr. 467 - DECEMBER 2016

​Lang geleden, toen de christenen eindelijk in het openbaar hun godsdienst mochten belijden, ontstond de gewoonte om op tocht te gaan naar de heilige plaatsen waar Jezus had geleefd, naar de graven van de apostelen en de martelaren, en in een later stadium ook naar oorden waar Maria en andere heiligen werden vereerd.
Bedevaarten waren vooral in de Middeleeuwen dikwijls boetetochten, opgelegd door de kerkelijke overheid voor publieke zonden of zware misdrijven die men had gepleegd. Maar ook gingen mensen op bedevaart om een gelofte te volbrengen, een gunst te bekomen of gewoon als uitdrukking en verdieping van hun geloof.
Ooit luidde men de doodsklok over het bedevaartwezen. Vooral in de jaren na het Tweede Vaticaans Concilie wilden velen de traditionele bedevaarten doodverven als folklore, een uiting van volksvroomheid die de tand des tijds niet zou doorstaan en weldra tot het verleden zou behoren. Het tegendeel bleek waar ... Wij constateerden een herontdekking van de aloude pelgrimsoorden zoals Lourdes, Fatima, Rome en de heilige plaatsen in Israël. Maar ook de kleinere bedevaartsoorden werden alsmaar drukker bezocht. Als nieuwe pelgrimsvorm ontstonden de zogenaamde 'voettochten', die men alleen of samen met anderen ondernam naar het graf van de apostel Jacobus in Santiago de Compostella of door Ierland Sint-Patrick achterna.
De belangstelling voor deze pelgrimstochten is merkwaardig genoeg nooit verdwenen en dit in tegenstelling tot het algemeen godsdienstig en kerkelijk leven op het Europees continent.
 
Vanwaar deze belangstelling?
 
De meest aannemelijke uitleg hiervoor vinden we in een algemeen menselijk gegeven. Zolang de mens leeft is hij voortdurend op weg naar iets. In die mateloze en onbegrensde levensdrang kun je het Absolute aanvoelen en de lokstem van het Volle Leven horen, dat tijd en ruimte en dus ook jezelf overstijgt. Die mysterieuze aandrang maakt van ieder mens een pelgrim.
Heeft die mens enig Godsbewustzijn, zal hij zijn leven aanvoelen als een op-weg-zijn naar God. De bedevaarder drukt zijn diep verlangen uit naar Gods nabijheid, naar het heil dat God alleen kan aanbieden. De mens ervaart aan den lijve hoezeer dit aardse bestaan nog erg onaf is, getekend door tegenslag, door ziekte, door zorgen en noden allerhande. Hij gaat naar een heilige plaats om zich dichter bij God te voelen en er te bidden om moed en hulp, om genezing, bevrijding en uitkomst.
Wij, mensen, zijn op weg naar onze voltooiing die bij God ligt. We hebben ons doel nog niet bereikt, want we hebben hier op aarde geen blijvende woonst. De mens vertrouwt op God, die ons aan het einde van de levensweg met wijd gestrekte armen opvangt en ons thuis brengt in Zijn huis waar plaats is voor velen. Zo beschrijft de bijbel de geschiedenis als een wereldwijde bedevaart van alle volkeren naar de berg, waar God elkeen en allen verzamelt. (Jes. 2,3)
Omdat de mens dit aanvoelen niet volledig onder woorden kan brengen of in daden omzetten, wil hij het symbolisch beleven. Daarom gaat hij 'op bedevaart'. Tijdens een bedevaart kan hij de volheid van het christelijk leven ervaren, wat in het dagelijks leven grotendeels verloren is gegaan. Of anders gezegd: mensen zoeken op pelgrimstochten de christelijke geborgenheid, die ze elders niet meer vinden.
Pelgrimeren is dan ook een algemeen menselijk verschijnsel in alle beschavingen en in alle tijdperken, zij het dan onder verschillende vormen. Minder religieus geïnspireerde jongelui bijvoorbeeld trekken op bezinningstocht of naar vredes- of verbroederingsmarsen en naar festivals waar ze iets willen ervaren van het leven waar ze naar hunkeren. Gedreven door diezelfde levenshunker trekken zelfs goddeloze mensen naar nationale of ideologische gedenktekens. Ook zij hebben hun idolen en symbolen, waaraan zij zich willen optrekken om het grauw alledaags leven eens te overstijgen en een voorsmaak te krijgen van het 'volle leven'. Uiteraard zullen mensen op bedevaart blijven gaan zolang ze nog geloven in het leven en uitzien naar levensvervulling. Hopelijk gebeurt dit naar christelijke bedevaartsplaatsen, anders zullen ze optrekken naar hun afgoden!
 
Godsvolk onderweg
 
Het trekken zit ons dus in het bloed. Gelovigen, zoekers en ongelovigen voelen aan dat 'onderweg zijn' een rijke ervaring kan inhouden. Samen stappen, fietsen, eten, lachen, maar ook: plaatselijke natuur en cultuur bewonderen, een diepgaand gesprek hebben, eens bij jezelf thuiskomen, bezinnen, bidden ... Het zit er allemaal in. Een jongere, die mee naar Lourdes trok, getuigde: 'Je komt er werkelijk anders van terug!' Wij hebben het van tijd tot tijd nodig om ons op weg te begeven en op die manier onszelf, de ander en die Andere te ontdekken en te ontmoeten.
Wie steeds op dezelfde plaats blijft, dreigt vast te roesten en zijn gezichtsveld steeds verder te verengen of te verkleinen. Dit is ook zo op gebied van geloof. En eigenlijk is dit alles behalve verwonderlijk ... Heeft ons geloof niet zijn wortels in het verhaal van Abraham, die met zijn clan de ervaring mocht meemaken van een God die nabij was, juist toen zij uit hun vertrouwde streek wegtrokken? Openbaart God zich niet in dat wegtrekken als een meetrekkende God ? Het verhaal van Israël, en dus ook van de christenen, begint met 'trek weg uit uw land'. (Genesis 12,1) Het geloof in deze met-mensen-meetrekkende God was de kracht van de Hebreeuwse slaven die uit Egypte wegtrokken. Tijdens de tocht door de woestijn tot aan de intocht in het beloofde land getuigt het bijbels verhaal steeds opnieuw van dezelfde God, die zich onderweg laat vinden. Wanneer eeuwen later alles verloren lijkt en het volk, ver van hun land in ballingschap zucht, mogen zij opnieuw ontdekken dat ook hier, in dit land van vreemde goden, hun God niet ver weg is. Ook hier klinkt Zijn woord van hoop en kracht.
Het is geen toeval dat de evangelies elk op hun eigen manier het verhaal van Jezus vertellen als een soort reisverhaal. Zij roepen het beeld op van Iemand die, bijna rusteloos soms, trekt van dorp tot dorp, streek tot streek, van deze naar gene zijde van het meer tot Hij, als Zijn Uur komt, optrekt naar Jeruzalem, naar de voltooiing van Zijn zending. De vossen mogen dan al holen hebben, de vogels hun nesten, de Mensenzoon heeft niets waar Hij zijn hoofd op kan laten rusten. (Mat. 8,20) Niet voor niets getuigt Hij van zichzelf dat Hij 'de Weg' is.
De eerste leerlingen noemden zich graag 'mensen van de weg'. (Hand. 9,2)
Volgen, achternagaan, op weg gaan: dat is christen zijn, of liever 'christen worden'. Voor ieder mens is die weg weer anders. Dikwijls mogen wij ons herkennen in het verhaal van die twee leerlingen op weg naar hun dorp Emmaüs: terwijl zij onderweg met elkaar spraken, hun verwachtingen en aarzelingen deelden, was er Iemand die met hen meeliep. Het gaat hier om de levende en verrezen Heer, die ook met ons meetrekt als een Tochtgenoot en Bondgenoot in het leven.
 
Trefpunten met God
 
Pelgrimeren is grotendeels trekken, op tocht gaan, stappen, zich op weg begeven als biddend en al zingend. Het onderweg zijn is een belangrijk element van de bedevaart, maar ook de bestemming is een even wezenlijk onderdeel.
Abraham begeeft zich naar het Moria-gebergte, Mozes beklimt de top van de Sinaï en Elia begeeft zich op weg naar de Horeb. De vrome Israëliet trekt bij elk Paasfeest naar de tempel van Jeruzalem, de moslim naar Mekka, de christen naar Rome. Waarheen de bedevaart ook gaat, welke heilige er ook vereerd of aanroepen wordt, de grondslag en diepste motivering van dit gebeuren is altijd het geloof dat God zijn mensen in het leven heel nabij is. Het gaat om plaatsen waar men heel sterk Zijn nabijheid kan ervaren, plaatsen waar de hemel eventjes de aarde heeft geraakt, waar als het ware Gods voetstappen deze aarde hebben gedrukt. Zo werden de heilige plaatsen letterlijk aanraakpunten'. En ze werden belast met wensen, hoop, verlangens en dankzeggingen. Het heilige op aarde wordt een raakpunt voor het heilige in de hemel. Wij zien dat bijvoorbeeld in Lourdes. De rots van de verschijningen moet je aanraken. Het water uit de bron moet je drinken. Je moet je erin wassen. Een kaars moet je kunnen opsteken.
Het is duidelijk dat God zich laat 'opsporen' en voor een stuk 'lokaliseren' langs het concrete levenskader van de Heer Jezus en van allen die Zijn uitgelezen en bevoorrechte volgelingen waren, de eeuwen door. Hun namen zijn aan plaatsen gebonden: Rome spreekt ons van Petrus, Assisi van Franciscus, Lisieux van de kleine Theresia: een geboortehuis vol herinneringen, de eenvoudige bidplaats of de monumentale kerk ter gedachtenis.
Andere trefpunten zijn de plaatsen waar Maria is verschenen, telkens met een boodschap. Denken we aan Lourdes met de oproep tot bekering, gesteund op gebed en op boete. Of aan Banneux, waar de Maagd der Armen naast gebed de zorg voor de lijdende en zieke mens komt vragen. Maria is enerzijds de hoogverheven Moeder Gods en anderzijds een heel nabije figuur, met wie men zich gemakkelijk verbonden voelt. God lijkt soms zo ver. Maria staat dicht bij de mens. Bij haar zijn nood kunnen uitspreken is al een hele verlichting. Wie tot Maria bidt, wordt door Maria verder geleid naar God en naar Gods mensgeworden Woord, Jezus.
 
Laagdrempeligheid
 
Een bedevaartsoord is toegankelijk. Het heeft een lage drempel. Je hoeft niet te beantwoorden aan verschillende criteria om erbij te horen. Kleine en gekwetste mensen, zieken en gehandicapten worden er zelfs beschouwd als eregasten. Alle voorzieningen zijn aanwezig om hen het nodige comfort te geven. Ook tal van vrijwillig(st)ers staan voor hen paraat. De zorg en de aandacht die ze krijgen is zeer groot. Ze staan werkelijk centraal en vele activiteiten zijn op hen afgestemd. Iedere pelgrim, met welke achtergrond ook, voelt zich opgenomen in een gastvrije sfeer. Deze gastvrijheid is een teken dat elke mens bij God aanvaard en welkom is. De religieuze pelgrim voelt zich dan ook thuis in het bedevaartsoord. Mensen zijn er niet geremd om hun geloof te uiten in vormen die hen dierbaar zijn. De rozenkrans, de liederen, vertrouwde rituelen zoals het offeren van een kaars of deelnemen aan een processie en kruisweg, het stellen van dezelfde gebaren, het herhalen van dezelfde woorden dragen bij tot herkenning en zich thuis voelen. Er is een vast stramien in de programmering van een bedevaartsdag: de H. Eucharistie, het lof met aanbidding, de ziekenzegen. Er bestaat ook telkens de kans om te biechten en zich zo opnieuw toe te vertrouwen aan de barmhartigheid van God.
Samen in groep je geloof kunnen beleven betekent een grote steun aan en voor elkaar. De Kerk of het Godsvolk krijgt hier op een bijzondere wijze gestalte. Het geeft rust en zekerheid aan de individuele gelovige om te kunnen staan in de bedding van een grotere geloofsgemeenschap. Het bedevaartsoord is ook een plaats waarheen vele anderen je al biddend zijn voorgegaan. Je kan er hun vertrouwen en groot geloof nog inademen, hun geloof is er nog zichtbaar aanwezig in talloze ex-voto's en heel het heiligdom is de blijvende getuige van hun vroomheid. In het verlengde van de groeiende individualisering in onze samenleving loopt het aantal georganiseerde parochiebedevaarten wel jaar na jaar sterk terug. De traditionele parochie-uitstap met de bus of de trein is inderdaad niet meer zo geliefd als vroeger. Het aantal individuele pelgrims daarentegen neemt verder toe. Zij hebben een steeds lossere band met de Kerk of vaak zelfs helemaal geen enkele band meer. Toch zijn zij 'zinzoekers'. Zij gaan op zoek naar zichzelf, maar willen ook hun eigen fysieke grenzen ontdekken en zich openstellen voor 'iets meer', 'iets hogers'. Deze mensen moeten op een specifieke wijze worden aangesproken, zodat zij als een ander mens terug naar huis kunnen keren. Bedevaartsplaatsen moeten dus op die nieuwe trend inspelen met een aangepast aanbod, een aangepast programma. Er liggen hier voorzeker heel wat pastorale kansen!
 
Olav Vandebril,
priester. 


Comments are closed.
    Overzicht Artikels
Powered by Create your own unique website with customizable templates.
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht