• Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht
THOMAS MORE GENOOTSCHAP
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht

Archief Positief

Op deze pagina worden artikels aangeboden uit tijdschrift POSITIEF sinds 1969

Onze korte Conciliegeschiedenis : De Missies

3/6/2023

 
Verschenen in POSITIEF nr. 109 – FEBRUARI 1981 

​Wanneer een vergadering niet gestroomlijnd wordt door een nauwkeurig afgelijnde agenda, wil men over alles spreken, althans over alles wat van een zeker gewicht is. Dat was zo op het concilie. Wanneer men het schema over de bisschoppen behandelde, vond men dat er toch ook iets moest gezegd worden over de priesters, ook over de religieuzen. En wanneer men dan een uitgebreide Constitutie over de Kerk voorbereidde, was men van oordeel dat men de missies niet achterwege mocht laten. 
 
Was dit nodig? Een concilie wordt bijeengeroepen voor belangrijke zaken vooral van leerstellige aard, ofwel om dringende problemen op gebied van discipline op te lossen. Men kan niet beweren dat in de jaren die het concilie voorafgingen de missies precies een zorgenkind waren voor de Kerk. Integendeel. Wanneer men de balans opmaakt van de missies dan stelt men een merkwaardige opbloei vast sedert het vorige concilie. In 1870 waren Engeland, Ierland, Nederland, Noord-Duitsland, de Verenigde Staten en Canada nog missiegebieden. In 1960 zonden al die landen talrijke missionarissen naar Afrika en Azië. Op het eerste Vaticaans concilie was de kerkelijke missie-hiërarchie door geen enkele inlandse bisschop vertegenwoordigd. Wanneer tijdens dit concilie de bisschoppen na een zitting de trappen afdaalden van de Sint-Pietersbasiliek, gaf het de indruk dat bisschoppen met zwarte of gele huidskleur wel een minderheid maar geen uitzondering waren. Inderdaad zij waren met 66 uit Afrika en 101 uit Azië. In 1870 waren er slechts 10 seminaries voor de vorming van de eigen clerus in de missielanden, in 1960 niet minder dan 466.
 
Wel was er sedert 1958 een gevoelige daling waar te nemen van de missieroepingen. Maar het is niet mogelijk na een paar jaar de betekenis hiervan uit te meten en een concilie zou er niets aan kunnen doen. 
 
Doch omdat de missies belangrijk zijn, moest het concilie er iets over zeggen. Missionarissen hadden wel eens aan hun verbazing lucht gegeven omdat de missies zo weinig aan bod kwamen op het concilie. En omdat geen enkele bisschop het werk van de besten onzer broeders wilde minimaliseren, was er dan ook een schema opgesteld over de missies. Wegens het plan Döpfner echter dat zoveel mogelijk wilde inkorten om het concilie geen ettelijke jaren meer te laten duren, was dit schema herleid tot enkele proposities. Deze besnoeiing had een ontgoocheling verwekt bij de missionarissen. 
 
Aanwezigheid van de paus 
 
Wellicht wilde de paus aan dit ongenoegen tegemoet komen door zelf de bespreking over de missies in te zetten. 
 
Officieel is de paus de voorzitter van het concilie maar in de loop van de geschiedenis woonden de pausen de zittingen van een concilie niet bij om de concilievaders volledige vrijheid van spreken te waarborgen. Dat was ook zo op Vaticanum II, met de nieuwigheid nochtans van een televisie-circuit dat het de Heilige Vader mogelijk maakte de debatten te volgen. 
 
Zo deed de paus dan de 6e november 1964 zijn intrede in de concilieaula. Hij woonde de concilie-mis bij die opgedragen werd in de Ethiopische ritus. Daarna ging hij aan de tafel van het concilie-praesidium zitten, op de plaats van kardinaal Tisserant, de deken van het college van de kardinalen. 
 
De toespraak van de paus was kort. Hij prees het missie-schema, uitte de wens dat het zou goedgekeurd worden, eventueel met verbeteringen. Hierop volgde nog een bedanking voor de paus vanwege kardinaal Agagianian, prefect van de congregatie van de propaganda en voorzitter van de conciliaire commissie voor de missies. Daarop verliet de Heilige Vader de conciliezaal. 
 
Dit bezoek van de paus stelde een netelig probleem, was bijna een raadsel, schrijft R. Laurentin(1). Ogenschijnlijk was de redevoering van de paus waarmee de bespreking over het missieschema aanving, een blijk van waardering en van genegenheid voor de missies en voor de missionarissen, maar er werden ook andere interpretaties aan gegeven. Sommigen wilden in de geste van de paus een symbool zien voor de collegialiteit. De paus is immers meer paus wanneer hij omringd is door de bisschoppen. Maar ook een ander minder heus commentaar deed de ronde. De paus zou door zijn verschijning midden de concilievaders uiting hebben willen geven aan zijn gezag, dat kerkrechtelijk en theologisch boven het concilie staat. Was het de voorbode van de spanningen tussen de Heilige Stoel en het concilie, die zich niet zoveel dagen later bij de sluiting van de derde sessie zouden voordoen? 
 
Het Debat 
 
Kardinaal Léger was weer eens bij de eersten om het woord te nemen. Hij verklaarde dat dit concilie een nieuw elan zou geven aan het missieapostolaat. Hij gaf daarvoor vijf redenen aan: 
 
1. Het concilie heeft het pluralisme erkend in de Kerk door de bisschoppen een ruime vrijheid te geven. Welnu nergens is die vrijheid zo nodig als in de missies. 
 
2. Het herstel van het diaconaat zal van groot nut zijn in de missie. 
 
3. De aangekondigde dialoog tussen de Kerk en de niet-christelijke godsdiensten zal eveneens de missies ten goede komen. 
 
4. Het schema vraagt samenkomsten tussen de bisschoppen en de religieuze instituten. 
 
5. Het bewustzijn bij de bisschoppen van hun verantwoordelijkheid voor de wereldkerk. 
 
Die woorden werden uitgesproken in een sfeer van juveniel optimisme van omver en erover. Wij moeten de zware last van de historie van ons afschudden, was ook een van de krachtwoorden die de Canadese kardinaal in de concilieaula slingerde. 
 
Het was weer eens een redevoering die niet helemaal vrij te praten viel van een zekere demagogie. De kardinaal wist scherp en bijna overdreven uit te drukken wat er leefde bij die bisschoppen die voorop marcheerden in de progressistische looppas. Maar bijna niemand scheen te zien welke gevaarlijke richting men hier uitging. De missies waren een succes geworden. Waarom moest men dan de «zware last van de historie» afschudden? En wat zou men in de plaats stellen? 
 
De volgende dag was de discussie zeer geanimeerd. Soms moest de voorzitter optreden om een spreker te matigen in zijn uitdrukkingen. Nochtans had men het eigenlijk niet tegen de inhoud van het aangeboden stuk, maar men vond dat het te kort was en dat er daardoor te weinig belang werd gehecht aan de missies. Dikwijls waren de tussenkomsten meer een lucht geven aan emoties dan zakelijke voorstellen. 
 
De toon van de Ierse missiebisschop van Umtali (Rhodesië), Mgr. D. Lammont, was zo hevig en zijn spreken zó gevoel geladen dat de voorzitter hem tot de orde riep met de opmerking dat retoriek niet gewenst was. Maar het handengeklap van de bisschoppen moedigde hem aan. Hij citeerde het evangeliewoord: «Vuur ben ik komen brengen op aarde, en wat wil ik anders dan dat het ontstoken worde» en voegde er dan bij: «Dit schema ontsteekt niets. Wij verwachtten een vuurtoren en ontvingen een kaars. » 
 
En zo hoorde men de ene uitroep na de andere. «De berg heeft een muis gebaard» was het slagwoord van de bisschop van Bogar (Indonesië), Mgr. P. Geise, die de spreekbuis was van het hele Indonesisch episcopaat. Bepaalde leuzen die over de hoofden van de bisschoppen rolden, waren zo wild dat men zich niet tussen kerkvorsten waande, maar in een soort meeting waar alleen de toehoorders met slogans worden warm gemaakt. «De evangelisatie, aldus de Franse bisschop van Orléans, Mgr. G. Riobé, moet tegenwoordig geschieden in de context van een echte sociale revolutie die een nieuwe aanpassing eist. » Dezelfde bisschop protesteerde ook krachtig toen de Braziliaanse kerkvorst van Acre e Purus, Mgr. Grotti, beweerde dat de priesters die tijdelijk aan de missies worden afgestaan niet veel bijdragen tot de evangelisatie omdat ze zich vaak meer als toeristen gedragen dan als missionarissen. 
 
Er werden nochtans ook meer zakelijke punten naar voren gebracht. Verschillende bisschoppen onderstreepten het belang van de vorming van de catechisten. Er werd hulde gebracht aan de religieuze instituten die zoveel voor de missies hebben gedaan, maar er werd ook gevraagd dat zij goed zouden overeenkomen met de lokale bisschoppen en eerder het algemeen goed van de Kerk beogen dan van hun eigen congregatie of orde. 
 
Voortdurend werd herhaald dat de Kerk zich moet aanpassen aan alle beschavingen en alle bindingen met het kolonialisme moet verbreken. Een probleem dat echter ingewikkelder is dan sommigen dachten. 
 
De meest reële en meest praktische interventie was weer eens die van kardinaal Alfrink van Utrecht. Hij sprak met gezag, in naam van 70 missiebisschoppen van Nederlandse oorsprong en hij kon erop wijzen dat een derde van alle Nederlandse priesters buiten het vaderland werkt in de jonge kerken en in de missie. En hij sneed een probleem aan dat prangender was dan alle andere: de misseroepingen. Zoals wij zagen waren die de laatste vijf jaren fel gezakt. Onmiddellijk na het concilie zouden zij in elkaar storten .... 
 
De Stemming 
 
Vanaf het begin van de discussie was het duidelijk gebleken dat het schema zou verworpen worden. Dit was zonder meer pijnlijk, want de paus had het aanbevolen. De algemeen secretaris van het concilie wist aan de vaders de vraag zo te stellen dat het geen verwerping was: «Verlangen de vaders dat het schema over de missieactiviteit, ja of neen, door de bevoegde commissie opnieuw wordt geredigeerd? » Er waren 1601 voor stemmen en 311 tegen. Het schema zou dus herschreven worden. 
 
Kardinaal Agagianian stond ervan verstomd dat de concilievaders de aanbeveling van de paus hadden gepasseerd en het schema niet hadden goedgekeurd. Hij was ervan overtuigd dat, als de paus het schema mooi zou noemen, de vaders ja zouden knikken. 
 
Dat zou waarschijnlijk zo geweest zijn in 1962 bij de aanvang van de kerkvergadering. Maar sindsdien was er veel gebeurd op het concilie en door het concilie in heel de Kerk. Doch de prefect van de Congregatie van de Propaganda had het niet gemerkt. Hij was nochtans één van de moderatoren. Maar in tegenstelling met zijn drie collega's Döpfner, Lercaro en Suenens, treedt hij nooit op. Hij is een heel wijze, bescheiden en vrome man, die sommige dingen die rond hem gebeurden niet ziet. Een bepaalde mentaliteit die zich op het concilie had gevormd kende hij niet. 
 
Kardinaal Agagianian werd nog de avond van de stemming door de paus in audiëntie ontvangen. 
 
B. Boeyckens S.J. 
 
 (1) 'Cette visite du pape posa un problème épineux et presque une énigme' in 'L'Enjeu du concile', xxxx, 'Bilan de la 3e session', p.223. 


Comments are closed.
    Overzicht Artikels
Powered by Create your own unique website with customizable templates.
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht