• Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht
THOMAS MORE GENOOTSCHAP
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht

Archief Positief

Op deze pagina worden artikels aangeboden uit tijdschrift POSITIEF sinds 1969

BISDOM HASSELT: 50 JAAR ONDERWEG (deel 3)

2/4/2018

 
Verschenen in POSITIEF nr. 471 - APRIL 2017

​DE TERREUR VAN DE PROGNOSES
 
Dat het crisis is merk je alom. Ongeveer alles is in crisis: de economie, de financiële instellingen, de parlementaire democratie, de rechtsstaat, Europa. Ook de Kerk ontsnapt hieraan niet en wel niet voor een klein beetje. De huidige crisis raakt haar identiteit. Het is alsof zij zichzelf moet herdefiniëren of herontdekken.
Ook staat de Kerk voor enorme uitdagingen... Hoe kan je in een crisissituatie een nieuwe dynamiek ontwikkelen of op gang brengen, die mensen weer op weg zet? Hoe kan je hen bereiken, nu de invloed van de Kerk en haar maatschappelijke impact sterk is afgenomen? Hoe kan je vorm geven aan een Kerk met steeds minder personeel en minder armslag?
 
Denken in doemscenario's
De Kerk voelt zich in deze crisistijd meer dan ooit onzeker in haar rol en positie en voert dan ook meestal een beleid, gebaseerd op prognoses: het te verwachten aantal priesters over vijf of tien jaar, de teruglopende financiële middelen, minder deelname aan de sacramenten en minder kerkbezoek.
Men overschouwt allerlei noodscenario's en grijpt krampachtig naar noodplannen en noodoplossingen om zogezegd ' de zaak draaiende te houden' of te 'redden wat er nog te redden valt'. Het moto hierbij lijkt te zijn: zoveel mogelijk centraliseren en rationaliseren. En dus afslanken, snoeien, inperken ... Toch hoeft krimp niet noodzakelijk tot kramp te leiden. Centralisatie en rationalisatie fnuikt immers alle creativiteit en juist het creatieve trekt mensen aan.
 
In 2005 hield het UCSIA (Universitair Centrum Sint-Ignatius Antwerpen) een tweedaags symposium over 'Kerk en parochie in een veranderende wereld' en waarschuwde voor wat genoemd werd
 ' de terreur van de prognoses' of het gevaar om al te voorbarig maatregelen te nemen op basis van wat de situatie van de Kerk op termijn zou kunnen zijn. Een verkeerde inschatting leidt immers tot verkeerde beslissingen en versterkt de drang de tijd onnodig vooruit te lopen.
'Laten we vooruitziend zijn en tijdig ingrijpen', zo verdedigt men zich dan. Ondertussen wordt er heel wat opgeofferd en zet men voortdurend stappen achteruit. In feite doet men hiermee aan afbouw in plaats van opbouw en schept men hiervoor zelfs een kader, een 'stappenplan'. Een stappenplan dat eerder lijkt op een 'rampenplan'. Geen herstelprogramma, maar een uitdoofscenario. Minder aanbod en minder initiatief. Dit is natuurlijk pervers en een verkeerd signaal naar de mensen toe. Daardoor immers geeft men uitdrukking aan eigen onzekerheid en stelt men zich reeds bij voorbaat op als 'losers' (verliezers).
Men mag zich niet laten verblinden en verlammen door enquêtes en statistieken, die voortdurend in de media verschijnen over de situatie van de Kerk. Ook al gaat het over onthutsend lage cijfers en getallen of alsmaar neergaande curves, die in beeld komen. De vraag is immers of hiermee alles is gezegd. Gaat het hier niet op de eerste plaats om een geestelijke realiteit? Zulk een realiteit is niet zomaar in mathematische termen te vatten of in schema te brengen.
Is het bovendien wel wijs om voortdurend te spreken over het priestertekort, de leegloop van de kerken en het toenemend ongeloof? Staren wij ons bij de huidige malaise niet te zeer blind op wat niet meer kan of haalbaar is? In plaats van te wijzen op de goede dingen die er nog wel en nog steeds gebeuren, op de volgehouden inzet van zovelen in moeilijke omstandigheden en vooral op de tastbare en hoopvolle tekenen dat God ondanks alles Zijn Kerk niet in de steek laat!
 
Hertekening van het parochielandschap
 
Het beleid van de Vlaamse bisdommen kiest in deze crisisperiode resoluut voor de 'hertekening van het parochielandschap', wat zoveel betekent als 'schaalvergroting' of het creëren van steeds grotere entiteiten voor het pastorale werk.
'Maar hoever kan men hierin gaan?' vraagt Luc Maes, parochiepriester te Sint-Niklaas, zich af in een opiniestuk in het kerkelijk weekblad Tertio, 'het aantal priesters zal nog verder dalen. Hoeveel parochies zullen uiteindelijk overblijven? Is centralisatie en schaalvergroting dan niet de langzame weg naar uitsterven? Ten hoogste blijft hier en daar een gemeenschap van overtuigde gelovigen over. Ondertussen haken mensen gefrustreerd af, ook kerkbetrokken parochianen en medewerkers. Is dat dan de bedoeling?'.
 We mogen niet dezelfde fouten maken als in de jaren '70, toen ook beslist werd de dorpen samen te voegen. Het fusiedebat is sinds de laatste grote fusieoperatie in 1976 nooit meer helemaal stilgevallen en het blijft nog altijd een gevoelige materie. Fusie leidt tot identiteitsverlies. De eigenheid van elke parochie maakt plaats voor uniformiteit en 'eenheidsworst' is nooit lekker!
Door de samenvoeging van kleinere entiteiten tot grotere gehelen hoopt men meer efficiëntie aan de dag te kunnen leggen en de kwaliteit te verbeteren. De realiteit leert ons het tegendeel! In feite worden actieve en levendige parochies gefusioneerd tot anonieme en onoverzichtelijke 'monsterparochies'.
Zo is men in 2001 in het bisdom Hasselt overgegaan tot een veralgemeende invoering van de 'federaties' en werden deze ook in kaart gebracht. De pastoraal verantwoordelijken  ( priesters, diakens, parochieassistenten) werden aangesteld ' in solidum' voor het geheel.
Deze federaties van parochies, momenteel samenvallend met gemeentegrenzen, zullen indien nodig met de tijd steeds verder worden uitgebreid. Men denkt reeds aan 'pastorale eenheden' verspreid over hele regio's (zie brochure 'op weg naar pastorale eenheden in het bisdom Hasselt' juni 2015). Tegelijk wordt alles steeds meer gecentraliseerd. Op sommige plaatsen kan men binnen afzienbare tijd nog enkel op zondag in de 'centrumkerk' eucharistie vieren.
Door een verzamelbeweging van de gelovigen naar een gemeenschappelijk zondagseucharistie in een centrumkerk kan je de kerk misschien iets voller krijgen en de indruk wekken: we zijn nog met velen. In feite echter is dit oogverblinding, een manier om zichzelf te troosten en gaat men aan de realiteit voorbij. De herschikking en de (veelal voorbarige) drastische vermindering van het aantal eucharistievieringen heeft bovendien al veel kwaad bloed gezet en geleid tot een grotere daling van de al schaarse kerkgangers. Een niet zo onbegrijpelijke reactie... Waarom ergens vieringen afschaffen, terwijl elders priesters concelebreren in gemeenschappelijke vieringen?
Zo moesten mensen van negen parochies met de auto, voor sommigen meerdere kilometers ver, naar één bepaalde kerk voor het bijwonen van een Witte Donderdagviering. Wanneer je dan de bezetting zag aan het altaar - drie priesters, drie diakens en een parochieassistente - stoot dit velen onvermijdelijk tegen de borst. Men vraagt een grotere flexibiliteit en mobiliteit van de mensen, maar past ze niet toe voor zichzelf! De Kerk zal ongetwijfeld meer gebaat zijn met een grotere spreiding van de liturgische diensten. Alles hangt natuurlijk af van de bereidwilligheid van haar bedienaars om een groter engagement op zich te nemen! Moet er ook niet meer beroep worden gedaan op de steeds maar groter wordende groep van gepensioneerde priesters? Nu zien we hoe oudere priesters, die niet meer kunnen functioneren binnen grotere gehelen en eerder als hinderpaal worden beschouwd, zonder meer opzij worden geschoven en soms verplicht op pensioen worden gestuurd. En dan gaat het vaak over priesters, die zich in het verleden zeer verdienstelijk hebben gemaakt en nog steeds kunnen rekenen op heel wat sympathie en aanzien bij de mensen. De leegte waarin ze dan ongewild terechtkomen is veelal ondraaglijk, om nog niet te spreken over het persoonlijk drama dat een gedwongen afscheid teweegbrengt...
 
Kerk dichtbij de mensen
 
De voormalige bisschop van Antwerpen Mgr. Paul van den Berghe was destijds een groot voorstander van het behoud van de parochies. Ondanks het priestertekort ook toen reeds steeds scherper werd, wees hij erop hoe mede door het Tweede Vaticaans Concilie kerkelijke dienstfuncties zijn ontstaan, waarvoor geen ambtelijke priesters nodig zijn, en men dus beroep kan doen op diakens en heel wat pastorale werk(st)ers ten behoeve van de zielzorg in de parochie.
Waarom is het behoud van de parochiestructuur zo belangrijk? De Kerk is een levende gemeenschap en heeft zich geleidelijk ontwikkeld tot wat ze nu is, vergelijkbaar met de natuurlijke groei van een organisme. De parochie zou je daarin kunnen beschouwen als een basiscel. Historisch heeft deze entiteit steeds meer vorm gekregen en heeft reeds eeuwen haar deugdelijkheid bewezen door alle crisisperioden heen!
De afbouw van deze structuur zou catastrofale gevolgen kunnen hebben. De parochie, samenhangend met een natuurlijke woonkern en leefgemeenschap, vervaagt en wordt vervangen door een nieuwe constructie of een nieuwe parochie, waarvan de samenhang veel minder is gewaarborgd.
Vele activiteiten en initiatieven staan of vallen met de parochiegebondenheid. Parochies, die niet meer autonoom zijn en opgenomen in een grotere entiteit zien het aantal kerkgangers - gespreid over het geheel - gehalveerd. Zij hebben het moeilijker om vrijwilligers te rekruteren. Pastorale contacten van de priester met de lokale scholen en parochiale werkgroepen verminderen en gaan soms helemaal teloor. En verdienen zij niet juist ten volle de interesse, waardering, bemoediging en steun van de Kerkverantwoordelijken? Vanop afstand de zaken willen regelen en zo het vingertje in de pap willen houden volstaat niet langer.
Toen onze christelijk geïnspireerde organisaties geen proost meer zagen, kwamen zij steeds meer los te staan van parochie en Kerk. Uiteindelijk heeft dit geleid tot de in vraagstelling van de eigen christelijke identiteit en in heel wat gevallen tot het verwijderen van de 'K' (katholiek) uit hun benaming.
Een Kerk, die haar netwerken laat verloren gaan en haar verankering in sterke lokale gemeenschappen, zakt als een pudding die geen stevigheid heeft, onherroepelijk in elkaar!
Natuurlijk kan niet alles rusten op de schouders van dezelfde mensen. Voor het behartigen van de pastoraal zoek je medewerk(st)ers en zorg je dus tijdig voor 'kringverbreding'. In elke parochie is er nog heel wat sluimerend potentieel aanwezig dat nooit is aangeboord, omdat men steeds maar vist in dezelfde vijver. Er is voldoende goodwill, maar mensen moeten aangesproken en uitgenodigd worden. Ook de dynamiek en het enthousiasme dat men zelf uitstraalt werkt aanstekelijk en maakt anderen bereid tot vrijwillige en onbaatzuchtige inzet.
Waar mensen verantwoordelijkheid krijgen, ontstaat creativiteit en wordt de slagkracht vergroot. Men zou wel eens versteld kunnen staan van wat er allemaal gebeurt en mogelijk is onder en rondom de kerktoren! Wettelijk gezien heeft elke parochie, die geen inwonend pastoor en dus geen pastorie meer heeft, ook recht op een administratieve ruimte waar mensen terecht kunnen om misintenties aan te vragen, documenten in orde te brengen en informatie te krijgen. Er zijn altijd vrijwilligers te vinden, die hiervoor hun diensten willen aanbieden en als contactpersoon willen optreden.
Kerkopbouw gebeurt ter plaatse dichtbij de mensen, in hun thuisbasis, in hun eigen leefgemeenschap.
Naast mogelijkheden heeft elke parochie ook grenzen. Werken met gebundelde krachten is dan ook een 'win-situatie', waar ieder beter van wordt en beter mee gediend is. Geen versnippering van krachten, maar gezamenlijke aanpak. Niet langs elkaar, maar met elkaar en in dezelfde richting vooruit kijkend. De ontmoeting met elkaar over de grenzen heen is sowieso een vreugde en een verrijking.
Kortom, het inzetten op grootschaligheid of fusie is niet de goede keuze. Het zoeken daarentegen naar 'samenwerkingsverbanden' tussen parochies en wederzijdse ondersteuning is duidelijk een beter alternatief. Er zijn voorbeelden genoeg, ook mijn vroegere parochie van Zolder - Centrum, die bewijzen dat het gehanteerde model 'autonomie binnen een samenwerkingsverband' werkt en de beste oplossing voor de toekomst in zich bergt. Jammer genoeg werd bij mijn vertrek onder druk van het bisdom het roer helemaal omgegooid en de parochie onmiddellijk ingepast in een grotere structuur, conform het gevoerde beleid.
 
Structurele of pastorale aanpak?
Het diocesaan beleid gaat ervan uit dat de Kerk zelf de structuren moet opzetten die haar, in de gegeven omstandigheden, toelaten op de beste manier haar taak te doen. De Kerk moet m.a.w. functioneel denken en haar kader aanpassen aan de noden en vragen van de tijd.
Crisis wijst inderdaad op verandering. Verandering is nodig, hoewel niet gelijk welke verandering. De vraag die de kerkverantwoordelijken zich moeten stellen is: zijn wij wel goed bezig? Hebben wij de problemen, die zich nu voordoen, wel goed ingeschat en moeten zij niet anders worden aangepakt? Het woordje 'crisis' komt trouwens van het Griekse werkwoord 'krinein', wat 'onderscheiden' betekent.
Benaderen wij de Kerk niet al te zeer als een sociologisch gegeven, een maatschappelijke structuur? Een bedrijf of onderneming vraagt een goed management om in een veranderde context zijn doelstellingen te bereiken. De Kerk echter is geen bedrijf, maar een levende gemeenschap. Zij heeft niet zozeer nood aan management, maar eerder aan spiritualiteit, spirit, geestkracht.
Kerk vormen doe je niet achter een bureautafel. Je mag nog zoveel bundels samenstellen, verslagen maken en plannen ontwerpen, het zal niet helpen als er niets beweegt in de hoofden en de harten van de mensen. Het geloof zal niet opbloeien door het hertekenen van het parochielandschap of door wijziging van de uiterlijke kerkstructuren. Echte verandering zal maar komen, wanneer ze gebeurt van binnenuit!
Bovendien wordt bij de herstructurering van de parochies en de reorganisatie van de dienstverlening enorm veel kostbare tijd en energie gestoken in overleg, beraadslaging en regelingen van praktische aard. Vergaderingen volgen elkaar op, allerlei bevragingen en invullijsten passeren de revue. Deze tijd en energie ware beter besteed aan de pastoraal of de zielzorg van de mensen ...
Misschien is de Kerk te veel bezig met zichzelf en met op een angstvallige manier haar eigen voortbestaan te verzekeren. Hierdoor echter verloochent zij haar eigen wezen. De Kerk is immers een doel op zich, maar wel de dienstbaarheid aan Degene die zij vertegenwoordigt en de bekommernis om de evangelische boodschap, die haar is toevertrouwd, uit te dragen.
 
Olav Vandebril,
priester. 

Comments are closed.
    Overzicht Artikels
Powered by Create your own unique website with customizable templates.
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht