• Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht
THOMAS MORE GENOOTSCHAP
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht

Archief Positief

Op deze pagina worden artikels aangeboden uit tijdschrift POSITIEF sinds 1969

Onze korte Conciliegeschiedenis : Het hoogste kerkelijk gezag spreekt tot ons

3/5/2023

 
Verschenen in POSITIEF nr. 88 – JANUARI 1979 

Op het einde van de eerste sessie van het concilie had geen enkel schema de eindstreep bereikt. Als hoogste orgaan van de lerarende Kerk, van de Ecclesia docens, had het concilie nog niet gesproken. (1) Dat was niet meer zo wanneer de tweede sessie werd afgesloten. Toen werd minstens één decreet van het concilie aan de gelovigen aangeboden: het decreet voor de publiciteitsmedia. Ook het schema over de liturgie was goedgekeurd. Het zou echter nog een tijdje duren eer het een Constitutie werd. 
 
Een oecumenisch concilie bezit het hoogste gezag in de universele kerk (2). Daarom zijn voor een katholiek de uitspraken van een concilie bindend. In geloofszaken is een concilie onfeilbaar, zeker wanneer dit uitdrukkelijk verklaard wordt. Wij willen hier echter onmiddellijk aan toevoegen dat de decreten van het concilie slechts bindend zijn wanneer zij door de paus worden bekrachtigd (3). 
 
De onfeilbaarheid is echter de top van een ijsberg. Het geloof van een echte katholiek is heel wat voller en rijker dan de onfeilbare dogma's afgekondigd door pausen en concilies. Het integreert ondermeer alle constituties en decreten van ieder concilie. 
 
De richtlijnen van het laatste concilie hebben voor ons nog een bijzondere waarde omdat zij, door de bijstand van de H. Geest, de eeuwige geloofswaarheden in aan onze tijd aangepaste termen uitdrukken. In die zin begrijpen wij de verklaring van Paulus VI dat het tweede Vaticaans concilie belangrijker is dan alle voorgaande concilies. Doch het is dan ook weer waar dat men Vaticanum Il moet verstaan in de lijn van de Traditie en van het erfgoed dat de vorige kerkvergaderingen ons hebben doorgegeven. Hoeft het nog gezegd dat wij onvoorwaardelijk staan achter alle decreten van het laatste concilie? Dat betekent niet dat wij bij het bestuderen van hun geschiedenis blind moeten zijn voor de menselijke tekorten die zich ook op het laatste concilie hebben voorgedaan. 
 
Ieder concilie bezit zijn eigen morfologie die wij ontwaren in zijn specifieke doelstelling, in de dialectiek van de discussies, in de formuleringen en de opbouw van de decreten. Dat alles is het resultaat van de ontmoeting van de levendmakende Geest met de ideeën, strevingen en verlangens die leven in de Kerk van die tijd. Er waren concilies en concilies. Sommige concilies zijn van bijzondere waarde geweest voor de theologie en het dogma, die zij in een bepaalde richting hebben gestuurd, waarvan nooit meer zal worden afgeweken. Aldus de grote christologische concilies van de eerste eeuwen. Andere concilies waren op dat gebied hoegenaamd niet relevant. Aldus bijvoorbeeld het concilie van Vienne dat de orde van de tempeliers heeft afgeschaft. Deze maatregel is wel van een onomkeerbare historische draagwijdte geweest, maar daarbuiten valt er niet veel meer op het actief van dit concilie te plaatsen. Er zijn concilies die de kerk wilden hervormen maar waarvan de hervormingsdecreten dode letter zijn gebleven, zoals het vijfde concilie van Lateranen (1512-1517), terwijl andere concilies aan de kerk enerzijds een stuwing gaven waar zij eeuwen kon van leven en haar anderzijds stevige structuren bezorgden die overeind bleven bij politieke revoluties en culturele Beeldenstormen. Zo het concilie van Trente. 
 
Welke plaats zal Vaticanum II bekleden in de kerkgeschiedenis? Zal het een indrukwekkend historisch monument worden zoals Trente? Of een gebeurtenis die in de vergetelheid zal verzanden zoals Lateranen V? Een vooraanstaand prelaat heeft al gesproken van een volgend concilie dat te Jeruzalem moet plaats hebben en dat de lijn van Vaticanum II consequent moet doortrekken. Anderen nemen het op voor een concilie dat Vaticanum II moet corrigeren en aanknopen bij Trente en de Contrareformatie. 
 
Wij zullen die wensdromen laten voor wat zij zijn en historisch onderzoeken hoe de twee eerste stukken die Vaticanum II aan de gelovigen voorlegde, tot stand zijn gekomen, wat zij inhouden en in welke pastorale samenhang zij een eerste toepassing vonden. 
 
In dit artikel beperken wij ons tot het decreet over de publiciteitsmedia. De Constitutie over de liturgie komt later aan de beurt. 
 
Het decreet over de communicatiemedia. 
 
Wij zagen hoe het schema over de communicatiemedia dat gedurende de eerste sessie de concilievaders werd voorgehouden, weinig belangstelling had opgewekt (1 ). De bespreking had plaats na de geanimeerde discussie over de bronnen van de Openbaring en geleek hier tegenover op een maat voor niets. Het debat werd dan ook vlug beëindigd en het schema naar de commissie teruggezonden die als voornaamste opdracht kreeg het in te korten. 
 
Toen op het einde van de tweede sessie een nieuw schema werd voorgelegd dat vooral door zijn bondigheid van het eerste verschilde, werd het met een grote meerderheid aanvaard. Omdat er toch nog enkele belangrijke amendementen naar voren waren gebracht die de grote meerderheid van de vaders wel zou goedkeuren, beslisten de moderatoren dat krachtens artikel 61 van het reglement het schema door de bevoegde commissie nog eens zou worden ter hand genomen, om het dan voor een laatste maal en definitief in de concilie-aula ter stemming te brengen. 
 
Maar dan kwam er iets in beweging en wel van de kant van de katholieke leken - journalisten. Drie Amerikaanse katholieke, dagbladschrijvers, Kaiser van de Time, Cogley van de Commenweal en Novak van de Catholic Reporter, staken de koppen bij mekaar en besloten er iets aan te doen, want zij vonden dat het schema beneden de maat was en dat het faalde ten opzichte van de waardigheid van hun beroep. Zij namen een paar periti onder de arm, waaronder de paters Murray S.J., Daniélou, S.J. en Häring C.SS.R. aan wie zij hun bezorgdheid mededeelden. Hun initiatief had een sneeuwbaleffect. Nog andere periti werden door dezelfde bezorgdheid aangegrepen en weldra ook bisschoppen. Een tekst werd opgesteld om de concilievaders aan te zetten het schema te verwerpen en hij werd ondertekend door 25 bisschoppen uit 14 verschillende landen. 
 
Nu moet men zich eens trachten voor te stellen al de gevolgen die zo een maneuver met zich zou meeslepen. Het schema was reeds goedgekeurd. Slechts een honderdtal bisschoppen hadden tegengestemd onder wie sommigen verbeteringen hadden ingediend. Hoewel men de zaak als afgehandeld kon beschouwen, hadden de moderatoren willen rekening houden met de voorgestelde correcties en het schema na verbetering nog eens laten goedkeuren.  
 
Indien men nu de raad zou volgen van de 25 bisschoppen, dan zou alles van vooraan te herbeginnen zijn. Met zo een werkwijze zou het concilie nog wel een paar eeuwen duren. Een vrees die men wel eens meer had geuit!
 
De morgen van de 25ste november, de dag waarop over het schema moest gestemd worden, stond Mgr. Reuss, hulpbisschop van Mainz, op de trappen van St. Pieters om aan iedere bisschop die binnenkwam een gedrukt vel met de aansporing om neen te stemmen te overhandigen. 
 
Dat duurde tot de imposante figuur van de secretaris-generaal van het concilie, Mgr. Felici, verscheen. Zohaast hij dat uitdelen van vlugschriften had gemerkt, stapte hij resoluut op de uitdeler toe terwijl men bedwongen woede van zijn gezicht kon aflezen. Er volgde een korte verbale, met gebaren onderstreepte, schermutseling tussen de twee bisschoppen waarin de hulpbisschop van Mainz het onderspit moest delven. 
 
Vóór de stemming hield kardinaal Tisserant in naam van het praesidium en in naam van de moderatoren een korte toespraak waarin hij het incident betreurde. Hij vond die handelwijze onwaardig en een aanslag op de vrijheid van de concilievaders. 
 
Het gevolg van dat alles? Het schema werd wel goedgekeurd maar met 503 tegenstemmers. Gemeten met de conciliemaatstaven is dat een sterke minderheid. Omdat de 1895 ja-stemmers de 2/3 overschreden, kon het schema aan de paus worden aangeboden die het de 4e december als conciliedecreet promulgeerde. Het was ondertekend door de H. Vader en door alle concilievaders.
 
De inhoud van het decreet. 
 
De kritiek verweet het schema over de communicatiemiddelen dat het aan de echte problemen voorbijging. Het was een decreet, zo werd er beweerd, dat er zonder pijn is doorgeraakt maar dat dan geen gevolgen zou achterlaten. En dan werd er nog maar eens verwezen naar het vijfde concilie van Lateranen (1512-1517) waar geen hoogoplopende discussies plaats hadden, maar dat onberoerd is gebleven voor de Nieuwe Tijd die komende was op alle wegen en weldra als een storm over de christenheid zou neerstorten.
 
Zulk een zienswijze getuigt van een gebrek aan geloof in een oecumenisch concilie, wat niets anders is dan een gebrek aan geloof in de Kerk en uiteindelijk gebrek aan geloof in de Heer Jezus die zijn Geest heeft gezonden om de Kerk de weg te wijzen naar de volle waarheid (Joh. 16, 13). 
 
Al wordt dan het vijfde concilie van Lateranen door de historici aangezien als een concilie dat mislukte omdat het geen kerkvernieuwing heeft op gang gebracht, dan prijken nochtans de decreten van dit concilie in de Denzigerverzameling als vaste documenten van de lerarende Kerk. Bepaalde uitspraken van het concilie van Lateranen over geloofszaken bezitten het teken van de onfeilbaarheid. 
 
Hoewel het decreet over de communicatiemiddelen handelt over punten die wellicht in de christelijke levenshouding niet zo centraal hoeven te staan en er geen enkel valt onder de kerkelijke onfeilbaarheid, zijn de principeverklaringen en de richtlijnen die wij erin vinden, bindend voor de gelovigen. Een katholiek die op een of andere wijze met de communicatiemiddelen te doen heeft, mag er niet aan voorbijgaan. 
 
«De katholieke Kerk is door haar Heer Christus gesticht om het heil aan alle mensen te brengen en moet daarom noodzakelijk het Evangelie verkondigen. Op grond hiervan meent zij dat het tot haar taak behoort de heilsboodschap ook met behulp van de publiciteitsmedia bekend te maken en de mensen over het juiste gebruik van die middelen te onderrichten. » (Art. 3). 
 
Wat al lang in praktijk was gesteld, wordt hier door het concilie principieel afgekondigd. En vanuit deze princiepsverklaring worden dan verdere richtlijnen gegeven. 
 
«Voor het juiste gebruik van deze communiecatiemiddelen is het beslist nodig, dat allen die zich ervan bedienen zedelijke normen kennen en op dit terrein trouw in toepassing brengen. » 
 
Een waarheid als een koe, zal men misschien opmerken. Toch was het goed dat de hoogste zedelijke macht op deze wereld deze evidentie afkondigde vooraleer tot verdere details af te dalen. 
 
Dat doet het concilie wanneer het verder spreekt over het recht op informatie. Een terrein dat in onze tijd nieuw is en waarover de Kerk zich nog niet had uitgesproken. 
 
Niet nieuw is dat de objectieve zedelijke orde onvoorwaardelijk moet voorop gesteld worden ook ten opzichte van de artistieke waarden. Toch menen wij dat het hoegenaamd niet als een luxe moet worden aangezien dat de Kerk deze traditionele grondregel nog eens affirmeert. 
 
Er worden dan verder zinnige dingen gezegd over de beïnvloeding van de jeugd, de taak van de ouders, het verkeerde van hen die in de nieuwsgeving alleen de commerciële kant zien.  
 
Belangrijk is de leer van het concilie omtrent de burgerlijke overheid op dit gebied. «De burgerlijke overheid heeft hier bijzondere plichten, omdat de communicatiemiddelen op het algemeen welzijn gericht zijn». Verder wordt resoluut stelling genomen in een soms betwiste kwestie: «De burgerlijke overheid moet de godsdienst, de beschaving en de kunst bevorderen en het publiek beschermen, zodat het van de hem toekomende rechten vrij kan genieten.» Een permissieve maatschappij gaat evengoed in tegen het concilie als tegen de traditionele leer van de Kerk. 
 
Het tweede hoofdstuk heeft het over het pastorale handelen van de Kerk in en door de communicatiemedia. 
 
Er wordt een lans gebroken voor de «goede pers» die uitgegeven wordt met de duidelijke bedoeling de gangbare opvattingen in overeenstemming te brengen en te houden met het natuurrecht en de katholieke doctrine. Een oude leer die het concilie niet heeft opgegeven. 
 
Maar dan hoort men ook weer een nieuwe klank: «Met alle geschikte middelen moet de productie en de vertoning worden aangemoedigd en verzekerd van films die een goede ontspanning bieden en beschaafd en artistiek zijn, in het bijzonder als zij voor de jeugd zijn bestemd." Het is de strekking van positief te staan tegenover de verworvenheden en de voortbrengselen van de moderne beschaving en techniek, die zich op het concilie sterk heeft doorgezet. 
 
Alles samen valt er heel wat te halen uit dit decreet. Na het concilie is er helaas niet veel van terecht gekomen. Men zegt wel eens dat de postconciliaire crisis zijn oorzaak vindt in het feit dat men de Constituties en decreten van het concilie niet of verkeerd heeft toegepast. Dit is zeker waar voor het decreet over de publiciteitsmedia. 
 
Hebben wij het niet moeten beleven dat zowel in Nederland als in Vlaanderen katholieke dagbladen hun katholiek uithangbord gingen verwijderen? Erger is nog dat de televisie-uitzendingen van de zich officieel katholiek noemende omzendverenigingen op de televisienetten van Nederland, van België (Nederlands en Frans), van Frankrijk en van Duitsland (over andere netten zijn wij niet ingelicht) regelmatig Heilige Missen uitzenden die, om het zacht uit te drukken, niet worden opgedragen in eenheid met de bisschop van Rome. Sommige zijn noch min noch meer een heiligschennis. 
 
Het tragische bestaat er nu in dat dit alles zijn verre oorsprong vindt in wat er in en om het concilie gebeurde. Waar de Heilige Geest werkt is ook altijd de prins der duisternis. 
 
B. Boeyckens, S.J. 
 
(1) cf. Positief, nr. 75, oktober 1977, p. 242. 
 
(2) «Conciliurn Oecumenicum suprema pollet in universam Ecclesiam postestate» (Codex Juris Canonici " canon 228). Wij gaan hier niet in op de verhouding paus - concilie. Als men echter de twee tegenover elkaar stelt dan staat de paus boven het concilie. 
 
(3) «Concili decreta vim definitivam obligandi non habent, nisi a Romano Pontifice fuerint confirmata” (canon 227). 
 
(4) Positief, nr. 75, oktober 1977, p. 232-233. 

Comments are closed.
    Overzicht Artikels
Powered by Create your own unique website with customizable templates.
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht