• Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht
THOMAS MORE GENOOTSCHAP
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht

Archief Positief

Op deze pagina worden artikels aangeboden uit tijdschrift POSITIEF sinds 1969

Onze korte Conciliegeschiedenis : Bespreking van de eerste Hoofdstukken van het Schema Kerk en Wereld

3/6/2023

 
Verschenen in POSITIEF nr. 106 – NOVEMBER 1980 

​In onze vorige bijdrage trachtten wij het schema Kerk en Wereld theologisch en filosofisch te situeren, en gaven wij een overzicht van de discussie over het schema in zijn geheel. Het werd als basis voor bespreking aanvaard. Daarna werd hoofdstuk per hoofdstuk behandeld. 
 
De gedachtewisseling over de drie eerste hoofdstukken verliep nogal rommelig. Sommige tussenkomsten waren breedsprakig. Zij gaven de indruk dat de ideeën in de woorden verdronken. Bijna alle problemen konden bij het schema 13 betrokken worden. Zo was het mogelijk allerhande punten aan te raken zonder gevaar te lopen tot de orde te worden geroepen omdat men van het onderwerp afweek. 
 
Hetgeen van op de tribune werd gedebiteerd was dan ook vol met details en al te rijk aan afwisseling. Men had het over de secularisatie, de ontwikkeling van de wetenschap, het atheïsme, de autonomie van de wereld, de tekenen des tijds, de onsterfelijkheid, het humanisme, de waarde en de geldigheid van de tijdelijke doeleinden, de arbeid als roeping van de mens, het probleem van natuur en genade, de aanwezigheid van de Kerk in de moderne wereld, de verhouding van de theologie tot de marxistische ideologie, het juridisme in de Kerk, de scheiding van Kerk en Staat, de samenwerking tussen christenen en niet-christenen, de gewenste eenvoud in de kleding van de bisschoppen, de geest van armoede, de broederschap onder alle mensen, het gezag van de Kerk dat dienst is en geen overheersing, de noodzakelijkheid van een christocentrische moraal, het belang van het toerisme in verband met de onderlinge ontmoeting en dialoog, het gevaar van de beeldencultuur, de transcendentie van de Kerk ten opzichte van de wereld, de verantwoordelijkheid en vrijheid, de index, de waarde van de vaderlandsliefde, de rassendiscriminatie, de derde wereld, de waardigheid van de persoon, de waardigheid van de vrouw, de verhouding man-vrouw in de beschaving, het probleem van de losgeslagen jeugd, het misbruiken van de vrijheid, de noodzakelijkheid om te helpen zonder een complex van superioriteit, de vrijheid van het wetenschappelijk onderzoek, de emancipatie van de vrouw, de gevaren van het feminisme en van het anti-feminisme, de sociale rechtvaardigheid. 
 
Werkelijk, des Guten zuviel. Iedere spreker nochtans vond zijn thema belangrijk. Deze veelheid van materie toont aan dat iedereen zowat zijn opvatting had over het concilie. Zo zal het ook zijn met de postconciliaire periode. Wat zal men het concilie niet allemaal toedichten en welke uitspraken zal men niet doen in naam van het concilie! 
 
Omdat onze geest in het verleden meestal de oorsprong van het nieuwe zoekt, willen wij uit die overvloed datgene uitpikken wat in de postconciliaire tijd zich nog duidelijker zal doen gelden. 
 
Secularisatie 
 
Daar is vooreerst de secularisatie. Mgr. de Vet, bisschop van Breda, sprak erover. Zijn referaat was er een dat hout sneed en diep op het probleem Kerk-Wereld inging. Maar er kwamen gezegden in voor die gemakkelijk slecht verstaan konden worden en die, vooral dan in het vaderland van de bisschop, slecht verstaan werden. 
 
Zo noemde hij het moderne secularisatieproces een goed in zich en wilde hij dat de beginselen van de goddelijke Openbaring in verband met het binnen-wereldlijke opnieuw zouden doordacht worden en toegepast. De bisschop raakte hier iets aan dat inherent is aan de christelijke levenshouding als zodanig. Het is de dialectische spanning tussen Godsdienst en dienst aan de wereld, tussen eschatologie en humanisme, spanning die zich in verschillende richtingen differentieert: contemplatie en actie, orthodoxie en orthopraxie, pastoraal en theologie, zielzorg en sociale inzet. De bisschop scheen te suggereren dat in het verleden de Kerk deze spanning tot een onvruchtbaar dualisme had verwijd, daardoor de aardse waarden had misprezen en haar taak ten opzichte van de wereld had verwaarloosd. Het was nu de opdracht van het concilie deze dialectische tegenstelling tot een hernieuwde synthese te herleiden. 
 
De bisschop bedoelde het goed wanneer hij besloot met de uitroep: mocht gij, wereld, de gave Gods erkennen, waarvan gij impliciet leeft. Maar een paar jaren na Vaticanum II zal het Nederlands Pastoraal Concilie alles zetten op de tweede pool van die dialectische spanning en eenzijdig opteren voor het wereldlijke in het christendom. Daaruit ontstaat een nieuwe kerkvisie die geen wortel heeft in de Traditie noch in de Schrift en die van de Kerk een soort super-Rode kruis maakt. Dat zal in Nederland uitgroeien tot een schijnbaar onoplosbare polarisatie tussen de nieuwe en de traditionele Kerkvisie. 
 
Een paar dagen na de tussenkomst van Mgr. de Vet ontving de paus de Nederlandse bisschoppen. Eerst kardinaal Alfrink afzonderlijk met wie hij zich een kwartier onder vier ogen onderhield. Daarna had er een audiëntie plaats met alle bisschoppen samen. De paus drukte zijn bekommer uit over alles wat er in de Kerk van Nederland gaande was. U kunt zich voorstellen, zo verklaarde hij, dat ik met bijzondere zorg alles volg, wat er in uw land voorvalt. 
 
Geloof, Wetenschap, Marxisme 
 
Met het concilie zal een dialoog worden ingezet van het christendom met het marxisme. Wij proeven er een voorsmaak van, in een interventie van Mgr. Spülbeck, bisschop van Meissen. 
 
Dit was een stem uit de D.D.R. In tegenstelling tot de bisschoppen van West-Duitsland die een voorname rol hebben gespeeld op het concilie, hebben die van Oost-Duitsland zich niet veel laten horen. De katholieken zijn daar in de minderheid en de meest overtuigde anti-marxisten zijn naar het Westen gevlucht. De christenen die bleven, bevinden zich in een uitsluitend marxistische omgeving. 
 
Dat werd men gewaar in de voordracht van de bisschop van Meissen. Volgens het marxisme kan de mens zelf zijn heil verwerven door de wetenschap. Mgr. Spülbeck sprak over de breuk tussen de Kerk en de Wetenschap. Eens was de Kerk de moeder en de meesteres van alle wetenschappen, maar nu begrijpen de wetenschapsmensen onze taal niet, zij klagen erover dat zij niet met ons kunnen praten en bij ons geen begrip vinden. 
 
Toch willen zij contact met ons hebben. Hoe zou anders iemand als Teilhard de Chardin zo een grote invloed hebben kunnen uitoefenen in de wetenschappelijke wereld? Hij was een priester, een religieus, en toch, zo merken de wetenschapsmensen op, schreef hij zijn werken in onze taal en begrepen wij hem. Daarom ook is Teilhard de Chardin vijand nummer één van de officiële atheïsten. De Kerk moet er alles op zetten om de wetenschappelijke mentaliteit tegemoet te treden. De ware eendracht tussen geloof en wetenschap moet hersteld worden. 
 
Er zouden heel wat vraagtekens kunnen geplaatst worden bij de oordelen die hier worden uitgesproken. Geniet inderdaad Teilhard de Chardin zo een gezag bij wetenschapsmensen? Is er in de situatie van onze cultuur wel iemand in staat om een synthese op te bouwen tussen (natuur)wetenschap en geloof? Of ligt de oplossing niet hierin dat ieder het eigen formeel object van de andere respecteert. Bestaat een aanvaardbare secularisatie juist niet daarin? Hoe dan ook, de interventie van Mgr. Spülbeck riep meer vragen op dan zij oplossingen bracht. Waarschijnlijk wilde hij een dialoog op gang brengen met de heilsideologieën op marxistische grondslag die zich aan de horizon vertoonden. In zijn bisdom had de filosoof Ernst Bloch gedoceerd aan de Universiteit van Leipzig. In zijn lijvig boek «Prinzip Hoffnung», 5 dr., 1959, had hij een atheïstische heilsleer ontworpen: de mens die zijn eigen identiteit nog niet heeft bereikt, ze is trouwens voor hem verborgen (homo absconditus), en die zo met een utopische hoop nastreeft. De mens kan trouwens niet leven zonder utopieën. Na Bloch zullen nog meer theorieën en ideologieën van dien aard zich voordoen. Een laatste uitloper van deze verwarde denktrant zijn de Christenen voor het Socialisme. 
 
De Romantiek van de Armoede 
 
Een thema dat vaak wederkeerde en vonken sloeg, was de eis naar evangelische armoede. Sommige vaders spraken erover met een overvloed van woorden, met een bijzondere gevoeligheid ook, bijna met pathos. Bijwijlen had men de indruk dat men romantische tonen aansloeg en van de realiteit nogal wat afweek. 
 
Ofwel ging het om franjes. De protestanten wezen wel eens op de luxe waarmede het pausdom omgeven was. Van katholieke zijde werd gereageerd dat dit totaal bijzaak was. Of verlangden de protestanten soms dat de paus zal gaan vissen in het meer van Genezareth? 
 
Volgens de Braziliaanse bissschop van Botucatu, Mgr. Golland, mocht schema 13 geen dode letter worden in de bibliotheken maar moet het een instrument zijn voor de benadering van de moderne mens. De Kerk is de gist, het licht, het zout van de aarde en moet daarom nederdalen uit de paleizen en van de tronen om midden onder het volk te staan, zonder versierselen, opdat alle mensen in de mogelijkheid zouden gesteld worden om haar te benaderen. 
 
De secretaris van het concilie noemt ons vaak «ornatissirni patres»(1). En daarvoor bedanken wij hem. Maar in een andere zin dan die van het Latijn bekijkt het volk ons ook dikwijls met verwondering, opgesmukt als wij zijn vanaf de zool van onze voeten tot aan de kruin van ons hoofd, schrijdend langs de wegen en op de pleinen van de stad. Daarom ziet het volk ons aan als rijkaards, terwijl wij het meestal helemaal niet zijn. Zou met de welwillendheid van Paulus VI de hemel niet wensen dat wij onze conciliezittingen houden in het zwart gekleed? 
 
Ook kardinaal Frings van Keulen had de bisschoppen aangespoord te verzaken aan alle uiterlijke tekenen van triomfalisme. Nog andere vaders hadden dingen gezegd van die aard. 
 
Een tijdje later verschenen een aantal bisschoppen in nigris, in zwart pak. Het viel niet op tussen de zwarte vlekken die er al waren vanwege de kloosteroversten en de periti. 
 
Vijf dagen na de tussenkomsten over «De Kerk der armen» verkocht Paulus VI zijn tiara ten voordele van de armen. Zij verzeilde op een veiling te New-York. Was het meer dan een druppel op een gloeiende plaat om de armoede uit de wereld te bannen? Realistisch althans was de mededeling van de secretaris van het concilie, Mgr. Felici, dat de bisschoppen die zich wilden aansluiten bij dit gebaar van de Heilige Vader dit zouden doen niet in natura maar door een som te storten op de postcheck van het staatssecretariaat. 
 
Met de bisschoppen uit Frankrijk (2) waren een paar bisschoppen uit Waals-België bijzonder gevoelig voor de houding van de Kerk tegenover de armen. De bisschop van Doornik, Mgr. Himmer, had contact gezocht met andere bisschoppen die zoals hij gesensibiliseerd waren door dit probleem. Zij vormden op het concilie een soort blijvende vereniging «L'Eglise des pauvres» «De Kerk der armen». Ze gaven zelfs een bulletin uit «Service des Pauvres et de l'Hurnantté», waarin kwesties als de eenvoud van de levensstijl van de geestelijken, de bekommernis van de Kerk voor de misdeelden, de armoede en de honger in de derde wereld, werden behandeld. Bij de bespreking van schema 13 hield Mgr. Himmer een tussenkomst die niet onopgemerkt bleef. Als het over armoede gaat, zo argumenteerde hij, volstaat voor het schema een opgewekte toon niet, het moet duidelijk en dringend bevelen kenbaar maken. 
 
Verder moeten volgens hem sommige toestanden van ellende niet verholpen worden door aalmoezen maar door aanpassingen van de structuren. 
 
Hoe zou men nu al die punten die in deze bespreking naar voren werden gebracht tot een heldere tekst kunnen verwerken die iedereen voldoening kan schenken? Het was in alle geval duidelijk geworden dat het aangeboden stuk veel te wensen overliet, zowel wat de vorm als wat de inhoud betreft. 
 
Na deze hoofdstukken kwam het huwelijk aan de beurt. Omdat het over één enkel onderwerp ging werd het gemakkelijker een lijn te ontdekken in de discussie. Het onderwerp was daarenboven een heet hangijzer. Daarover in onze volgende bijdrage. 
 
B. Boeyckens S.J. 
 
(1) Een vriendelijke aanspreektitel die letterlijk echter betekent: zeer versierde vaders. (2) Onze korte Conciliegeschiedenis(9), Positief nr. 75, oktober 1977, p. 242. 


Comments are closed.
    Overzicht Artikels
Powered by Create your own unique website with customizable templates.
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht