• Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht
THOMAS MORE GENOOTSCHAP
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht

Archief Positief

Op deze pagina worden artikels aangeboden uit tijdschrift POSITIEF sinds 1969

De Eucharistie

4/6/2018

 
Verschenen in POSITIEF nr. 475 – OKTOBER 2017

​Hoogtepunt van de Kerk en bron van evangelisatie
 
Toespraak van Mgr. Philip Egan (Portsmouth, Engeland) tijdens het symposium
 
Ik feliciteer Mgr Hoogmartens en de Broederschap van het Heilig Sacrament met de organisatie van dit wonderlijk symposium om de 700ste verjaardag te vieren van het Eucharistisch Mirakel van Hasselt. Ik dank hen ook voor de uitnodiging om deze namiddag op dit symposium te spreken. Mijn titel is De Eucharistie, Hoogtepunt van de Kerk en bron van evangelisatie. Dus eerst, evangelisatie, en vooral dan nieuwe evangelisatie; dan de menselijke persoon als homo liturgicus; en tenslotte de Eucharistie als bron van missie.
 
1. Evangelisatie en Nieuwe Evangelisatie.
 
Dus op de eerste plaats evangelisatie. Evangelisatie ('de blijde boodschap' en 'de blijde boodschap verkondigen') betekent op de eerste plaats het verspreiden van het Evangelie, dat wil zeggen, het kerygma van de dood en verrijzenis van Christus verkondigen, haar mening uitleggen en de waarde voor de mensen van vandaag, voor individuelen, groepen, instellingen en culturen. Evangelisatie is de constante activiteit van de Kerk van bij het begin, voortkomend uit het missionair mandaat van Christus: 'Ga en maak alle volkeren tot leerling; doop hen ... en leer hun alles onderhouden wat Ik jullie geboden heb.' (Mat. 28; 19-20) In zijn Apostolische Exhortatie Evangelii Nuntiandi, verklaarde Paus Paulus VI in 1974:
 
"Evangelisatie is de genade en roeping eigen aan de Kerk, haar diepste identiteit. Ze bestaat om te evangeliseren, dat wil zeggen, om te prediken en te onderwijzen, om een kanaal te zijn van het geschenk van de genade."
 
Daartegenover heeft de Kerk in de laatste 30 jaar, de Christenen opgeroepen om werk te maken van de nieuwe evangelisatie (NE), een evangelisatie, met de bekende woorden van St. Johannes Paulus Il 'nieuw in haar vurigheid, nieuw in haar methodes, en nieuw in haar vormgeving.' In de 21st8 eeuw, is er een nieuwe situatie, niet in het minst in Europa en Noord-Amerika, een geseculariseerde, pluralistische, consumptiemaatschappij, waarin het Christendom en haar waarden, die eens de basis vormden van de Westerse maatschappij, nu in toenemende mate gemarginaliseerd zijn. Er zijn nu hele sectoren van de tegenwoordige cultuur, van politiek, handel en economie tot geneeskunde, van de kunsten tot de humane wetenschappen die volledig 'ongekerstend' zijn. Deze nieuwe cultuur, vraagt, als de boodschap van het Evangelie effectief wil verkondigd worden, om nieuwe vormen van evangelisatie.
 
De term NE kan op sommige momenten complex zijn, zelfs wazig. In een deel van zijn magisterium, zoals in zijn encycliek Redemptoris Missio van 1990 en in de Generale Richtlijn voor catechese van 1997, gebruikt Johannes Paulus Il de term NE als 'her-evangelisatie', vooral dan de her-evangelisatie van die delen van de wereld zoals Europa die eens geëvangeliseerd waren, maar waar vandaag het vuur is uitgegaan. Op andere momenten gebruikt hij de term 'evangelisatie' om naar allerlei activiteiten te wijzen. Zo onderscheidt hij in Catechesi Tradendae, drie momenten of stadia in het proces van evangelisatie: 1/ De eerste verkondiging van het kerygma dat geloof opwekt en de toehoorder oproept om zich te bekeren en leerling te worden. 2/ catechese en vorming, een catechumeen worden en 3/ de viering van de sacramenten van initiatie (doop, vormsel en Eucharistie) en opname in de gemeenschap en missie van de Kerk. Evangelisatie wijst dus op een heel proces: initiële verkondiging, catechese en sacramentelisatie. In zijn commentaar op deze drie stadia, die afgeleid zijn van de Eerste Kerk en terug te vinden zijn in de moderne Riten van Christelijke Initiatie van Volwassenen, heeft Scott Hahn het beeld gebruikt van 'verliefd worden', een verloving - koppels die elkaar en hun families leren kennen - en het huwelijk, de start van een gezamenlijk gezinsleven.
 
NE is het meest evident in nieuwe methodes en nieuwe uitdrukkingen. Haar eerste doel is het individu, haar uiteindelijk doel is om de gist van een cultuur te zijn. Het houdt zelf-evangelisatie in, Christenen die zichzelf evangeliseren, een leven lang, een continue onderneming, en ook Christenen die uitreiken naar anderen van goede wil uitreiken, die open staan voor de Boodschap. NE is ook gericht op het grote aantal van niet-praktiserende Katholieken. Maar H. Johannes Paulus sprak ook van een nieuw vuur. Op die manier betekent NE ook een terugkeer naar de oorspronkelijke beleving van geloof. een veranderende ontmoeting met de Persoon van Jezus Christus, Heer en Redder, met een vernieuwd besef van geroepen te zijn tot leerling binnen Zijn Lichaam, de Kerk. Sint Paulus zei 'Want voor mij is leven Christus', 'Mijn sterfelijk leven is een leven in het geloof in de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en zichzelf heeft overgeleverd aan mij. (Gal. 2:20) Dit 'existentieel ' element in NE is centraal in alle handboeken van pastorale vernieuwing. Sherry Weddel, in haar episch werk Forming lntentional Oisciples, beargumenteert dat NE gaat over het ontdekken of herontdekken van de centraliteit van de Persoon van Jezus Christus en Zijn persoonlijke uitnodiging om leerling te worden, en het oproepen van een passie en verlangen om anderen uit te nodigen voor die verwantschap.  
 
Dus NE is heel duidelijk Christocentrisch en persoonlijk. Voor heel wat oudere Katholieken, die opgroeiden in de veranderingen in de post-Vaticanum Il periode, vraagt die een verandering van denkwereld. Voor hen is het gemakkelijker om te spreken over de Kerk dan over de reddende realiteit en ervaring waarop de Kerk is gefundeerd. Paus Franciscus zegt het zo: "Ik droom van een missionaire optie", dat is een missionaire impuls die in staat is om alles om te vormen, zodat de gebruiken van de Kerk, haar manier van dingen te doen, tijden en schema's, taal en structuren gebruikt kunnen worden voor de evangelisatie van de wereld van vandaag, meer dan van haar eigen zelfbehoud".
 
Maar zei hij nog, deze vernieuwing van structuren, gaat over vriendschap met Jezus; ze kan "alleen verstaan worden ... als deel van een inspanning om hen meer missionair te maken, om de gewone pastorale activiteit op ieder vlak meer inclusief en open te maken, om pastorale werkers te inspireren om een constant verlangen te krijgen om verder te gaan, om zo een positieve respons te krijgen van al degenen die Jezus oproept tot vriendschap met Hemzelf."
 
In het verleden werd er sterk de nadruk gelegd op opbouw van de Kerk, van structuren, van parochies en lekendiensten. Pastoors werden dienstverleners en kapelaans voor de Katholieke gemeenschap, de gelovigen werden consumenten van spirituele goederen, met parochies gefocust op het voldoen van pastorale noden. NE veronderstelt daarentegen dat de focus verschuift van de Kerk van de Heer, naar de Heer van de Kerk, en een verschuiving van zorg over het interne leven van de Kerk, naar een apostolaat in de wereld. Dat is de essentie van een 'missionair' leerling zijn en van de veelbesproken verschuiving van onderhoud naar missie, van navelstaren naar missie, met de seculaire missie van de leken waar Johannes Paulus Il over sprak in Christifideles Laici. De gelovigen worden uitgenodigd om hun apostolaat als missionaire leerlingen te ontdekken en de priesters hun rol als missie-verantwoordelijken.
 
Om die verandering van gedachtewereld te begeleiden, houdt NE ook een vernieuwde pastorale praktijk in die haar relatie met de Persoon van Jezus Christus duidelijk maakt, met het kerygma en de oproep tot volgen. De invloedrijke Canadese priester James Mallon legt de nadruk op het gebruik van alfa-groepen waarin nieuwe vragenstellers kunnen worden ingepast. De focus op het volgeling zijn vraagt ook dat er meer aandacht wordt besteed om de geschenken, talenten en charisma's te onderscheiden die de Heilige Geest geeft aan gelovigen voor missie en dienst. (cfr. Ef. 4:11-12) Dat is de onderneming van Sherry Weddell en het Catharina van Siena instituut in het Called and Gifted Program, dat nu werkt in vele parochies en bisdommen van de Engelssprekende wereld. Paus Franciscus nodigt in zijn Encycliek over het milieu en de menselijke ecologie Laudate Si, de Christenen uit om te ijveren om duurzame levensstijlen in de praktijk te brengen, de armen te dienen en de hulpbehoevenden.
 
Maar al deze aspecten van de NE, die we hoog moeten achten om hun evangelische authenticiteit, moeten gecontextualiseerd worden in het geheel en de stroom van de Katholieke Traditie. Als afzonderlijke initiatieven, zouden ze hoewel goedbedoeld kunnen zorgen dat sommige belangrijke aspecten van het Christelijk leven onderbelicht blijven. Belangrijker hier, is dat ze kunnen leiden tot een activisme dat niet geworteld is in haar liturgisch fundament. Ze kunnen leiden tot een horizontale focus op deze wereld, en het verticale, supernatuurlijke en eschatologische perspectief verliezen. Met andere woorden, de roep tot missionair volgeling te zijn moet geworteld worden in een gezonde theologische antropologie, waarin de menselijke persoon gezien wordt als homo liturgicus, geschapen om te aanbidden. Zoals H. Johannes Paulus Il zei in zijn Encycliek Ecclesia de Eucharistia, is de Eucharistie de bron en het hoogtepunt van alle evangelisatie. In het kort, zijn mensen geschapen om deel te nemen aan het zelfoffer van Christus aan de Vader, het vergieten van Zijn Bloed in de Heilige Eucharistie. Dat is precies waar het Eucharistisch Mirakel van Hasselt ons aan wil herinneren.
 
De Menselijke persoon als Homo liturgicus
 
De Catechismus van de Katholieke Kerk, laat in haar eerste paragraaf, het 'plan van zuivere goedheid' van God zien om de mens te scheppen:
 
'Om hem te doen leven in zijn eigen gelukzalig leven. Hij roept hem, biedt hem hulp om Hem te zoeken, te kennen en met al zijn krachten lief te hebben. Alle mensen, ... , nodigt hij uit tot de eenheid van zijn gezin, de Kerk'. (CKK 1-3)
 
Wat verder spreekt de CKK met een citaat van Augustinus, over het verlangen van ieder menselijk hart naar God; het is een verlangen naar geluk dat alleen kan tevreden worden gesteld door een relatie met God uitgedrukt door liefde en lof.
 
Hulpvol is hier het fundamenteel relaas van menselijk verlangen door de grote 20ste eeuwse Jezuïet, filosoof en theoloog, Bernard Lonergan, en de centraliteit van zijn concept van bekering. In zijn geschriften, die uit 25 volumes bestaan, en vooral in zijn twee monumentale werken, lnsight:
A study of Human understanding, en Method in Theology, analyseert Lonergan de gedragingen van de menselijke persoon in zijn zoektocht naar zelf-transcendentie. Iedere menselijke persoon is gestructureerd om kennis te hebben (georiënteerd naar waarheid), een keuzemaker en doener (een morele agent georiënteerd naar het goede) en een liefhebber/minnaar (een spiritueel organisme georiënteerd naar geluk en eenheid met God). Zijn beschrijving van de manier waarop de menselijke
geest, wil en hart werkt is in overeenkomst met de klassieke filosofische traditie van Augustinus en Aquinas, dat de menselijke ziel onrustig blijft, tot zij rust vindt in God. Dat is dezelfde intellectuele tocht als Jozef Ratzinger maakt in The Spirit of the Liturgy. De conclusies van Lonergan zijn ook gelijklopend met enkele postmoderne denkers als James Smith, die spreekt van de homo liturgicus, de menselijke persoon als een liefhebber, een teleologisch organisme dat gewoonten, rituelen en liturgie nodig heeft.
 
In het kort zegt Lonergan dat het menselijk verlangen, zich ontplooit in vier zelfaaneensluitende niveaus of clusters van operaties; namelijk ondervinding, verstaan, oordelen en beslissen, hoewel die titels verschillende te onderscheiden sets van activiteiten bevatten. Kennen is nooit een zaak van 'een kijkje nemen' maar een set van drie dynamisch gerelateerde operaties die gedreven worden voor inzicht: data die worden verzameld (ondervinding), ideeën en theorieën die worden getoetst (verstaan), en ware oordelen die geformuleerd worden (oordeel). Die niveaus van opereren (ondervinden, verstaan en oordelen) zijn er in de menselijke kennis en die zijn het meest duidelijk in meer gesofisticeerde vormen van kennis, in de data, hypothesis en verificatie van wetenschappelijk onderzoek, of van de rechtspraak. Lonergans thesis is dat deze structuur in verschillende manieren terug te vinden is in alle vormen van de menselijke kennis. Voorbij de kennis, komt het kiezen, het proces van moreel beslissing maken, een vierde niveau van bewustzijn. De wil bouwt op de kennis. De juiste beslissing formuleren vraagt altijd een accurate kennis van de situatie alsook een kennis van een waardesysteem, met een oordeel van de waarde die wordt toegekend op basis van een schaal van waardes. Met een niveau vier oordeel, worden ook gevoelens intentioneel belangrijk. Zo is in de wetenschap, niveau vier in de toepassing van resultaten. In een rechtbank, na een oordeel over schuld of onschuld, gaat het niveau vier over de beslissing over het toepassen van een juiste straf.
 
Nu in het centrum van de analyse van Lonergan staat bekering. Bekering, en de genade van God die haar mogelijk maakt, is niet alleen een sleutelstuk in theologische methode, maar ook een organiserend principe nodig in het werk van de nieuwe evangelisatie. Want de menselijke kenner, doener en liefhebber vindt zelf-transcendentie in zijn viervoudige zoektocht doorheen drie bekeringen: intellectueel tot de waarheid, moreel tot het goede, en spiritueel tot de liefde en het geluk, die uiteindelijk alleen God kan geven. In Lonergans analyse kunnen die bekeringen (intellectueel, moreel en religieus) zowel vanuit de basis (geloven, gedragen, horen tot) als van bovenuit (horen tot, gedragen, geloven) werken. Ze werken inderdaad vaak van bovenuit, in een spirituele bekering, in een verliefd worden op God, met daarna een morele bekering, een verandering van levenswijze, die daarna uitmondt in een intellectuele bekering, een nieuwe opvatting en handelswijze. De bekeringen kunnen alleen voorkomen of met meerdere en in verschillende combinaties. Ze kunnen onmiddellijk en plots zijn of gradueel en op langere termijn. Er kunnen ook afbrekingen zijn of terugtrekkingen. Interessant genoeg vindt Lonergan dat in de praktijk een echte authentieke intellectuele bekering het moeilijkste te bereiken is.
 
Bekering is een bruikbaar paradigma voor pastorale planning. Ik stel voor dat in welk werk dan ook van nieuwe evangelisatie, aandacht gegeven moet worden om strategieën te ontwikkelen die iedere bekering mogelijk maken: de intellectuele, de morele en spirituele, met andere woorden, doctrine, leven en eredienst. Voor Lonergan, is verliefd zijn de vervulling van de menselijke intentionaliteit en die liefde, zo beweert hij, is essentieel van 3 soorten: 1/ de liefde van intimiteit, van echtgeno(o)t(e) en gezin, 2/ de liefde van de groep, Kerk en natie, en 3/ de Goddelijke liefde, liefde voor de Ander, de liefde van God die gegoten wordt in het hart door de Heilige Geest, een liefde in Jezus Christus. (Cf. Rom. 5:5; 8:38f) Sommigen suggereren dat het relaas van Lonergan over religieuze bekering een drievoudige bekering vraagt, teweeg gebracht door de Heilige Geest: theïstisch, Christocentrisch en ecclesiaal. De bekeerling gaat in God geloven, en door zichzelf te geven aan Hern als een liefhebbende Vader en Schepper, een theïstische bekering. De bekeerling gaat in Christus geloven, in een relatie met Hem treden, Zijn volgeling worden, een Christocentrische bekering. De bekeerling gaat dan ook in de Kerk geloven en wordt er deel van, een deel van Christus Mystiek Lichaam, een liefde voor de gemeenschap waar hij of zij nu deel van is, waarmee hij of zij zich zelf-identificeert, een kerkelijke bekering.
 
Lonergans opvatting over 'zelf-transcendentie' is filosofisch en methodologisch. Ratzinger onderzoekt 'offer' in een gedegen theologische verhandeling. In The Spirit of the Liturgy, behandelt Ratzinger de relatie van liturgie met de kosmos en de geschiedenis. Het offer, zo zegt hij, is in het centrum van de eredienst:
 
"Echte overgave aan God bestaat ... uit de vereniging van mens en schepping met God. Tot God toebehoren ... betekent opstaan uit de staat van scheiding, van schijnbare autonomie, uit alleen voor zichzelf en in zichzelf bestaan. Het betekent zichzelf verliezen als enige mogelijke weg om zichzelf te vinden. (cfr. Mc. 8; 35, Mat. 10:39) Dat is waarom Sint Augustinus kon zeggen dat het ware offer de civitas Dei is, dat wil zeggen, liefde verandert de mensheid, de vergoddelijking van de schepping en de overgave van alle dingen tot God: God alles in allen."
 
Offer is de essentie van de eredienst en Ratzinger linkt het offer met het kosmisch en historisch paradigma van exitus en reditus, de schepping of voortbrengen van alle dingen, inbegrepen van iedere persoon, vanuit God, en de terugkeer of perfectie van alle dingen, inbegrepen van iedere persoon, tot God. Omdat zonde deze terugkeer heeft doorbroken, is verlossing, gebracht door Jezus Christus door Zijn dood en verrijzenis, intrinsiek nodig voor de eredienst en de reditus mogelijk te maken:
 
" het Offer moet nu de vorm aannemen van het Kruis van Christus, van de liefde die in sterven een gave maakt van zichzelf .... Alle eredienst is nu een deelname in dit 'Pascha' van Christus, in deze 'overgang' van goddelijk naar menselijk, van dood naar leven, tot de eenheid van God en mens. Zo is de christelijke eredienst de praktische toepassing en de vervulling van de woorden van Jezus, verkondigd op de eerste dag van de Goede Week, Palmzondag, in de tempel van Jeruzalem: 'Ikzelf moet van de aarde omhoog geheven worden en zo haal Ik allen naar Mij toe'. (Joh. 12:32)"
 
Het doel van de eredienst en het doel van de schepping, besluit Ratzinger, is dus een en het zelfde: 'vergoddelijking, een wereld van vrijheid en liefde'.
 
De Eucharistie als bron van missie
 
Als we ons nu keren naar de Eucharistie als bron van de nieuwe Evangelisatie, zou het goed zijn om voor ons twee beelden te houden die in werkelijkheid met elkaar gerelateerd zijn: de reliekhouder hier in de Kathedraal van Hasselt met de Heilige bebloede Hostie, en het altaarstuk van van Eyck in de Kathedraal van Gent, het Lam Gods. Dit laat het Eucharistisch offer, Christus als het Lam Gods, met Zijn Kostbaar Bloed dat eruit loopt, maar tegelijk levend staat en verrezen, de kijker observerend, en nodigt hen die Hem ontmoeten uit om uit Hem nieuw leven te putten. De scene heeft plaats in een luxueuze tuin met de torens van het hemelse Jeruzalem op de achtergrond, de Eucharistie die zo aarde en hemel samenbrengt, en geeft zo degenen die het ontvangen een voorproef op de eeuwigheid. Rond het altaar staan groepen van heiligen, een menigte van uitverkorenen die herboren zijn door het Bloed van het Lam (cf. Openbaring, 7:14), en met hoog daarboven de duif van de Heilige Geest, Wiens epiclesis in de Eucharistie niet alleen de elementen van brood en wijn verandert, maar ook de levens van de gelovigen. Interessant, aan het altaar staat geen celebrant. Voor Christus is het Lam de Hogepriester en door het doopsel zijn alle Christenen een priesterlijk volk, die zichzelf in eenheid met Hem offeren. In haar Dogmatische Constitutie Lumen Gentium, sprak het Tweede Vaticaanse Concilie over de Eucharistie als 'bron en hoogtepunt van het Christelijk leven;' waarin het 'hele spirituele goed van de Kerk bevat is, namelijk Christus zelf." Men zou kunnen zeggen dat in de periode sinds het concilie, veel nadruk in de theologie, prediking en volkse vroomheid ligt in de Eucharistie als hoogtepunt van het leven van de Kerk, ten koste van het idee van de Eucharistie als bron. Dit is ten dele omdat de Kerk recent een periode van intense reorganisatie en liturgische hervorming heeft doorgemaakt; daarnaast is het misschien niet gemakkelijk om de implicaties van de Eucharistie als bron van genade voor de talrijke dimensies van het Christelijk leven te schetsen. Zo, besteedde de officiële catechese tekst van de Heilige Stoel in voorbereiding voor het jaar 2000, 14 van de 140 pagina's aan de 'Eucharistie in het Leven van de Christenen'. Niettemin, besteedde de bisschoppensynode van 2005 een uitgebreide discussie over de Eucharistie. De lineamentae van die synode besteedden het laatste hoofdstuk aan de Eucharistie als bron van heiliging en verheerlijking van de mensheid, de band van liefde, medicijn voor lichaam en ziel, en stimulus voor sociale rechtvaardigheid. Dit werd in 2007 gevolgd door de excellente Apostolische Constitutie Sacramentum Caritatis van Paus Benedictus, waarin het laatste derde werd gewijd aan de zending !te missa est en de Eucharistie als mysterie dat geleefd moet worden.
 
Ik spreek hier over de Eucharistie en evangelisatie. Met dit wonderlijk Eucharistisch Mirakel van Hasselt en ook het Gentse altaarstuk in gedachten, wil ik hier ook drie korte pastorale voorstellen doen die in deze context passen.
 
Op de eerste plaats moeten we de leer over de Heilige Mis als offer terug doen opbloeien. Anekdotisch bewijs suggereert dat de meeste gewone Katholieken de Mis beschouwen als een communiedienst met Bijbellezingen, preek en gebeden. Maar, de derde editie van de Algemene Instructie van het Romeins Missaal herhaalt zeer duidelijk de leer van het Concilie van Trente en van het Tweede Vaticaanse Concilie, dat het Laatste Avondmaal, de Heer 'het Eucharistisch Offer van zijn Lichaam en Bloed heeft ingesteld, waardoor het Offer op zijn Kruis doorgaat totdat Hij terug komt.'
 
En dan laat de instructie zien hoe in de Eucharistische gebeden, de priester
 
'de anamnesis herinstelt, terwijl hij zich in naam van alle mensen tot God keert, en hij brengt dank en offert het levend en heilig offer, dus, de offergave van de Kerk en het sacrificie slachtoffer door wiens dood God zichzelf met ons heeft willen verzoenen; de Priester bidt ook dat het Lichaam en Bloed van Christus een offer mogen zijn dat aanvaardbaar is voor de Vader en dat heil mag brengen voor heel de wereld.'
 
Natuurlijk zal hier op aarde deze hemelse Eucharistische Liturgie nooit haar perfecte vorm vinden. Toch is de vorm belangrijk. De relaxatie van de traditionele Romeinse Liturgie, of de Extraordinaire vorm, met haar nadruk op het offerkarakter van de Mis, is zeker een voordeel. Maar ook in de Gewone Vorm, zijn aspecten van architectuur of liturgie en de ars celebrandi zeker belangrijk. Bijvoorbeeld, zou er niet een grote variatie in oriëntatie kunnen zijn, met bijvoorbeeld, waar mogelijk, ad orientem viering in de Paastijd? Kan een grote centrale crucifix en tabernakel de focus van harten en geest niet wegnemen van de particuliere celebrant en gemeenschap naar het Offer van Christus en de Liturgie van de hemel? De gelovigen moeten een rijkere Eucharistische spiritualiteit ontwikkelen waardoor ze leren hun gebeden, woorden en daden in hun leven te verenigen met het zelfoffer van Christus aan de Vader in de Heilige Geest. En kan een hergebruik van de oude terminologie misschien een eenvoudig en goed idee zijn, toen men automatisch sprak van het 'Heilig Misoffer'?
 
Ten tweede zou de praktijk van Eucharistische Aanbidding wijd, en actief kunnen worden gepromoot. Als Nieuwe Evangelisatie betekent een nieuwe, persoonlijke relatie met Christus, dan zijn bronnen nodig om mensen te helpen om deze kunst van 'Eucharistisch gebed' te leren, om een persoonlijke vriendschap te ontwikkelen met Jezus Christus in de Eucharistie, om zijn dagelijkse roep tot volgeling-zijn te horen. Het lijkt droef dat heel wat eigentijdse Katholieken, ondanks twee millennia van spirituele theologie, meer kennen van Yoga, meditatie en mindfulness dan van de leer van H. Teresa van Avila, Johannes van het Kruis of Franciscus van Sales. In een Brief van Witte Donderdag aan de priesters, probeerde Paus Johannes Paulus Il expliciet de Eucharistische aanbidding buiten de Mis te promoten:
 
"De Kerk en de wereld hebben een grote nood aan Eucharistische aanbidding. Jezus wacht op ons in dit Sacrament van liefde. Laat ons ruimhartig zijn met onze tijd om Hem te gaan ontmoeten in aanbidding en bezinning, die vol geloof is, en open staat om herstel te geven aan de grote fouten en misdaden van de wereld. Mag onze aanbidding nooit eindigen."
 
Tijd die doorgebracht wordt in Eucharistische aanbidding, voegde hij toe, kan grote verandering teweeg brengen:
 
"Het is fijn tijd met Hem door te brengen, om dicht aan zijn borst te liggen zoals de geliefde leerling (cf. Joh.13:23) en om de oneindige liefde te voelen in zijn hart. ... Hoe vaak, geliefde broeders en zusters, heb ik dat zelf ervaren, en uit Hem kracht, troost en steun geput!"
 
Om aanbidding mogelijk te maken, moeten Kerkgebouwen open worden gehouden, niet op slot, en een eerbiedige stilte moet er zijn, zodat allen het Heilig Sacrament kunnen benaderen. Ook Paus Franciscus heeft opgeroepen dat Christus nooit weggesloten mag zijn:
 
"De Kerk ... is geroepen om het huis van de Vader te zijn, met deuren die altijd open staan. Een van de concrete tekens van die openheid zou moeten zijn dat de kerkdeuren steeds open zijn, zodat als iemand, bewogen door de Geest, daar God kan komen zoeken, en niet een gesloten deur vindt."
 
In Eucharistische Aanbidding, komen Christenen op aarde heel dichtbij waar de Romeinse Canon over spreekt, een locum refrigerii, /ucis et pacis, de genadevolle staat van koel licht en vrede. Net als in het Lam Gods van van Eyck, is er een staren in twee richtingen. Inderdaad, kunnen we niet zeggen dat net zoals de leerling de Meester schouwt, ook de Meester Zijn leerling schouwt, een geliefd kind, geschapen door de Vader, bezield door de Geest en in gelijkenis naar de Zoon?
 
Ten derde, Lonergans begrip van een drievoudige bekering, intellectueel, moreel en spiritueel, kan een organiserend principe geven voor locale, pastorale initiatieven gebouwd op de verering van de Eucharistie. In het Offer van de Mis, vervoegt de Heilige Geest de Christenen in het zelfoffer van Christus aan de Vader, een offer dat haar hoogtepunt bereikt in de stilte van de Consecratie wanneer Jezus aan het Kruis is overgeleverd. Maar de consecratie is ook de bron van menselijke heiliging, waardoor Christenen in de Heilige Communie, hun leven veranderd terugkrijgen, vernieuwd en gezonden tot missie van het zichzelf offerende woord, daad en liefde. Is de zondags Eucharistie, de Aanbidding van het Lam, niet een stimulus tot een voortdurende intellectuele, morele en spirituele bekering in de week die komt? Traditioneel is de orde geweest doctrine, leven, aanbidding. Maar is het in onze postmoderne context van vandaag niet behoren, gedragen en geloven? De nieuwe nadruk moet liggen op religie, op eredienst, op de biddende verwachting dat God zijn gaven van de Heilige Geest weer vernieuwd zal uitstrooien. De taak is om nieuwe methodes te vinden om dit religieuze zintuig terug op te wekken, zodat mensen de Persoon van Christus kunnen ontmoeten, en Zijn roep tot leerling-zijn kunnen horen. Is dat niet par excellence het Heilig Sacrament? Dat is wat de relikwie en de Heilige Bebloede Hostie hier in Hasselt verkondigt.
 
Conclusie:
 
Om te besluiten. Terug in 1990, heeft H. Johannes Paulus Il eens gezegd:
 
"Als we naar de wereld van vandaag kijken, dan worden we geraakt door de vele negatieve factoren die kunnen leiden tot pessimisme. Maar dit gevoel is niet gerechtvaardigd: we hebben geloof in God onze Vader en Heer, in zijn goedheid en barmhartigheid. Als het derde millennium van de Verlossing aantreedt, bereidt God een grote lente voor voor de Christenheid, en we kunnen al de eerste tekenen zien."
 
Die nieuwe lente is nu zeker evident. De Christenen geloven dat de Geest aan het werk is in het hart van ieder kind, vrouw en man, en hen beweegt tot volledige gemeenschap met Christus in Zijn Kerk. Aantallen mogen misschien kleiner zijn, maar aantallen zeggen niet alles. Wat telt zijn de authentieke, bekeerde, evangelische Christenen. Nu Reeds vandaag maakt een oorspronkelijke creativiteit grote ontwikkelingen mogelijk. Nu reeds komen mensen naar voor om zich ten dienste van Christus te stellen. Nu reeds, antwoorden jonge Katholieken aan het bevel van de Heer om het Evangelie aan de volken van vandaag te verkondigen. Ons gebed moet zijn voor een steeds grotere stroom van de Heilige Geest, zodat allen in het Eucharistisch Hart van Christus het ware, oorspronkelijk, blijvend menselijk geluk en vervulling kunnen vinden waartoe ze behoren.
 
Dank voor uw luisteren.
 
Mgr. Philip Egan (Portsmouth, Engeland)

Comments are closed.
    Overzicht Artikels
Powered by Create your own unique website with customizable templates.
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht