• Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht
THOMAS MORE GENOOTSCHAP
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht

Archief Positief

Op deze pagina worden artikels aangeboden uit tijdschrift POSITIEF sinds 1969

Onze korte Conciliegeschiedenis : De Afkondiging

3/5/2023

 
Verschenen in POSITIEF nr. 65 – OKTOBER 1976 

​Toen op zondag 25 januari 1959, de sluitingsdag voor de internationale bidweek voor de eenheid der christenen, paus Johannes XXIII een oecumenisch concilie aankondigde. was dat geen kleine verrassing. Niemand dacht aan een algemene kerkvergadering want niemand had ooit iets over voorbereidselen gehoord. Wanneer Pius IX op 26 juni 1867 de komende bijeenroeping van het eerste Vaticaans concilie officieel mededeelde, waren er reeds drie jaren verlopen sedert hij voor het eerst over dit plan had gesproken. Het concilie van Johannes XXIII. die amper drie maanden paus was, kwam werkelijk als •een bliksem in een he Ide re hemel •. 
 
HERENIGINGSCONCILIE ? 
 
Geen wonder dat men zich een heel andere voorstelling van het concilie maakte dan wat het eigenlijk geworden is. Men dacht dat het een soort herenigingsconcilie zou zijn. 
 
De kerkgeschiedenis kent twee herenigingsconcilies, het tweede concilie van Lyon in 1274 en dat van Florence in 1439. Op beide kerkvergaderingen waren bisschoppen van de Oosterse kerk, en het doel van de twee bijeenkornsten was de verloren eenheid terug te vinden. 
 
Zou het tweede Vaticaans concilie ook zo’n herenigingsconcilie worden? Tussen de Westerse en de Oosterse kerken en misschien ook nog met de protestanten? Veel wees erop om dat te denken. 
 
Daar was vooreerst de betekenis van het woord oecumenisch. Johannes XXIII had een oecumenisch concilie aangekondigd. Oecumenisch (pag. 267) betekende reeds in de voorchristelijke tijd, het bewoonde land, in 't bijzonder de door de Grieken bewoonde aarde in tegenstelling tot de landen van de barbaren. Bij de opkomst van het Christendom was oecumene synoniem van het territorium van het Romeinse rijk. Een oecumenisch concilie dat voor heel de kerk gold, verspreid over het Romeinse rijk, stond tegenover een lokaal concilie dat slechts voor een bepaalde landstreek werd bijeengeroepen. 
 
Voor de Oosterse kerk is de vierde algemene kerkvergadering van Constantinopel in 869-870 het laatste oecumenisch concilie geweest. Daarna is de scheuring tussen Oost en West gekomen. De Rooms Katholieke kerk die zich wegens haar verbinding met de bisschop van Rome en de opvolger van de Heilige Petrus, als de ware kerk van Christus beschouwt, is voortgegaan met het houden van oecumenische concilies. 
 
Het laatste was Vaticanum I in 1870 Zo betekent voor een rooms-katholiek oecumenisch concilie, een concilie waar alle bisschoppen van de Rooms-Katholieke kerk beraadslagen over de aangelegenheden van de kerk. I-let begrip oecumenisch had echter de laatste tijd nog een andere betekenis gekregen. De beweging tot hereniging van de christelijke kerken noemt men vaak de oecumenische beweging. 
 
In die zin duidt men de Wereldraad der Kerken aan als de oecumenische raad. Met oecumenisch wil men hier zeggen: bereid tot en strevend naar de eenheid der nog verdeelde kerkgemeenschappen. waarbij] voorlopig van de uiteindelijke vorm dezer eenheid wordt afgezien. Aldus noemt men ook landelijke of slechts plaatselijke initiatieven die deze hereniging tot doel hebben, oecumenisch. Men kan de notie nog ruimer opvatten wanneer men van een oecumenische geest gaat spreken, die zich manifesteert in alle pogingen om tussen de kerken de gehoopte hereniging te bevorderen. Het verschil in betekenis van het woord oecumenisch kan men beluisteren in een woordspeling van Visser 't Hooft, toen algemeen secretaris van de Wereldraad der Kerken, kort na de aankondiging van het concilie : “Kan een oecumenisch concilie werkelijk oecumenisch heten, wanneer de oecumenische raad van kerken niet zou worden uitgenodigd? “
 
Nu was het zo dat toen Johannes XXIII de bijeenroeping van een oecumenisch concilie afkondigde, het woord oecumenisch vooral in de tweede betekenis werd begrepen. 
 
Sedert 90 jaar had er geen oecumenisch concilie meer plaatsgehad, terwijl de oecumenische beweging in voile opgang was. Vandaar dat men vooral dacht aan een herenigingsconcilie waarbij ook de orthodoxe bisschoppen en misschien wel de leiders van de protestantse kerkgenootschappen zouden uitgenodigd warden. En de eerste maanden na de bekendmaking dat er een concilie zou gehouden worden, (pag 268)
deed Rome niets om de opinie tegen te gaan dat het iets anders zou worden als een interne Rooms-Katholieke aangelegenheid, integendeel. In de officieuze krant van het Vaticaan, l.'Osservatore Romano, heette het : “De viering van het oecumenisch concilie beoogt, in de gedachte van de Heilige Vader, niet alleen de versterking van het christelijk volk, maar wil ook zijn een uitnodiging aan de afgescheiden gemeenschappen voor het zoeken van de eenheid, welke tegenwoordig zovele zielen overal ter wereld verlangen"· 
 
Johannes XXllI ging nog verder toen hij vier dagen later een toespraak hield tot de pastoors van Rome in het klooster van St.Johannes en Paulus van de paters passionisten. Bij deze gelegenheid verklaarde de paus dat het concilie zou betekenen: “Een beëindigen van de onenigheid en de terugkeer tot de gemeenzaamheid, zonder dat daarbij een historisch proces zou warden gehouden om te zien wie er gelijk en wie ongelijk had. De verantwoordelijkheid voor de scheiding zou bij alle partijen kunnen liggen”.
 
INDRUKKEN NA DE AANKONDIGING .. 
 
Johannes XXIII gaf de schijn dat de Roorns-Katholieke kerk, na een lange periode van afzijdigheid, de oecumenische beweging in handen wilde nemen en tot een reuzenstap vooruit wilde brengen door een concilie. Het houden van een concilie was een traditie die terugging naar de apostolische tijd en wie anders kon een concilie bijeenroepen tenzij Rome? In die zin schreef de benedictijn Thomas Sartory in het "lnformationsblatt» (Hamburg) van 1 februari een artikel met als ti tel : «Das neue oecumenisch Konzil » «het nieuwe oecumenisch concilie» waarin hij voorop stelde dat de interconfessionele gesprekken op het hoogste niveau slechts in het raam van dit concilie konden plaats hebben. Sommige niet-katholieken gingen daar enthousiast op in. Zo verklaarde de algemene secretaris van het verbond der Lutherse kerken dat men ontgoocheld zou zijn indien de protestantse kerken slechts als waarnemers op het concilie zouden toegelaten worden. Ook bij de Anglikanen hoorde men dezelfde klanken. Van de hand van de Anglikaanse bisschop Ivor Wathins verscheen een geestdriftige bijdrage in de «Church Times" waarin hij uiteenzette waarom de kerk van Engeland aan dit concilie moest meedoen. 
 
Maar de leider van de Anglikaanse kerk, G. Fisher. bisschop van Canterbury, zweeg en de reactie van de Wereldraad der Kerken was gereserveerd met zelfs een vijandige bijklank. De dag nadat de paus het houden van een concilie had uitgevaardigd, verklaarde reeds Visser 't Hooft dat alles ervan zou afhangen in welke geest men het probleem van de christelijke eenheid zou aanpakken. Protestanten (Pag.269) bedoelen daar gewoonlijk mee : geen terugkeer zonder meer. 
 
Op 12 februari nam het directiecomité van de Wereldraad der Kerken, waarin dominees Dibelius en Niernoller zitting hadden, het standpunt van haar algemene secretaris over en verklaarde verder dat er voor een formele stellingname meer informatie nodig was. Het directiecomité vroeg verder godsdienstvrijheid in Columbia en Spanje. De woordvoerder van de raad op de persconferentie waarop dit communiqué werd bekendgemaakt, was nog scherper : Eerst godsdienstvrijheid in Columbia en Spanje en dan concilie. 
 
Vanuit Calvinistische zijde vooral liet men opmerken dat de paus aansluiting had moeten zoeken met de Wereldraad der Kerken. Aldus Vogelsanger in het februarinummer van «Reformatio• (Zurich). Het blad van de nationale raad der Christikerken (Calvinistisch) in de Verenigde Staten maakte de zakelijke opmerking dat de paus gedurende de drie maanden sedert zijn kroning, de tijd niet had gehad om de andere kerken over een concilie te raadplegen. 
 
Er waren ook ontnuchterende opmerkingen. D. Lilje van de Duitse Lutherse kerk vond dat men te veel publiciteit maakte omtrent het concilie. Dat zou de integrlsten en immoblllsten in de curie kunnen prikkelen om heel wat water in de pauselijke wijn te gieten (Sonntagsblatt 8 februari). Verder merkte hij op dat wanneer Rome de orthodoxen zou uitnodigen, zou de Sovjetregering ze dan laten vertrekken? En welke impassen zijn er niet te doorbreken op dogmatisch gebied? Reeds met de orthodoxen, om dan maar van de protestanten te zwijgen? Mislukt een poging een concilie te houden dat zich tot over de grenzen van de rooms-katholieke kerk uitstrekt, dan zullen de betrekkingen tussen de katholieke en de andere christelijke belijdenissen nog slechter zijn dan voorheen. Hugo Schnell, In een antwoord op Sartory in het Hamburgse “Informationsblatt”  sprak zelfs van het romantische karakter van her Johannitische concilie. 
 
Aan de katholieke kant wezen canonisten op de betekenls van een concilie in het kerkelijk recht. Het rooms-katholiek concilierecht weerspiegelt de rooms-katholieke leer over de kerk. De paus bekleedt daarin een centrale plaats. Naast hem nemen de bisschoppen een eigen positie in, die niet van kerkelijk maar van goddelijk recht is. Hoe kan de kerk dan bisschoppen uitnodigen die niet in eenheid met de Heilige Stoel leven? En als zelfs dat onmogelijk is, hoe dan vertegenwoordigers toelaten van confessies die zelfs geen bisschoppen meer bezitten? Want Rome kent twee categorieën van gescheiden christenen, dezen die het bisschopsambt en het priesterschap nog bezitten en degenen die het hebben afgeschaft. Dat was de redenering van pater C. J. Dumont 0.P. in een artikel van het speclaal nurnmei pag .270) van -Vers l'unité chrétlenne- (Parijs) met als titel : “Het aanstaande concilie en de christelijke eenheid”. 
 
Vanuit kerkelijk recht viel op gebied van een herenigingsconcilie we! weinig te beginnen. Anderzijds mogen wij dan toch niet vergeten dat paus Johannes XXllI reeds veel krediet had verworven ook bij orthodoxen en protestanten. Hij scheen in staat dingen te doen waar zijn voorgangers niet hadden over gedacht. En eigenlijk is de paus ook heer over het kerkelijk recht. In december 1958 had Johannes XXIII de bestaande limiet van 70 voor het aantal kardinalen die in de 17de eeuw door paus Sixtus V was vastgelegd en waaraan tot hiertoe nooit was getornd, ruimschoots overschreden zonder een nieuwe grens vast te stellen. Als hij een herenigingsconcilie wenste, dan was hij wel in staat de nodige wijzigingen in de codex aan te brengen. 
 
DOOR HERNIEUWING TOT HERENIGING. 
 
De eerste maanden na de afkondiging heeft Johannes XXI II ongetwijfeld de indruk gegeven dat hij een herenigingsconcilie wenste. Na enkele maanden begon hij anders te spreken. Het concilie zou een aangelegenheid worden van de rooms-katholieke kerk, zij zou zich hernieuwen en dan de afgescheiden broeders uitnodigen om terug te keren. Duidelijk kwam dat uit in de redevoering die de paus hield voor de diocesane Ieiding van de katholieke actie van Italië, 10 augustus ‘59: “Met de genade Gods zullen wij dus het concilie bijeenroepen; en wij willen het voorbereiden met het oog gericht op datgene wat meest noodzakelijk versterkt moet worden in de eenheid van de katholieke families overeenkomstig de bedoelingen van onze Heer. Vervolgens, wanneer wij deze geweldige taak hebben uitgevoerd, vermijdend wat op menselijk plan een snellere vordering in de weg zou kunnen staan, zullen wij de kerk in haar volle luister, sine macula et ruga (zonder smet of rimpel) aan de wereld voorhouden, en wij zullen zeggen tot alle anderen, die zich van ons hebben afgescheiden, orthodoxen, protestanten. enz ... : «Ziet broeders dit is de kerk van Christus. Wij hebben getracht haar trouw te zijn, aan de Heer de genade te vragen dat zij altijd blijve zoals Hij haar heeft gewild. 
 
Komt, komt : de weg staat open voor de ontmoeting, voor de terugkeer; komt uw plaats innemen of opnieuw innemen, uw plaats die voor zeer velen van U die van uw oude vaderen is. O, wat een vreugde, wat een voorspoed, zelfs in de burgerlijke en sociale orde, kan men niet voor de hele wereld verwachten van de godsdienstvrede, van de hereniging der christelijke families»! [vertaling Katholiek Archiet) -De eerste enthousiaste periode, schrijft de protestantse professor A.J. Bronkhost in zijn boek : -Het concilie en de oecumene” (Bosch (pag.271) J en Koning, Baarn. 1962) was vlug voorbij. Al heel spoedig zou blijken, dat de betekenis van het tweede Vaticaans concilie voor de eenheid der christelijke kerken, hoogstens indirect zou kunnen zijn. Misschien moeten we, alles overwegende, zeggen: het is inderdaad toch maar het aller verstandigste. Beter geen herenigingconcilie dan een mislukt herenigingsconcilie, waar gezien de geschiedenls overv/oedig kans op geweest zou zijn. En toch “het was een schone droom al heeft hij dan maar enkele maanden geduurd "· ( 1) 
 
Wij kunnen nu de vraag stellen waarom de paus zijn oorspronkelijk plan heeft gewijzigd. Patriarch Athenagoras van Constantinopel opperde de 24ste april op een persconferentie voor Cypriotische journalisten het vermoeden dat conservatieve kringen In het Vaticaan aan die koersverandering niet vreemd waren. Zo lang men daar geen onomstootbaar bewijs kan voor leveren, blijft dat een vermetel oordeel. Wanneer men de perscommuniqués en de publicaties van de eerste maanden van 1959 aandachtig volgt, dan kan men zich van de indruk niet ontdoen dat Johannes XXlll oorspronkelijk een herenigingsconcilie wilde, maar een psychologische misstap bij de atgescheiden broeders vreesde, zoals bij het vorige conci!ie. Toen Pius IX op de vooravond van het eerste Vaticaans concilie, de 8ste september 1868 een brief zond aan de bisschoppen van het Oosten die nlet met Rome verbonden waren en ze vroeg om zlch aan de Heilige Stoel te onderwerpen en dan naar het concilie te komen,  werd deze uitnodiging zowel door de patriarch van Constantinopel als door de patriarchen van de Armeniers, Jacobieten en Kopten van de hand gewezen. 
 
Op een open brief die enkele dagen later naar -Alle protestanten en niet-katbolieken- werd gericht om ze uit te nodigen tot de ene Kerk van Christus terug te keren, waren de reacties zelfs heftig geweest. De Duitse protestantenvereniging was «aan de voet van het Lutherstandbeeld .. te Worms bijeengekomen en had zich gekeerd “tegen alle hierarchlsche en priesterlijke bevoogding, tegen alle geestelijke dwang en gewetensdruk"· En een aantal theologen uit Groningen antwoordde : 'Non possumus. divini Evangelii veritate cognita, Ecclesiae Romanae sequi errorem ... -Nadat wij de goddelijke waarheid van het Evangelie hebben leren kennen, kunnen wij de dwallng van de kerk van Rome onmogelijk meer volgen-. Hoewel het klimaat van de kerkgenootschappen in 1959 gunstiger was dan in 1868, toch zou het van groot belang zijn hoe er uitgenodigd zou worden. 
 
Hoogstwaarschijnlijk is de vaagheid omtrent de aard van het concilie de eerste maanden na de afkondiging, een tactiek geweest van voorzichtigheid om alle communicatiestoornissen te vermijden. En toen dan Johannes XXIII niet al te positieve antwoorden van toch heel wat orthodoxe en protestantse instanties had waargenomen. ver-(pag.272) -anderde hij zijn opzet en zou het een hernieuwingsconcilie warden als basis voor hereniging. Deze versie kadert met een mededeling van bisschop Lichtenberger van de Amerikaanse episcopale kerk. Op zijn reis naar New Delhi voor de derde assemblee voor de Wereldraad van Kerken, bracht hij op 15 november 1961 een bezoek aan de paus dat veertig minuten duurde. Volgens een bericht in de Nederlandse krant -De Tijd- zou de bisschop verklaard hebben dat de paus gezegd had dat hij eerst aan een herenigingsconcilie had gedacht, maar dat er toen verschillende moeilijkheden ontstaan waren, zodat men besloten had zich tot de uitnodiging van waarnemers te beperken. Toch zou de paus in zijn toespraken de volgende maanden het nog voortdurend hebben over de indirecte oecumenische betekenis van het concilie. Het concilie zou moeten werken als een magneet en een vuurtoren voor de afgescheiden broeders. De katholieke kerk ging zich hernieuwen en dan een verzoek richten tot de afgescheurde christenen om in het vernieuwde vaderhuis terug te keren. 
 
Bij de katholieken zelf echter zou het woord -vernieuwing- beginnen werken als een irrationele slogan en een modewoord worden waar men alle kanten mee uit kan. Voor de kerk begon een avontuur waarvan niemand de gevolgen zou kunnen voorzien. Daarover In een volgende bijdrage, 
 
B. BOEYCKENS S.J. 
 
(1) bl. 51 


Comments are closed.
    Overzicht Artikels
Powered by Create your own unique website with customizable templates.
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht