• Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht
THOMAS MORE GENOOTSCHAP
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht

Archief Positief

Op deze pagina worden artikels aangeboden uit tijdschrift POSITIEF sinds 1969

700 jaar sacramentskapel en de sacramentsprocessie in Viversel

3/9/2018

 
Verschenen in POSITIEF nr. 476 – NOVEMBER 2017

​Toespraak van Mgr. Dominique Rey, bisschop van Fréjus-Toulon, Communautée de /'Emmanuel, priester gewijd in 1984, bisschop op 16 mei 2000. Hij is aangesteld als lid van de Pauselijke raad voor de Leken 2014. Deze toespraak werd gehouden in het Radisson 8/u hotel te Hasselt.
 
Aanbidden om te Evangeliseren
 
1. Introductie - oproep tot een nieuwe evangelisatie
 
De geschiedenis van de evangelisatie doorheen de eeuwen toont aan dat de grote missionarissen ook mensen van groot gebed waren, en meer specifiek ook authentieke aanbidders. Inderdaad, de Eucharistie is 'de bron en het hoogtepunt van heel het christelijk leven' (Lumen Gentium 11) en de 'bron en hoogtepunt van heel de evangelisatie (Presbyterorum ordinis 5). Dat is wat Benedictus XVI heel duidelijk bekrachtigde met zijn apostolische exhortatie over de Eucharistie. 'We kunnen de liefde die we vieren in dit sacrament niet voor ons houden. Vanuit haar natuur vraagt ze om verkondigd te worden. Waar de wereld nood aan heeft is de liefde van God, dat is God ontmoeten en in Hem geloven. Daarom is de Eucharistie ook niet alleen bron en hoogtepunt van de Kerk; zij is ook bron en hoogtepunt van haar missie: een Kerk die authentiek Eucharistisch is is een missionaire Kerk. Ook wij, wij moeten onze broeders kunnen zeggen met overtuiging: 'wat we overwogen hebben, wat we gehoord hebben, dat kondigen we nu ook aan, opdat ook gij met ons verbonden zoudt zijn.' (1 Joh, 1-3) Er is werkelijk niets mooier dan Christus te ontmoeten en Hem aan allen te verkondigen. (Sacramentum Caritatis 84)
 
Wanneer men de Eucharistische tafel nadert, dan wordt men meegenomen in een beweging van missie die haar oorsprong heeft in het hart van de Drie-ene God, en die in Jezus' Eucharistie elk van ons wil verenigen. De missionaire spanning is dus een essentieel kenmerk van de Eucharistische vorm van het Christelijk leven. Ook moet de nieuwe evangelisatie zich veranderen in een werkelijke Eucharistische vernieuwing, en dan vooral in een vernieuwing van de Eucharistische aanbidding. Dat gebed dat de Eucharistische viering verlengt, doet specifieke dimensies herleven die het missionair handelen van de Kerk vormgeven.
 
In zijn algemene audiëntie van 21 juni 2000, onderstreepte Paus Johannes Paulus Il met kracht de missionaire dimensie van de Eucharistie.
"De Eucharistie is een missionair sacrament, niet alleen omdat van haar de genade stroomt van de missie, maar ook omdat zij de basis en de oneindige bron van heil bevat voor alle mensen. De viering van het Eucharistisch offer is dus de meest effectieve missionaire handeling die de kerkelijke gemeenschap kan doen in de geschiedenis van de wereld".
 
A. De Eucharistische aanbidding tekent de christelijke en kerkelijke identiteit.
 
De problematiek van de identiteit is te vatten in 3 vragen:
 
- Van waar kom ik? Wat zijn mijn wortels, mijn oorsprong?
 
- In een wereld die zo mobiel is, 'liquide', wat is er dan zeker, onveranderlijk?
 
- Waarheen ga ik? Wat is het doel van het leven? Wat is de toekomst van onze maatschappij?
 
1. De maatschappij op zoek naar zekerheden en wortels, is gepassioneerd over haar verleden. Maar die overdreven cultus voor wie ons is voorafgegaan, dompelt ons eerder onder in de melancholie over een geidealiseerde geschiedenis dan dat we haar gebruiken om het heden beter te leren kennen. Meer nog, het woord 'geheugen' wordt steeds meer gebruikt als informaticaterm. Het verlies van historisch besef brengt de crisis in de overlevering met zich mee. De vooruitgangsgedachte die ontwikkeld werd in de 18de eeuw geeft een idee dat alles van het verleden constant verouderd is, met de absolute angst om hetzelfde te produceren. De huidige samenleving sacrificeert het nieuwe, privilegieert de mode, maar ze devalueert het model, weigert het archetype, vergeet het voorafgaande.
 
Het christendom heeft een geheugen. 'Doe dit ter nagedachtenis van mij' zei Jezus bij het Laatste Avondmaal. Ons geloof is herdenkend. Het geloof berust op een gebeurtenis in het verleden die de Kerk herhaalt, viert, actualiseert. Die historische gebeurtenis, dat is het Pasen van de Heer, zijn Passie, zijn dood, en zijn verrijzenis.
 
De Eucharistie is een gedachtenis om ons terug te brengen naar de bron van ons heil, aan dat onuitwisbaar spoor van overwinning van Christus over de dood. De Eucharistische aanbidding komt ons gewond en vergeetachtig geheugen genezen. De Eucharistische gedachtenis geneest ons van de amnesie en het vergeten. De Eucharistie herhaalt het verleden om de handeling te actualiseren waarmee Christus ons heeft gered en die ons naar het nu van zijn aanwezigheid brengt.
 
De aanbidding van de Eucharistie, sacrament van de persoonlijke en permanente aanwezigheid van de levende Heer, bevrijdt ons van het gevoelen wees te zijn en verlaten door God. In reactie op de vervaging, de privatisering van zoveel levensstijlen en het sociaal kuddegedrag, doet de aanbidding ons niet alleen onze innerlijke eenheid met de Christus ontdekken, maar onze eigen uniciteit. Het centrum van mijzelf bevindt zich buiten mijzelf, uitgesteld ter contemplatie. Daardoor geneest de aanbidding ons van de eenzaamheid waarin we ons kunnen opsluiten, omdat we niemand vinden die volledig de ultieme aspiraties van ons hart kan peilen.
 
2. Maar onze christelijke identiteit voedt zich ook aan de wezenlijke aanwezigheid van God. In het Oude Testament, definieert God zich als 'Ik ben', en Jezus zal op zijn beurt die definitie overnemen, op verschillende momenten. "Voordat Abraham was, ben ik". "Ik ben de weg, de waarheid, het leven" ... "Ik ben de Goede Herder" "Ik ben de wijnstok" "Ik ben het brood des Levens". "Dit is mijn lichaam. Dit is mijn bloed".
 
Het geloof brengt ons naar het verleden opdat we beter de werkelijke aanwezigheid van God in het heden zouden begrijpen. Het realisme van het Eucharistisch geloof doet ons de vruchten van de schepping ontvangen (het brood, de wijn) die ons spreken van God, maar dat is ook de incarnatie: in het Eucharistisch hart van Christus ontvouwt zich het geheel van het mysterie van God. "Hij is daar, Hij is daar", herhaalde de Pastoor van Ars zwaaiend met de Hostie.
 
Heel wat mensen (vooral jongeren) zijn doordrongen door een 'vluchtige immaturiteit': men leeft in het onmiddellijke, in de koorts van de spoed, in de vluchtigheid, van evenement naar evenement, zonder continuïteit, geheel geabsorbeerd door evenementen en de affectieve intensiteit van het moment, waarbij vergeten wordt dat de consistentie van het bestaan werkt op langere termijn. Dat is de mythe van Chronos, die haar kinderen opeet. Die verkleutering van de relatie met tijd 'onder de druk van het moment' (Gilles Lipowsky) verraadt eigenlijk een diepe angst. De dictatuur van 'de korte termijn' en het niet-constante, veroordeelt ons tot het leven van momenten, zonder onderlinge coherentie. We zijn maar eigentijds op het moment zelf. De Eucharistische aanbidding geneest ons van de boelemie: de intensiteit van de aanwezigheid van Jezus onder de vorm van de geconsacreerde Hostie, doet ons intreden in de diepte van het moment van genade. Iedere minuut die we in zijn aanschijn doorbrengen neemt ons mee in de eeuwigheid van de liefde van God die zich totaal aan ons geeft, seconde na seconde.
 
"Wie het heden heeft, heeft God" zei Theresa van Avila. Door de aanbidding van zijn sacramenteel lichaam, wil Christus ons niet alleen van aangezicht tot aangezicht zien, maar de intensiteit van Ik moment, neemt vorm in ons, want het is onze totale vervulling. Wat Christus is in de contemplatie en ervaring van het moment, vragen we Hem om in ons te worden.
 
3. De identiteitscrisis wil ook zeggen dat men niet meer weet waarheen men gaat. De Eucharistische aanbidding heeft ook met de hoop te maken. God zoekt en wacht op de mens. De herdenking van het Pasen van de Heer brengt ons naar de toekomst van het wachten op de glorierijke komst van de Heer. 'De tijd is de begonnen eeuwigheid' (Elisabeth van de Heilige Drie-eenheid). De deelname aan de tafel van de Heer is reeds een symbool van broederlijkheid en van gemeenschap die anticipeert op het eeuwig bruiloftsmaal van het Lam dat we zullen vieren in het nieuw Jeruzalem. Daarom is de Eucharistische aanbidding niet alleen een erfgoed, maar ook een belofte, belofte van de voltooiing van de heilsgeschiedenis in de ontmoeting met de Heer. 'Als iemand mijn stem hoort en de deur opent, zal Ik bij hem binnenkomen, en we zullen met elkaar aan tafel gaan.' (Apoc. 3,20)
 
"Hopen, dat is wachten op God" zei Fénelon. Dat realiseert de Eucharistische aanbidding. Dat is wat dit gebed van ons vraagt waarbij we offeren wie we zijn opdat we zouden worden zoals God ons wil maken. Want de mens die niet volledig God toebehoort, blijft onafgewerkt. In het schouwen, in de aanbidding, vragen we dat wat God reeds in ons begonnen is, dat Hij zijn leven in ons volledig vervult.
 
De Eucharistische aanbidding doet in ons een gevoel van dringendheid ontstaan. Ze plaatst ons voor een keuze; ze verplicht ons tot een stellingname tegenover de liefde van Christus die voor ons staat. "De wereld staat in brand. Het is niet het moment om u bezig te houden met dingen die minder belang hebben". (H. Theresa van Avila) De Eucharistie voedt, maar ze stimuleert ook de ijver van de gedoopte, omdat ze hem aanbeveelt aan Christus, aan de Kerk en aan haar zending in de wereld. De liefde van God "duwt ons" zegt Paulus. De liefde van Christus stelt ons voor de verschroeiende keuze van God. Aanbidden, dat is de keuze voor de heiligheid.
 
"De Christen woont in onze wereld, maar komt naar haar vanuit zijn toekomst" zei Paulus Vl. Het Christianisme is erfgoed, maar het is ook belofte. Ze is de toekomst van de mensheid. Iedere Mis viert de komst van de Reddende Messias, waarvan we de glorieuze terugkomst verwachten.
 
B. de Eucharistische aanbidding, plek van evangelisatie van de persoon. 1. aanbidding evangeliseert ons lichaam;
 
Hoe kunnen we onze tijdsgenoten doen intreden in die beweging van aanbidding, in een context waarin de relatie met het lichaam is verduisterd? Het lichaam wordt vaak voorgesteld als een object van verleiding en lust. Het is een publicitair product geworden en commercieel promotiemateriaal; het is ook onderwerp van manipulaties (als een gereedschapskist voor de transplantatie van organen en genetische manipulaties). Aan de ene kant wordt het lichaam verafgood, en aan de andere kant geminacht, als het gerimpeld is, gebruikt, als de nabijheid van de dood duidelijk wordt of als het niet meer beantwoordt aan de canons van de schoonheid, aan de utopie van de eeuwige jeugd. Zoveel van onze tijdgenoten zouden een lichaam willen dat voor eeuwig onbeschadigd is, bewaard en nooit gebruikt. Een lichaam zonder geschiedenis.
 
In de aanbidding, als we tegenover het Eucharistisch lichaam van Christus staan, een lichaam overgeleverd voor het leven van de wereld, lichaam dat doorheen de dood is gegaan, en dat zich gemaakt heeft tot gift en voedsel, het lichaam dat aan de Kerk de innerlijkheid en het mysterie van God voor de mens heeft onthult, wordt de geknielde gelovige uitgenodigd om zijn lichaam op te offeren als 'een gave, levend, heilig en welgevallig aan God'. ( Rom. 12,1) Tegenover het Eucharistisch lichaam van Jezus in het altaar, ben ik geroepen om mijn relatie met mijn eigen lichaam en met het lichaam van de andere te veranderen, om mijn lichaam te laten bewonen met respect, reinheid, waardigheid, puurheid. 'Verheerlijk God in uw lichaam'. (1 Kor. 6,20)
 
Al de fysieke houdingen van ons lichaam maken deel uit van onze manier van bidden.
 
Naar het relaas van Sint Lucas, heeft Jezus Christus zelf op zijn knieën gebeden tijdens die laatste uren voor zijn passie, op de berg der Olijven. (Luc. 22,41) H. Stefanus viel op zijn knieën toen hij, voor zijn martelaarschap, de hemel open zag en Christus staande. (Hand. 7,60) Voor Hem die staande is, zette hij zich op zijn knieën. Petrus heeft op zijn knieën gebeden om God de verrijzenis van Tabitha te vragen.(Hand. 9,40) Na zijn grote afscheidsrede voor de ouden van Efeze (voor zijn vertrek naar Jeruzalem waar hem gevangenschap wacht), heeft Paulus gebeden met hen, op zijn knieën (Hand. 20,36) De hymne tot Christus in de brief aan de Filippenzen (Fil. 2, 6-11) past hij op Jezus Christus de belofte van Jesaja toe dat heel de aarde zich op de knieën zal werpen voor de Heer van Israël: 'in de naam van Jezus', moet elkeen' wel knielen in de hemel, op aarde en in de hel' (Fil.2,10) In zijn rede tot de Filippenzen stelt de Apostel van de Heidenen de liturgie van de Kerk voor als een knielen: de Kerk buigt de knieën voor de Heer.
 
Op die manier zijn proskinesis in Grieks en ad oratio (in Latijn, in de etymologische zin, de mond, de kus, van mond tot mond) complementair in het licht van de heiligheid van God. Aan de ene kant erkent het knielen de grootheid van de Schepper en zijn eigen onwaardigheid als zondaar, aan de andere kant onderstreept de aanbidding de nabijheid van de Heer die zich genadig manifesteert en onze kinderlijke waardigheid onderstreept. Ons lichaam laat zo zichtbaar zien wat ons hart gelooft. Zo drukte de filosofe Simone Weil, van oorsprong Joodse en niet gelovend, haar ontdekking van Christus uit in Assisi in 1936: 'Iets dat sterker is dan mijzelf verplichte me, voor de eerste keer in mijn leven, om mij op mijn knieën te zetten'. Ja, wij hebben de genade om iemand te kennen voor wie te knielen. Het getuigenis van de heiligen is in dat opzicht veelzeggend: Sint Dominicus spreidde zich zonder ophouden neer op de grond, in venia (geheel plat op de buik) voor het Heilig Sacrament. Zuster MariaAimée de Jésus kuste de grond voor het Heilig Sacrament, en zegde dat ze nooit meer wilde opstaan en voor heel haar leven in die nederige houding blijven. Men zou daar iets overdreven in kunnen zien. Maar dat is het eigenlijk niet. De uiterlijke houding verraadt de innerlijke devotie. De Heilige Pierre-Julien Eymard herinnert ons dat de eerste houding van aanbidding er juist in bestaat om ons ter aarde te leggen, met het voorhoofd gebogen. Het is een houding die ons toelaat zonder woorden de oneindige majesteit van God te verkondigen die zich verstopt onder de sluier van de Eucharistie.
 
2. De Eucharistische aanbidding evangeliseert ons innerlijk.
 
De eerste persoon die de missie ontmoet, is de missionaris zelf. Die moet ermee toestemmen om zich te laten evangeliseren door Christus, die hij moet aankondigen. De nieuwe evangelisatie is een school tot persoonlijke heiliging, maar ook tot innerlijke purificatie.
 
Door de Vaders van de Kerk, werd de Eucharistie beschouwd als medicijn voor de eeuwigheid. Ze is een remedie. Jezus gaat door met de zieken aan te raken met zijn eucharistisch lichaam. De H. Thomas van Aquino begrijpt de Eucharistie als voedsel voor de ziel. "Zoals het brood het lichaam onderhoudt, zo onderhoudt de Eucharistie de ziel. Zoals het brood het lichaam sterkt, zo geneest de Eucharistie de ziel. Zoals het brood het leven van het lichaam doet opbloeien, zo doet de Eucharistie dat voor het zielenleven. Zoals het brood het lichaam doet opleven, zo doet de Eucharistie het zielenleven opleven, soms ook het leven van het lichaam, zoals het ons gegeven is om te zien. "
 
C. De Eucharistische aanbidding, bron van kerkelijke en missionaire gemeenschap
 
"de Eucharistische vorm van het christelijk bestaan is een kerkelijke en gemeenschapsvorm" schreef Benedictus XVI in zijn apostolische exhortatie over de Eucharistie. Hoe kunnen we bewust worden van dat gemeenschappelijke van het christelijk leven in een context van individualisme en subjectivisme? Door samen in de communie deel te nemen aan het Eucharistisch lichaam van Christus, worden we geïntegreerd in een kerkelijk lichaam. We vormen in Hem en door Hem, een enkel lichaam waar Hij het Hoofd van is. De Eucharistie is het sacrament van de intimiteit (God in ons), maar ook van de eenheid van de Kerk en van broederschap (allen samen in God). Een broederschap niet op de eerste plaats van opinies. van affiniteiten, van gevoelens, maar van sacramentele solidariteit, die de apostel Paulus voorstelt als een 'incorporatie in Christus'. De kerkelijke gemeenschap vormt zich vanuit en in de Eucharistie. Al de werken, apostolaten, en werken van barmhartigheid, solidariteit en broederlijkheid ontplooien zich in concentrische cirkels rondom de Eucharistie en haar uitstraling.
 
Bij elke Eucharistische viering, is het de roeping van de priester om te 'incorporeren'. Door allen samen hetzelfde brood te eten, dezelfde Christus, worden we uit ons gesloten individualisme getrokken, uit ons solitair bestaan, uit de privatisering van ons bestaan. We zijn geïdentificeerd in Christus en dus geidentificeerd aan elkaar door de gemeenschap in Christus. Communiceren met Christus, dat is als met elkaar communiceren. We bevinden ons niet naast elkaar, ieder voor zich. Maar iedere gedoopte die communiceert, wordt voor mij 'een been van mijn gebeente, en vlees van mijn vlees'. (Gen2. 23) Geen enkel sociaal project, geen enkele daad van solidariteit kan dezelfde graad van gemeenschap geven.
 
Sinds Henri de Lubac hebben wij de uitdrukking, 'De Eucharistie maakt de Kerk, en de Kerk maakt (in ruil) de Eucharistie.'
 
We kunnen dus terecht zeggen dat de Kerk en haar missie bestaan om een heilzame werking te bevorderen, het zaligmakend lichaam van Jezus, doorheen alle tijden en voor alle plaatsen van de wereld. Op die manier kan heel de mensheid, van alle naties en van heel de menselijke geschiedenis, zich dus verzamelen als een enkele familie, een enige gemeenschap rond de tafel van de Heer tot het einde der tijden. De apostelen, verzameld rond Sint Petrus ontvingen het volgende mandaat: 'Blijf dit doen om mij te gedenken' (1 Kor. 11, 25), en ook 'Trek heel de wereld door om aan elk schepsel de goede boodschap te verkondigen. (Marc. 16, 15) Die twee mandaten zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. De Eucharistie brengt niet alleen de Kerk samen, maar zendt ons ook uit naar buiten, om heel de mensheid samen te brengen. Als de Eucharistie is als het hart van de Kerk, dan kan ze niets anders zijn dan de dubbele beweging die een hart doet slaan: systole en diastole! Die dubbele swingende balans structureert het leven van de Kerk. Die wordt samengebracht, om weer opnieuw te worden uitgestuurd, van zondag tot zondag, om haar identiteit niet te verliezen door haar bron te vergeten. Door het herdenken van het overgeleverd lichaam en het vergoten bloed van Christus, laat de Kerk zich grijpen door de Heilige Geest, om zelf te worden tot een overgeleverd lichaam en bloed vergoten tot het heil van allen.
 
Het evangelie is niet alleen een aankondiging van Christus, maar ook een proces van deel worden aan de Kerk. Vandaar de sacramentele band tussen het evangelie en de Eucharistie. De gemeenschap vormt zich, in haar sacramentaliteit, door de viering van de Eucharistie en door de Eucharistische aanbidding die haar verlengt en haar verdiept. Door Jezus Eucharistie te overwegen, overgeleverd opdat de wereld leven zou hebben, zijn ook wij geroepen om ons leven te geven, als wedergave, aan Christus en zijn broeders. Zij is een school in apostolische ijver.
 
D. De Eucharistische aanbidding is de motor van de missie, van de eredienst en de voorspraak.
 
Drie woorden herinneren de zaligmakende effecten van de Eucharistie voor het Christelijk leven: de Eucharistie voedt, de Eucharistie stimuleert, de Eucharistie geneest. Zij schikt voor Christus en zijn Kerk. Ze zet de wereld op haar plaats, door haar eigen deugd om te veranderen, te heiligen en ons leven te versterken en het leven van de wereld. "De Eucharistie als de bron en het hoogtepunt van het leven en van de missie van de Kerk, moet zich vertalen in spiritualiteit, in leven volgens de Geest, in Eucharistische vorm van Christelijk leven", zei Paus Benedictus XVI. Hij hernam op zijn beurt de formule van Sint lgnatius van Antiochië die sprak over Christenen als "zij die leven volgens de zondag". De zondag is de dag waarop de Christen de Eucharistische vorm van zijn leven terugvindt.
 
"Er is iets dat erger is dan een slechte ziel te hebben, namelijk een ziel die in gewoonte vervalt" zei Péguy. Hoe kunnen we de Eucharistie niet 'gewoon worden' als ze zich herhaalt, dat is omdat we nooit tot het einde van het mysterie komen en haar radicale nieuwheid kunnen achterhalen?
 
De Eucharistische aanbidding plaatst ons in een 'Paassituatie'. Het is een ontmoeting met de oneindige liefde van God geopenbaard in Jezus Christus, die zich onder ons toont in de geconsacreerde gedaante. God laat zich onvoorwaardelijk zien, en Hij laat de mens hulpeloos tegenover zo een ongehoorde aanwezigheid: een almachtige God die zich zo klein maakt, zo arm in de gedaante van brood. Vanuit dat oogpunt is het bijzondere dat, in de Eucharistische aanbidding in vergelijking met alle andere vormen van gebed of devotie, door de sacramentele aanwezigheid van Jezus-Hostie, God het initiatief neemt om ons te ontmoeten. Christus gaat me voor in het antwoord dat de Vader verwacht. 'De Eucharistie betekent: God heeft geantwoord. De Eucharistie is God als antwoord, als aanwezigheid die antwoordt'. (Kardinaal Ratzinger - Dieu nous est Proche - Ed. Parole et Silence 2003, p. 95)
 
Zo begrijpt men de intrinsieke band tussen de viering van de Eucharistie en ieder missionair initiatief. "De Eucharistie is op zichzelf een missionair event", zei Benedictus XVI. Want de Eucharistie is het sacrament van God Die op zoek gaat naar de mensheid. Door haar geeft Jezus zich aan de Kerk opdat die het aan de wereld kan geven. De logica van het geven kenmerkt dus de twee innerlijke bewegingen, de ene naar de ander. Door de Eucharistie ontvangt de Kerk Christus. Door de missionaire activiteit, maakt de Kerk Jezus aanwezig in de wereld. De urgentie van een missie naar een geseculariseerde en onverschillige wereld, voert ons dus naar een 'Eucharistische urgentie'.
 
De Eucharistie is voor iedere gelovige leek de plek van persoonlijke heiliging die hem voorbereid op de missie, die van de wereld te heiligen. Als de roeping van de leek is om zich te heiligen in de wereld, en om de wereld te heiligen, dan moet de Eucharistie een centrale plaats in zijn leven spelen. Zij modelleert ook echt heel het bestaan. Ze maakt ons gelijkend op Christus. Ze maakt ons tijdgenoten van Hem, van zijn Pasen. Het leven van de Christen wordt zo totaal Eucharistisch. Als we Jezus Eucharistie schouwen, begint in de aanbidder een missionaire beweging, in de liefde van Christus om liefde om liefde te geven. "Als de Kerk werkelijk Eucharistisch wordt, wordt ze missionair!" (Benedictus XVI). De Eucharistische aanbidding onderhoudt, versterkt en vernieuwt het missionair elan. Ze doet ons ook begrijpen dat de evangelisatie een opdracht is voor de mens. We zijn God evangelisatie verschuldigd, maar ze gaat over het werk van God voor de mens die Hij wil redden. Zo moeten we evengoed zeggen dat de evangelisatie verschuldigd is aan de mens. De Pausen schrikken niet terug om zo te zeggen dat 'de menigten het recht hebben om de rijkdom van het Mysterie van Christus te leren kennen.' (Redemptoris Missio, nr. 10)
 
De aanbidding is de motor van de missie. Het aanbiddingsgebed nodigt ons uit om onze relatie met Christus te radicaliseren. leder missie begint met een demissie, een totaal toewijden van het volledig leven aan Christus, als onze enige Redder en Heer. De eerste mens die men dus tegenkomt in de missie, is dus de missionaris zelf. Hij moet instemmen om zich te laten evangeliseren door Christus, van wie hij de roeping heeft om Hem aan te kondigen.
 
Wat is de natuur van het eucharistisch aanbiddingsgebed? Op de eerste plaats, een schouwen van de oneindige liefde van God voor de mens. Het aanbiddingsgebed is ook, geconfronteerd met de uitdaging van demissie, een gebed van herstel. "Jezus wacht ons in het sacrament van de liefde". Laat ons onze tijd om Hem te gaan ontmoeten in de aanbidding niet afmeten, in de contemplatie vol van geloof om de grote fouten en de grote uitdagingen van de wereld te herstellen. Dat onze aanbidding nooit mag eindigen'. (JP Il, brief van 24-2-1980) Het is precies in die richting dat Jezus heeft gesproken in de XVle eeuw tot Marguerite Marie in Paray Ie Monial. Christus vroeg die nederige zuster om zich neer te leggen voor het Heilig Sacrament in de nacht van donderdag op vrijdag om Hem te vergezellen in zijn doodsangst. Johannes Paulus Il formuleert hetzelfde in zijn encycliek over de Eucharistie wanneer hij uitnodigt om Jezus in de Eucharistie te schouwen en om met ons geloof en onze liefde te herstellen voor de omissies en vergissingen en zelfs beledigingen die onze Herder moet ondergaan in zovele delen van de wereld."
 
De aanbidder voelt zich als bemiddelaar tussen Christus en de fracturen van de mensheid. Zijn smeekbede omvat al de situaties waarin de mens zijn waardigheid, zijn integriteit, zijn gelijkenis met God heeft verloren. De aanbidding evangeliseert door het heil toe te passen vanuit Christus - Eucharistie, doorheen de Kerk en via de Kerk, op alle situaties waar de mens niet meer beantwoordt aan zijn roeping als kind van God.
 
E. De Eucharistische aanbidding, plaats van spirituele en pastorale bekering
 
1. De Eucharistische transformatie
 
Een van de kenmerken van het Eucharistisch geloof is de manifestatie van een transformatie, van de transformatie van brood en wijn die hun realiteit die hun eigen is verandert, en hen verheft tot een hogere realiteit, om er het lichaam en bloed van de Heer van te maken. Dat is het principe van de transsubstantiatie. De Heer nam het brood en de wijn om hen als het ware uit het kader van hun eigen zijn te laten treden, en hen in een nieuwe orde te plaatsen. Zelfs al blijven ze onveranderd op een fysiek niveau, zijn ze fundamenteel anders geworden. Daar waar Christus aanwezig wordt, is het onmogelijk dat er niets verandert. Daar waar Hij de hand heeft opgelegd, is er iets nieuws gekomen. Aanbidden is toelaten, dat ook wij veranderen, bekeren, om in onze echte menselijkheid binnen te treden. De aanbidding is dus geen 'spiritueel gadget' maar een weg tot persoonlijke en innerlijke vernieuwing. Ze is een 'transformerende kracht'. (JPII)
 
Omdat Christus het brood verandert heeft in zijn lichaam, en de wijn in zijn bloed, betekent de Eucharistie voor ons het teken en garantie van onze hoop: een nieuwe wereld gaat uit van Christus. Hij komt om 'alle dingen nieuw te maken'. De Eucharistie is een anti fatalisme. Vermits het brood het Lichaam van Christus wordt, vermits de wijn het Bloed van Christus wordt, wordt onze misvormde wereld geroepen om te veranderen van substantie en van gezicht. 'Ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, want de eerste hemel en de eerste aarde waren verdwenen.' (Apoc. 21,1) Iedere Mis draagt de garantie en de hoop van die gedaanteverandering.
 
De Eucharistie is de verzekering dat wij kunnen veranderen, dat de wereld niet onderworpen is aan het onherstelbare. Want alle vormen van geweld die gedaan worden aan zichzelf, aan de ander, of aan de samenleving (vandalisme, criminaliteit, onbeleefdheid) vertalen zich in een verlies of een ontkenning van de hoop ... De Eucharistie is een levend proces van gedaanteverandering waarin elk van ons gemobiliseerd is met oog op de verandering van de wereld. Tegenover al onze fatalismen, ons scepticisme, en ons weigeren om mee te werken aan de verandering van de wereld; tegenover al diegenen die het geloof reduceren tot een moraal om zich te verbeteren, een voluntaristische inspanning en goede wil, verkondigt de priester, in naam van de Eucharistie dat ons leven, dat onze wereld geroepen is om zich te hernieuwen.
 
De aanbidding is dus een plek van hoop: de wereld is verbeterbaar. Ze zal in haar volheid, het hemels Jeruzalem zijn, de nieuwe tempel van God. 'Hoe goed is het om te zien dat de Eucharistische aanbidding door vele christenen wordt herontdekt ... De mensheid heeft er grote nood aan dit sacrament te herontdekken, bron van alle hoop!' (Benedictus XVI)
 
2. De pastorale bekering
 
De Eucharistische aanbidding onderstreept liturgisch de overgang van een verstopte pastoraal naar een duidelijk zichtbare pastoraal. De verstopte aanwezigheid van Christus onder de geconsacreerde gedaantes wordt getoond en vereerd. De aanbidding is een manifesteren van het kerygma van de Kerk: Christus is dood en verrezen, Hij is levend aanwezig in zijn Kerk voor het heil van allen. Die pastorale bekering gaat alle deelnemers aan het kerkelijk leven aan. De priesters zelf moeten een 'nieuwe stijl van pastoraal leven' aanleren, en stoppen met een pastoraal van het bijhouden en het bewaren, naar een pastoraal van aankondiging en van opwekking. De gelovige leken moeten bewust worden dat hun doopidentiteit op de eerste plaats missionair is, en hun eigen charisma's gebruiken om de wereld te heiligen. De families moeten herontdekken dat zij de eerste plaatsen zijn waar het geloof moet doorgegeven worden. Aan de jongeren is het de taak om aan de nieuwe generaties de vreugde van het geloof door te geven. Voor de gewijden is het de taak om te getuigen dat de aankondiging van het Koninkrijk in het hart van het leven van de Kerk is omdat het aanschijn van deze wereld voorbij gaat ... Al die pastorale bekeringen vinden hun zorg in de Eucharistie. De aanbidding mobiliseert zo al de leden van het kerkelijk leven in een radicaler en explicieter missionair engagement.
 
F. De Sociale dimensie van de Eucharistische aanbidding
 
De Eucharistische aanbidding drukt op duidelijke manier de missie uit die we bij onze doop kregen en iedere Christen moet opnemen: gist worden in het menselijk deeg. (Een beetje zuurdesem maakt het hele deeg zuur (Gal 5,9)). Door het geconsacreerd brood te schouwen waardoor Christus zijn geschenk aan de wereld actualiseert, ziet de aanbidder zich zijn missie aangewezen die hij krijgt: om brood te worden dat is overgeleverd en wijn die vergoten in het hart van de wereld,om zijn leven te geven voor anderen.
 
'De Eucharistie is mijn leven', zei Johannes Paulus ll. Het is een manier van zijn. Het betekent een manier van leven die heel het bestaan structureert om haar doxologisch, oblatief, missionair, eschatologisch, ... te maken. Zij ordent ook het sociaal leven. De Eucharistie is de 'voorafspiegeling van het bruiloftsmaal van het Lam ( Apoc.19,9) in het Hemels Jeruzalem.(CKK 1329) Dat eschatologisch thema is belangrijk omdat het de toekomst van de mensheid kadert in de stad waar men de Heer aanbidt.(Apoc. 4,10) Als dus het ultiem doel van de mens zal plaatsvinden in een stad, dan is dus de sociale dimensie van ons menselijk bestaan hieronder niet te verwaarlozen. De uitwerking van een sociale doctrine van de Kerk laat zien dat de Kerk bezorgd is om de wereldlijke sociale omstandigheden van de mens. Het Eucharistisch leven van de Christenen, in zover het authentiek beleefd wordt, heeft dus noodzakelijkerwijs een invloed op het leven in de stad. In het innerlijk van de liturgische viering zijn de principes van de sociale doctrine van de Kerk uitgewerkt: subsidiariteit, solidariteit, universele bestemming van de goederen, deelname aan het algemeen belang in de zoektocht naar vooruitgang voor de mens (CKK 1912), principes die ouder zijn dan van de politieke klasse op het vlak van 'het zijn en de doeleinden'. iedere Christen is door de Eucharistische aanbidding van op de frontlinie betrokken in de strijd van Christus. De Eucharistie brengt ons in contact met de perversie van de ziel, met de minachting voor de arme, met de ontmenselijking van de samenleving, en uiteindelijk met de wanhoop en de afwijzing van God. Die strijd gaat ook doorheen ons leven, dat gekenmerkt wordt door zwakheden en onze zonde. Maar ons Eucharistisch geloof doet ons steeds geloven, doet ons hoe dan ook geloven, dag na dag, dat de Heer de wonden in stigma's verandert van waaruit de vrede en het licht van de Verrijzenis komen. De Eucharistische aanbidding wijst ons op de overwinning van de goddelijke barmhartigheid over alle geweld.
 
'De wereld zal geen vrede vinden, als ze niet terugkomt tot de goddelijke barmhartigheid, die troont in de Eucharistie'. (Zuster Faustina)
 
De Eucharistische aanbidding is een antidotum voor het geweld dat de mens slaat, dat God aanvalt van wie hij het beeld is.
 
Mgr. Rey.


Comments are closed.
    Overzicht Artikels
Powered by Create your own unique website with customizable templates.
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht