• Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht
THOMAS MORE GENOOTSCHAP
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht

Archief Positief

Op deze pagina worden artikels aangeboden uit tijdschrift POSITIEF sinds 1969

Maria's unieke rol bij de menswording

3/9/2018

 
Verschenen in POSITIEF nr. 477 – DECEMBER 2017

​Wij zijn allen Gods geliefde kinderen, maar ook heeft God met ieder van ons een plan. leder heeft op deze aarde een eigen plaats en opdracht. Dit maakt elke mens zo belangrijk en onvervangbaar. Dit geldt evenzeer voor Maria.
 
Maria was een Joods meisje dat woonde te Nazareth, een stadje in Galilea. Zij leidde een gewoon en onopvallend leven, en groeide op als kind van haar volk met eigen gewoontes en tradities. Zo deelde zij ook hetzelfde geloof en was vertrouwd met de heilige geschriften. Op het eerste zicht niets spectaculairs, en toch is haar naam bewaard gebleven. Tot op vandaag wordt zij gekend en vereerd door ontelbare mensen en wordt zij geprezen om haar geloof en voorbeeldig leven. Vandaar, en terecht, de vraag: wat maakt Maria zo uniek? Wat is het geheim van haar persoon? Waardoor wordt haar leven ten diepste getekend en bepaald?
 
Maria is ongetwijfeld een mens zoals ieder van ons, maar God ging met haar een eigen weg en dat maakt haar leven zo bijzonder. Het leven van Maria werd onlosmakelijk verbonden met het leven van Jezus en met het leven van de Kerk, en dus met de heilsgeschiedenis. Dit kunnen we afleiden uit enkele passages uit de bijbel, zowel in het Oude als in het Nieuwe Testament, waarin Maria ter sprake komt. Vooral in de vier evangeliën heeft zij een prominente plaats: in de zgn. 'kindheidsverhalen' (Mt. 1-2 en vooral Luc. 1-2), vervolgens twee keer in het Johannesevangelie nl. bij het wijnwonder van Kana (Joh. 2,1-12) en aan de voet van het kruis. (Joh. 19,25-27. En dan is er nog de tekst over de 'ware leerling'. (Mc. 3,31-35, Mt. 12,46-50 en Lc. 8,19-21). In de 'Handelingen' zien we haar biddend aanwezig te midden van de apostelen, die zich na de dood van Jezus teruggetrokken hadden in het cenakel te Jeruzalem. (Hand. 1,13-14).
 
Gods heilsplan
 
Reeds in Genesis, het eerste boek van de bijbel, wordt allusie gemaakt op Maria. Na de zondeval van Adam beloofde God redding en stelde Hij de komst van de Verlosser in het vooruitzicht. Hij zei dat 'het zaad van de vrouw' de kop van de slang, symbool van het kwaad of 'de kwade' (duivel), zou verpletteren.
 
Vele eeuwen daarna werd aan de Joden geopenbaard, dat de Messias zou geboren worden uit hun volk. God sloot met hen een Verbond, zoals bij een huwelijk een verbond wordt aangegaan tussen twee geliefden: 'Ik zal een nieuw volk, een nieuw Israël scheppen en dit volk zal Mijn bruid zijn, zonder vlek of rimpel'. 
 
Maria nu is degene in wie de vervulling van deze belofte zichtbaar zou worden. Zij belichaamde reeds het nieuwe Israël. Vanaf het eerste ogenblik van haar bestaan werd zij gevrijwaard van elke smet, die de zonde van de eerste mens met zich meebracht. Daarom noemen wij haar 'de Onbevlekte Ontvangenis'. Als eerste en reeds op voorhand deelde zij ten volle in de vrucht van de Verlossing. Dit vooruitgrijpen op wat nog moest plaatsvinden in de tijd was enkel mogelijk door Gods voorzienigheid, en was nodig om Zijn heilsplan ten uitvoer te brengen. Deze bijzondere begenadiging van Maria mogen we dan ook niet zien als een exclusief voorrecht of een vorm van voorkeursbehandeling. Maria's uitverkiezing reikt immers verder dan haar individuele persoon en raakt in wezen ieder van ons. M.a.w. in haar werd gans de mensheid begenadigd.
 
Het leven van Maria is enkel te begrijpen in het licht van haar Onbevlekte Ontvangenis. In haar was geen schaduw van zelfgenoegzaamheid. Nooit heeft zij zich afgekeerd van God of stootte Zijn liefde bij haar op weerstand. Ze was doordrongen van het hemelse. In Maria is de volmaakte eenheid met God een feit. In haar is het paradijs op aarde reeds herwonnen, in haar is al wat God over de mensheid gedroomd heeft reeds verwezenlijkt. De vrouw aangekondigd bij het begin in het boek Genesis, van wie het nageslacht de kop van het serpent zou verpletteren, de dochter van Sion, de verpersoonlijking van het Godsvolk, de Maagd die zou baren en in wie God wilde wonen als in een nieuwe Ark, is dit nederig, zuiver en integer meisje, de dochter van Anna en Joachim.
 
Aankondiging van de Heer
 
In de zesde maand werd de engel Gabriël door God naar een stad van Galilea gezonden, Nazareth, tot een Maagd, die verloofd was met een man, die Jozef heette en uit het huis van David was. De naam van de Maagd was Maria. (Luc. 1,26-27)
 
In het evangelie ontmoeten wij Maria voor het eerst, wanneer zij bezoek krijgt van een engel. Dit verhaal is de geschiedenis ingegaan als 'Maria Boodschap' of de 'Aankondiging van de Heer' en wordt als liturgisch feest gevierd op 25 maart.
 
Wij bevinden ons in de eenvoudige woning, waar de Maagd Maria in stilte werkt en bidt. Vreugde vond ze in het bidden, bidden was haar leven. Zij hield haar hart voortdurend gericht op God. Zij behoorde tot de 'ware zonen en dochters van Israël', de zgn. 'anawim' (armen van geest) die al hun vertrouwen stelden in God en alle heil van Hem verwachtten. De traditie heeft haar dan ook altijd afgebeeld op miniaturen en schilderijen als verzonken in gebed en in de overweging van de Schriften op het ogenblik, dat de engel bij haar komt. Plotseling en onverwacht treedt de engel als een lichtstraal binnen in haar huisje - een eerder donkere woninggrot - waar zij neergeknield zit op de harde rotsgrond. Het gaat hier om de engel Gabriël 'hij die staat voor God'. Hij werd reeds gezonden naar Zacharias om hem de geboorte van Johannes de Doper aan te kondigen, en nu vertrouwt de Heer hem een boodschap toe die bestemd is voor Maria.
 
Vanaf de eerste tot de laatste bladzijde weerklinkt in de bijbel de stem van God. Door Zijn Woord geeft God zich te kennen en openbaart Hij zich aan ons. Groter dan het verlangen van de mens naar gemeenschap met God, is immers het verlangen van God naar de mens. Voortdurend zoekt Hij een plaats waar Hij welkom is, een plaats waar Hij Zijn tent onder de mensen kan opslaan om de 'God-met-ons' te zijn. Hij wil dichtbij komen, ons bewonen, één zijn met ons. Dit gebeurde op een onovertroffen wijze bij Maria.
 
Als geen ander stond Maria open en ontvankelijk voor Gods Woord. Door haar Onbevlekte Ontvangenis was zij uitermate gevoelig voor alles wat van God kwam. Vanuit een innige verbondenheid met Hem hoort, ervaart en schouwt zij God. Dit contact met God speelt zich af op een dieper niveau, die eigen is aan de mystiek. Zo ook de dialoog met de engel.
 
Woorden tot Maria:
 
De engel trad bij haar binnen en zei: 'Verheug u begenadigde, de Heer is met u' Maria echter schrok van dat woord en vroeg zich af wat die groet wel kon betekenen. Maar de engel zei tot haar: 'Vrees niet, Maria, want gij hebt genade gevonden bij God. Zie, gij zult zwanger worden en een zoon ter wereld brengen die gij de naam Jezus moet geven. Hij zal groot zijn en Zoon van de Allerhoogste genoemd worden. God de Heer zal Hem de troon van zijn vader David schenken en Hij zal in eeuwigheid koning zijn over het huis van Jacob en aan Zijn koningschap zal nooit een einde komen'. (Luc. 1,29-33)
 
Het eerste woord van de engel is een liefdevolle toezegging van Gods vrede. Zij wordt begroet als 'de begenadigde' of 'vol van genade'. 'God heeft welwillend neergezien op de kleinheid van Zijn dienstmaagd', zo zal Maria zelf getuigen bij haar nicht Elisabeth, die haar begroet als Moeder van de Heer. Wat in de wereld van geringe afkomst en onbeduidend is, dat precies kiest God uit.
 
De reactie van Maria is verwondering, verbazing: 'Zij schrok van dat woord'. Als God binnentreedt in iemands leven, is het niet zomaar. Wie door Hem bezocht wordt staat plots voor iets heel nieuws, iets waar je geen greep op hebt. Lucas voegt eraan toe: 'Maria vroeg zich af wat die groet toch wel kon betekenen'.
 
De engel stelt haar gerust. Hij maakt haar het heilsplan van God duidelijk en de rol die zij hierbij zal vervullen. Zij wordt geroepen moeder te worden van Jezus. De engel noemt Hem 'de Zoon van de Allerhoogste'. Hij zal voor altijd de koninklijke troon van zijn vader David bezitten. Hij zal in eeuwigheid - zonder einde - heersen over het huis van Jacob, het volk van het Verbond. Het gaat hier voor alle duidelijkheid over een Rijk dat verder reikt dan deze wereld en dat alles en allen omvat.
 
Maria nu sprak tot de engel: 'Hoe zal dit geschieden, daar ik geen gemeenschap heb met een man?'. Hierop gaf de engel haar ten antwoord: 'De heilige Geest zal over u komen en de kracht van de Allerhoogste zal u overschaduwen; daarom ook zal wat ter wereld wordt gebracht heilig genoemd worden, Zoon van God. Weet dat zelfs Elisabeth, uw bloedverwante, in haar ouderdom een zoon heeft ontvangen en, ofschoon zij onvruchtbaar heette, is zij nu in haar zesde maand; want voor God is niets onmogelijk'. (Luc. 1,34-37)
 
Iedere Joodse vrouw hoopte, dat zij het grote voorrecht zou hebben de moeder van de Messias te worden. Om deze reden o.m. was het, dat zij zoveel waarde hechtten aan de gehuwde staat. Maria echter was te nederig om dit te veronderstellen. Het was haar ingegeven een andere weg te gaan om God te dienen: die van de maagdelijkheid. Toen de engel zei 'gij zult zwanger worden en een zoon ter wereld brengen, die gij Jezus moet noemen', was dit onvoorstelbaar voor haar en moest zij wel antwoorden 'hoe kan dit, daar ik geen man beken?'.
 
Dan zegt de engel haar dat dit Kind Zijn leven niet aan een aardse vader danken zal, maar aan de kracht van God: 'De heilige Geest zal over u komen'. Maria zal daardoor geheiligd zijn als de tempel van God en als de Ark van het Verbond, die zich daar eens bevond en waarover de Geest van God zich als een wolk neerliet.
 
Ondanks haar verloving en haar later huwelijk met de timmerman Jozef zou haar maagdelijkheid ongeschonden blijven, 'want voor God is niets onmogelijk'. En de engel bevestigt het ingrijpen van de almacht van God: 'Daarom ook zal wat uit u geboren wordt, heilig zijn en de Zoon van God worden genoemd'.
 
Antwoord van Maria
 
Nu zei Maria: 'Zie de dienstmaagd des Heren, mij geschiede naar uw woord'. En de engel ging van haar heen. (Luc. 1,38)
 
God zal Zijn plan niet verwezenlijken zonder de medewerking van de mens. Hij maakt zich afhankelijk van het jawoord van Maria. Ondanks haar uitverkiezing en begenadiging moest zij zelf hiermee instemmen. God respecteert altijd onze menselijke vrijheid.
 
Daarom staan wij hier voor het meest beslissende moment in de dialoog tussen God en de mens. Gans de schepping houdt a.h.w. de adem in. En dan horen wij Maria zeggen: 'Mij geschiede naar uw woord; aan U, God, om met mij te handelen, ik ben gans de Uwe'. Dat éne zinnetje heeft een enorme diepte en zeggingskracht. Het zegt alles over de fundamentele ingesteldheid van Maria: ja zeggen aan God. Dit 'ja' zal gans het verder leven van Maria bepalen. Steeds opnieuw zal zij dit jawoord herhalen, zelfs onder het kruis van haar Zoon.
 
In gans de bijbel vinden wij geen ander voorbeeld van een zo totale overgave van een mens aan Gods wil. Zij wilde niets voor zichzelf, haar enige betrachting was de 'dienstmaagd' te zijn van de Heer.
 
Wij zien hier het tegengestelde van wat in het boek Genesis staat geschreven. Tegenover het aanbod van God had Eva wantrouwen en daarna een weigering geplaatst en zo ging door haar de mens verloren. Maria daarentegen gaf zichzelf aan God, helemaal en van ganser harte. Bovendien gaf ze haar jawoord in ons aller naam. Zij vertegenwoordigt hier het hele uitverkoren volk. Meer nog, gans de mensheid draagt zij mee in haar hart. Zo werd zij de 'nieuwe Eva', de nieuwe Moeder van het leven.
 
Besluit
 
God heeft in Maria een nieuw Verbond met de mens aangeknoopt, oneindig mooier dan het eerste. Door haar jawoord kon God mens worden in haar maagdelijke schoot en Zijn intrede doen in deze wereld. Dit is het moment, waarop het wachten op de Verlosser tot vervulling komt en de uitroep van de profeet Jesaja aangeheven kan worden: 'Jubel, dochter van Sion. Juich, Israël!'.
 
Door Maria heeft de mens de Verlosser ontvangen. Dankzij haar is Hij één van de onzen geworden, God-met-ons. En zo kon de belofte, waar de mensen na de zondeval naar uitkeken in vervulling gaan: de belofte van verlossing en redding. Daarom wordt Maria in de beginregel van de veel gezongen Maria-antifoon Saive Regina genoemd de 'Moeder van Barmhartigheid' (Mater Misericordiae). Zij brengt Gods barmhartigheid ter wereld in Jezus en daarmee geeft zij de goddelijke Barmhartigheid een gezicht.
 
Geen vrouw, geen mens heeft dichter gestaan bij de Menswording van de Zoon van God dan zij. Daardoor heeft zij Gods barmhartigheid op een uitzonderlijke wijze mogen ervaren. En zo kan niemand beter dan zij ook ons hart en het hart van de Kerkgemeenschap openen voor deze gave, die de uitdrukking is van Gods oneindige liefde.
 
Laten wij dankbaar zijn om de belangrijke rol die Maria speelde in gans het verlossingsplan van God en voor wat zij nu nog betekent voor heel de mensheid.
 
Olav Vandebril, pr.


Comments are closed.
    Overzicht Artikels
Powered by Create your own unique website with customizable templates.
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht