• Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht
THOMAS MORE GENOOTSCHAP
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht

Archief Positief

Op deze pagina worden artikels aangeboden uit tijdschrift POSITIEF sinds 1969

"Het Evangelie is geschreven door mensen"!

2/4/2018

 
Verschenen in POSITIEF nr. 472 - MEI 2017

​Om het betoog omtrent het vraaggesprek met de generaal van de jezuïeten goed te begrijpen bieden wij u eerst de voornaamste punten uit de tekst van Oei Verbum. De wijze waarop wij de schriften moeten lezen is uitvoerig toegelicht omdat er reeds zeer veel interpretaties die afweken van de leer van de Kerk in omloop begonnen te komen. Een genuanceerde uitspraak van de concilievaders drong zich op. We onderstrepen dat de concilietekst Oei Verbum is tot stand gekomen in aanwezigheid van ongeveer 2.500 bisschoppen. Wie een katholiek gevormd geweten heeft kan zich daar best in vinden.
 
Dei Verbum:
 
Nr. 11. Het door God geopenbaarde, dat in de Heilige Schrift staat opgetekend en zich aan ons aanbiedt, is onder ingeving van de Heilige Geest vastgelegd. Want krachtens het apostolisch geloof houdt onze moeder, de heilige Kerk, de boeken zowel van het Oude als van het Nieuwe Testament, in hun geheel met al hun onderdelen, voor heilig en canoniek, omdat ze, als geschreven onder ingeving van de Heilige Geest, God tot auteur hebben en als zodanig aan de Kerk zijn overgeleverd. Voor het samenstellen van de heilige Boeken koos God mensen uit, van wie Hij zich met het gebruik van hun eigen vermogens en krachten bediende om hen, terwijl Hij zelf in hen en door hen werkte, al datgene en alleen datgene, wat Hij wilde, als echte auteurs te doen optekenen.
 
Omdat men dus alles, wat de geïnspireerde of gewijde schrijvers zeggen, moet houden als door de Heilige Geest gezegd, moet men ook belijden, dat de boeken van de Schrift met zekerheid, trouw en zonder dwaling de waarheid leren, die God omwille van ons heil in de heilige Boeken wilde doen vastleggen. Derhalve is "heel de Schrift door God ingegeven en nuttig om te onderrichten, te weerleggen, te verbeteren en op te voeden tot gerechtigheid, opdat de man Gods volkomen zij, volkomen toegerust tot elk goed werk". (2. Tim. 3, 16-17)
 
Nr. 12. De "literaire genres". Want de waarheid wordt op verschillende wijze voorgehouden en uitgedrukt in teksten, die op verschillende wijze historisch zijn, of in profetische of dichterlijke teksten of in teksten van andere genres. De schriftverklaarder moet dus de zin onderzoeken, die de gewijde schrijver in bepaalde omstandigheden, naargelang van de situatie van zijn tijd en cultuur, heeft willen uitdrukken en feitelijk heeft uitgedrukt met behulp van de literaire genres, waarvan men zich in die tijd bediende ... om de juiste zin van de gewijde teksten te achterhalen, met niet minder zorg letten op de inhoud en de eenheid van de gehele Schrift en daarbij rekening houden met de levende Overlevering van de gehele Kerk en met de analogie van het geloof.
 
 
Nr. 16. Daarom heeft God, die de boeken der beide Testamenten heeft geïnspireerd en hun auteur is, het in zijn wijsheid zó beschikt, dat het Nieuwe Testament in het Oude op verborgen wijze lag vervat, en het Oude in het Nieuwe voor ons werd ontsloten. Want ofschoon Christus in zijn Bloed het Nieuw Verbond heeft gesticht, krijgen en tonen toch de boeken van het Oude Testament, die in hun geheel zijn opgenomen in de Evangelische boodschap hun volle betekenis in het Nieuwe Testament en ze belichten en verklaren op hun beurt het Nieuwe Testament.
 
"Het Evangelie is geschreven door mensen"!
 
Onlangs verscheen op het internet een interview van de nieuw gekozen voorzitter van de jezuïetenorde, generaal  Arturo Sosa Abascal1 Hij beweert dat de woorden van Jezus tegen echtscheiding "relatief" zijn en moeten worden "onderscheiden" in overeenstemming met het "geweten" van ieder persoonlijk. Gezien de aangaande controversie over het al dan niet communiceren van hertrouwde echtgescheidenen. Het gaat dus over de betrouwbaarheid wat betreft de woorden en daden van Jezus zoals ze opgetekend staan in de vier evangeliën. Het concilie Vaticaan II heeft daarover een sleuteltekst gepubliceerd in Dei Verbum, nr. 19.
 
Nr. 19. Onze moeder, de heilige Kerk, heeft beslist en standvastig gehouden en houdt nog altijd, dat de vier genoemde Evangelies, wier historiciteit zij zonder aarzelen bevestigt, getrouw weergeven, wat Jezus, de Zoon Gods, tijdens zijn leven onder de mensen werkelijk gedaan en geleerd heeft voor hun eeuwig heil, tot aan dag, waarop Hij ten hemel werd opgenomen.
 
De apostelen hebben na de hemelvaart van de Heer datgene, wat Hij gezegd en gedaan had, aan hun toehoorders doorgegeven met het vollediger inzicht, dat zij zelf hadden, onderricht als zij waren door de glorievolle gebeurtenissen van Christus en onderwezen door het licht van de Geest der waarheid.
 
De gewijde schrijvers hebben bij het schrijven van de vier Evangelies een keuze gedaan uit het vele, dat mondeling of ook reeds schriftelijk was overgeleverd, sommige dingen tot een synthese samengevoegd of met het oog op de situatie van de Kerken uitgelegd, en tenslotte de vorm van prediking behouden, altijd zó, dat zij ons de zuivere waarheid over Jezus meedeelden. Want zij hebben, ofwel uit hun eigen geheugen en herinnering ofwel volgens het getuigenis van hen, "die van het begin af ooggetuigen waren en in dienst van het Woord zijn getreden", geschreven met de bedoeling ons te doen zien, "hoe betrouwbaar" (Luc. 1,2) de leer is, waarin wij zijn onderwezen.
 
Dei Verbum is een sterk genuanceerde tekst omdat hij enerzijds de nadruk legt op de eigenheid van de apostolische traditie en de gewijde schrijver, zijn culturele omgeving, zijn taal en het genre, maar even goed op de eenheid van schrift. De uiteindelijke beoordeling wordt bepaald door de inhoud en de eenheid van de gehele Schrift waarbij men rekening moet houden met de levende Overlevering van de gehele Kerk ... Het gaat er uiteindelijk om dat de H. Geest ons door de schrift verlicht waarbij naast de Heilige Liturgie van de Kerk er de manier is om te (moeten) leven, willen we beantwoorden aan de normen en de waarden (zoals dit modern wordt uitgedrukt) in overeenstemming met Gods wil en de menselijke waardigheid.
 
vier stappen
 
Dei Verbum, nr. 19 toont duidelijk de vier stappen: Jezus spreekt of handelt, de apostelen geven deze daden en woorden door aan hun toehoorders met een inzicht omdat zij over het geheel van Jezus leven, lijden en opstanding uit de doden de 'vervulling van de schriften' inzien. Zij zijn hierbij onderwezen door de Geest der waarheid. De gewijde schrijvers leggen uiteindelijk de tekst vast, dat is de uiteindelijke redactie van teksten. Zo kennen we de drie evangeliën die gedeeltelijk vanuit dezelfde bronnen hun evangelie schrijven. Zij leggen eigen klemtonen of en doen bepaalde aanvullingen. In elk geval staan de evangeliën garant voor betrouwbaarheid van de woorden en de daden van Jezus.
 
Het zal misschien verbazen, maar waarom is er dan zoveel wisselvalligheid in interpretatie van teksten? Eindeloos verschillende interpretaties van de meest essentiële geloofswaarheden en morele basisbeginselen was vroeger een voorrecht van de reformatorische kerken. Dit is nu ook schering en inslag in onze Katholieke Kerk. De reden is het verlaten van de veilige weg die door het concilie in Dei Verbum vooral 19 werd aangeduid en het negeren of ontkennen van de Catechismus van de Katholieke Kerk samen met het vrij interpreteren van teksten. De zogenaamde taal en literaire genres worden vrij toegekend, zo ook wordt de culturele omgeving ingeroepen voor bepaalde onwaarschijnlijke interpretaties.
 
Arturo Abascal heeft met klem beweerd in een interview dat de woorden van Jezus tegen echtscheiding "relatief" zijn en moeten worden "onderscheiden" in overeenstemming met het "geweten" van ieder persoonlijk. Het gaat om de tekst van Mattheus 19/Marcus 10:
 
"Er kwamen Farizeeën naar Hem toe om Hem(Christus) op de proef te stellen met de vraag: Staat het een man vrij zijn vrouw te verstoten, om welke reden dan ook?" Hij gaf hun ten antwoord: "Hebt gij niet gelezen, dat de Schepper in het begin hen als man en vrouw gemaakt heeft en gezegd heeft: Daarom zal de man zijn vader en moeder verlaten om zich te binden aan zijn vrouw en deze twee zullen worden één vlees? Zo zijn zij dus niet langer twee, één vlees als zij geworden zijn. Wat God derhalve heeft verbonden mag een mens niet scheiden.""
 
Heeft Jezus geantwoord?
 
Deze woorden zijn duidelijk en reeds millenia lang zo geïnterpreteerd dat een eens gesloten huwelijk dat voltrokken is door seksuele omgang, een geldige en unieke liefdeseenheid van personen vormt zolang de partners leven. Maar neen dus ... Abascal stelt: dat "er veel moet worden overdacht op wat Jezus werkelijk zei. Op dat moment had niemand een recorder om zijn woorden op te nemen. Wel is bekend dat de woorden van Jezus moeten worden gecontextualiseerd, de woorden worden uitgedrukt in een taal, in een specifieke achtergrond, en ze zijn gericht aan iemand in het bijzonder."
 
Ondergraaft zulke interpretatie van evangelieteksten niet de absolute waarde die daaraan tot op heden werd toegekend? "De vorige eeuw is er in de Kerk een grote bloei van studies tot stand gekomen, die tot doel hebben om precies te begrijpen wat Jezus bedoelde te zeggen ... Dat is niet het relativisme, maar verklaart dat het woord relatief is, met name het Evangelie is geschreven door mensen, het wordt aanvaard door de Kerk, die is opgebouwd uit de menselijke personen ... Dus het is wel waar dat niemand het woord van Jezus kan veranderen, maar men moet wel weten wat het (dat woord) was".
 
Dreigt zulke wijze van interpreteren dan toch niet een feitelijk op losse schroeven zetten van deze morele leer? Abascal: "Ik ga mee (ik volg) met wat Paus Franciscus zegt. Men hoeft de tekst niet in twijfel te brengen, men brengt het in onderscheidingsvermogen."
 
Maar dat is toch een evaluatie inbrengen die de eenduidige interpretatie ondermijnt? Abascal: "Niet het woord van Jezus, maar het woord van Jezus zoals wij het hebben geïnterpreteerd. Onderscheidingsvermogen is niet het kiezen tussen de verschillende hypotheses, maar luisteren naar de Heilige Geest, die - zoals Jezus heeft beloofd - ons helpt om de tekenen van Gods aanwezigheid in de menselijke geschiedenis Ie begrijpen."
 
Dan moet dat 'onderscheiden' toch worden uitgelegd! Abascal: "Paus Franciscus doet aan onderscheidingsvermogen zoals St. lgnatius,  net als de hele Sociëteit van Jezus: men moet de wil van God zoeken en vinden, zei St. lgnatius. Het is niet een frivool zoeken."
 
En wie moet beslissen? Abascal: "De Kerk heeft telkens weer de prioriteit van het persoonlijk geweten herhaald" Het weglaten dat een persoonlijk geweten moet gevormd zijn wil dit kunnen weloverwogen beroep doen op een eigen inzicht wordt niet gezegd. Abascal gaat verder: "De Kerk is ontwikkeld door de eeuwen heen zij is geen stuk van gewapend beton. De Kerk werd geboren, heeft onderricht genoten en heeft geleerd, zij is veranderd. Dit is de reden waarom de oecumenische concilies worden gehouden, om te trachten de ontwikkelingen van de leer in beeld te brengen. Doctrine is een woord dat ik niet heel graag hoor, het roept het beeld van de hardheid van de steen op dat het met zich meebrengt. In plaats daarvan is de menselijke werkelijkheid veel genuanceerder, het is nooit zwart of wit, het is voortdurend in ontwikkeling."
 
Is er een prioriteit voor de praktijk van de onderscheiding ten overstaan van de doctrine (leer)?  Abascal: "Ja, maar leer is onderdeel van het onderscheidingsvermogen. Authentiek, oprecht, waar, juist, trouw onderscheidingsvermogen kan niet worden waargemaakt zonder de leer".
 
Kunnen we uiteindelijk dan toch een verschillende conclusie bereiken tegengesteld aan de leer? Abascal: "Ja, Dat is zo, omdat de doctrine niet het onderscheidingsvermogen kan vervangen, noch doet dat de Heilige Geest".
 
Het zwakke punt blijft dat Abascal uiteindelijk de leer zo dreigt te manipuleren, terwijl deze reeds twee duizend jaar bestaat, dat de onontbindbaarheid van het huwelijk en zijn consequenties ondergesneeuwd geraken door een (slecht? niet? gemanipuleerd?) geweten.
 
Samengevat: zulke uitspraken zijn bekend. Enerzijds de bewering dat we feitelijk niet weten wat de Christus heeft gezegd, zodat wat er staat vrij in vraag kan worden gesteld zowel tekstueel als wat zijn inhoud aangaat. Eens dat bereikt is, komt de onzekerheid over de grond van de leer van de Kerk die steunt op die uitspraken van Christus. Daarna gaat anderzijds het "persoonlijk (meestal niet gevormd) geweten" een verregaande rol opnemen, het geweten al of niet met de H. lgnatius, wordt in die context zelfs de Heilige Geest, als we Abascal juist begrijpen.
 
Woorden van de Christus
 
Het was dus nodig dat de vaders van het Concilie de vier evangeliën in zo duidelijke bewoordingen als woorden en daden van de Christus hebben onderstreept. We horen de Christus, het zijn niet zomaar 'verhalen' die door de eerste gemeenschappen werden verteld. Neen het gaat terug op een apostolische overlevering die onder invloed van de H. Geest ons terugbrengt tot de echte woorden en de daden van de Christus. Zelfs in een tijdperk zonder bandrecorder zijn het woorden van Christus.
 
Om dit standpunt van de historiciteit toe te passen op deze tekst vergt enige uitleg. Ik verwijs hierbij naar de Heilige Johannes Paulus II die Mattheus,19 uitgebreid bespreekt in zijn boek 'Theologie van het lichaam'²(TvL). Hierbij geeft hij de evangelische tekst, maar ook de exegese van Genesis 1 en 2 in die 80 bladzijden. Het is als een machtig fresco uitgetekend. Zulke benadering laat ons toe te begrijpen hoe Gods woord kan en moet gelezen worden.
 
Ik tracht hier samen te vatten. De passage van Mattheus, 19 is het literaire genre 'twistgesprekken', Hem 'op de proef stellen'. Het gaat hier om een stelling die geponeerd wordt: 'Mozes zegt: we mogen onze vrouwen doorsturen met een brief, wat zegt Gij?' Het spreekt vanzelf dat deze vraag door farizeeën gesteld een afdoend antwoord vraagt. Het vergt een overtuigend wederwoord dat het gezag van Mozes kan weerstaan. Dergelijk antwoord wordt niet 'uitgevonden' door een of andere gemeenschap die verhalen vertelt. Neen, de apostolische traditie vereist een gezagvol antwoord dat tot de Christus teruggaat. Het betreft Zijn argument dat in dat antwoord ontplooid wordt.
 
Het antwoord van de Christus is glashelder voor de farizeeën: het doet beroep op een algemene onbetwistbare kennis en gezag van het woord van God, het boek Genesis. De citaten daaruit moeten meer overtuigend zijn voor farizeeën dan hun inzicht op de wet van Mozes. De eenduidigheid van de argumenten moet verzekerd zijn, wil zo'n twistgesprek op overtuigende wijze door Jezus beantwoord worden en een einde nemen.
 
Beantwoordt de Evangelische passage Mattheus,19 aan al deze voorwaarden? Het eerste argument waarop de Christus beroep doet is: "Ge hebt gelezen". De Christus gaat - naar wat Abascal bedoelt met "contextualisering",- zich verplaatsen in hun leefwereld en omdat het gaat om 'het woord van God' dat de farizeeën aanvaarden, is dat kort zinnetje genoeg om de 'contextualisering" te onderbouwen. Daarop volgt het citaat bestaande uit twee delen: 1. uit Genesis 1, In het begin ... schiep God man en vrouw. (Genesis 1,1 en 1, 27) en 2. God zegt hen: Daarom zal de man zijn vader en moeder verlaten om zich te binden aan zijn vrouw en deze twee zullen worden één vlees?(Genesis 2,24)
 
De toehoorders farizeeën kennen deze teksten van buiten, het feit dat ze zo bondig worden geciteerd betekent juist de 'contextualisering", de goede verstaander die maar een half woord nodig heeft. De teksten zijn voor de farizeeën ook eenduidig, het is God die de mens heeft geschapen naar Zijn beeld en gelijkenis, man en vrouw schiep God hen. De mens is het schepsel van God dat naar Gods morele wetten dient te leven, wil hij menswaardig leven. En ook het tweede citaat is eenduidig: het gaat om de seksuele eenwording van man en vrouw. De legitieme voorwaarde is dat de man zijn vader en moeder moet verlaten en zich hechten aan zijn vrouw, en door dat 'één vlees worden' ontstaat een speciale band: de huwelijksband. Deze band is een band die 'zomaar' niet kan worden verbroken. Het gaat om de inhoud van het woord van God, uitgedrukt in de oudste openbaring. (TvL, pag. 152) Het is daarover juist dat de vraag van de farizeeën gaat, is die band die door de seksuele daad ontstaat wel (zomaar) te ontbinden? Is de scheidingsbrief zoals Mozes heeft voorzien daarvoor voldoende? Of bestaat er toch een andere mogelijkheid. De farizeeën voelen ofwel dat er misschien toch iets mis is met die scheidingsbrief, ofwel willen ze deze scheidingsbrief toetsen aan de uitspraak van Christus om Hem te betrappen dat Hij iets tegen de wet van Mozes inbrengt.
 
Daarom dat de Christus in de "contextualisering" zijn farizeeën- toehoorders een nog meer gezagvolle uitspraak voorlegt: 'In het begin' heeft God die man en vrouw schiep zich daarover duidelijk uitgesproken. Dit zal het ultieme antwoord zijn: de exegese van de Christus van Genesis: "Zo zijn zij dus niet langer twee, één vlees als zij geworden zijn." De seksuele éénwording van man en vrouw schept een nieuwe eenheid, zij zijn zo intiem één dat ze niet meer twee zijn, maar één persoon, één familie-eenheid van personen. Deze exegese van Genesis door Christus moet voldoende overtuigingskracht hebben tegenover de scheidingsbrief van Mozes. Daarom voegt de Christus de conclusie toe die uit die exegese moet worden getrokken: 'Derhalve wat God verbonden heeft' ... Het gaat om een verbond tussen twee vrije mensen , man en vrouw door God geschapen naar Zijn beeld, die een band aangaan die beiden onverbrekelijk bindt. Elk huwelijk heeft die betekenis en elke seksuele eenwording buiten een dergelijk onverbrekelijk verbond wordt 'overspel' genoemd. "dit 'verbond' zal de mens niet scheiden".
 
De farizeeën zijn verbijsterd, ook de leerlingen zijn dat. Hun logische vraag is dan ook, waarom heeft Mozes de scheiding met een scheidingsbrief wél toegelaten? Nogmaals een logische 'contextualisering' van farizeeën in dispuut. Mozes die toch ook het boek Genesis kent, heeft daar klaarblijkelijk een andere mening op nagehouden. En ook daarop geeft de Christus een antwoord: 'omwille van de hardheid van uw hart'. Ook dat is het soort teksten en begrippen die farizeeën kennen, ze kennen immers Jeremias, Jesaja, Ezechiël met name "het hart van steen, dat door Jahweh zal vervangen worden door een nieuw hart in hun binnenste, een hart van vlees". En Christus heeft in de Bergrede duidelijk gemaakt dat Mozes wel gezegd heeft 'ge zult geen overspel plegen' maar Ik zeg u: "het begeren van een vrouw, is overspel dat 'in het hart' gepleegd wordt'. (Mattheus 5, 27-28) Ook daar is elk woord helder en duidelijk en eenduidig voor zijn toehoorders. En Christus onderbouwt de tweede keer zijn uitspraak voor het uniek verbond van het huwelijk door nogmaals Genesis en de oorspronkelijke schepping van de mens boven de aanpassing van Mozes te zetten: "In de beginne was dit niet zo".
 
Concilie te Jeruzalem
 
We staan dus ver af van de onzekerheid van Abascal over de woorden en betekenis van wat de Christus heeft gezegd. Iedereen die van goede wil is, en die inderdaad de teksten leest met kennis van zaken omtrent het oude testament, ziet hier voor zijn ogen hoe de Christus de schriften tot vervulling brengt. Hoe Hij geen jota of haaltje van de wet teniet doet, maar juist de volle interpretatie ervan meedeelt. Wie of wat zijn wij nog als de Christus zelf exegese geeft?
 
De stelling van Abascal dat het geweten grondig alles moet onderzoeken, is niet houdbaar wanneer er geen duidelijke overeenstemming is van dat geweten met hoe teksten moeten gelezen worden. Het feit dat de Kerk deze tekst reeds tweeduizend jaar voorhoudt als de manier waarop het huwelijk moet beleefd worden, toont juist aan dat de tekst teruggaat tot de apostolische getuigen, die zelf tegen Christus op niet mis te verstane manier hun verbijstering hebben uitgesproken: "als het huwelijk zo is, dan is het beter niet te huwen!". (Mattheus 19, 10) Zomin als tegenover de farizeeën neemt de Christus iets van zijn woorden terug tegenover zijn leerlingen. De vroegste brieven van Paulus, aan Korinthiërs,  Efesiërs en Romeinen, en de Handelingen der apostelen bevestigen juist de unieke waarde van het monogame trouwe huwelijk als voorwaarde om Christen te zijn. Daarom dat het eerste concilie te Jeruzalem naast het verwerpen van de afgodendienst stelt : "en u te onthouden van ontucht".(Handelingen,15,29)
 
Dr. Luc Kiebooms,
Voorzitter.
Schaapsdries 28
3600 Genk.
 
 
 
1. Fr. Arthuro Sosa Abascal deed deze uitspraken in een interview met Giuseppe Rusconi, gepubliceerd op de blog Rossopopora op 18 februari. De relevante delen van het gesprek, vertaald door Matthew Sherry voor Vaticaan deskundige Sandro Magister worden hierboven weergegeven. De Paus en de leider van de jezuïeten zijn beide uit Zuid-Amerika ...
 
2. Paus Johannes Paulus Il, De Theologie van het lichaam, Betsaïda,
's- Hertogenbosch, 2016, pag. 151-232.
ISBN 978.94.91991.27.1 


Comments are closed.
    Overzicht Artikels
Powered by Create your own unique website with customizable templates.
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht