• Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht
THOMAS MORE GENOOTSCHAP
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht

Archief Positief

Op deze pagina worden artikels aangeboden uit tijdschrift POSITIEF sinds 1969

Symposium 700 jaar sacramentskapel in Viversel

3/9/2018

 
Verschenen in POSITIEF nr. 477 – DECEMBER 2017

Toespraak van Pater Dr. Karl Wallner OCist, Hasselt, 23 juli 2017
 
De Kerk in Europa heeft een nieuwe lente nodig.
 
1. De situatie
 
Moeilijkheden voor de Kerk en voor de Christenen zijn er over heel de wereld tegenwoordig. Toch is er een continent waar we ons in deze tijd meer ongerust over moeten maken dan alle anderen: dat is ons "oude Europa". Terwijl de Kerk op alle vier andere continenten groeit, krimpt ze in Europa, en dramatisch snel. Ik leid al sinds 1999 de Hogeschool van Heiligenkreuz. Mijn klooster, aan de rand van Wenen, werd in 1133 door de Heilige Leopold gesticht, en bestaat sindsdien zonder onderbreking. Noch de Turken in 1683, noch Keizer Jozef Il in 1780, en zelfs niet de nazi's tussen 1938 en 1945 konden het verstoren. Stift Heiligenkreuz is echter niet alleen oud, het is vooral heel levendig. We vieren de liturgie volledig volgens de hervormingen van het tweede Vaticaanse Concilie, maar 'ad verbum' (letterlijk), dat wil zeggen: Wij hebben het Latijn behouden, we hebben zelfs een eigen cisterciënzer brevier met de neovulgata gemaakt, zodat we het Gregoriaans kunnen blijven zingen. In de jaren 1980 werd dat nog beschouwd als 'aartsconservatief', maar als gevolg hadden we in 2008 een sensationeel muziekvervolg: Wereldwijd verkochten we 1,5 miljoen CD's met onze Gregoriaanse zang: "Chant - Music for Paradise". We hebben in Oostenrijk 7 keer platina, in Duitsland Platina, en ook in België en in Nederland goud gehaald. En het is op de eerste plaats de liturgie en de apostolische uitstraling - als cisterciënzers zijn we in Oostenrijk altijd sterk in de pastoraal bezig - die vele roepingen aantrekt.
 
Toen ik ben ingetreden in 1982 waren we met 42 monniken. Nu zijn we met 101 monniken met een gemiddelde leeftijd van 48 jaar. Sinds 1802 heeft het klooster een eigen hogeschool. Paus Benedictus XVI heeft ze tot een Hogeschool van Pauselijk Recht verheven in 2007. Het aantal studenten is tussen 1999 en 2017 van 62 naar 298 gestegen, de meesten onder hen worden priester. Drievierde van onze studenten komen uit Oostenrijk, Duitsland en Zwitserland. Een kwart is internationaal. Ik wil vooral onze 15 Vietnamese Cisterciënzers noemen, waar onze orde boomt: Dat is typisch voor de dag van vandaag: Onze orde, die gesticht werd in Frankrijk in 1098 en dankzij de dynamiek van de heilige Bernard van Clairvaux tot een van de grootste Europese orden werd in de middeleeuwen - Europa ligt nog steeds bezaaid met (voormalige) Cisterciënzerkloosters - is sinds kort een Aziatische orde geworden: meer dan de helft van de Cisterciënzers wereldwijd komt uit Vietnam ...
 
Na de uitbreiding van de hogeschool van 2013 tot 2015, waarvoor de gelovigen meer dan 7 miljoen euro bij elkaar hebben gebracht, werd ik door Paus Franciscus en op voorstel van de Oostenrijkse bisschoppenconferentie tot Nationaal directeur van de pauselijke missiewerken (Missio) benoemd. Mijn collega daarvoor in België is de salvatoriaan Pater Michel Coppin, SDS, en in Nederland de jezuïet pater Eduard Kimman s.j. Vertrokken van 4 missiewerken, die in de 19de eeuw ontstaan waren, en die door Paus Pius XI werden samengevoegd als 'pauselijke' missiewerken, onder de centrale leiding van het Petrusambt, heeft het tot taak de jonge en arme Kerken te helpen: door gebed en financiële steun. Maar ook, om in de 'oude Kerken' het missionaire bewustzijn te bevorderen! Sinds september 2016 kan ik dat als nationaal directeur van Missio 'live' en 'concreet' ervaren, wat ik tot nu over de situatie van de Wereldkerk alleen uit boeken en rapporten wist: De Kerk groeit overal en is levend, maar is geconfronteerd met talrijke moeilijkheden, van armoede, van politieke onderdrukking, spirituele onvolwassenheid, door allerlei structurele en organisatorische incompetentie tot aan brutale vervolging. Ik beveel daarover twee boeken van de Amerikaanse journalist John L. Allen aan:
The Future Face of the Catholic Church (2009), waarin hij een Paus uit de derde wereld voorspelt. Wat hij echter fictief voor het 2030 verwachtte, is al in 2013 realiteit geworden in Paus Franciscus en toont de aanzienlijke groei van de jonge kerken! Nog actueler in deze tijd van snelle radicalisering van de islam is het boek uit 2014 van John L. Allen: The Global War on Christians.
 
In Allens boeken staat er veel statistisch materiaal. Positief is dat de Kerk nog nooit in de laatste 2000 jaar zo snel groeide, als de afgelopen 100 jaar. Alleen in Europa krimpt ze. Aan het begin van de 20ste eeuw waren we wereldwijd met 266 miljoen Katholieken volgens de statistiek van het Pauselijk jaarboek 'Annuaria Pontificio', en bij het begin van de zi= eeuw met 1,29 miljard. We zijn dus met 1 miljard gegroeic:!. Waar er in 1926 - toen Paus Pius XI de wereldwijde collecte voor wereldmissiedag instelde - nog bijna geen bisschoppen uit Afrika, Azië, Oceanië of Zuid-Amerika, zijn nu de meerderheid van bisschoppen en priesters uit die continenten. En zoals gezegd, heeft dat sinds 2013 ertoe geleid dat de huidige opvolger van Petrus, uit Zuid-Amerika komt, uit Argentinië.
 
Wat is er mis met Europa, en hoe moet dat nu verder? Om Europa - en dan spreek ik hier niet over de Europese Unie, die zich in haar ideologische oriëntatie steeds verder uit de buurt van haar Katholieke oprichters als Adenauer, Dahir en Schumann beweegt - beter te begrijpen, is het de moeite waard om het document 'Ecclesia in Europa' van 2003 te lezen. Dat schrijven was het resultaat van een bisschoppensynode, die op uitnodiging van de heilige Johannes Paulus Il werd gehouden; het werd geredigeerd door de grootste nu nog levende Europeaan, Jozef Ratzinger, de latere Benedictus XVI, nu de eerste Paus-Emeritus uit de Kerkgeschiedenis. De Kerk was altijd al een 'Global Player'. De heilige lgnatius heeft al reeds aan het begin van de tweede eeuw het begrip 'Katholieke Kerk' bedacht, en heeft daarmee zowel de kwalitatieve universaliteit van het heil bedoeld, maar ook de kwantitatieve dimensie van haar leden. Katholiek betekent allesomvattend, universeel.
 
Maar universaliteit vraagt ook om concretisering, 'Pneuma' bestaat niet zonder een instelling. De eerste paus stierf in de hoofdstad van het imperium, dat Christus ter dood bracht. Rome de politieke vijandmacht, was door God tegelijkertijd uitverkoren, om zich te bekeren: God wilde in zijn oneindige wijsheid zelfs dat die imperialistische politieke macht, die Christus ter dood bracht, gebruiken als werktuig voor missionering. Die dood macht werd een levenskracht, want zonder de steun van de Romeinse keizers vanaf Constantijn in 313, was de kerstening van Europa niet zo snel en efficiënt verlopen! In ieder geval werd Europa in de daarop volgende honderden jaren geëvangeliseerd, in een zeer lastig en langdurig proces. Het Christendom kon hier, in tegenstelling tot Klein-Azië, Noord-Afrika en grote delen van het Nabije Oosten - de dwanggreep van de islam weerstaan, die constant in het Westen tot aan de Pyreneeën oprukte, en in het Oosten tot in de Balkan - tot in 1683 - en naar het noorden wilde oprukken. Zo is Europa Christelijk gebleven, en kon het - ook ondanks de emancipatieprocessen van de seculiere wereld, die zich tegen de sociale dominantie van de Kerk verzetten - een vrije humanistische cultuur ontwikkelen, waar het bloeiende Christendom van de vroege Kerk in vele andere gebieden ten onder is gegaan door de expansie van de islam. "Ecclesia in Europa" geeft een gedifferentieerde analyse van de intellectuele ontwikkeling en geschiedenis van Europa. Van Europa uit volgde ook in de moderne tijd na 1492 de evangelisatie van de andere continenten. Missionarissen vertrokken van Europa uit over heel de wereld. Nog in 1960 waren 10% van de Katholieke missionarissen in de hele wereld uit Nederland. Vandaag is het zelf een van de meest ontkerstende landen van Europa geworden. Dat een 'humanisme' en 'tolerantie' zonder haar diepe geestelijke fundament van het Christelijke geloof in een God, die alle mensen ongeacht ras, religie, leeftijd of stand onvoorwaardelijk liefheeft, geen stand houdt, toont ons het feit dat Nederland de meest liberale wetgeving over euthanasie had en heeft.
 
Met betrekking tot de missieactiviteit heeft de situatie zich ondertussen al omgekeerd: er werken tegenwoordig al meer priesters uit Afrika en Azië in Europa dan er Europese priesters werken in de jonge Kerken, die steeds meer aan stabiliteit winnen. Alleen al in het aartsbisdom Wenen werken er 40 Afrikaanse priesters. De Heilige Stoel heeft al meermaals haar ongenoegen uitgedrukt dat het rijke Europa gewoon priesters uit de arme landen 'importeert' om haar systeem te onderhouden, dat op zichzelf niet toekomstbestendig meer is. Na veertig jaar geestelijke en kerkelijke achteruitgang, heeft Europa een missionaire lente nodig met nieuwe ideeën en een nieuwe Schwung. zoals Paus Franciscus het schrijft in zijn Apostolische schrijven 'Evangelii Gaudium'.
 
De filosofe Hanna-Barbara Gerl-Fakovitz wijst erop, dat de Verlichting - hoe gerechtvaardigd hun zorgen misschien ook waren - een latente haat tegen de Kerk en het Christendom bij de mensen in grote lagen van het Europese onderbewustzijn heeft teweeg gebracht. Op zijn minst een vorm van schaamte! De Europeanen schamen zich om hun religie, het Christendom! De politieke gevolgen zijn nog niet zo groot bij ons, waar de Kerk een gevestigde waarde is. Voor alles op het humanitair vlak wordt ze gewaardeerd en is ze sterk verweven met de staatssystemen. Caritas is in Duitsland de tweede grootste werkgever. En hoewel er in Duitsland ieder jaar 200.000 mensen uit de Katholieke Kerk treden, Stijgen de inkomsten van de Kerk (kirchensteuer) door de goede economische situatie dramatisch. Nooit was de Kerk in Duitsland zo rijk, hoewel ze over een tijd van 14 jaren van 26 naar 23 miljoen gelovigen gekrompen is.
 
Je zou kunnen zeggen: nog altijd 23 miljoen! Maar als je eens naar de erediensten gaat, dan is de gemiddelde gelovige op zondag 65 jaar oud. Eigenlijk wordt de Kerk in Europa alleen nog door de toegenomen levensverwachting rechtgehouden. Naar de statistieken van de Duitse bisschoppenconferentie is het aantal zondagse kerkbezoekers in de afgelopen vijftig jaar van 11 naar nauwelijks 3 miljoen afgenomen. Dat kan zo echter niet zonder einde voortgaan. De vlakke neerwaartse curven worden door de lage geboortecijfers nog versterkt.
 
Een duidelijke indicator in de collecte voor Wereldmissiezondag, die in alle landen van de wereld gehouden wordt. Ook in Afrika, Azië en Latijns-Amerika wordt - zoals bij ons - op de voorlaatste zondag van oktober geld ingezameld, dat geld wordt over de ongeveer 1200 jonge missiebisdommen verdeeld en verzekert hun bestaan. Die collecte stijgt met rasse schreden in de jonge landen, zelfs met 200 procent. Tegelijk vermindert ze, even dramatisch, in de oude christelijke landen van Europa. Gezien dat ook de rijke gebieden zijn, zorgt het dat het totaal zorgwekkend afneemt. Waar er een stijging is in Afrika van 150 procent van 730.000 euro (2008) naar 1,81 miljoen euro in 2017, kan dat de daling van 28 procent in Europa van 63 miljoen (2008) naar 40 miljoen (2017) en in de VSA van 57 miljoen (2008) naar 41 miljoen, natuurlijk niet goedmaken.
 
Het bekritiseren van de Kerk, en het persoonlijk openlijk afstand nemen van het Christelijk geloof is vandaag een algemene vanzelfsprekendheid geworden. In de laatste jaren zijn praktiserende politici zoals Konrad Adenauer totaal uitgestorven, en Katholieke intelligentia zoals Gilbert Chesterton en Georges Bernanos zijn er al lang niet meer.
 
Wat de situatie bij ons in Europa daarbij nog zo brandgevaarlijk maakt voor het Christendom, is dat zo een groot aantal moslims gekomen zijn en nog komen, die een totaal andere mentaliteit met zich meebrengen: daar wordt religiositeit heel open beleefd en in gemeenschappelijke sociale samenhang beoefend. Moslims zijn van basisopstelling religie-positief, waarbij wij Christenen religie-kritisch of op zijn minst kerkkritisch zijn. De nieuwe Shell-jeugdstudie 2015, die door nuchtere sociologen werd uitgevoerd, onderzoekt de religiositeit van jonge mensen in Duitsland. Het beeld van de jonge christenen is somber en verontrustend. Men heeft het gevoel dat deze studie bericht over de ondergang van het Christendom: maar 35 procent van de jonge Christenen gelooft in een persoonlijke God. Geen wonder dat de studie over 'gedoopte heidenen' spreekt. Interessant is de vergelijking met moslims, dat zijn er namelijk 70% of dubbel zoveel. Bijzonder dramatisch is de afname in de religieuze praktijk. Er werd niet gevraagd naar de deelname aan de eredienst, dus aan de deelname van liturgie en cultus (In de Kerk kan men immers ook op puur culturele gronden of sociale gemeenschapsconventies naar de kerk gaan). Meer werd naar de persoonlijke relatie met God, die men in zijn Gebed uitdrukt, gevraagd. Het resultaat: van jonge Katholieken bidden maar 9 procent regelmatig: dat wil zeggen 91 procent heeft geen persoonlijke relatie met God. Maar weer een vergelijking: bij de jonge moslims is dat 80 procent. die minstens eenmaal per week bidden. En 50 procent bidt dagelijks. De Kerk bevindt zich in Europa in de grootste identiteitscrisis sinds de reformatie. De vraag is ondertussen niet meer, met hoeveel we over 40 of 50 jaren hier in Europa nog zullen zijn, maar of er nog wel Christenen zullen zijn.
 
De oplossing: pleidooi voor een missionaire houding
 
Ik zou nog lang kunnen doorgaan met deze analyse, iets wat Paus Benedictus XVI gedaan heeft in Porta Fidei, of ook Paus Franciscus in Evengelii Gaudium. We hebben zeer specifieke uitdagingen: ik noem hier het nieuw en feitelijk atheïsme, dat er alleen maar op uit is om religie in haar geheel terug te dringen, ja zelfs te elimineren. Islamitische aanslagen en bedreigingen zijn daar een welkome gelegenheid voor, om door een seculiere wetgeving ook het Christendom te schaden. Hier moeten we erop wijzen, dat 'religiositeit' in het Christendom vaak iets heel anders inhoudt dan bij de islam: Een radicaal religieuze islamist wordt een zelfmoordenaar, een radicaal religieuze Christen wordt een moeder Theresa. Een Katholieke martelaar geeft zijn leven voor de andere, zoals de Heilige Maximiliaan Maria Kol be, een islamitische alahu-akbah-martelaar wendt zijn zelfmoord in de moord van anderen. Wat een perverse herinterpretatie van het concept 'martelaar'. Aan de ene zijde opofferende liefde, aan de andere destructieve haat.
 
In Europa is het Christendom verzwakt door een panthe·istisch esoterisme, de modereligie van de jaren 1980, die het na het concilie ontstane vacuüm voor catechese en geloofsonderricht heeft opgevuld. In feite gaat het hier om een bijgelovige godsdienst van willekeurigheid, die geen morele grenzen kent en die daardoor de gender-ideologie heeft voortgebracht of op zijn minst heeft bevorderd.
 
Men moet ook de binnen-kerkelijke blokkade aankaarten, die ons van binnenuit verzwakt. Ik zie die blokkade vooral zo dat veel goed bedoelende Katholieken het idee hebben dat ze op een wondermiddel aan het wachten zijn, waarna alles weer goed komt. De blokkade van het verlangen naar een 'toverdrank' à la Asterix en Obelix, die ons terug krachtig gaat maken en ons weer tot een sterke en invloedrijke Volkskerk maakt. De soorten van toverdrank zijn verschillend volgens de kerkpolitieke positie: De enen noemen krachtig de afschaffing van het celibaat en de invoering van priesteressen, de anderen willen dat de liturgie tot in de kleinste vormen terugkeert naar vroeger, en verstijven in een afwijzing van het tweede Vaticaanse concilie.
 
Ik geloof dat er niet zo'n toverdrank is. Er is geen magische drukknop. Daarom moeten we zo snel mogelijk af van het roepen naar monocausale oplossingen, want ze blokkeren ons zicht op de realiteit en onze dynamiek voor een nieuw begin. We hebben een missionaire houding nodig en moeten ten volle de missionaire activiteiten opnemen, zodat de Kerk weer jong wordt en weer automatisch al de mensen bereikt en haar universele missie van heilsverlossing vervult. Maar alles begint met een onderscheiding van de wil. Wij moeten het weer willen, wat God wil. En de Wil van God luidt: "God wil dat alle mensen gered worden en tot de kennis van de waarheid komen." (1 Tim. 2,4) Als God werkelijk "allen" bedoelt, dan moeten we als Kerk ook dat waar proberen maken, dat het niet alleen om ons gaat, terwijl Christus zich tot een instrument wil maken, om allen te bereiken. Dat instrument is de Kerk, dat zijn wij. Het tweede Vaticaanse Concilie noemt in Lumen Gentium de Kerk het 'Sacramentum mundi', Sacrament van heil voor heel de wereld. De Heilige Thomas heeft het begrip 'sacramentum' als een 'werktuigelijke oorzaak' gedefinieerd, die de genade van God bevordert. De Kerk is ook een werktuig, een instrument van de heilswil van God. De Kerk moet weer om de redding van allen, om de verkondiging aan allen, om de missionering gaan: naar de lauwe nog-Christenen, naar de zich-distantiërende niet-meer-Christenen, naar de vele zoekende niet-Christenen.
 
Drie criteria zijn mij hier belangrijk - ook vanuit het zelfverstaan van Heiligenkreuz: Eucharistisch, Mariaal en pausgetrouw.
 
  1. We hebben een Eucharistische Kerk nodig, die opnieuw verstaat, wat we in de Eucharistie vieren, waar het om de Zaligmakende en actualisering van ieders heil gaat, dat Christus aan het Kruis voor eens en altijd aan de wereld geschonken heeft. 
  2. We hebben een mariale Kerk nodig, die vanuit het Fiat leeft en een kinderlijk vertrouwen voor die Vrouw heeft, omdat door haar medewerking God zijn heil voor alle mensen wil geven. 
  3. We hebben tenslotte ook een Kerk nodig, die met het Petrus-ambt verbonden is, met het tijdeloze leerambt, omdat Christus niet maar 'Vlees en Bloed' wilde achterlaten, zonder de Stem van de Vader in de hemel.
 
We hebben een onverminderde moed voor Christelijke missie nodig. De Kerk is van haar wezen uit missionair, zegt het tweede Vaticaanse concilie (Ad gentes 2). Een niet-missionaire Kerk is een wezenloze Kerk die zal ten onder gaan. "The Church will send or the Church will end", zegt een onder Engelssprekende missionarissen bekend spreekwoord. We leven in een gunstige tijd, want het begrip 'Missie' is populairder dan ooit. Bij de jongeren geniet het woord 'Missie' een positieve cultusstatus. Dat is van de theologie, die vaak nog door mensen gedomineerd wordt, die in de jaren 1968 theologisch gesocialiseerd werden en daardoor de problemen die de jaren 1980 hebben, nog niet hebben waargenomen. Ik moet als nationaal directeur van Missio het begrip Missio nooit voor jongeren verdedigen!
 
En zeker is 'Missie' het wezen, de basisopdracht, het programma van de Kerk. De 'Missie' heet zending. Het gaat om de zending die God zijn Kerk gegeven heeft. Vermits Hij zelf 'Liefde is' (1 Johannesbrief 4, 8.16}, hebben we geen andere zending dan die Liefde. Het is onze missie die Liefde van God verder te geven. De Missie van God, die Hij 2000 jaar geleden in Jezus Christus begonnen is en die sindsdien door zijn - jammer genoeg ook soms falende - Kerk voortzet, heet de Liefde! Als God van alle mensen houdt - en dat is de grondboodschap van het Christendom - dan kan hij zich daar niet mee tevreden stellen, dat er in deze wereld nog vele mensen wonen, die daar niets van weten. En dat er nog zo vele mensen zijn, die niets om deze Liefde geven! Als God alle mensen liefheeft, dan kan Hij er zich niet van afsluiten, dat er in de wereld nog zoveel haat en geweld, fanatisme en racisme, honger en armoede, slavernij en uitbuiting, menselijke ellende en vernietiging van de schepping is!
 
Ik ben nu bezig met het maken van een boek met reportages over de levendigheid van de jonge Kerken en de activiteit van de Pauselijke missiewerken Missio. De titel van het boek is zeer bewust gekozen: 'Onze missie is liefde!'. De 'Missie' en 'missioneren' heeft een muffe, ja zelfs negatieve bijsmaak gekregen. Helaas! En onterecht! Dat er ook in Christendom slechte vormen van kolonisatie en onderdrukking bestaan hebben, die zich ook 'missie' genoemd hebben, staat buiten kijf. In de 2000
jaren wordt het Licht van het Evangelie vaak genoeg overschaduwd door demonische krachten van de toenmalige tijdgeest. Maar ten gronde is de Christelijke Missie, van uit haar grondboodschap, iets heel erg positief. Een geschenk voor de hele mensheid. Omdat de belangrijkste realisatie, die God ons mensen door zijn zelfopenbaring in Jezus Christus geschonken heeft, luidt: 'God heeft alle mensen lief'. Dat is prachtig, dat is opbouwend. En God wil dat allen dat ervaren, en deze Blijde Boodschap aannemen. Die aanname heet Geloof. Het Christelijk geloof is het vrije antwoord van de Mens op de Liefdevolle God, een antwoord, dat niet kan of mag worden afgedwongen.
 
Onze missie - De Missie dus, van de mensen die in Christus geloven - is sinds 2000 jaar de Liefde. Daarmee is de Christelijke Missie, het belangrijkste wat er bestaat voor deze wereld, waarvan we vaak genoeg tot onze schrik moeten vaststellen, dat ze uit het juiste spoor rijdt. Stromen van vluchtelingen en migranten, klimaatverandering en milieuvernietiging, economische ongerechtigheid en sociale ellende, verontrusten ons terecht. De expansie van een veroveringszuchtige islam met haar fanatieke en terroristische aanslagen, geeft een nog nooit geziene Christenvervolging, en kan er ons toe verleiden, het donker in te zien. Maar we hebben geen ontvluchten nodig, maar een nieuwe lente, en zeker een 'missionaire lente'! De Franse denkster Madeleine Delbrêl heeft deze zin bedacht:
"Als we niet willen missioneren, dan moeten we demissioneren (Wenn wir nicht missionieren, müssen wir demissionieren)." Neen, het Christendom kan nu niet wegvluchten, wel in het tegendeel: Het Geloof in Christus is, zo geloven wij, 'het' heilsmiddel voor de vele noden van de huidige mensheid. Omdat dat ons voert naar een vertrouwen op een God die Liefde is; Hij sterkt ons in die vaardigheid, ons meteen ook lief te hebben, zelfs onze vijanden; en Hij zegt ons de vergeving toe, waar we in onze inspanning gefaald hebben, verzaakt hebben en zelf tot zondaars geworden zijn.
 
Jezus heeft niet een religie voor een private elite gesticht. Hij wil geen afgesloten geheim gezelschap, geen esoterische club voor 'einige wenige'. Voordat Hij bij zijn opstanding in de onzichtbaarheid afscheid neemt, zamelt Hij de leerlingen rondom zich, en Hij geeft hun een opdracht. Die leerlingen worden in de Bijbel 'Apostel' genoemd, dat is Grieks en betekent 'Boodschapper', 'Gezondene'. Als men 'Apostel' in het Latijn vertaald, ontstaat het woord 'Missionaris'. De opdracht voor een apostel, is een zending, in het Latijn Missio. Die apostelen moeten zijn, wat ze heten: Boodschapper van de Heer Jezus Christus, die gestorven is en verrezen, die de zonde van de wereld door het offer op het Kruis heeft ingelost, die God en wereld verzoend heeft, die ons op aarde troost en genade schenkt en die ons na de dood in een eeuwige gemeenschap van liefde met God roept. De zendingswoorden van Christus aan zijn jongeren zijn duidelijk en soeverein: 'Ga, en maak alle volkeren tot leerling; doop hen in de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest, en leer hun alles onderhouden wat Ik jullie geboden heb. Weet wel, Ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voleinding van de wereld.' (Mat. 28, 19f) En de leerlingen zijn al zo begeesterd door hetgeen ze door Jezus meegemaakt hebben, dat ze met grote drang uit willen gaan naar heel de wereld. Sint Paulus die later op wonderbare wijze door Christus tot de aposteldienst geroepen werd, schrijft: "De liefde van Christus laat ons geen rust, sinds wij hebben ingezien dat één mens gestorven is voor allen ... " (2. Kor. 5,14)
 
Als men van een vreugde vervuld is, dan voelt men ook een innerlijk verlangen: de wens om dat mee te delen, om anderen erover te vertellen, om de vreugde te delen. Het is verbazingwekkend, dat een groep van twaalf mannen erin geslaagd is om in korte tijd vredevol de hele wereld te veroveren. In de eerste driehonderd jaar zelfs onder de brutale vervolging van het Romeins Imperium; een vervolging die helaas alleen in wreedheid en uitgebreidheid overtroffen wordt heden ten dagen door het groot aantal Christenen die wereldwijd onder verdrukking en fysieke vervolging lijden. De gemeenschap die die leerlingen bouwden, draagt de naam 'Kerk', dat komt van het Griekse woord 'Kyrios', 'Heer'. De Kerk is namelijk de doorlevende Christus, die door de wereldgeschiedenis gaat, vertegenwoordigd en verkondigd door al hen, die tot de Kerk horen, dat zijn wij, de Christenen. Het is duidelijk dat de eerste taak van de 'Kerk', de 'aan de Kyrios behorende gemeenschap' dan ook daaruit moet bestaan, om de mensen de Liefde van God en het heil te brengen. De Naam 'Jezus' betekent zo 'God-Jahwe brengt heil'. Jezus is de 'heiland', en daarom dient een Kerk, die de mensen niet het heil en de verlossing en de redding brengt tot helemaal niets.
 
In de 2000 jaar, waarin Jezus nu in het pelgrimskleed van zijn Kerk door de tijd en doorheen de volkeren en landen van de aarde schrijdt, is er ook onvermijdelijk het slechte in gekomen. Missie is zo door Jezus bedacht, dat ze de mensen een vrij aanbod geeft: "Zie, Ik heb u lief en red u. U wordt uitgenodigd dat aan te nemen." Als het Christelijk geloof met geweld van koloniale verovering, politieke onderdrukking of culturele vervreemding gebracht wordt, dan is dat een zwaar onrecht, dat Christenen gedaan hebben. Zo hebben ze het begrip 'Missie' in diskrediet gebracht! Paus Johannes Paulus Il heeft op Aswoensdag van het jaar 2000, toen de Kerk zich opmaakte om in het 3de millennium te treden, Christelijk openlijk om vergiffenis gebeden voor historisch falen van het Liefdesgebod. 'Missioneren' betekent niet 'indoctrineren', maar eenvoudig de ervaring van verlossing, bevrijding en liefde doorgeven, die men zelf in het hart draagt. Jezus zegt: 'Waar het hart van vol is, daar loopt de mond van over.' (Mat. 12.34)
 
Wij Katholieken van Europa moeten ons minderwaardigheidscomplex overwinnen! En we moeten van de jonge Kerken in Afrika, Latijns-Amerika en Azië leren. Daadwerkelijk moet er een wederkerigheid komen tussen de oude Kerken en de jonge Kerken: Waar onze Europese missionarissen het Christendom hebben uitgezaaid, en waar we ook vandaag nog helpen door onze materiële middelen - zoals de collectie van wereldmissiezondag - worden we ook vandaag al geholpen: niet alleen omdat priesters uit de landen van het Zuiden bij ons werken, maar ook, omdat er in de jonge Kerken voor ons gebeden wordt. Ik ben erg ontroerd, dat in een school in Noord-Indië die door Missio-Oostenrijk wordt gesteund, de 600 schootmeisjes iedere dag s 'morgens een tientje van de Rozenkrans bidden voor 'de jonge mensen in Oostenrijk'. Missie is nooit een eenrichtingsverkeer.
 
Op die manier gaan we hier in onze Europese situatie van krimp niet in een treurige teleurstelling verzinken, maar helpt het ons om de blik op de vitale levendigheid van de jonge Kerken te houden, op hun geloofsintensiteit en hun groei. De vreugdevolle boodschap van Jezus Christus, verovert ook vandaag nog 'witte vlekken' op de wereldkaart, zo bijvoorbeeld in Mongolië waar in 2016 de eerste inheemse priester gewijd mocht worden.
 
De Katholieken van Europa hebben dus een nieuwe houding nodig, een nieuwe moed om het geloof te leven, om te getuigen en missionair te verkondigen. Als ik voor jonge mensen spreek over 'Missie', dan heb ik altijd maar een centraal aandachtspunt:
 
'Ontwikkel een sterke persoonlijke relatie met Christus. Laat Jezus uw beste vriend zijn. geef uw leven (door de handen van Maria) aan Hem over.'
 
Daarbij mag ik aan een interessant project meewerken, dat de initiator van Youcat Bernhard Meuser en de grondlegger van het bloeiende gebedshuis in Augsburg Dr. Johannes Hartle ontwikkeld hebben: We (samen waren we met 6 'samenzweerders') hebben een 'Missie-manifest' uitgewerkt. Dat bestaat uit 10 punten, die een oproep zijn voor een binnenkerkelijke heroriëntering naar 'Mission First'. We willen het samen op 5 januari 2018 op de zogenaamde MEHR-conferentie in Augsburg, samen met 100 vooraanstaande geestelijke prominenten van de Katholieke Kerk in Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland voorstellen. Dat manifest is nog 'geheim', maar ik ga alvast het eerste punt citeren:
 
'Wij willen dat mensen zich tot Jezus Christus bekeren. Het is niet voldoende om Katholiek gesocialiseerd te zijn. De Kerk is niet op de eerste plaats een instituut of een cultuurvorm, maar een gemeenschap van gelovigen! Ze moet met alle kracht willen dat mensen hun leven met een duidelijk persoonlijk besluit aan Jezus Christus overgeven. Wie Jezus Christus als een persoonlijke Heer navolgt, zal ook de wil voelen om anderen tot een gepassioneerde navolging van Jezus te brengen.'
We hebben alleen dan toekomst, als we mensen hebben in de Kerk, die niet louter 'christentümlich' zijn, leden van een club die Kerk heet, aanhangers van een cultuurchristendom. We hebben gelovigen nodig, persoonlijk gelovende. De reden waarom de 'vrijkerken' bij ons zo pieken, ligt juist daarin, dat zij op de eerste plaats daarop inzetten, dat mensen een persoonlijke relatie tot God krijgen. Dat moeten wij Katholieken niet van zo'n vrij kerken leren, maar wij moeten ons eigen 'proprium' weer ontdekken. Alles wat de Kerk doet, vooral haar liturgie en sacramenten, zijn niet een doel op zich, maar zijn er alleen maar om de zielen van mensen met God te verbinden.
 
Is het niet echt een troost, zoals paus Benedictus XVI geschreven heeft ter gelegenheid van de begrafenis van kardinaal Meisner, dat zoveel jongeren gefascineerd zijn door de Eucharistische aanbidding? Dat men overal moet vaststellen, dat waar Eucharistische aanbidding wordt voorgesteld, er een nieuwe lente optreedt? Mijn eigen roeping tot het priesterschap vond plaats tijdens een eucharistische aanbidding. Dat is het geluk om te ervaren dat Jezus leeft, dat er een 'Jij ' is. Waar men vrijwillig de levendige werkelijke aanwezigheid van Jezus Christus verdunt tot een sociaal samen - eten van het 'heilige Brood', dan verhindert men juist die Jezus-ontmoeting. Dan verwatert het kerkelijke doen snel in een pastoraal functionalisme, die afbreuk doet aan het Goddelijk Centrum - Jezus Christus.
 
Op de eerste plaats komt dus het gebed, de Jezus-relatie, en van daar volgt al het andere. Zoals in de tijden van de apostel: waar niemand zich van de Heer gestoord laat worden, daar wordt hij juist van uitgezonden! En die zending moet dan ook een echt Aggiornamento worden. Dat zal vrijwel automatisch gebeuren. Ik zie het, hoeveel jonge bewegingen daaronder lijden, dat de Kerk de lente op de media totaal verwaarloost. We hebben een aanwezigheid in de publieke media, maar die dient voor 'religie-berichtgeving' en niet voor verkondiging! Wat voor de economie vanzelfsprekend is, dat men zijn product via de media moet verkondigen, bevorderen, verspreiden moet, dat heeft een generatie van leiders in de Kerk nagelaten. Wat zich vandaag aan sociale netwerken presenteert, moeten we ook ontdekken als media voor de verkondiging. De vrijkerken zijn ons hier erg vooruit, maar ook de moslims.
 
En tenslotte hebben we ook het concreet smeekgebed nodig voor de bekering van de ongelovigen. In Oostenrijk heb ik van Missio uit in mei 2017 de actie 'Gott-kann' gestart. 100 jaar na Fatima, waar de Moeder Gods profetisch daarvoor heeft aangespoord, dat we voor de bekering van de wereld zouden bidden, was dat voor ons een aanleiding om een 'binnen-missionaire' gebedsbeweging in het leven te roepen: Deze actie is een poging om de 'levende rozenkrans' van de eerbiedwaardige Pauline Jaricot (+ 1862) als het ware te 'vertalen naar deze tijd'. De grondlegster van de Pauselijke Missiewerken Pauline Jaricot heeft in de 19de eeuw een organisatie opgezet voor 2 miljoen Fransen, die dagelijks een tientje van de Rozenkrans baden voor de missielanden. Onze actie 'Gott kann' maakt de Oostenrijker daarmee vertrouwd, dagelijks een tientje van de rozenkrans voor een concrete (!) jonge mens in Oostenrijk te bidden, die ver is van het geloof. Duizenden doen daaraan mee. Het kan een kleinkind zijn, of een schoolvriend die niet meer gelooft, maar ook een ongedoopte jongeling, die er tegenwoordig in grote getallen bij ons aanwezig zijn.
 
Ik zie dat bij mensen, die een sterk persoonlijk geloof in Jezus Christus hebben, die Eucharistisch en Mariaal zijn, automatisch ook het verlangen krijgen om iets te doen! Inspiratie en ideeën volgen vanzelf, waar het hart aansluit bij het hart van de Heer. Bij velen geeft het ook het verlangen om wat voor de migranten te doen, vooral voor de mensen uit de islam, die naar ons gekomen zijn. Dat is ook noodzakelijk. Nu vraagt de Kairos dat een pastoraal van verkondiging wordt opgezet naar allen die naar ons gekomen zijn! Hoe groot de dorst van vele moslims naar het Christendom is, dat zegt ons het feit, dat in Iran er officieel maar 200.000 Christenen zijn, maar dat daar in de ondergrond de laatste jaren 1 miljoen mensen gedoopt zijn, en in de schaduw werken. Dat getal heb ik uit betrouwbare bron. En voor hen die naar ons gekomen zijn, is de interesse in het Christendom nog groter. Helaas kunnen de kerkelijke autoriteiten niet voldoende inspelen met catechese en door zorg en onderwijs ook met uitwisseling daarop te reageren. Wie het gloeiend geloof ziet van hen die uit de islam gekomen zijn, die kan zich niet van het idee ontdoen, dat God hier het wonder van Damascus duizendvoudig kan doen herhalen, waardoor Saulus Paulus geworden is. Ik persoonlijk denk dat God op die manier misschien uit de catastrofe van de vluchtelingencrisis een lente kan doen ontstaan voor het Christendom van Europa. Natuurlijk moeten wij daaraan veel meer doen!
 
lte, missa est
 
Wij zijn hier bijeen, omdat de aanwezigheid van de Heer in de Eucharistie het centrum van de Kerk is. En als we geloven in de waarheid van Zijn woorden: 'Ik ben bij u tot de voleinding van de wereld', dan schrikt Christus er ook niet voor terug om Eucharistische wonderen te bewerkstelligen, om zo de Kerk aan haar essentie te herinneren, wiens taak die uit zending, uit missie bestaat.
 
Mijn doel was om te stimuleren. Zoals in de Kerk aan het eind van de Heilige Mis we met een zending de weg op gaan, een exhortatio. Die luidt in het Latijn: lte missa Est!. Daar heeft men de naam voor heel de viering van afgeleid: de Heilige Mis! Dat woord Missa is eigenlijk een zeer oude vorm van het Latijn, die zich niet zo gemakkelijk laat vertalen: Nu wordt gezonden. Of: U wordt uitgezonden. Het is missie.
 
De vertaling naar andere volkstalen is in het algemeen zwak, om niet te zeggen ronduit verkeerd en toont een niet-missionaire en lauwe instelling, die zich in de laatste jaren manifesteert. Wat heeft de liturgen bezield om in het Duits te schrijven: 'Gehet hin in Frieden!', of nog banaler in het Italiaans: 'La messa è finita, andate nella pace!' Natuurlijk is vrede goed. Maar dat komt in het Latijnse 'ite missa est' niet voor. Dat Duitse 'Gehet hin in Frieden' klinkt gewoon banaal, zo saai, zo vreselijk irenisch. Het klinkt meer als: 'Ga nu in vrede (rust) van de Kerk, van God, en al dat gedoe met Christus ... ' En het volk antwoordt dan gewillig: 'Dank sei Gott - dat het eindelijk voorbij is.' Dat Latijnse imperatief is daarentegen bemoedigend, naar de toekomst verwijzend: De Heilige Mis was de sacramentele versterking, waarmee men nu in de wereld van vandaag weer zijn christelijke missie terug leven kan. "Gaat uit, weg met u, gij zijt gezonden." In de Heilige Mis verbindt Christus zich met ons door zijn Woord en zijn Sacrament om ons daarna in de wereld te zenden. Hij wil ons hebben als zijn boodschappers, als zijn getuigen, als zijn missionarissen.
 
Eigenlijk zou men moeten zeggen: "Zo, en nu eruit met u, ge hebt nu genoeg kracht getankt, -missa est- nu wordt ge naar huis gezonden. En spant u nu in, dat God overal meer geliefd wordt!"
 
Hartelijk dank voor uw aandacht.
 
Pater Dr. Karl Wallner OCist


Comments are closed.
    Overzicht Artikels
Powered by Create your own unique website with customizable templates.
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht