• Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht
THOMAS MORE GENOOTSCHAP
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht

Archief Positief

Op deze pagina worden artikels aangeboden uit tijdschrift POSITIEF sinds 1969

Onze korte Conciliegeschiedenis : De laatste hoofdstukken van schema 13

3/6/2023

 
Verschenen in POSITIEF nr. 108 – JANUARI 1981 

​Cultuur
 
Na de discussies over huwelijk en gezin werd het weer moeilijker een lijn te ontdekken in de besprekingen. Het ging over cultuur. Maar cultuur kan zoveel betekenen en kan langs zoveel verschillende kanten benaderd worden. Heel wat punten werden dan ook aangeraakt die van ver of van dichtbij met het behandelde thema te maken hadden. 
 
Mgr. Zoa, de aartsbisschop van Yaoundi in Kameroen, gaf enkele beschouwingen ten beste over de ontmoeting tussen de cultuur van het Westen en die van Afrika. De wetenschap van het Westen en de religiositeit van Afrika moeten aangezien worden als elementen van een erfgoed dat voor alle volkeren gemeenschappelijk is. 
 
Mgr. Talamàs, bisschop van Ciudad Juarez in Mexico, scheen nogal gesensibiliseerd voor een verwijt dat men de Kerk wel eens maakt als zou zij de mensen dom houden. Daarom moet de Kerk alles in het werk stellen om te bewijzen dat die aanklacht geen grond meer heeft. 
 
De Franse bisschop van Aix, Mgr. de Provenchères, had het over het gevaar dat er bestaat dat de menselijke persoon gemanipuleerd wordt door de biologische en psychologische wetenschappen. De geleerden moet hier op hun morele verantwoordelijkheid gewezen worden. 
 
Mgr. Proano, bisschop van Riobamba in Ecuador riep een beeld op van de hachelijke situatie in Latijns Amerika, waar op 200 miljoen inwoners nog 80 miljoen analfabeten zijn. 
 
De Italiaanse bisschop van Segni, Mgr. Carli, verweet het schema dat het nergens de transcendentie van de godsdienst tegenover de cultuur laat uitkomen. 
 
Mgr. Elchinger, hulpbisschop van Straatsburg, sprak over niet geheelde wonden. Daarmee bedoelde hij de gevolgen van de krachtige reactie van het kerkelijk gezag tegen het modernisme. Hij vroeg zich af of de Kerk niet aan een soort dogmatisch imperialisme deed door oordelen te vellen over alle resultaten van het wetenschappelijk onderzoek. Hij was van oordeel dat theologische affirmaties van een voorbij tijdperk nogal eens vereenzelvigd werden met de christelijke waarheid zelf, alsof de theologie zou bestaan in het herhalen van eens en voor altijd verworven stellingen, zonder zin voor kritiek of zonder er reflexief over na te denken. Om te besluiten werd in deze redevoering waarin ten opzichte van de Kerk zeker geen triomfalistische toon werd aangeslagen, nog maar eens het geval Galilei aangehaald. 
 
Al deze tussenkomsten werden aangehoord met een zekere gelatenheid. Het waren mooie beschouwingen waarmee iedereen instemde, hoewel sommige wel wat eenzijdig waren. Doch zij waren heterogeen en soms weinig synthetisch. Dit laatste kon niet gezegd worden van de interventie van kardinaal Lercaro van Bologna. De kardinaal ging naar de kern en sneed een problematiek aan die de verhouding van de Kerk tot de cultuur in haar totaliteit behandelde. 
 
Men moest zich echter sterk concentreren om zijn gedachtegang te volgen en om de kardinaal te begrijpen was er een wijsgerig reflectievermogen vereist dat de meerderheid van de bisschoppen niet bezat. Het onderwerp is trouwens in zichzelf al moeilijk verstaanbaar. Iedere stelling die de kardinaal naar voren bracht moest gecorrigeerd en gerelativeerd worden door het tegengestelde in een niet aflatende dialectische beweging. Men heeft ook beweerd dat dit referaat het meest vooruitstrevende was van heel het concilie, dat het zijn tijd vijftig jaar voor was en daarom voor velen onverstaanbaar en dus vatbaar voor verkeerde interpretatie. 
 
Indien ik licht zie in deze verhandeling, dan gaat kardinaal Lercaro er van uit dat de Kerk arm moet zijn. Armoede is hier echter geen economisch of sociaal begrip, maar een Bijbelse categorie. Het betekent onthecht zijn, onthecht van al het aardse. En zo moet de Kerk ook cultureel arm zijn. De kardinaal schijnt dan niet op de eerste plaats te denken aan de culturele schatten waarvan de Kerk in de loop der eeuwen de behoedster is geworden, kathedralen, Vaticaanse musea etc., maar wel bv. aan heel het denkapparaat van de scholastiek waarin het leerambt en de officiële kerkelijke stukken zich uitdrukken. 
 
Als het nodig is, zo ging de spreker voort, moet de Kerk deze rijkdommen vastberaden opzijschuiven of er althans weinig vertrouwen in stellen. Zij moet er zich niet te veel op beroemen en er met meer voorzichtigheid gebruik van maken. Dikwijls zijn zij een hinderpaal voor de Kerk om zich de moderne cultuur en de schatten van de oude niet-christelijke beschavingen eigen te maken. 
 
Kardinaal Lercaro gebruikte zelfs de uitdrukking «nieuw Organon», Novum Organon (nieuw Organon) is de titel van een werk van de zeventiende-eeuwse Engelse filosoof R. Bacon, die verwijst naar het Organon van Aristoteles, waarin deze de beginselen van de logica uiteenzet. Bij Aristoteles is het een logica die steunt op deductie en syllogismen. Bacon wilde een logica die uitging van de ervaring met de inductie als denkmethode. 
 
De redevoering van kardinaal Lercaro die tot nadenken prikkelde, raakte veel punten aan. Zij eiste een meer dan gewoon onderscheidingsvermogen om ze niet eenzijdig op te vatten en om toe te passen wat erin werd voorgesteld. Hoewel deze interventie superieur was, zou ze toch niet zo veel invloed hebben op de samenstelling van het schema. Daarvoor waren de gedachten die erin voorkwamen, te subtiel, te genuanceerd en te weinig hanteerbaar om in formules te worden vastgelegd. In bepaalde kerkelijke kringen te Rome die als conservatief werden bestempeld, lokten de woorden van Mgr. Lercaro felle kritiek uit. Er werd rondverteld dat hij van de «Ecclesia pauperum» (Kerk van de armen) de «Ecclesia asinorum» (Kerk van de ezels) wilde maken. 
 
Sociaaleconomische Problemen 
 
Wanneer men in kerkelijke kringen sociaaleconomische problemen aansnijdt, dan zal men spreken over de grote sociale encyclieken, Rerum Novarum, Quadragesimo Anno, Mater et Magistra. Enkele sprekers in de concilieaula hebben die sociale encyclieken vernoemd. Het schema zelf is er stilzwijgend aan voorbijgegaan. Want hoewel het eigenlijke van deze encyclieken van blijvende waarde is, is de voorstelling en zijn bepaalde toepassingen dan toch weer tijdgebonden, zo dachten sommigen die de conciliaire consensus beïnvloedden. Volgens deze opiniemakers toonden de opvattingen van Rerum Novarum over privébezit, trekken van het negentiende-eeuwse kapitalisme en liberaal individualisme. Wel bevestigt de wereldbrief van Leo XIII dat het privaat bezit er is ten bate van iedereen en dus niet absoluut mag gesteld worden. Maar zo beweerde men, bij de heilige Thomas van Aquino komt dit laatste nog beter uit. De grote kerkleraar leert dat de bestemming van de goederen voor iedereen is. Alleen dit is van goddelijk recht. Hoe de goederen dan verdeeld worden, hangt af van plaats en omstandigheden. 
 
Zo hoorde men meermalen in de concilieaula verklaren dat de Kerk aan geen enkel economisch stelsel gebonden is. Dit is enigszins de klassieke leer van de Kerk, die men bij veel moraaltheologen zal terugvinden. In de concilieaula echter proefde men achter dat minstens schijnbaar onaanvechtbaar algemeen principe, een zekere actuele stellingname om in geen geval het communisme te veroordelen en mogelijke samenwerking open te houden met socialistische regimes. 
 
Men mag echter de vraag stellen of gelijk welk systeem louter economisch kan zijn. Zo begrijpt men dat kardinaal Wyszynsky een vraagteken plaatste achter het beginsel van de aanvaardbaarheid van alle economische doctrines. De Kerk kan niet leven of zich ontplooien, zo betoogde hij, in alle economische ordeningen, want sommige onderdrukken de menselijke persoonlijkheid in plaats van haar te dienen, door de mens ondergeschikt te maken aan de productie als hoogste doel. 
 
In dat verband sprak de Poolse kardinaal zich uit tegen zekere «progressieve katholieken» die de Kerk lasterlijk ervan beschuldigen dat zij zich het lot van de arbeiders niet heeft aangetrokken, daarmee duidelijk doelend op de vredespriesters in Polen die een nauwe samenwerking met de communistische regering voorstaan. 
 
Een van de meest treffende tussenkomsten over de sociaaleconomische problemen was die van kardinaal Richaud van Bordeaux. Hij wees op de morele plicht van hen die verantwoordelijkheid dragen op economisch gebied. Zij moeten de economische ontwikkeling voorzien en de moeilijkheden die eruit kunnen voortkomen zodat niet opeens een massa arbeiders dient ontslagen te worden. Hij was ook van mening dat het concilie moest spreken over een rechtvaardige prijsbeheersing en over de winstmarges vooral waar het gaat over ergerlijke speculaties. 
 
Aan de orde kwam ook Zuid-Amerika, het grote continent met zijn demografische explosie en zijn sociaaleconomische onaangepastheid. Mgr. Benitez van Asunciàn (Paraguay) gaf een indrukwekkend beeld van de toestanden aldaar. Hij deed vooral het grote verschil in materiële welstand uitkomen tussen het klein aantal geprivilegieerden en het enorme getal proletariërs.
 
Het sociaal vraagstuk had echter de laatste jaren nog een ander uitzicht gekregen. Het ging nu vooral om de ongelijkheid in het bezit aan materiële goederen tussen de rijke en de arme landen, het probleem van de honger in de wereld. 
 
Het werd uiteengezet door de Amerikaanse lekentoehoorder bij het concilie, J. Norris, voorzitter van de internationale katholieke commissie voor de emigratie te Genève. In zijn Latijnse toespraak ging de Heer Norris uit van het feit dat 16% van de totale mensheid beschikt over 70% van de wereldrijkdommen. En toen affirmeerde hij iets dat in 1964 als een algemene waarheid werd aanvaard maar dat sindsdien door de tijdsgebeurtenissen werd gelogenstraft. Voor de eerste maal in de geschiedenis, zo zei hij, kan men met grote zekerheid verwachten dat de welvaart van de rijke landen zal blijven toenemen. 
 
Die rijke naties, ging hij voort, hebben een plicht tegenover de armen. En alhoewel het verscheidene generaties zal duren om die armoede te doen verdwijnen, mogen de christelijke volkeren toch niet moe worden het goede te doen. Tot besluit verklaarde de heer Norris dat dit oecumenisch concilie een actie kan ontketenen die moet leiden tot een instelling die de volledige deelneming van de katholieken zou verzekeren aan een wereldoffensief tegen de armoede. In diezelfde zin sprak kardinaal Frings van Keulen. Hij deed het met des te meer gezag omdat in zijn land gedurende de advent en gedurende de vasten reeds collecten werden gehouden voor de arme landen. 
 
Oorlog en Vrede. De Atoombom 
 
Toen in augustus 1945 president Truman van de Verenigde Staten het bericht door de ether lanceerde dat een atoombom was uitgeworpen op Hiroshima en Nagasaki, maakte dat grote indruk. Dadelijk bestond het gevoel dat men voor een militaire omwenteling kwam te staan met verstrekkende gevolgen. De vraag werd ook gesteld of het wel zin had zulke bom te vervaardigen die in staat is heel onze planeet te vernietigen. En meteen was ook de morele vraag gesteld. Indien ergens, dan moest hier het concilie in dialoog treden met de wereld. 
 
De eerste die op het concilie het woord nam om over de atoombom te spreken, was de voorzitter van Pax Christi, kardinaal Alfrink van Utrecht. Hij wilde de atoombom veroordeeld zien in scherpere bewoordingen dan in het schema. Dit geeft de indruk, volgens kardinaal Alfrink, dat het in de meest sterke termen de zogenaamde «vuile» bom, dit is de bom waarvan de uitwerking de menselijke berekening te boven gaat, wil veroordelen, maar dat het de «schone» bom, dit is de bom waarvan de verderfelijke gevolgen exact kunnen bepaald worden, niet verwerpt. Men kan zich echter geen oorlog meer voorstellen, waarin het gebruik van atoomwapens gerechtvaardigd zou zijn. 
 
De Franse bisschop van Laval, Mgr. J. Guilhem was nog veel resoluter in zijn eis om de atoombom te veroordelen. Hij noemde het gebruik van atomische, bacteriologische en chemische wapens, waarvan de vernielende effecten niet kunnen voorzien worden, een misdaad tegen God en tegen de mensheid. Geen enkel principe uit de moraal is in staat om het gebruik van deze wapens te rechtvaardigen. Daarom moet het concilie dergelijke mensenmoord veroordelen. Het is een grove vergissing te menen dat de vrede gebonden is aan het militaire evenwicht en de wederzijdse angst voor de atoomwapens. 
 
Met de pathetische uitroep van patriarch Maximos Saigh uit Libanon tegen de bom, bereikte de climax zijn hoogtepunt. Volgens de patriarch kon men nu niet meer spreken van een rechtvaardige oorlog. Er bestaat geen enkele reden om een verdediging te legitimeren die zal uitlopen op een universele ramp. Als de mensen moeten verdwijnen, zal de pastoraal van dit concilie tot niets dienen. Er moet een plechtige en duidelijke verklaring de wereld worden ingezonden die de radicale afkeuring uitspreekt over iedere kernoorlog. Dit is de plicht van de Kerk. Omdat alle waarheid een kracht van expansie en van overtuiging bevat, zal deze verklaring een druk worden op de staatshoofden en een morele hulp. 
 
Ook de andere klok werd gehoord. Over 't algemeen stonden de bisschoppen van de Verenigde Staten en van Engeland, de landen die de atoombom bezitten, een andere mening voor dan hun confraters uit Europa. Mgr. P. Hannan, hulpbisschop van Washington, bracht naar voren dat vrede niet denkbaar is zonder rechtvaardigheid en vrijheid. Hij was van oordeel dat het belang van de vrijheid en haar verdediging moet onderstreept worden, want in slavernij is geen dialoog mogelijk. 
 
In dezelfde zin sprak Mgr. Beck, aartsbisschop van Liverpool, in naam van vele andere bisschoppen uit Engeland. Hij waarschuwde tegen het gevaar het probleem te simplistisch te bekijken. Het verwerpen van elk gebruik van kernwapens zou de politieke stromingen begunstigen die opkomen voor eenzijdige ontwapening. Er zijn landen die door zich te bewapenen een eventuele aanvaller hebben weerhouden een oorlog te ontketenen, omdat hij angst had voor vergelding. Die landen hebben aldus door hun bewapening de vrede gered. Voor ons is enkel van belang aan te sturen op een rechtsorde tussen de naties als enig middel voor het beslechten van internationale conflicten. 
 
Wanneer men de redenen voor en tegen overweegt, begint men te bevroeden hoe ingewikkeld ook weer dit probleem zich voordoet en hoe moeilijk het zal zijn voor de opstellers van het schema om verder te gaan dan een louter platonische verklaring. Misschien heeft de bisschop van Essen, Mgr. Hengsbach, zich verder gewaagd dan het theoretische en iets meer aangeboden dan utopische voorstellen. Hij maakte de opmerking dat tot nu toe bijna alle vredesconferenties zijn vastgelopen. De oorzaak hiervan is dat politici en militairen ieder hun eigen uitgangspunt hadden en men niet steunde op een moraalleer. 
 
Welnu alle aspecten over de kwestie van «oorlog en vrede» moeten samen gezien worden. Ook het morele oordeel dient het resultaat te zijn van integrerende aanpak van het probleem. Zou het niet mogelijk zijn een dialoog aan te gaan tussen politici en militairen enerzijds en theologen en moralisten anderzijds? 
 
De tussenkomsten omtrent schema 13 hadden aangetoond dat dit schema wel het moeilijkste was van allemaal. Doch voortdurend werd de vraag geopperd of het niet beter was alles stil te leggen en het onderwerp over te laten aan de paus die er een encycliek over zou schrijven. Maar van zohaast deze vraag werd geformuleerd, kwam er een krachtig neen uit verschillende hoeken. Dit zou een waar gezichtsverlies zijn voor het concilie en het principe van de collegialiteit in het gedrang brengen. 
 
B. Boeyckens S.J. 


Comments are closed.
    Overzicht Artikels
Powered by Create your own unique website with customizable templates.
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht