• Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht
THOMAS MORE GENOOTSCHAP
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht

Archief Positief

Op deze pagina worden artikels aangeboden uit tijdschrift POSITIEF sinds 1969

Orde van Malta: wil Paus Bergoglio haar vernietigen?

4/6/2018

 
Verschenen in POSITIEF nr. 471 - APRIL 2017

​Vóór burgerlijke naties tot het uitbouwen van een internationaal recht kwamen, vóór ze de droom konden vormgeven - een droom die nog niet is gerealiseerd - van een gemeenschappelijke macht voor de verdediging van een gezonde menselijke vrijheid, van een onafhankelijkheid van volkeren, van een vredevol evenwicht in hun wederzijdse betrekkingen, heeft de Orde van de H. Johannes in een religieuze broederschap en met een militaire discipline mensen verenigd van acht verschillende 'talen'. Ze zijn toegewijd aan het verdedigen van geestelijke waarden. Waarden die het gemeenschappelijk erfdeel van de christenheid vormen: geloof, rechtvaardigheid, sociale orde en vrede".
Deze woorden werden door Pius XII op 8 januari 1940 gericht tot de Ridders van de Soevereine militaire Orde van de H. Johannes van Jeruzalem, genoemd van Rhodos en later van Malta. Ze vatten de karakteristieken samen van de oudste van de Ridderorden. Het is de enige soevereine Staat wiens vlag wappert op het slagveld van de kruistochten. Het is een Orde waarvan het charisma steeds is geweest: "Tuitio fidei et obsequium pauperum" ("Verdediging van het geloof en dienst aan de armen"). Is het mogelijk dat een paus deze instelling, die de eer is van de Christenheid, zou willen vernietigen? Spijtig genoeg is dat de indruk die naar voren komt uit de laatste zaken betreffende de Orde van Malta.
Op 24 december 2016 bracht "Corrispondenza Romana" een eerste reconstructie van de feiten. In "National Catholic Register" van 7 januari 2017, verdiepte en verrijkte Edward Pentin het scenario met nieuwe details. Ziehier, samengevat, de situatie.
 Op 6 december vroeg de Grootmeester van de Orde van Malta, Fra Matthew Festing, in tegenwoordigheid van twee getuigen (waaronder kardinaal-Patroon Raymond Leo Burke) aan de Grootkanselier Albrecht Freiherr von Boeselager om zijn ontslag te geven. Inderdaad, er was een zaak losgebarsten. De Grootkanselier Boeselager had, in de periode dat hij Groot-Hospitalier was van de Orde, misbruik gemaakt van zijn macht. Hij bevorderde in sommige landen van de Derde Wereld duizenden voorbehoedsmiddelen en contraceptiva, abortieve middelen inbegrepen. Ondanks de gelofte van gehoorzaamheid, die hem bindt aan de Grootmeester, weigerde de Grootkanselier zijn ontslag te nemen. Een procedure van opheffing van al zijn taken werd tegen hem opgestart. Boeselager vroeg de hulp van het Staatssecretariaat van het Vaticaan. Zij had een onderzoekscommissie benoemd om "elementen te verzamelen om, zoals het hoort, de H. Stoel kort te informeren" rond deze affaire. Op 23 december noemde de Grootmeester van de Orde de beslissing van het Staatssecretariaat "onaanvaardbaar". Hij herinnerde eraan dat de afzetting van Boeselager een "daad was van intern beheer van het bestuur van de Soevereine Orde van Malta en dat het bijgevolg uitsluitend behoort tot zijn bevoegdheid". In een nadere verklaring van 10 januari, herinnerde de Grootmeester aan zijn intentie om niet samen te werken met de Vaticaanse onderzoekscommissie "ook met het doel zijn soevereiniteit te behouden met betrekking tot initiatieven die vormen aannemen, objectief bestemd (en dus verder dan de beslissingen die niet belangrijk zijn in juridische materie) om die soevereiniteit ter discussie te stellen. Of om in elk geval die soevereiniteit te beperken"
Het initiatief van het Vaticaan is direct verschenen als een opzienbarende flater. Het juridisch systeem van de Orde van Malta wordt bestuurd door de constitutionele Charter van 1997. Artikel 3 van dit Charter, paragraaf 1, bepaalt dat "de Orde onderwerp is van het internationaal recht en functies van soevereiniteit uitoefent". Deze functies zijn: de uitvoerende macht, vertegenwoordigd door de Grootmeester en bijgestaan door de Soevereine Raad; de wetgevende macht, vertegenwoordigd door het Algemeen kapittel; de rechterlijke macht, vertegenwoordigd door de Tribunalen van Magistraten. De Orde van Malta geeft ook diplomatieke paspoorten uit en geniet van extra-territoriale zetels te Rome. Daar ontvangt men officieel de vertegenwoordigers van meer dan 100 Staten, waarmee men op gelijke voet betrekkingen onderhoudt. De Orde heeft bevoorrechtte betrekkingen met de H. Stoel, maar in alle autonomie. De H. Stoel benoemt een kardinaal als Patroon en de Orde benoemt een Ambassadeur, volgens de normen van het internationaal recht. Professor Paolo Gambi doet opmerken dat de Orde een heel bijzondere positie heeft door te genieten van de eigen religieuze natuur van orden die afhangen van de kerkelijke autoriteit. "Ze genieten van een bijna unieke autonomie in het kerkelijk landschap en begrenzen het samenvallen van deze natuur tot de leden die geloften hebben uitgesproken". (La soberana militar Orden de Malta en el orden juridico eclesial e internacional, lus Canonicum, XLIV, N° 87 (2004), pg. 203). Artikel 4, paragraaf 6 van de constitutionele Charter van de Soevereine Orde van Malta is duidelijk: "De religieuze aard van de Orde sluit niet de uitoefening uit van de soevereine voorrechten, in hoedanigheid van onderwerp van internationaal recht, erkend door de Staten". Men vindt de bevestiging van dit statuut van internationaal recht eveneens ten opzicht van de H. Stoel in het pontificale Jaarboek. Daar wordt de Orde één enkele keer vermeld, niet tussen de religieuze orden, maar eerder bij de Ambassades van de Staten, die geaccrediteerd zijn bij de H. Stoel. Het constitutioneel Charter van 1997 heeft zelfs verschillende kerkelijke tussenkomsten verwijderd, die voordien voorzien waren, zoals de goedkeuring van de H. Stoel voor de geldigheid van de verkiezing van de Grootmeester en het uitdrukkelijk akkoord van de H. Stoel opdat de plechtige professie van de geloften geldig zou zijn.
De bevoegdheid van de H. Stoel over het religieus leven van de Ridders, betreft enkel hen die behoren tot de eerste klasse, de Ridders van rechtswege, die op een plechtige manier de drie monastieke geloften uitspreken. De leden van de tweede klasse, de Ridders onder gehoorzaamheid, waarvan de belofte niets te zien heeft met de gelofte van gehoorzaamheid, uitgesproken door de Ridders van rechtswege, zijn enkel ondergeschikt aan hun oversten in de Orde. De ex-Groot-Kanselier, Albrecht von Boeselager, gehuwd en vader van 5 kinderen, is een leek die behoort tot de tweede klasse en geenszins afhangt van de H. Stoel. De Ridders van rechtswege die beschouwd moeten worden "als religieuzen in elk geval" ( art. 9, par. 1, Constitutionele Charter) hebben geen gemeenschappelijk leven en vertegenwoordigen een uniek geval in het leven van de Kerk. Fra Ludovico Chigi Albani della Rovere (1866-1951), prins en Grootmeester van de Orde van 1931 tot 1951, legde na de dood van zijn vrouw (1898) de religieuze geloften af als Ridder van rechtswege, maar bleef leven in het paleis Chigi. Tot 1916 was het eigendom van zijn familie. Hij leidde een leven als 'grand seigneur', zoals het betaamde voor zijn stand.
Natuurlijk heeft de Kerk hetzelfde recht over de Orde van Malta als deze die ze bezit tegenover elke Staat wanneer er problemen in het spel zijn die rechtstreeks het geloof en de moraal betreffen. De paus heeft inderdaad het recht en de plicht tussen te komen bij elke politieke en sociale vraag in verband met de realisatie van het einddoel van de mens: het eeuwig leven. Als een Staat de seksuele tegennatuurlijke vereniging legaliseert, heeft de paus de taak tussen te komen door de zeer ernstige schending van de goddelijke en natuurwet te veroordelen. Wanneer de Orde van Malta de contraceptie en abortus aanmoedigt, heeft de paus de taak zich hierover uit te spreken. Het lijkt vandaag dat de Kerk zich integendeel onthoudt (van) zich uit te spreken over morele problemen die haar eigen zijn, en tussenkomt in politieke en administratieve vragen, die niet onder haar bevoegdheid vallen. In de "Tablet" van 5 januari citeert Christopher Lamb een brief die werd verstuurd door de Staatssecretaris, kardinaal Pietro Parolin, op 21 december naar Fra Matthew Festing. Daarin legt hij uiteen dat Paus Franciscus verlangt dat de afzetting van von Boeselager niet zou plaatsvinden. "Zoals ik reeds uitdrukte in mijn vorige brief van 12 december 2016: Zijne Heiligheid heeft een dialoog gevraagd over het gebruik en de verspreiding van methoden en middelen die tegenstrijdig zijn met de morele wet. Dit op zo'n manier dat eventuele problemen tegenover elkaar kunnen geplaatst worden en opgelost kunnen worden. Maar nooit heeft hij gezegd iemand te verjagen!".
 
Dus ten opzichte van hen die de goddelijke en natuurwet geweld aandoen, is de weg die van de dialoog en van de uitgestoken hand. Voor hen die daarentegen het geloof en de katholieke moraal verdedigen, staat de stok klaar van de politieke last en van de onderzoekscommissie. De groep van Ridders geplaatst onder autoriteit van Albrecht von Boeselager, vertegenwoordigt de geseculariseerde stroming, die de Orde van Malta zou willen omvormen tot een humanitaire niet gouvernementele organisatie (N.G.O.). De leidende klasse vertegenwoordigt daarentegen de trouw aan de religieuze wortels van de Orde. Misschien ligt daar haar zware zonde, waarbij een andere zich komt voegen. In de loop van haar 9 eeuwen geschiedenis heeft de Soevereine Orde van Malta nooit haar eigen aristocratische, ridderlijke en soevereine fysionomie verloren. Deze fysionomie vertegenwoordigt de tegenstelling van de zwakheid en van de gelijkheid, die uitgeoefend wordt door wie vandaag de Kerk bestuurt. En zo veroordeelt men het klerikalisme, maar dat men feitelijk oplegt, met rampzalige gevolgen. Inderdaad, de grove tussenkomst van het Staatssecretariaat, in naam van Paus Franciscus, is bezig met chaos en verdeeldheid te veroorzaken binnen de Orde zelf.
De Soevereine Militaire Orde van Malta heeft, in de loop van haar geschiedenis, altijd de wisselvalligheden overstegen. Gedurende twee eeuwen in Palestina, twee eeuwen in Rhodos, twee en een half eeuwen in Malta, leek haar missie meerdere keren te eindigen, maar de instelling verrees altijd. Zelfs toen over Europa de wervelwind raasde van de Franse Revolutie en van Napoleon. Het is te wensen dat de Grootmeester, Fra Matthew Festing en de Soevereine Raad die hem bijstaat, met vastberadenheid kunnen weerstaan aan de sterke druk die ze vandaag ondergaan. Niets of niemand zou de liefde voor het pausschap van Grootmeester Ludovico Chigi Albani in twijfel trekken, die, in zijn hoedanigheid van Maarschalk van de H. Roomse Kerk, deelnam aan drie pontificale verkiezingen. En toch verzette deze laatste zich stevig tegen elke kerkelijke poging tot bemoeiing in het leven van de Orde. De H. Stoel moest de soevereine natuur van de Orde van Malta erkennen "zonder interferentie van andere leken- of religieuze-autoriteiten", zoals Benedictus XVI eraan herinnerde toen hij de Ridders ontving ter gelegenheid van het negende eeuwfeest van het privilegie "Pie postulatio voluntatis" van 15 februari 1113. Door deze plechtige oorkonde - zo bracht Paus Benedictus in herinnering - "plaatste Pascal Il de heel jonge hospitaal-broederschap van Jeruzalem, toegewijd aan de H. Johannes de Doper, onder bescherming van de Kerk en maakte haar soeverein".
 
Roberto de Mattei
Rome. 

Comments are closed.
    Overzicht Artikels
Powered by Create your own unique website with customizable templates.
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht