• Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht
THOMAS MORE GENOOTSCHAP
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht

Archief Positief

Op deze pagina worden artikels aangeboden uit tijdschrift POSITIEF sinds 1969

Onze korte Conciliegeschiedenis : Van Johannes XXIII naar Paulus VI

3/5/2023

 
Verschenen in POSITIEF nr. 78 – JANUARI 1978 

​Pacem in Terris. 
 
Tijdens de diensten van de Goede Week van het jaar 1963 was Johannes XXIII onwel geworden en was hij afwezig gebleven bij sommige plechtigheden, Met Pasen verscheen hij echter weer in het openbaar en bracht hij voor de christenheid en het mensdom een merkwaardige paasboodschap die door radio en televisie werd uitgezonden. In deze paasboodschap sprak hij over een paasgeschenk : een encycliek, Pacem in Terris. 
 
De betekenis van deze wereldbrief moet men zien op de achtergrond van het conciliegebeuren, met ideeën, gevoeligheden en denkvormen die daar naar voren kwamen. Zo is Pacem in Terris een eerste proeve van aggiornamento, De brief werd opgesteld niet in de opgesmukte en iet of wat langdradige curiestijl maar in een directe taal die de hedendaagse mens moet aanspreken. Hij werd gericht zoals alle pauselijke zendbrieven «Aan onze eerbiedwaardige Broeders, Patriarchen, Primaten, Aartsbisschoppen, Bisschoppen en andere Ordinariï, die in vrede en gemeenschap leven met de Apostolische Stoel, alsmede aan de geestelijkheid en christengelovigen van de gehele wereld», doch daar werd deze keer nog bijgevoegd «en tevens aan alle mensen van goede wil». 
 
Deze brief was een daad: de paus richtte zich tot heel de mensheid aan wie hij iets te zeggen had. Kardinaal Suenens werd naar NewYork gezonden om aan de secretaris van de Verenigde naties Oe Thant een exemplaar van Pacem in Terris te overhandigen. 
 
Het was dan ook een tijding die iedereen kon verstaan en die indruk maakte door haar logische opbouw en de eenvoud in haar uitdrukking. Niets is verward of onduidelijk weergegeven, ieder gehanteerd begrip staat er in al zijn scherpte en wordt ondergebracht in een organisch geheel. 
 
Overigens heeft dit document niets opwindends, het straalt kalmte en rust uit, zelfs is wat hier verwoord wordt, niet zo origineel. Het is de klassieke staatsleer van de encyclieken van Leo XIII, van de werken van Suarez en van Thomas van Aquino. Maar tot hiertoe werd die nooit zo bondig en zo duidelijk uiteengezet noch op zo'n manier dat zij niet alleen iedere katholiek of ieder christen maar ook iedere mens van goede wil moest aanspreken. 
 
En wie zou durven beweren dat hij het niet eens is met wat hier wordt ontwikkeld? Het lijkt alles zo evident en zo verstandig dat men bij het lezen als vanzelf de bedenking maakt: ja, zo is het. 
 
Zou iemand het wagen te loochenen dat de Schepper van de wereld in het diepste wezen van de mens een orde heeft ingeprent, die zijn geweten hem openbaart en die hij moet eerbiedigen? Dat daaruit voortvloeit dat de mens rechten heeft en plichten? 
 
En dan gaat de encycliek verder: wanneer de burgers inzien dat hun levenswijze gebaseerd moet zijn op rechten en plichten, dan richten de mensen voortdurend hun aandacht op de geestelijke waarden: zij begrijpen volkomen wat waarheid, wat rechtvaardigheid, naastenliefde of vrijheid is en zij worden zich ervan bewust dat zij leden zijn van eenzelfde samenleving. Maar een samenleving kan niet bestaan zonder gezag en dan wijdt Pacem in Terris uit over de verhouding van het staatsgezag ten opzichte van de rechten en de plichten van de persoon. 
 
Een volgend deel van de wereldbrief handelt dan over de verhoudingen van de staten onder elkaar. Tussen de staten bestaan ook wederzijdse rechten en plichten en daarom moeten hun betrekkingen met elkaar bepaald worden door de richtlijnen van waarheid, rechtvaardigheid, daadwerkelijke solidariteit en vrijheid. Want dezelfde natuurwet, die de levenswijze van de afzonderlijke burgers regelt, moet ook het richtsnoer zijn van de wederzijdse verhoudingen van de staten tot elkaar. 
 
Wanneer men dit voorstel voor wereldvrede dat steunt op zo'n gezonde en evenwichtige filosofie gelezen heeft, dan vraagt men zich al wat men er kan tegen inbrengen. Is het mogelijk dat gelijk welke mens van goede wil en begaafd met rede en verstand, dit niet zou aanvaarden? Men zou nu wel kunnen opwerpen dat natuurwet een ingewikkeld idee is geworden en erop wijzen dat het bestaan van God voor de moderne mens niet meer zo vanzelfsprekend is, maar zal men iets positiefs en constructiefs kunnen stellen tegenover deze machtige synthese? Want van negatieve kritiek kan de mens niet leven. Tenzij men aanvaardt met Nietsche dat «der Verzicht auf falsche Urteile das Leben unmöglich machen würde», dat het leven onmogelijk wordt zonder valse oordelen. Inderdaad laat de mens zich daar altijd toe bekoren ... 
 
De weerklank van Pacern in Terris in de wereld was enorm. «Zelden heeft een pauselijk stuk zozeer de welwillende aandacht van de publieke opinie getrokken" schreef Le Monde van 12 april in het hoofdartikel dat gewijd was aan de encycliek. 
 
Oe Thant, secretaris generaal van de Uno, getuigde op een persconferentie dat hij met diepe en ontroerende voldoening de encycliek had gelezen. Van zijn kant verklaarde president J. Kennedy in een toespraak in de universiteit van Boston: dat hij als katholiek trots was op deze wereldbrief en dat hij als Amerikaan er lessen zou uit trekken. Kroesjef bekende dat iedereen met de zienswijze van paus Johannes XXIII moest rekening houden. 
 
Erich Ollenhauer, de leider van de sociaal-democratische partij in WestDuitsland, noemde Pacem in Terris een historisch document en Erich Mende, de voorzitter van de Duitse liberale partij, begroette de encycliek als een schitterende bijdrage van de katholieke kerk tot de vreedzame ontwikkeling van de mensheid. 
 
Ook heel veel niet-katholieke leiders van kerkgenootschappen hadden woorden van lof voor de encycliek. De Amerikaanse persagentschappen publiceerden lange lijsten van vooraanstaande protestanten en joden die hun steun toezegden aan de pogingen van de paus. 
 
Wij kunnen hier even de vraag stellen hoe het komt dat de pauselijke zendbrief zo vlug en zo volledig uit het blikveld is verdwenen. Waarom is Pacem in Terris geen begrip geworden zoals Rerum Novarum? Waarom wordt dit handvest niet bestudeerd in de hoogste klassen van ons middelbaar onderwijs? De leerlingen zouden er heel wat meer kunnen uit halen en beter door gevormd worden dan door al de kletspraat over bevrijding en ontwikkelingshulp waarmee zij nu overspoeld worden. Waarom wordt deze encycliek niet als leidraad gebruikt voor vormingsdagen in onze katholieke organisaties? Waarom zwijgt men er over in doctrinaire studiedagen van de christendemocratie? 
 
Wij menen dat het concilie hier oorzaak van is. Dit is wel paradoxaal, want Pacem in Terris is ondenkbaar zonder het concilie. Maar het concilie was niet af en zou na de afkondiging van deze encycliek nog een hele geschiedenis kennen, Het concilie bracht altijd iets nieuws en eiste de volledige belangstelling op. De pauselijke wereldbrief behoorde al vlug tot het verleden en werd vergeten
 
Het heengaan van Johannes XXIII 
 
Pacem in Terris was verschenen op Witte Donderdag, 11 april 1963 Het was de laatste grote daad van paus Johannes XXIII. Daarna begon hij zienderogen achteruit te gaan tot de 21ste mei alle audiënties werden afgelast. In de avond van de 3de juni is hij overleden na een bijzonder smartelijk lijden dat vier dagen en drie nachten heeft geduurd, maar dat hij in volkomen overgave aan Gods wil heeft doorstaan. 
 
"ik geloof dat het lang geleden is dat de dood van een paus op de openbare mening in de wereld een zo diepe indruk heeft gemaakt, als het geval is met paus Johannes XXIII». Dat schreef de Belgische eerste minister, Theo Lefèvre, in het dagblad «Het Volk" van 5 juni 1963. Dat was waar. Men zou de algemene verslagenheid bij de dood van deze bejaarde man kunnen samenvatten met deze ene zin: zo'n goede mensen zouden niet mogen sterven. 
 
Ook bij de dood van Pius XII was de deelneming algemeen geweest. Wat echter bij het overlijden van deze paus opviel waren de rouwbetuigingen van kringen die zich tot hiertoe totaal afzijdig of zelfs vijandig hadden opgesteld tegenover de katholieke kerk. 
 
Het mohammedaanse dagblad van Beiroet Al Hayat schreef dat paus Johannes voor de Islam evenveel betekende als voor de rest van de wereld. A. Adjoebej, schoonzoon van Kroesjef en hoofdredacteur van de lzvestia, verklaarde dat de wereld in paus Johannes een groot man verloren had, terwijl Kroesjef zelf naar Rome telegrafeerde: «Wij behouden goede herinneringen aan Johannes XXIII, wiens vruchtbare werk voor de handhaving en de versteviging van de vrede wijde bekendheid heeft verworven en het respect afdwong van de vredelievende mensen". 
 
De Nieuwe paus 
 
Wanneer op vrijdag 21 juni om 11.20 u. de rook opsteeg vanuit de Sixtijnse kapel en Alfredo Ottaviani, de oudste van de kardinaal-diakens, mededeelde dat Giovanni Battista kardinaal Montini, aartsbisschop van Milaan, tot paus was gekozen, was dat geen verrassing, Algemeen werd aangenomen dat het nog te vroeg was om met de vier eeuwen oude traditie te breken door een niet-italiaan op de Stoel van Petrus te brengen. Maar op het concilie waren de Italianen in een iet of wat geïsoleerde positie geraakt waarop alleen Montini een uitzondering had gemaakt. 
 
Sommigen hadden ook wel aan kardinaal Suenens gedacht, de vriend van de gestorven paus, die zich op het concilie ontpopt had als een sterke man met onbetwistbare leiderstalenten. Maar, zoals gezegd, scheen de tijd nog niet gekomen voor wat de Italianen zouden aanvoelen als een opdringen van een «buitenlander». Overigens was niet iedereen het eens met de radicale hervormingsplannen van kardinaal Suenens voor de vrouwelijke religieuzen en was niet iedereen gediend met de publiciteit die hij maakte rond zijn eigen boeken.
 
Als paus koos kardinaal Montini de naam Paulus Vl. Toen hij op het balkon verscheen voor het St.-Pietersplein, stond kardinaal Suenens naast hem. Hoewel heel wat verklaringen en van verschillende, ja tegenstrijdige aard hierover de ronde deden, zal men waarschijnlijk nooit de historische draagwijdte van dit gebaar achterhalen. 
 
Volgens het kerkelijk recht kon de nieuwe paus het concilie ontbinden. Maar dat deed hij niet. Onmiddellijk liet hij weten dat het zou worden voortgezet. Men had kunnen verwachten dat de tweede sessie een jaar zou worden verschoven, onder meer om het reglement, nu eens definitief op punt te stellen. Doch Paulus VI besliste dat de concilievaders terug zouden samenkomen op de voorziene datum: 29 september 1963. 
 
Door deze maatregelen werd het succes en de sympathie die naar Johannes XXIII waren gegaan gedeeltelijk overgebracht op Paulus Vl. Bepaalde vergelijkingen vielen zelfs ten zijne gunste uit. «Johannes, 20 jaar jonger en met hersens" was de typerende samenvatting van een algemene reactie. 
 
Daags vóór zijn kroning ging paus Paulus naar de kerk van San Carlo al corso te Rome voor een afscheidsdienst. Hij hield er een preek met als thema het 21ste hoofdstuk van het Johannes-evangelie waar de Heer tot Petrus de woorden richt : «Een ander zal U omgorden en U brengen waarheen gij niet wilt». En de paus stelde de vraag van Petrus: «Wat zal er van mij geworden ?» Johannes XXIII had een zware nalatenschap achtergelaten, en ondanks het niet aflatend enthousiasme omtrent het concilie, begon zelden een pontificaat in meer ondankbare omstandigheden. Een voorganger die eindigde in een apotheose, die heel de machinerie van de Staten-Generaal van de kerk op gang had gebracht maar zonder leidraad of plan, alleen maar met een aanbeveling waar men alle kanten mee uit kon en die hij had uitgedrukt in de term: aggiornamento. De opvolging van Johannes XXIII doet denken aan wat vroeger wel eens gebeurde op onze katholieke opvoedingsinstituten waar tucht de eerste stelregel was. Het viel dan wel eens voor dat een surveillant de eerste weken van het schooljaar nog niet in functie kon treden en vervangen werd door een voorlopige titularis die dan alle troeven van sympathie en succes uitspeelde om op het toppunt van zijn bijval te verdwijnen 
 
Degene die na hem kwam, kon niet anders dan zijn lijn voortzetten, maar stond dan voor de onmogelijke taak de tucht te handhaven en het een jaar vol te houden. 
 
Paulus VI moest het concilie tot een goed einde brengen. Met al wat dat inhield aan gezagsuitoefening samen met de bisschoppen. Maar tevens zou hij er moeten aan herinneren dat de Heer aan Petrus een charisma had gegeven om zijn broeders te sterken in het geloof 
 
Waarheen hem dit tweevoudig ambt zou voeren, wist hij niet. «Een ander zal U brengen waarheen ge niet wilt» (Jo. 21, 18). 
 
B. Boeyckens S.J. 

Comments are closed.
    Overzicht Artikels
Powered by Create your own unique website with customizable templates.
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht