• Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht
THOMAS MORE GENOOTSCHAP
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht

Archief Positief

Op deze pagina worden artikels aangeboden uit tijdschrift POSITIEF sinds 1969

Bisdom Hasselt: 50 jaar onderweg (deel 4)

2/4/2018

 
​Verschenen in POSITIEF nr. 472 - MEI 2017
​
Maria wijst de weg
 
Al te zeer ging de aandacht na het concilie naar de structurele hervormingen van de Kerk, naar het timmeren en het vertimmeren van haar uiterlijke constructie. De bedoeling om een kader te scheppen om het gedachtegoed van Vaticanum II vorm te geven was op zich natuurlijk goed. Het spijtige echter was, dat de conciliedocumenten zelf nauwelijks of niet werden gelezen, zodat de betekenis en het belang ervan verloren ging en zelfs leidde tot verkeerde interpretaties en toepassingen. Ook nu is de diepe en rijke geestelijke inhoud van deze teksten nog altijd niet doorgedrongen tot de brede laag van onze gelovige gemeenschap. Verder werd in het verleden te veel nadruk gelegd op de actie, te weinig op de contemplatie. Velen vergaloppeerden zich in het werk zonder geregeld de innerlijke batterijen weer op te laden. Ook de priesters verwaarloosden dit aspect van hun leven en velen lieten zelfs het getijdengebed (brevier) achterwege ... Indien je het geloof niet voedt door gebed en geestelijke lectuur verwatert het en komt er vervlakking. De drijfveer of de motivatie voor je handelen verdwijnt zonder spirituele diepgang. De armoede van onze Kerk is dus vooral een innerlijke armoede. Men zegt wel eens: 'De geest is uit de fles'. Toegepast op de kerksituatie van vandaag zou je dit gerust letterlijk kunnen nemen. Maar dan denken we hier aan de 'Geest' met een hoofdletter. Waar de geest weg is, geraakt de mens in stervensnood. In zulk een toestand is een infuus nodig en beademing. Of wanneer een batterij leeg is, moet ze opnieuw worden opgeladen door de stekker in te steken en verbinding te maken met de energiebron.
 
Als de Heer het huis niet bouwt...
 
Bij gelegenheid van het veertigjarig bestaan van het bisdom Hasselt, nu tien jaar geleden, vond er een diocesane pelgrimsdag plaats naar Banneux met 3.500 deelnemers, onder wie 600 jongeren. De toenmalige bisschop van Luik, Mgr. Aloïs Jousten, vond het een prachtig idee met een sterke symbolische geladenheid, dat deze viering nog wel in 'zijn' bisdom plaatsvond.
 
Inderdaad, is het bisdom Hasselt niet een dochter van het bisdom Luik? Bovendien drukte men via de diocesane pelgrimsdag heel goed uit wat het bisdom Hasselt wil zijn: samen Kerk op weg. En dat dit in Banneux  gebeurde wijst erop dat dit bisdom, dat als Kerk ook zijn armoede sterk ervaart in deze tijd, op deze tocht wil begeleid worden door de Maagd der Armen. Zij leidt ons naar de Bron van het ware leven, Jezus, en vraagt ons 'de handen in het water te steken' of de bereidheid ons open te stellen voor het leven dat Hij ons schenkt.
 
Deze stille wenk van Maria geeft onmiddellijk de essentie aan waar het om gaat: meer dan ons werk is de Kerk Gods werk. 'Als de Heer het huis niet bouwt, bouwen vergeefs de knechten', zo klinkt het in psalm 127. Dat is nu juist wat Maria doet: ons hierop attent maken. Toen het bruiloftsfeest te Kana in het water dreigde te vallen, zei Maria tegen de bedienden verwijzend naar Jezus: 'Doet maar wat Hij u zeggen zal'. Door Hem kwam het feest tot een goed einde. Hij zorgde voor overvloed.
 
Zo gebeurde het ook na Jezus' dood. Toen vertwijfeling en angst zich meester maakte van de leerlingen, was Maria in hun midden en ging hen voor in vertrouwvol gebed. Hierdoor werd hun hart omgevormd en geopend voor Jezus' nieuwe aanwezigheid en ging het vuur in hen branden: het vuur van de Geest, dat anderen aanstak en enthousiast maakte, zodat de Kerk kon geboren worden.
 
Zo is er voor ieder van ons een weg naar geestelijke heropstanding. Dit gebeurt telkens door een terugkeer naar de Bron, naar God die tot leven roept en opwekt tot verbondenheid met Hem en met elkaar. Dat blijft de enige grondslag voor de opbouw van de Kerk in deze tijd. Er is een schril contrast tussen de sterke terugloop van de kerkpraktijk en de levendige Mariale vroomheid in allerlei bedevaartsoorden. Dat dit zo manifest waarneembaar is, moet ons tot nadenken stemmen. Wat spreekt mensen aan in de figuur van Maria, dat zij onvoldoende weerspiegeld zien in de Kerk?
 
Wie naar Maria kijkt, verder en dieper dan haar uiterlijke gestalte, ontdekt in haar die innerlijke Bron die gans haar leven vervulde en bepaalde. En wel zodanig, dat Gods Woord in haar schoot Mens kon worden. Het gaat dus om onze relatie met God in wie wij geloven, op wie wij hopen, die we liefhebben. Vandaar het zinnetje, dat werd opgenomen in één van de eucharistische gebeden: verdiep ons geloof, versterk onze hoop, verruim onze liefde.
 
Huis van GELOOF
 
Is de Kerk nog een vindplaats of een huis van geloof?
Mensen kunnen wel eens rake dingen zeggen of uiting geven aan hun gevoelens op een wijze die ons tot nadenken stemt. Zo hoor ik soms uit de mond van trouwe kerkgangers: 'Het is koud geworden in onze Kerk'. Hiermee bedoelen ze: de ziel en de bezieling is weg.
 
Na het Vaticaans Concilie werd de geloofsbeleving in grote mate gerationaliseerd en geïntellectualiseerd. Dit zie je reeds in het kerkgebouw zelf, waar de liturgie wordt gevierd en de verkondiging gebeurt. De liturgie is verschraald tot een woorddienst met weinig oog voor symboliek en zin voor het Mysterie. De verkondiging gebeurt veelal vanuit een boekje en te weinig vanuit eigen inzicht en overtuiging. Een voorgelezen tekst is zo onpersoonlijk en dikwijls saai en theoretisch. Met de ratio en de redenering raak je nog niet het hart van de mensen en krijg je het niet warm van binnen' 
 
Maar ook buiten het kerkgebouw of in het leven van elke dag zie je nog nauwelijks uitingen van geloofsbeleving. Terwijl christenen juist geroepen zijn door hun levenswijze gist of zuurdeeg te zijn in onze samenleving. Geloof ontluikt in de mens op voorwaarde dat het niet losstaat van het leven, maar geworteld is in het leven. Dan slechts wordt het Woord van God een woord voor hem en God zijn eigen God. Het christendom is geen ideologie, die zich verliest in abstracties. In Christus werd Gods Woord mens, vlees en bloed. Zoals in Hem moet dit Woord ook in ons leven gestalte krijgen.
 
Maria nu was een vrouw van weinig woorden, haar leven daarentegen sprak des te meer! Vanuit een luisterende en ontvankelijke houding stond zij geheel open voor God en was uitermate gevoelig voor alles wat van Hem kwam. Meer dan wie ook heeft zij ervaren wat Gods liefde, Gods uitverkiezing, Gods scheppend Woord voor haar is geweest en hoe genadig God op haar heeft neergezien.
 
Maar ook heeft zij zich totaal aan Zijn genade toevertrouwd. In geloof en gehoorzaamheid gaf zij zich over aan het woord van de engel: 'Mij geschiede naar uw woord'. Terecht zeggen de kerkvaders, dat Maria de Heer eerst in haar hart heeft ontvangen en vervolgens in haar schoot. Haar geloof steunde alleen op de genade en het Woord Gods, dat zij beantwoordde in overgave, in gehoorzaamheid en vertrouwen. Dit Woord, dat in Maria een klankbord vond en zo in haar kon wonen en gedijen, beschouwde zij echter niet als haar eigen bezit om het zelf te koesteren en er zelfvoldaan in op te gaan. Bij de Menswording wilde zij de vreugde om haar Kind niet alleen voor zichzelf bewaren, maar ze is op weg gegaan naar haar nicht Elisabeth. Zij was de eerste missionaris, de eerste die de boodschap doorgaf. Het waren geen mooie ideeën of theorieën, maar iets dat leefde in haar, iets dat brandde als een vuur dat alleen maar stralen wil.
 
Zijzelf was een levende getuigenis van het Mysterie dat zij in zich droeg, wat onmiddellijk bij Elisabeth de reactie ontlokte: 'Waaraan heb ik het te danken, dat de moeder van de Heer naar mij toekomt? Zie, zodra de klank van uw groet mijn oor bereikte, sprong het kindje van vreugde op in mijn schoot'.
(Lc. 1,43-44) Maria beantwoordde de groet van Elisabeth met het Magnificat, een lied van lofprijzing van God die aan haar Zijn wonderwerken deed.
 
Zoals Maria moeten christenen durven uitkomen voor hun identiteit en tonen wie ze zijn, in alle vrijheid en vrijmoedigheid. Hun waarden en levensvisie moeten zij sterker uitdragen. Meer profilering leidt niet, zoals sommigen beweren, tot een grotere polarisatie, maar tot meer duidelijkheid en aantrekkingskracht. Meer en meer gaan mensen dan ook op zoek naar 'plekken van vuur' en naar een concreet gezicht, waarbij of waarachter zij iets ervaren van beleefd geloof.
 
Huis van HOOP
 
Wat mensen vandaag ook missen in de Kerk is vreugde, blijdschap, uitbundigheid. Over de Kerk hangt eerder een zweem van 'tristesse', droefheid of zwaarmoedigheid. Soms overheerst het doemdenken en pessimisme. Waar de Kerk zich vroeger wel eens bezondigde aan triomfalisme, ziet men nu een tegengestelde beweging: onzekerheid, bezorgdheid, aarzeling en voorzichtigheid. Ook wordt de boodschap van het evangelie te zeer verkondigd op een moraliserende of betuttelende toon. Ze klinkt te weinig als een blijde en bevrijdende boodschap, een boodschap van hoop.
 
De mens, die leeft op deze aarde, heeft nood aan hoop zoals een bloem de zon en het water nodig heeft. Die behoefte is zo diep ingeworteld bij de mens, dat men kan zeggen dat ze tot zijn wezen behoort. En waar de mens hoopt, daar kan hij leven een overleven. Daar bezit hij de kracht om ook het lijden te dragen, moeilijkheden te overwinnen, geduldig te wachten ... De Hebreeënbrief noemt de hoop 'het vaste en veilige anker voor de ziel'. (Heb. 6,19)
 
Doch hoe belangrijk de hoop ook is, zo kwetsbaar is ze tegelijk. De gebeurtenissen in je leven kunnen alle hoop de grond in boren en je de moed doen verliezen: teleurstellingen, dingen die maar niet willen lukken, moeizame relaties. Maar ook dingen om ons heen en wat zich afspeelt in de wereld kunnen je wanhopig maken, zodat je af en toe denkt: waar gaat het heen? Waar doe ik het nog voor? Gaat het nog goed komen? Als je geen hoop meer hebt, kan je er cynisch van worden, mismoedig of heel oppervlakkig. 'Laten we vandaag maar eten en drinken en vrolijk zijn, want morgen sterven wij', zo denken we dan. Of 'laten we maar proberen niet te veel na te denken of te piekeren over de toekomst'. Paus Paulus VI zei eens tot een groep Franse bisschoppen: 'Het is tijd om een sprong te maken in de hoop en het vertrouwen'. Hoop en vertrouwen gaan steeds hand in hand. Ze zeggen ons, dat het leven ondanks alles toch de moeite waard is. Niets gaat immers verloren, niets is vergeefs, alles komt goed ...
 
Christenen zijn altijd hoopvolle mensen. Voor christenen is het leven niet hopeloos en de toekomst al helemaal niet. Het fundament van deze hoop en dit vertrouwen is Jezus en Zijn boodschap. Die boodschap zit vol toekomstverwachtingen, zij is er een met perspectieven. 'Zie, Ik maak alles nieuw', zo zegt Hij. Of nog: 'Ik heb de wereld van het kwade en de zonde overwonnen' ... Door Zijn verrijzenis werden deze woorden werkelijkheid. En nog steeds gaat Jezus' verrijzenis verder in ons telkens wanneer de liefde het haalt op de haat, de overgave op de verbittering; telkens wanneer mensen elkaar vergeven en vreugde beleven aan elkaar.
 
Jezus, de levende Heer, zet dus in ons Zijn heilswerk voort en verzekert ons: 'Ik zal met u zijn en bij u blijven tot het einde van de dagen'. Hij is onze steun en houvast en geeft zin aan ons bestaan, dat zijn vervulling krijgt in de eeuwigheid.
 
Jezus doet ons leven in hoop en daarvan moeten wij als christenen meer dan ooit in deze tijd getuigenis afleggen. 'Weest altijd bereid tot verantwoording aan al wie u rekenschap vraagt van de hoop die in u leeft', zo staat er in de eerste Petrusbrief. (1 Petr. 3,15) Nu de bronnen van de hoop op dit ogenblik in onze wereld dreigen op te drogen en de verzuring van onze samenleving steeds groter wordt, moeten christenen juist behoeders zijn van de hoop en eraan gestalte geven in hun leven.
 
Ook hierin gaat Maria ons voor. Ook zij moest leven met onbeantwoorde vragen. Ook zij werd geconfronteerd met afwijzing en onbegrip, en moest met haar Kind op de vlucht. Uit de mond van de oude Simeon kreeg zij te horen: 'Zie, dit Kind is bestemd tot een teken dat weersproken wordt en uw eigen ziel zal door een zwaard worden doorboord'. Niets kon haar geloof doen wankelen. Als de ware leerling is zij Jezus trouw gebleven en Hem gevolgd op Zijn weg, zelfs tot onder het kruis. Ook daar bleef zij staande in hoop en vertrouwen.
 
Zelf werd Maria teken van hoop voor ieder van ons door haar Tenhemelopneming: de bekroning door God van haar uitzonderlijk leven. Als eerste onder de mensen heeft zij reeds haar bestemming bereikt. Opgenomen in de heerlijkheid van God toont ze alzo wat ook ons eenmaal te wachten staat!
 
Huis van LIEFDE
 
Tenslotte is de Kerk ook een plaats van onderlinge liefde. 'Allen die het geloof hadden aangenomen waren eensgezind en bezaten alles gemeenschappelijk. Zij braken het brood in een of ander huis in blijdschap en eenvoud van hart en er was geen noodlijdende onder hen', zo lezen wij in de Handelingen van de Apostelen. (Hand. 2,44-46)
 
Telkens weer verlangen mensen naar samenzijn, verbondenheid, communio en willen hieraan gestalte geven. Wanneer dit gebeurt rond de persoon van Christus krijgt dit nog een diepere betekenis. In de eenheid en de liefde immers komt Hijzelf reëel aanwezig.
 
Toch voelt de christen zich minder dan vroeger opgenomen en gedragen door de eigen gemeenschap. Hij lijkt in deze tijd eerder 'een dakloze', 'een ontheemde', iemand die zijn warme roots en veilige thuishaven is kwijtgespeeld. Dit is mede te verklaren door het feit, dat in de pastoraal het persoonlijk contact met de concrete mens steeds minder aandacht krijgt en soms helemaal verloren is gegaan. Voorheen werd er gezorgd voor een warm onthaal van nieuwe bewoners, er was een levendige buurt- of wijkwerking, veel tijd en energie ging naar zieken en mensen die af te rekenen hadden met allerlei probleemsituaties.
 
Het gevoel van vervreemding wordt nog in de hand gewerkt door de structurele hervormingen, die overal in de Kerk worden doorgevoerd. Alles wordt steeds meer gecentraliseerd met het gevolg dat de Kerk steeds minder zichtbaar aanwezig is, maar ook minder bereikbaar en aanspreekbaar. De gelovige voelt zich minder betrokken en meer aan zijn lot overgelaten. 
 
Door de klemtoon te leggen op het organisatorische en het structurele lopen priesters meer dan ooit het gevaar in plaats van herders functionarissen te worden, die men nog enkel ziet op vergaderingen. Terwijl het pastoraal werk, waartoe zij geroepen zijn, zich zou moeten richten naar alle mensen en gestoeld zou moeten zijn op nabijheid en vriendschap. Hoeveel troost en geestelijke steun mocht men destijds ondervinden bij de parochieherder. De hechte band die er was tussen de gelovigen, het familiegevoel dat overheerste en het hartelijk contact met de priester heeft jammer genoeg plaats gemaakt voor meer afstandelijkheid, onpersoonlijkheid en zakelijkheid. Terecht sprak men vroeger over 'onze Moeder, de heilige Kerk'. Een benaming die tegenwoordig nog zelden in de mond wordt genomen ...
 
Die liefdevolle aandacht en warme nabijheid vinden mensen wel bij Maria. Zij is voor hen degene, die gans de mensheid omarmt en in haar hart heeft gesloten. Dikwijls wordt zij dan ook afgebeeld met een wijde mantel, waarin mensen kunnen schuilen en bescherming vinden. Voor de christenen is Maria niet alleen de moeder van Christus, maar ook van de Kerk, Zijn 'Mystiek Lichaam'. Als beeld en Moeder van de Kerk toont zij, beter dan wie ook, wat de Kerk in wezen is en waartoe zij is geroepen !
 
Olav Vandebril,
priester. 


Comments are closed.
    Overzicht Artikels
Powered by Create your own unique website with customizable templates.
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht